Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Werk & ernstige psychische aandoeningen

Mensen met ernstige psychische aandoeningen ervaren op veel gebieden een grote sociale en maatschappelijke achterstand. Ook op het gebied van werk. Er is een grote afstand tussen wens en werkelijkheid.

  • Arbeidsparticipatie

    In Nederland is de arbeidsparticipatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen zeer bescheiden. Het Panel Psychisch Gezien is een panel dat uitsluitend bestaat uit mensen met ernstige psychische aandoeningen. In 2014 heeft zij een factsheet Werk, eenzaamheid en stigma uitgebracht.
    Hieruit bleek dat van de 574 deelnemers aan deze meting had 21% betaald werk had (waarvan 14% regulier werk en 4% in de sociale werkvoorziening). Van degenen die geen betaald werk verrichtten (79%), had één op de drie de wens om binnen een jaar in een betaalde baan aan de slag te gaan (Overweg & Michon, 2011; zie ook de Multidisciplinaire richtlijn werk en ernstige psychische aandoeningen).

    Arbeidsparticipatie valt op te splitsen in reguliere, betaalde arbeid en arbeid waarvoor iemand niet betaald wordt of een kleine vergoeding ontvangt. Onder niet betaalde arbeid verstaan we vrijwilligerswerk en werken binnen een werkervaringsplaats. Vaak wordt hier gewerkt met behoud van uitkering.

    Betaalde arbeid kan worden opgesplitst in betaalde reguliere arbeid, betaalde arbeid binnen een beschutte werkplek (Sociale Werkvoorziening) of werk in het kader van arbeidsmatige dagbesteding. Dit laatste wordt aangeboden in combinatie met behandelactiviteiten vanuit een GGz-organisatie. Deelnemers hieraan ontvangen een geringe vergoeding per gewerkt uur. Het doel van deze arbeidsmatige dagbesteding is om mensen (vaak weer opnieuw) kennis te laten maken met diverse soorten arbeid.

    Heeft iemand een SW-indicatie dan behoort beschut werken, binnen een Sociale Werkvoorziening, tot de mogelijkheden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat per 1 januari 2015, met de invoering van de Participatiewet, de bestaande SW-voorziening gaat veranderen. Zo stopt de instroom in de Wet sociale werkvoorziening en zullen er op termijn een beperkt aantal beschutte werkplekken blijven bestaan binnen de Participatiewet.

    Ten slotte onderscheiden we betaalde, reguliere arbeid; werk waarvoor iemand minimaal het minimumloon ontvangt. Soms wordt dit gecombineerd met het volgen van een opleiding.

    Er zijn diverse methodieken en benaderingen die ingezet kunnen worden om mensen met ernstige psychische aandoeningen te begeleiden naar vrijwilligerswerk, arbeidsmatige dagbesteding, leer-werktrajecten en loonvormende arbeid. Een aantal vaak ingezette methodieken wordt genoemd onder het kopje ‘Wat werkt’; een uitwerking van één van de benaderingen is hier te vinden. Op IPS zal in dit kennisthema dieper worden ingegaan.

  • Feiten en cijfers over werk en ernstige psychische aandoeningen

    In Nederland zijn in 2012 naar schatting 640.000 volwassenen in behandeling geweest bij de GGz (Delespaul e.a., 2012). In deze groep van volwassen GGz-cliënten valt een driedeling te maken:

    • De grootste subgroep (ruim 75%, oftewel bijna 500.000 personen) ontvangt ambulante, kortdurende behandeling voor een zogeheten common mental disorder (angststoornis, depressie, et cetera). De arbeidsparticipatie in deze grote groep mensen met een CMI is niet veel lager dan die in de rest van de beroepsbevolking in Nederland (Nemesis, 2012). Doorgaans speelt bij deze GGz-cliënten niet de vraag hoe zij een betaalde baan kunnen verwerven, maar des te sterker hoe te voorkomen dat zij vanwege hun psychische problematiek op den duur hun betaalde baan gaan verliezen.
    • Een deel van bovengenoemde groep GGz-cliënten met basale psychische stoornissen (common mental disorders) herstelt niet volledig, en kan alleen met continue, ambulante begeleiding stabiel blijven functioneren (de groep cliënten voor ‘disease management’; Delespaul e.a., 2013). Het is onbekend hoeveel cliënten dit betreft. Heel ruw geschat gaat het om 100.000 tot 200.000 personen. Hoewel we dit niet exact weten, zal de arbeidsparticipatie in deze groep een stuk lager zijn dan in de algehele beroepsbevolking (tussen 30% en 50%). Van degenen die wel betaald werk hebben, zullen er velen grote moeite hebben om die baan te behouden.
    • De derde subgroep, die ongeveer 25% van alle GGz-cliënten in Nederland beslaat, betreft de mensen met ernstige psychische aandoeningen. Personen in deze groep hebben niet alleen ernstige en meestal langdurige psychopathologie, maar ook meerdere beperkingen op sociaal en maatschappelijk gebied. De ernstige psychische aandoeningen-groep telt in Nederland ongeveer 240.000 volwassenen (18-65 jaar), waarvan er circa 160.000 in zorg zijn bij de GGz (=ongeveer een kwart van alle GGz-cliënten). Van de overige 80.000 zijn er circa 51.000 niet bij de GGz in zorg, zijn er circa 24.000 cliënt van de verslavingszorg, zitten er circa 2.500 personen in de gevangenis en circa 2.500 personen in de Forensische zorg (Delespaul e.a., 2013). (zie kennisthema Ernstige psychische aandoeningen)
  • Ernstige psychische aandoeningen en arbeidsparticipatie

    Van de hele groep van 240.000 mensen met een ernstige psychische aandoening, heeft ongeveer 19% een betaalde baan (van >12 uur per week). Dit komt neer op 38.400 mensen (Panel Psychisch Gezien, 2014). Van de groep mensen met ernstige psychische aandoeningen die in zorg zijn bij de GGz, heeft echter een kleiner deel een betaalde baan: circa 12% (Michon en Van Weeghel, 2010). Dit zijn dus ongeveer 19.000 mensen. Van de groep mensen met ernstige psychische aandoeningen, die cliënt zijn bij een Regionale Instelling Beschermd Wonen, RIBW, (totaal 18.000) is bekend dat slechts 8% (1.440 personen) een betaalde baan heeft. Een deel van de groep mensen met ernstige psychische aandoeningen woont in een intramurale GGz-voorziening. Van deze groep heeft bijna niemand regulier betaald werk. Van de ruim 200.000 mensen met een ernstige psychische aandoening die op dit moment geen betaalde baan hebben, heeft 36% wel de wens tot regulier betaald werk.

    Kortom: ongeveer 72.000 mensen met een ernstige psychische aandoening heeft de wens tot een reguliere betaalde baan (Mensen met ernstige psychische aandoeningen en arbeidsparticipatie, Jaap van Weeghel, februari 2013) Een zeer groot deel van deze mensen (93%) ervaart serieuze belemmeringen om die baan te krijgen (Factsheets Panel Psychisch Gezien 2011, 2012 en 2014).

  • Waarom is werken voor mensen met ernstige psychische aandoeningen zo belangrijk?

    Op de vraag of arbeid wel goed is voor mensen met ernstige psychische aandoeningen, bestaat een duidelijk antwoord. Werk biedt structuur, een inkomen, sociale contacten en waardering. Net zoals voor bijna iedereen geldt, is werk ook voor veel mensen met ernstige psychische aandoeningen een belangrijke voorwaarde om ‘mee te kunnen doen’ in de samenleving. Door te werken ervaren mensen een gevoel van erkenning, eigenwaarde en zingeving. Velen beschouwen werkhervatting als een belangrijke graadmeter voor hun persoonlijk en maatschappelijk herstel (Van Weeghel & Michon, 2001). De betekenis van (betaald) werk is groot, zowel voor het individu als voor de samenleving. Voor het individu is werk in de eerste plaats een inkomstenbron en daarmee een middel tot zelfstandigheid en onafhankelijkheid.

    Daarnaast zorgt een betaalde baan voor een dag- en weekstructuur, is werk een belangrijke bron van sociale contacten, zorgt arbeidsparticipatie voor verbreding van de sociale horizon en ontlenen mensen vooral aan hun werk hun sociale status. Ook is werk een bron van persoonlijke waardering en zingeving. Waar andere sociale verbanden (buurt, familie, kerk) aan betekenis verliezen, neemt het belang van werk in dit opzicht alleen maar toe (Van Hoof et al., 2010). Andere vormen van dagbesteding kunnen wel een deel van voornoemde functies vervullen, maar er is geen activiteit te verzinnen die, zoals betaalde arbeid, al deze functies in zich kan verenigen.

    Daarnaast heeft de arbeidsparticipatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen ook een groot maatschappelijk belang. Verlies aan arbeidsproductiviteit door (tijdelijke) uitval uit het arbeidsproces is op macroniveau de belangrijkste kostenpost van psychische aandoeningen. Deze indirecte kosten zijn een veelvoud van de directe zorgkosten. Bovendien zal door de vergrijzing de vraag naar arbeidskrachten in de nabije toekomst alleen maar toenemen. Het is dus vanuit sociaal en economisch oogpunt niet verantwoord dat burgers buiten de samenleving staan. (Multidisciplinaire richtlijn werk en ernstige psychische aandoeningen, Van Weeghel e.a 2013).

    De vraag of mensen met een psychische aandoening wel kúnnen werken, kan ook met ‘ja’ worden beantwoord. De meeste mensen met ernstige psychische aandoeningen zijn zeer goed in staat om (betaalde) arbeid te verrichten. In veel gevallen hebben zij daar wel ondersteuning en soms ook aanpassingen bij nodig. En, wat misschien nog wel belangrijker is: acceptatie en waardering. Eén van de grootste hindernissen voor mensen met ernstige psychische aandoeningen bij het vinden, hebben en houden van betaald werk, is stigmatisering. Mensen met een psychiatrische aandoening voelen zich vaak buitengesloten en gediscrimineerd, ook waar het gaat om het verwerven van een betaalde baan. (Zie ook Kennisthema Stigmabestrijding)

  • Wat werkt?

    Verschillende benaderingen en methodieken kunnen worden ingezet om mensen te begeleiden naar (betaald) werk, opleiding of dagbesteding.

    De Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB) wordt in veel GGz-instellingen in NL toegepast en is breed inzetbaar. Het beoogt mensen te helpen bij het realiseren van hun wensen en doelen op de gebieden wonen, werken (betaald en onbetaald) , leren en sociale contacten (Korevaar & Dröes, 2011). (Zie ook Kennisthema Rehabilitatie & participatie)

    Begeleid Werken – een Individuele Vraaggerichte Benadering, kortweg IVB, is een methodiek van begeleid werken en trajectbegeleiding. De methodiek past bij het streven naar een duurzame arbeidsintegratie van individuen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De methodiek geeft concrete richtlijnen in de realisatie van een goede (kwalitatieve) match tussen de individuele werkzoekende en een werkplek (en werkgever). Begeleid Werken bestaat uit een aantal vaste stappen: Assessment, Plaatsing, Coaching en Loopbaanbegeleiding. De wijze waarop invulling aan deze stappen wordt gegeven hangt af van de wensen, behoeften en mogelijkheden van de deelnemer in relatie tot (de mogelijkheden en randvoorwaarden in) de context en de sociale omgeving. Dat laatste is specifiek voor de individuele, vraaggerichte benadering van Begeleid Werken, die in deze methodebeschrijving centraal staat. Kenmerkend voor deze benadering is dat er veel nadruk wordt gelegd op de mens achter de cliënt (diens eigenheid, autonomie, intenties en motieven in relatie tot diens context en hulpbronnen) en op zelfontplooiing en zelfregie. Er is nog geen effectonderzoek naar Begeleid Werken – IVB gedaan, maar monitor- en effectonderzoek naar verwante methoden geven een positief beeld van de effectiviteit.

    Op het gebied van betaald, regulier werk, is IPS (Individuele Plaatsing en Steun) tot nu toe de enige bewezen effectieve arbeidsre-integratie methodiek.

  • Individuele Plaatsing en Steun (IPS)

    IPS is een uit de Verenigde Staten geïmporteerde interventie met de volgende kenmerken: iedere cliënt die een reguliere baan wil, kan aan IPS meedoen (‘zero exclusion’); er wordt snel gezocht naar een echte baan; de arbeidswensen van de cliënt staan centraal; er wordt langdurige ondersteuning geboden, aan de persoon én aan de werkomgeving. IPS is geïntegreerd met behandeling: de trajectbegeleider is lid van een ambulant GGz-team. IPS vertrekt vanuit het idee dat iedere cliënt die dat wil, ‘begeleid’ kan werken in een reguliere arbeidsplaats. Langdurige trainingen vooraf (‘train then place’) blijven daarbij achterwege. Deelnemers worden snel in de gekozen functie geplaatst, en daarna gericht getraind in de benodigde werkvaardigheden (‘place then train’). Verder maakt de trajectbegeleider altijd deel uit van een ambulant GGz-team, omdat de gebruikelijke afstand tussen GGz-hulp en arbeidsrehabilitatie tot veel afstemmingsproblemen leidt. Cliënten krijgen dan vaak tegenstrijdige boodschappen over hun arbeidskansen, hetgeen vooral voor cliënten met ernstige beperkingen nadelig uitpakt.

    Om zoveel mogelijk cliënten van IPS te laten profiteren, wordt in de Verenigde Staten nagegaan welke toegevoegde interventies het bereik van IPS verhogen, zoals motiverende gespreksvoering, cognitieve vaardigheidstrainingen, sociale steun en begeleid leren. De eerste resultaten van deze verrijkte IPS-programma’s zijn bemoedigend. Veelbelovend is ook de introductie van IPS bij mensen met een eerste psychose (Nuecherlein e.a., 2008). Doorgaans staan zij, meer dan cliënten die al lang in zorg zijn, open voor nieuwe ervaringen en het aanleren van nieuwe rollen en vaardigheden. Bovendien is er wat betreft symptomen en functioneren bij deze jongeren veel winst te boeken. Daarvoor moet IPS wel enigszins worden aangepast aan de kenmerken van de doelgroep. Bij jonge cliënten is een betaalde baan niet altijd de eerste optie; vaak willen zij eerst een studie oppakken. Dus geldt ‘studeren’ bij deze groep als tweede uitkomstmaat. Inmiddels zijn ook in Nederland enkele teams voor jonge mensen met psychosen begonnen met het IPS-traject.

    Er is een aparte website ontwikkeld met actuele informatie over IPS: www.werkenmetIPS.nl

    Bent u nieuwsgierig geworden naar IPS en wilt u er meer over weten, bekijk dan onze promotiefilm:

    Op 6 november 2015 sprak Gary Bond, Professor of Psychiatry en onderzoeker Dartmouth Psychiatric Research Center op een IPS-seminar bij Kenniscentrum Phrenos.  Hij volgt al decennia lang de ontwikkeling en implementatie van IPS werelwijd. Bekijk hieronder een interview met Gary Bond over IPS:

  • Evidentie

    Uit diverse onderzoeken wereldwijd, is de effectiviteit van IPS gebleken ten opzichte van reguliere vormen van arbeidsre-integratie (Eqolise onderzoek, IPS in zes Europese landen w.o. Nederland (Burns e.a. 2007)).

    Eqolise

    Ook binnen Europa is IPS effectief, zo bleek uit een Multisite RCT in zes landen, waaronder Nederland. Deze Eqolise-studie kende uitsluitend deelnemers met psychotische stoornissen. Het bleek dat IPS-deelnemers tweemaal zo vaak regulier betaald werk hadden als deelnemers aan een andere arbeidsinterventie (55% versus 28%). De resultaten waren in Nederland (Groningen) minder overtuigend dan in de andere landen (33% regulier betaald werk). Overigens had in Nederland op vier locaties ook al een implementatiestudie plaatsgevonden, waaruit bleek dat IPS, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan, ook in Nederland uitvoerbaar is (Van Erp e.a., 2007; Giessen e.a., 2007).

    SCION

    Recentelijk is een Multisite RCT naar IPS in Nederland afgerond, het SCION-onderzoek. In dit onderzoek wordt aangetoond dat mensen met ernstige psychische aandoeningen ook hier in Nederland vaker via IPS aan een reguliere betaalde baan werden geholpen dan via gebruikelijke arbeidsrehabilitatie: binnen 30 maanden had 44% van de deelnemers in de IPS-conditie betaald werk, tegenover 25% in de controleconditie (Michon e.a., 2014).

    Meta-analyses en reviews

    Ook is een aantal meta-analyses en reviews over de effectiviteit van IPS gepubliceerd:

    • Campbell et al. onderzochten in een meta-analyse van vier RCT’s de effectiviteit van IPS. In de vier studies werd IPS in een interventiegroep (n=307) vergeleken met een controlegroep (n=374) die hulp vanuit een gebruikelijk re-integratieprogramma ontving. Op baseline had geen van de deelnemers een baan. De follow up was na achttien maanden op drie uitkomstmaten: het verkrijgen van een baan, totaal aantal weken waarin gewerkt werd en arbeidsduur van de langste dienstperiode. In de IPS- groep hadden na achttien maanden 216 (70,4%) van de deelnemers een baan gevonden, tegen 91 (24,3%) in de controlegroep. De effectgroottes waren matig tot sterk positief voor IPS. Voor het verkrijgen van een baan was de effectgrootte 0.96, voor het aantal weken waarin gewerkt werd 0.79 en voor de duur van de langste dienstperiode was dat 0.74. Na analyse van demografische en klinische subgroepen bleek dat de IPS-deelnemers in elke groep betere uitkomsten hadden.
    • Kinoshita et al. voerden voor de Cochrane collaboration de tot op heden grootste meta-analyse uit (Kinoshita, Y, et al. (2013)). In deze studie werden in totaal veertien RCT’s geïncludeerd, met een totaal aantal van 2265 volwassenen met ernstige psychische klachten die poliklinische GGz ontvingen. Uit de analyse van die studies bleek dat supported employment (waaronder het meer specifieke IPS-model) beter scoorde dan reguliere arbeidsbegeleiding. Zeven studies (n=951) rapporteerden het aantal dagen betaald werk (de primaire uitkomstmaat) na een follow up van gemiddeld achttien maanden: RR 3.24, CI 2.17 – 4.82. Een subanalyse werd uitgevoerd om te bepalen wat het effect was van een trouwe uitvoering van het IPS-model (high fidelity IPS) ten opzichte van andere arbeidsbegeleiding. Hieruit bleek dat participanten meer dagen betaald werk hadden in vergelijking met de controlegroep die met reguliere arbeidsbegeleiding werd geholpen (1RCT, n=306, MD 99,8, 95% CI 69,5-130,1). De auteurs concluderen ondanks een aantal beperkingen dat supported employment (waaronder IPS) op twee belangrijke uitkomstmaten beter scoort dan reguliere arbeidstoeleiding: het heeft een positief effect op de duur van de werkgelegenheid en de tijd die het kost om een baan te vinden. Lastiger is het om significante effecten te vinden voor secundaire uitkomstmaten als kwaliteit van leven en de impact op de psychische gezondheid. De auteurs vermelden ten slotte dat onderzoek nodig is met een langere follow up, zodat beoordeeld kan worden of de (positieve) effecten ook na een langere periode (>2 jaar) aanhouden.

    In de Multidisciplinaire richtlijn werk en ernstige psychische aandoeningen (Van Weeghel e.a., 2013) wordt IPS en een modelgetrouwe implementatie hiervan, bij een aantal van de aanbevelingen genoemd.

  • Recente ontwikkelingen op het gebied van werk en ernstige psychische aandoeningen

    Een grote verandering zal per 1 januari 2015 ingaan: de Participatiewet.

    Deze wet heeft tot doel om meer mensen, ook die met een arbeidsbeperking, naar vermogen te laten participeren op de arbeidsmarkt. De gemeenten worden vanaf deze datum verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. Praktisch gezien houdt dit in dat de groep mensen met een Wwb-uitkering (Wet werk en bijstand), de nieuwe instroom in de WAJONG, en de mensen met een SW-indicatie (Sociale Werkvoorziening) onder de verantwoordelijkheid en het budget van de gemeente gaat vallen. Ook voor het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) zal de komst van de Participatiewet veranderingen met zich meebrengen. Het UWV verzorgt momenteel onder andere de uitkeringen van alle mensen in de WAJONG. Hoe deze veranderingen in de praktijk gestalte zullen krijgen is op dit moment nog niet geheel duidelijk.

    Naast de invoering van de Participatiewet, wordt ook de langdurige GGz hervormd. De AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) wordt afgeschaft en de taken, zoals onder andere dagbesteding, gaan over naar de gemeenten in het kader van de nieuwe Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). De geplande ingangsdatum is 1 januari 2015. (Zie ook Kennisthema Ernstige psychische aandoeningen).

    Om goed in te spelen op het veranderend landschap en speelveld is samenwerking tussen zorgaanbieders, gemeenten, UWV, werkgevers en zorgverzekeraars essentieel. Onder leiding van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid loopt het werkveld brede project “Bevordering participatie van mensen met psychische problemen”. In het kader van dit project worden onder andere voorbeeldprojecten gestimuleerd en gevolgd door middel van onderzoek. Kenniscentrum Phrenos is actief betrokken bij dit project.

    Naast toenemende belangstelling voor IPS vanuit multidisciplinaire (F-)ACT teams, is er een groeiende interesse vanuit diverse Regionale Instellingen Beschermd Wonen (RIBW). Ook is er steeds meer vraag naar IPS voor andere doelgroepen. Een van de groepen voor wie IPS bij uitstek geschikt is, is de groep jonge mensen die een eerste psychose hebben doorgemaakt. Bij deze groep is het van belang om niet alleen ondersteuning op het gebied van werk te bieden, maar ook te begeleiden bij het kiezen en volgen van een opleiding. Recentelijk is Kenniscentrum Phrenos in samenwerking met het Trimbos-instituut gestart met een project rond het verbeteren van participatie in werk en opleiding bij jongeren met een vroege psychose door implementatie van IPS en het versterken van arbeidscompetenties. In dit project wordt implementatie volgens de doorbraakmethode gecombineerd met onderzoek (Zie project Doorbraak).

    De goede resultaten van IPS hebben ertoe geleid, dat het ministerie van Sociale Zaken in 2016 voor een periode van vijf jaar 20 miljoen euro subsidie beschikbaar heegft gesteld aan UWV en GGZ Nederland om mensen via IPS begeleiding naar en in werk te geven.
    In het kader hiervan organiseren UWV, GGZ Nederland, VNG en de programmaraad  in alle arbeidsmarktregio’s van het land bijeenkomsten om de samenwerking en ontwikkeling van een integrale aanpak van re-integratie van mensen met psychische aandoeningen verder gestalte te geven. Bij deze werkateliers zijn de regionale ggz, UWV-organisaties, de gemeenten en cliëntenorganisaties betrokken. (Lees ook: 20 miljoen subsidie voor uitvoering IPS)

    In een brief aan Minister Schipper schrijft Zorginstituut Nederland dat de aanloopfase van Individuele Plaatsing en Steun (IPS) met ingang van 30 augustus 2016 tot de geneeskundige zorg valt en dus vergoed wordt door de zorgverzekeraar. Het gaat om  gemiddeld  8 gesprekken van een IPS-traject. Lees meer

    Verzwijgen of vertellen: conceal or reveal (CORAL)

    Conceal or reveal (CORAL) is een hulp bij de keuze om werkgevers over een psychische aandoening te informeren. De brochure is al langere tijd in gebruik in Engeland en daar zijn er  goede ervaringen mee opgedaan. Gestimuleerd door hun enthousiasme heeft Kenniscentrum Phrenos de brochure laten vertalen. U kunt hier de Nederlandstalige brochure downloaden: Verzwijgen of vertellen.

    Lees ook het artikel van Iris Pronk in Trouw (22/01/2015) over praten op je werk over je psychische aandoening.

  • Literatuurverwijzingen

    Burns, T et al, 2007,  Eqolise onderzoek, IPS in 6 zes Europese landen w.o. Nederland.

    Busschbach, J.T., Michon, H., Vugt van M. & Stant A.D., m.m.v. Aerts-Roorda & Erp van N., 2011 Effectiviteit van Individuele Plaatsing en Steun in Nederland, eindverslag van een gerandomiseerde gecontroleerde effectstudie. SCION (A Study of Cost-effectiveness of IPS on Open Employment in the Netherlands, Rob Giel Onderzoekcentrum, Groningen & Trimbos Instituut Utrecht.

    Delespaul, Ph. en de consensus Groep EPA (2013). Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland. Tijdschrift voor Psychiatrie, 55, 427 – 438.

    Erp, N. van, Giesen, F.B.M., Weeghel, J. van, Kroon, H., Michon, H.W.C., Becker, D., McHugo, G.J. & Drake, R.E. (2007). A multisite study of implementing Supported Employment in the Netherlands. Psychiatric Services, 58, 1421-1426.

    Graaf R de, Have M ten, Gool C van, Dorsselaer S van. Prevalentie van psychische aandoeningen, en trends van 1996 tot 2009. Resultaten van NEMESIS-2. Tijdschrift voor Psychiatrie 2012; 54: 27-38.

    Hulsbosch,L.,  Place, C. en Michon, H. Panel Psychisch Gezien, Factsheet 2013, Utrecht Trimbos Instituut

    Kinoshita, Y et al  (2013) Supported employment for adults with severe mental illness,  Cochrane collaboration, Cochrane library.

    Korevaar, L., Droës, J & Wel T. van, Methodebeschrijving Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB), 2011 Databank Effectieve sociale interventies.

    Marrone, J & Golowka, E.(2000), If you think work is bad for people with mental illness, then try poverty, unemployment and social isolation, Psychiatric Rehabilitation Journal, 23 (2), 187-193.

    Michon, H. & Weeghel, J. van (2010). Rehabilitatieonderzoek in Nederland. Overzicht van onderzoek en synthese van bevindingen in 2000 – 2008. Tijdschrift voor Psychiatrie, 52(10), 683-694.

    Michon, H., Busschbach van J.T. & Stant D., Vugt van M.D., Weeghel van J.  en Kroon H.   Effectiveness of Individual Placement and Support for People with Severe Mental Illness in the Netherlands: A 30-month Randomized Controlled Trial, Psychiatric Rehabilitation Journal 2014, Vol. 37, No. 2, 129–136.

    Nuechterlein K.H., Subotnik K.L., Turner L.R., Ventura J., Becker D.R. & Drake R.E. (2008). Individual placement and support for individuals with recent-onset schizophrenia: Integrating supported education and supported employment. Psychiatric Rehabilitation Journal, 31, 340-349.

    Overweg, K en Michon, H, 2011, Factsheet panel Psychisch Gezien, Utrecht Trimbos Instituut.

    Weeghel, J van & Michon, H. Opnieuw  aan het werk. Arbeidsrehabilitatie van mensen met ernstige psychische problemen, Sociale Interventie, 10, 38 – 45.

    Weeghel, J. van, Michon, H. & Kroon, H. (2002). Arbeidsrehabilitatie vanuit een GGZ-team. De betekenis van het Individual Placement and Support-model uit de Verenigde Staten. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 57, 936-949.

    Weeghel, J. van,  2013, Mensen met ernstige psychische aandoeningen en arbeidsparticipatie.

    Weeghel, J. van et al, 2013, Multidisciplinaire richtlijn werk en ernstige psychische aandoeningen. Utrecht, De Tijdstroom.

Contactpersoon

Cris Bergmans
030 – 293 16 26
cbergmans@kcphrenos.nl