Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning

Herstel is in de GGz een relatief nieuw concept dat verwijst naar iets anders dan genezing van ziekte alleen. In een herstelproces wordt de persoonlijke balans hervonden na ervaringen van (heftige) psychische ontwrichting. Men groeit over de rampzalige gevolgen van een psychiatrische aandoening heen en ontdekt daarbij (verloren gewaande) mogelijkheden voor een vervullend leven met of zonder de psychische kwetsbaarheid.

  • Wat is herstel?

    Herstel is in de GGz een relatief nieuw concept dat verwijst naar iets anders dan genezing van ziekte alleen. In een herstelproces wordt de persoonlijke balans hervonden na ervaringen van (heftige) psychische ontwrichting. Men groeit over de rampzalige gevolgen van een psychiatrische aandoening heen en ontdekt daarbij (verloren gewaande) mogelijkheden voor een vervullend leven met of zonder de psychische kwetsbaarheid. Mensen ontdekken dat zij alleen zélf betekenis kunnen geven aan hun psychische ervaringen. Een herstelproces is persoonlijk, uniek en verloopt nooit volgens een vooropgesteld plan. Het beslaat veel verschillende aspecten, waaronder het hervinden van hoop en een positief zelfbeeld, en het herwinnen van de eigen regie over een leven buiten de psychiatrie in een maatschappelijke omgeving.
  • Verschillende dimensies

    Op basis van herstelverhalen concluderen Dröes en Plooy (2010) dat herstelprocessen drie aspecten of dimensies hebben. Later voegt Dröes daar nog een vierde dimensie bij:

    • herstel van gezondheid (of het herstellen van ziekte)
    • herstel van maatschappelijk functioneren
    • herstel van de persoonlijke, psychologische identiteit
    • herstel van het dagelijks leven

    Andere auteurs benoemen vergelijkbare aspecten van herstel. Zoals Whitley en Drake (2010), zij onderscheiden vijf dimensies:

    • klinisch herstel
    • existentieel herstel
    • functioneel herstel
    • lichamelijk herstel
    • sociaal herstel

    Verder formuleert Slade (2009) zijn dimensies in de vorm van vier ‘hersteltaken’:

    • ontwikkel een positieve identiteit buiten de ziekte(rol)
    • ontwikkel een persoonlijk bevredigende betekenis voor ‘de ziekte’
    • neem zelf verantwoordelijkheid door zelfmanagement
    • verwerf gewaardeerde sociale rollen

    Jaap van der Stel (2012) onderscheidt de volgende vier vormen van herstel:

    • klinisch herstel
    • functioneel herstel
    • maatschappelijk herstel
    • persoonlijk herstel

    Leamy e.a. (2011) benoemen na een systematische review van 97 herstelpublicaties
    vijf belangrijke herstelprocessen of sleutelbegrippen. Het gaat om het verwerven van:

    De verschillende aspecten helpen om in de gaten te houden waar het in een herstelproces allemaal om kan gaan. De fase-indelingen helpen om oog te blijven houden voor hoop en de veranderlijkheid in de tijd.

    Maar herstel is geen optelsom van aspecten of een proces dat volgens een vast patroon verloopt. Voor al deze indelingen en onderscheidingen geldt dat ze mogelijk belangrijke aspecten weergeven die samenkomen in het grotere en grillige proces van herstel van identiteit. Bij dit proces spelen ook de raadselachtige en ondoorgrondelijke facetten van het leven een rol. De enige die van dat omvattende geheel weet kan hebben, is de persoon zelf. Het vraagt om vrije ruimte om zo het eigen herstelproces te gaan herkennen en verkennen.

    ‘Vrije ruimte verwijst in de eerste plaats naar de vrije ruimte die ieder mens in zich heeft om de eigen levenskracht te hervinden, eigen keuzes te maken, betekenis te geven en nieuwe mogelijkheden te zoeken en te vinden. Het is de overdrachtelijke ademruimte die iedereen nodig heeft om zijn unieke zelf te zijn en te vernieuwen. Vrije ruimte betekent ook de vrijheid om binnen de bestaande machtsverhoudingen de bakens te verzetten en ruimte te maken voor kracht en invloed van mensen met een psychiatrische achtergrond ‘waar die nu nog niet is.’ (Bron en meer informatie: Handreiking voor de inzet van ervaringsdeskundigheid vanuit de geestelijke gezondheidszorg (2012): Het betekenisveld van herstel.)

  • Wat is herstelondersteuning?

    Herstelondersteuning omvat alles wat helpt bij herstel van de ontwrichtende psychische ervaringen en de gevolgen daarvan. Dat wat ondersteunt is net zo persoonlijk als een herstelproces. Wat de één heel helpend vindt, vindt de ander beklemmend.

    En net als herstel bestaat herstelondersteuning vaak uit veel aspecten. De psychiatrische zorg kan ondersteunen, maar ook vrienden, familie of werkkring kunnen ondersteuning bieden. Degene die herstelt is altijd zelf eigenaar van het proces. Methodische zelfhulp is vaak een onmisbaar aspect van herstelondersteuning. Juist wanneer je het allemaal niet meer weet, is het vaak lastig om weer te weten wat je wilt. Met een goed zelfhulpinstrument kan de ondersteuningsbehoefte in beeld komen.

    Herstelondersteunende zorg sluit aan bij de vraag van cliënten en is flexibel en integraal. De vragen van cliënten wijken niet af van die van mensen in het algemeen: mensen willen een eigen plek in de samenleving (huis, werk, inkomen, vrienden, relaties) en daar zelf de regie over voeren.

    Vaak gaat een psychiatrische aandoening gepaard met verlies van rollen. Herstelondersteunende zorg doet er alles aan om dat te helpen voorkomen of herstellen. Beslissingen over zorg en ondersteuning worden daarom altijd samen met cliënten genomen en ook is er sprake van goede voorlichting over de keuzemogelijkheden. Wanneer onverhoopt de regie tijdelijk overgenomen moet worden, gebeurt dit op de manier zoals dat door de cliënt is aangegeven in een crisiskaart of Wellness Recovery Action Plan (WRAP).

    Na afloop van deze korte periode wordt er altijd geëvalueerd. Want dwang en drang zijn nooit herstelondersteunend.

    Zorg die herstelondersteunend is wordt aangeboden vanuit het herstelconcept en niet eenzijdig vanuit het ziektemodel. Dit vraagt een wezenlijk andere benadering. HEE en Stichting Rehabilitatie ’92 noemen de volgende kenmerken van een herstelgerichte benadering:

    De hulpverlener:

    • is present (aandachtig aanwezig) en gebruikt zijn professionele referentiekader op een terughoudende wijze
    • reageert persoonlijk op gevoelens en emoties
    • maakt ruimte voor, ondersteunt het maken van, en sluit aan bij het eigen verhaal van de cliënt
    • herkent en stimuleert het benutten van eigen kracht van de cliënt (empowerment) zowel individueel als collectief
    • erkent, benut en stimuleert de ervaringsdeskundigheid van de cliënt
    • erkent, benut en stimuleert de ondersteuning van de cliënt door belangrijke anderen
    • is gericht op het verlichten van lijden en het vergroten van eigen regie/autonomie

    De Handreiking voor de implementatie van herstelondersteunende zorg in de GGz (2012) biedt praktische ondersteuning om met deze kenmerken in de praktijk aan het werk te gaan.

  • Kort over de geschiedenis

    Herstel en herstelondersteuning zijn nog relatief nieuwe begrippen in de GGz. Overigens is herstel zelf natuurlijk niet nieuw. Mensen hebben door de eeuwen heen de kracht van herstel ervaren bij psychische ontwrichting. Maar als begrip in de psychiatrische zorg vindt het sinds het begin van de jaren 90 in Nederland ingang.

    Het begrip herstel is ontleend aan het Amerikaanse recovery. In de Angelsaksische landen is al langer sprake van een groeiende recovery movement.

    Aan de basis van deze beweging staan mensen die de kracht van herstel aan den lijve hebben ervaren. Zij deden dat tegen de stroom van de gangbare psychiatrische opvattingen in en riepen anderen op dat ook te doen. In de Verenigde Staten zijn Patricia Deegan, Judith Chamberlin en Mary Ellen Copeland belangrijke voortrekkers. Voor Nieuw-Zeeland is Mary O’Hagan een boegbeeld. In Nederland is met name Wilma Boevink (HEE, Trimbos-instituut) een belangrijke voortrekker. Zij en vele anderen hebben al heel veel mensen bereikt met nieuwe hoop op herstel. Deze ervaringsdeskundigen avant la lettre hebben de aanzet gegeven tot allerlei initiatieven van peer support en tot de professionele inzet van ervaringsdeskundigheid binnen de psychiatrie.

    Daarnaast dankt het herstelconcept zijn betekenis en verbreding aan de sociale beweging van rehabilitatie. Deze beweging kwam op parallel aan de brede burgerrechtenbeweging, maar ook aan de sluiting van de grote psychiatrische instituten. Mensen die jarenlang op het ziekenhuisterrein gewoond hadden moesten hun weg weer gaan vinden in de samenleving. Velen van hen slaagden daar echter niet in. Dit kwam mede doordat de samenleving hen niet met open armen ontving. Er was onvoldoende goede ambulante ondersteuning en vaak werden mensen toch weer opgenomen.

    Eén van deze vroege initiatieven van herstelondersteuning was de oprichting van het Fountain House in New York (1948). Het fungeerde als een Clubhouse waar mensen met een psychiatrische achtergrond zich samen met de staf bezig konden houden met hun sterke kanten in plaats van met hun ziekte. Daarbij konden zij zich ook weer de sociale vaardigheden eigen maken, die ze als gevolg van hun psychiatrische aandoening en behandeling waren kwijtgeraakt. Inmiddels werken wereldwijd honderden Clubhouses volgens dit model. Ze zijn aangesloten en geaccrediteerd bij Clubhouse International. In Nederland is De Waterheuvel geaccrediteerd en aangesloten bij Clubhouse International.

  • Wat weten we?

    Zowel herstel als herstelondersteuning veronderstellen een andere manier van denken en organiseren rondom geestelijke gezondheid dan voorheen gebruikelijk was. Het wordt steeds duidelijker dat een herstelproces vraagt om vrije ruimte om herstel te verkennen. De ervaringsdeskundige ondersteuning met methodische zelfhulp kan hierbij een belangrijke ondersteuning zijn.

    In Nederland is in de jaren 90 de cursus Herstellen doe je Zelf ontwikkeld. Deze cursus is in een Randomized Controlled Trial (RCT) onderzocht met positieve uitkomsten op empowerment, hoop en zelfvertrouwen (Van Gestel, 2011).

    De HEE-trajecten zijn in een RCT onderzocht en laten onder andere een positieve uitkomst zien op vertrouwen in de toekomst en mentale veerkracht (Boevink, in progress).

    Sinds 2012 is in Nederland WRAP beschikbaar. Dit Wellness Recovery Action Plan is in 1997 ontwikkeld door Mary Ellen Copeland. Dit is in een brede RCT onderzocht, met positieve uitkomsten op de eigen ervaring van psychiatrische symptomen, herstel, hoop, opkomen voor eigen belangen en lichamelijke gezondheid (lees hier het onderzoeksartikel Cook 2012).

    Er wordt nog weleens gesuggereerd dat de toepassing van evidence-based interventies zich slecht verhoudt tot het persoonlijk herstelproces. Het wetenschappelijk meten van specifieke uitkomsten van een bepaalde interventie zou onvoldoende recht doen aan het omvattende geheel van een herstelproces. Maar juist door de toepassing van de bewezen interventies heel nadrukkelijk af te stemmen op de individuele herstelbehoeften, kunnen wetenschappelijke kennis en ervaringskennis elkaar versterken. Verder onderzoek naar het effect van herstelbenaderingen zal bijdragen aan deze afstemming. Larry Davidson beschrijft dit heel mooi in ‘Oil and Water or Oil and Vinegar? Evidence-Based Medicine Meets Recovery’ (2009). Klik hier voor het hele artikel.

    De rol van ervaringsdeskundigheid is niet alleen bij individuele herstelondersteuning, maar ook bij de organisatie van herstelondersteunende zorg een voorwaarde. Om te kunnen onderscheiden tussen wat empowert en wat stigmatiseert is deze ervaringskennis noodzakelijk. Het beroepscompetentieprofiel ervaringsdeskundigheid en het basiscurriculum ervaringsdeskundigheid ondersteunen de professionalisering van inzet en opleiding.

    We weten dat stigmatisering zowel buiten als ook binnen de GGz een groot probleem is. De inrichting van herstelondersteunende zorg moet hand in hand gaan met destigmatisering. Destigmatisering kent net als empowerment een gedeelde verantwoordelijkheid van individu en samenleving. Het begrip empowerment wordt nog wel eens eenzijdig toegespitst op het individuele ‘in kracht komen’. Maar dit vraagt ook van de samenleving om de ruimte vrij te maken waarin mensen in hun kracht kunnen komen.

  • Wat wordt er nu al gedaan?

    Veel instellingen hebben de ambitie om herstelondersteuning te realiseren opgenomen in hun visie en missie. Het blijkt nog een zoektocht om de zorg daadwerkelijk anders in te richten zodat herstel echt kan ondersteunen. De bestaande regelgeving en organisatie werpen nog vaak grenzen op. Het is bovendien niet altijd duidelijk wat je nog anders moet doen. In de Werkplaats Herstelondersteuning zoeken acht organisaties samen naar deelantwoorden op de centrale vraag ‘Hoe geven wij herstelondersteuning vorm in onze organisaties en wat zijn daarbij de noodzakelijke voorwaarden?’ Op website van de Werkplaats staan de waardevolle elementen die deze zoektocht tot nu toe heeft opgeleverd.

    Met de huidige ambulantisering en de opkomst van F-ACT-teams krijgt de organisatie van zorg een belangrijke impuls voor herstelondersteuning (kijk voor meer informatie op de website van F-ACT Nederland).

    Hoewel Assertive Community Treatment (ACT) in Nederland niet meer als zodanig gebruikt wordt, is het voor geïnteresseerde toch van belang kennis te nemen van deze voorloper van F-ACT.  Op 6 november 2015 was Gary Bond, Professor of Psychiatry en onderzoeker Dartmouth Psychiatric Research bij Kenniscentrum Phrenos om te spreken op een Seminar over (F-)ACT.  Bekijk hieronder een interview met hem:

    De transities in de zorg vormden de aanleiding voor het Plan van aanpak ernstige psychische aandoeningen Over de Brug. Hierin wordt gepleit om de komende jaren in te zetten op een derde meer herstel van gezondheid, maatschappelijke participatie en identiteit. Aanbevolen wordt onder andere om de zorg te organiseren in regionale netwerken met daarin een centrale plaats voor ‘de Herstelacademie’ voor en door cliënten en familie,

    Herstel speelt zich immers niet alleen af binnen de muren van een GGz-instelling, maar gaat gepaard met (hernieuwde) verbinding met de maatschappij. Met de overgang van de AWBZ naar de Wmo ontstaan kansen om mensen met een langdurige psychiatrische achtergrond in de samenleving te ondersteunen bij hun eigen herstelproces. Een brede samenwerking met alle maatschappelijke partners vanuit een goed begrip van het herstelconcept is een mooie uitdaging.

    De ‘vrije ruimte’ als voorwaarde bij individueel herstel leidt steeds meer tot de inrichting van ‘vrijplaatsen voor herstel’. Waar mensen hun eigen herstel kunnen verkennen is misschien wel een hele belangrijke voorwaarde voor ondersteuning bij herstel.

    Inmiddels zijn herstel en herstelondersteuning geen onbekenden meer. Er zijn ontzettend veel initiatieven om ruimte te maken voor herstel en cliëntinitiatieven. Veel organisaties hebben een Herstelbureau, een Cliëntenbelangenbureau, een Herstelwerkplaats etc. Cliënten krijgen daar gelegenheid zich te verdiepen in hun eigen herstelproces door middel van veelal een breed cursusaanbod. Daarnaast worden zij vaak ondersteund door ervaringsdeskundigen om initiatieven te ontplooien waar cliënten en organisatie wel bij varen.

    In verschillende Angelsaksische landen – waar recovery al een wat langere geschiedenis heeft – wordt steeds vaker een Center for Recovery opgericht. Een dergelijk centrum is voor een belangrijk deel consumerrun of werken professionals nauw samen met consumers. De activiteiten richten zich vooral op het ondersteunen van herstel en zijn strength-based. Deze initiatieven gaan ook altijd over een heel wezenlijke verandering van de organisatie van de zorg.

    Enkele voorbeelden van Centers for Recovery:

    http://www.recoveryinnovations.org/
    http://www.centreformentalhealth.org.uk/recovery/supporting_recovery.aspx
    http://www.scottishrecovery.net/

    Ook in Nederland groeit de belangstelling voor ‘de Herstelacademie’. In de Werkplaats herstelondersteuning wordt de komende jaren gezocht naar inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden.

    Herstel en herstelondersteuning zijn niet meer weg te denken uit de GGz en dragen ze nu al sterk bij aan verbetering van het leven van mensen met een psychiatrische achtergrond. Nieuwe inzichten en een brede kennisuitwisseling zullen deze ontwikkeling de komende tijd versterken.

  • Literatuurverwijzingen

    Anthony, W.A. (1993). Recovery from mental illness: the guiding vision of the mental health system in the 1990s. Psychosocial Rehabilitation Journal, 16 (4), 11-23.

    Bakel, M.  van  &  Boertien,  D.  (2011).  Ervaringsdeskundigheid  (1),  met  antwoord  van A. Weerman & A. Schuitema. MGv, 6, 813 – 16.

    Bergh, B. van der. (2012). De stem van het symptoom. Over de context van de stoornis en de stoornis van de context. In: Tijdschrift voor Rehabilitatie en herstel 04-2012, p. 34-53. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

    Boertien, D. & Rooijen, S. van (2011). Ervaringskennis  in de ggz: een noodzaak. In S. van Rooijen & J. van Weeghel (red.) (2011), Jaarboek Psychiatrische rehabilitatie 2010-2011 (pp. 35-47). Amsterdam: uitgeverij SWP.

    Boertien, D., Bakel, M.  van & Weeghel, J.  van (2012). Wellness Recovery Action Plan in Nederland – Een herstelmethode bij psychische ontwrichting. MGv, 5, 276-84.

    Boevink, W. (red.) (2006). Verhalen van herstel. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Boevink, W.  (2009). Lijfsbehoud,  levenskunst  en lessen  om van te leren.  HEE-gesch(r)ift. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Bogert, I., Bogert, G. & Sitvast, J. (2012). Kijk mij nou, herstel in beeld. Gerselaar: Herstel4U.

    Boumans,   J.  &  Weeghel,  J.  van  (2010).  A  literature  review  on  stigma  research  in  the Netherlands. National report for ASPEN WP4. Utrecht: Kenniscentrum Phrenos.

    Boumans, J. (2012). Tussen regie en repressie, een verslag van een verkenning van het concept empowerment. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 1, 28-43.

    Corrigan, P.W. (2011). Strategic  stigma  change (SSC):  Five principles for  social marketing campaigns to reduce stigma. Psychiatric Services, 62, 824-826.

    Cook,  J.A.,  Copeland, M.E.,  Jonikas,  J.A.,  Hamilton,  M.M.,   Razanno, L.A.,  Grey, D.D., Floyd, C.B., Hudson, W.B., Macfarlane, R.T., Carter, T.M. & Boyd, S. (2012). Results of a Randomized Controlled Trial of Mental Illness Self-management Using Wellness Recovery Action Planning. Schizophrenia Bulletin Advance Access, march 14th 2011. Schizophrenia Bulletin, 38 (4), 881-91.

    Cook, J.A., Copeland, M.E., Jonikas, Goldrick, V., J.A., Hamilton M.M., f Illinois at Chicago Razzano, L.A., Grey, D.D., Burke, L., Steigman, P.J., Carter, T.M.  Pamela J. Steigman, Dennis D. Grey, Larisa Burke, (2013) Impact of Wellness Recovery Action Planning on Service Utilization and Need in a Randomized Controlled Trial. Psychiatric Rehabilitation Journal 2013, Vol. 36, No. 4, 250–257.

    Copeland, M.E. (1997). Wellness Recovery Action Plan. Brattleboro VT: Peach Press. Copeland, M.E. & Mead, S. (2004). Wellness Recovery Action Plan & Peer Support. Personal, Group and Program Development. Brattleboro VT: Peach Press.

    Deegan, P. (1993). Recovering our sense of value after being labeled mentally ill. Journal of Psychosocial Nursing, 31 (4), 7-11.

    Dam, C. van (2012). Het Trefpunt in De Bilt, beschrijving  van de good practice.  Utrecht: Movisie.

    Davidson, l., Drake, R.E., Schmutte, T., Dinzeo, T. & Andres-Hyman, R. (2009). Oil and Water or  Oil  and Vinegar? Evidence-Based  Medicine  Meets  Recovery. Community  Mental Health Journal, 45, 323-32.

    Dröes,  J. & Plooy, A. (2010). Herstelondersteunende zorg in Nederland: een vergelijking met Engelstalige literatuur. Tijdschrift voor Rehabilitatie 19 (2), 6-17.

    Dröes,  J. (2011). Ondersteuning van herstel in de eerste fasen van schizofrenie. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 2, 6-19.

    Erp, N. van, Hendriksen-Favier, A., Hoeve, M. & Boer, M. (2008). Werken met Begeleiders in de GGZ met Ervaringsdeskundigheid,  een onderzoek naar voordelen,  valkuilen en belangrijke condities voor de inzet en scholing van BGE-ers. Utrecht, Trimbos-instituut.

    Erp, N. van, Wezep, M.  van, Meijer, A., Henkens, H. &  Rooijen S.  van (2011). Werk en opleiding voor ervaringsdeskundigen, transitie-experiment Eindhoven. Utrecht: Trimbos- instituut.

    Erp, N. van, Rijkaard, A.M  Boertien, D., Bakel, M.  van & Rooijen, S. (2012). Vernieuwen- de inzet van ervaringsdeskundigheid  LIVE,  Evaluatieonderzoek  in 18 GGZ-instellingen. Utrecht: Trimbos-instituut – Kenniscentrum Phrenos.

    Geekie, J., Randal, P., Lampshire, D., Read, J. (red.) (2011). Experiencing Psychosis, personal and professional perspectives. Hove: Routledge.

    Gestel-Timmermans, J.A.W.M. van (2011). Recovery is op to you; evaluation of a peer run course. Tilburg: Universiteit van Tilburg.

    GGZ Nederland (2009).  Naar herstel  en burgerschap,  visie  op de (langdurige)  zorg aan mensen met ernstige psychische aandoeningen. Amersfoort: GGZ Nederland.

    Goei, L. de, Plooy, A. & Weeghel, J. van (2006). Ben ik goed in beeld, handreiking van stigma en discriminatie wegens een psychische handicap. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Hendriksen-Favier, A., Nijnens, K. & Rooijen,  S. van (2012). Handreiking voor de implementatie van herstelondersteunende zorg in de ggz. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Henkens, H., Hof, R. van ‘t, Jacobs, H. Kooijman, H. & Valk, I. (1996). Werkboek en handleiding herstellen doe je zelf. Tilburg: Kenniscentrum Zelfhulp en Ervaringsdeskundigheid.

    Kal, D. (2010). Kwartiermaken, werken aan ruimte voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Uitgave in eigen beheer. Eerdere uitgaven Uitgeverij Boom (2001, 2002).

    Klaassen,  HW.  &  Hasert,  M.  (2010).  Familie-ervaringsdeskundigheid  in  een FACT-team. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 19 (2), 50-62.

    Karbouniaris, S. (2010). Het trefpunt in beeld, waar verhalen een stem krijgen. Zeist: Kwintes.

    Lauveng, A. (2007). Morgen ben ik een leeuw, hoe ik mijn schizofrenie overwon. Amsterdam: Arbeiderspers. Oorspronkelijke Noorse uitgave: 2005.

    Lester, H., Marshall, M., Jones, P., Fowler, D., Amos, T., Khan, N. & Birchwood, M. (2011). Views of young people in early intervention services for first-episode psychoses in England. Psychiatric Services, 62, 882-87.

    Link, B.G. & Philan, J.C. (1998). The labeling theory of mental disorder (II): The consequences of labeling. In A. Horwitz & T. Scheid-Cook, T. (Eds), The sociology of mental health (pp. 362-376). Cambridge: Cambridge University Press. Lippett, M. (1987).

    Muis, M. & Berg, M. van den, (2011). Meer dan dat… 10 portretten van mensen met schizofrenie. Amsterdam: Tobi Vroegh.

    Mead, M., Hilton, D. & Curtis, L. (2001). Peer Support: A Theoretical Perspective. Psychiatric Rehabilitation Journal, 25, 134-41.

    Niewijk, A., Siteur, K., Smits K. & Vergeer, A. (red.) (2012). Over leven, de rol van perspectief, regie en zingeving bij herstel. Zeist: Kwintes.

    Plooy, A. (2009). Ervaringsdeskundige is in de eerste plaats bondgenoot. Psy, 5, 36-7.

    Read, J.,  Os,  J.  van, Morrison,  A.P., Ross, C.A. (2005). Childhood trauma, psychosis and schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica, 112, 330-50.

    Resnick, S.G., Fontana, A., Lehman, A.F. & Rosenheck, R.A. (2005). An empirical conceptualization of the recovery orientation online science@direct. Schizophrenia Research, 75, 119-28.

    Ridgway, P. (1999). Deepening the mental health recovery paradigm, defining implication for practice. A report of the recovery paradigm project. Lawrence: University of Kansas School of Social Welfare.https://www.kenniscentrumphrenos.nl/wp-admin/post.php?post=33&action=edit

    Romme, M., Escher, S., Dillon, J., Corstens, D. & Morris, M. (2009). Living with Voices; 50 stories of recovery. Ross-on-Whye: PCCS Books.

    Schmidt, L. T., Gill, K.J., Pratt, C.W., & Solomon, P. (2008). Comparison of service outcomes of case management teams with and without a consumer provider. American Journal of Psychiatric Rehabilitation, 11(4), 310-329.

    Shiers, D., Rosen, A. & Shiers, A. (2009). Perspectives  in Early Intervention,  Beyond early intervention:  can we adopt alternative narratives  like ‘Woodshedding‘  as  pathways  to recovery from schizophrenia? Psychiatry, 3, 163-71.

    Simpson, E.L. & O  House A. Involving users in the delivery an evaluation of mental health services: systematic review British medical Journal volume 325; 1265, November 2002.

    Strauss, J.S., Hafez, H., Lieberman, P. & Harding C.M. (1992). The person-key to understan-ding mental illness: towards a new dynamic psychiatry III. British Journal of Psychiatry, 161 (suppl. 18), 19-26.

    Thornicroft, G. (2007). Shunned, discrimination against people with mental illness. Oxford: Oxford University Press.

    Timmer, H. & Plooy, A. (2009). Weten over leven, ervaringskennis van mensen met langdurende psychische aandoeningen. Amsterdam: uitgeverij SWP.

    Visser, G. (1998). De druk van de beleving. Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang. Nijmegen: uitgeverij SUN.

    Visser, G. (2008). Gelatenheid,  Gemoed en hart bij Meister  Eckhart.  Nijmegen: uitgeverij SUN.

    Visser, G. (2009). Niets cadeau, een filosofisch essay over de ziel. Nijmegen: Valkhof Pers.

    Visser, G. (2011). Water dat zich  laat  oversteken,  verkenningen in het stroomgebied  van beleving en gelatenheid. Amsterdam: Sjibbolet.

    Vught, M.,  Kroon, H., Delespaul, P. & Mulder, C. (2012). Consumer-Providers  in Assertive Community   Treatment  Programs:   Associations   With   Client  Outcomes.   Psychiatric Services, 63 (5), 477-81.

    Weeghel, J. (2010). Verlangen naar volwaardig burgerschap; maar wat doen we in de tussen- tijd? Oratie uitgesproken  bij het aanvaarden van het ambt  van bijzonder hoogleraar Rehabilitatie en participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen aan de universiteit van Tilburg. Tilburg: Universiteit van Tilburg.

    Weerman, A., Schuitema, Berends, Y., Kan, J. & Dooremolen, A. van (2011). GGZ-ervarings- kennis in de reguliere SPH-opleiding. MGv, 5, 330-44.

    Wright-Berryman, J., McGuire, A. & Salyers, M. (2011) A review of consumer-provided services on assertive community treatment and intensive case management teams: implications for future research and practice. Journal of the American Psychiatric Nurses Association, 17, pp. 37-44.

Contactpersoon