Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ervaringsdeskundigheid

Ervaringsdeskundigheid is in het werkveld van de GGz steeds meer een onmisbaar aspect van herstelondersteuning in de organisatie van herstelondersteunende zorg.

 

  • Ontstaan ervaringsdeskundigheid

    Ervaringsdeskundigheid is ontstaan vanuit de herstelervaringen van mensen met een psychiatrische achtergrond. Zij ontdekten dat zij zelf een wending aan hun herstel konden geven die de zorg niet kon bieden. In de uitwisseling over deze ervaringen van ontwrichting en herstel, ontdekten mensen ook dat zij elkaar daarin konden ondersteunen op een andere manier dan de reguliere hulpverlening dat deed. Bovendien ontwikkelden zij inzichten in hoe de zorg beter aan kan sluiten bij het individueel herstel.
    Vanuit deze ervaringen ontstond een praktijk van ervaringsdeskundigheid. Aanvankelijk vooral in de Angelsaksische landen (VS, UK, Nieuw-Zeeland), later ook in Nederland. De inzet begon sterk gefragmenteerd en er was nog veel onduidelijkheid over de onderscheidende waarde.

    De afgelopen jaren is veel ontwikkeld

    Om meer duidelijkheid en de gefragmenteerde inzet in relatie tot herstel te versterken, te verdiepen en te verbreden is het tweejarig LIVE-project – uitgevoerd door Kenniscentrum Phrenos en het Trimbos-instituut – gestart. Een brede verkenning van de praktijk is vastgelegd in Ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning, voorbeelden uit de geestelijke gezondheidszorg (2011).

    In een pilotfase van één jaar met achttien deelnemende instellingen zijn veel succes- en faalfactoren voor inzet zichtbaar geworden.

    Met deze kennis is ter afsluiting van het project een Handreiking voor de inzet van ervaringsdeskundigheid samengesteld.

    Vanuit het project LIVE – en ondersteund door GGZ Nederland – is een breed concept Beroepscompetentieprofiel Ervaringsdeskundigheid (BCP) ontwikkeld.
    Het BCP heeft weer geleid tot het Basiscurriculum Ervaringsdeskundigheid.
    In binnen- en buitenland is de praktijk van ervaringsdeskundigheid nog volop in ontwikkeling.
    Voor een breed palet aan kennis van en ervaringen met ervaringsdeskundigheid zie ook het Kennisplein De ervaringsdeskundige.

  • Achtergrond

    Hoewel niemand over de eigen ervaringen meer deskundig is dan de persoon zelf, reserveren we de term ‘ervaringsdeskundigheid’ hier voor de beroepsmatige inzet ervan ten behoeve van herstel en herstelondersteuning.

    Schema Hilko Timmer

    Het vernieuwend herstelconcept vormt de achtergrond voor de noodzaak van inzet van ervaringsdeskundigheid. (Zie ook Kennisthema Herstel & ondersteuning).

    Definitie uit de Handreiking voor de inzet van ervaringsdeskundigheid vanuit de geestelijke gezondheidszorg: Ervaringsdeskundigheid is het vermogen om op grond van eigen herstelervaring ruimte te maken voor herstel van anderen. De ervaringsdeskundige heeft het vermogen ontwikkeld om:

    • De eigen ervaringen met een ontwrichtende aandoening en het te boven komen ervan (herstel) in wederkerigheid in te zetten om (individuele) anderen te ondersteunen bij het vinden of maken van ruimte voor hun persoonlijk herstelproces. De inbreng van de persoonlijke dimensies van herstel onderscheidt een ervaringsdeskundige van reguliere hulpverlenende disciplines.
    • De eigen ervaringen van stigmatisering en empowerment in te zetten om een herstelondersteunende (maatschappelijke) omgeving en herstelondersteunende zorg te bevorderen. De beargumenteerde inbreng van deze aan den lijve ondervonden kennis voor de inrichting van herstelondersteunende zorg, is te onderscheiden van andere disciplines.

    De beroepsmatige inzet van ervaringsdeskundigheid rust op twee pijlers:

    • Ondersteuning bij individuele herstelprocessen
    • Inrichting van herstelondersteunende zorg
    • Emancipatoire beïnvloeding van de maatschappelijke processen gericht op het tegengaan van stigma(tisering) en het creëren van maatschappelijke kansen
  • Methodische zelfhulp

    In een herstelproces ontdekt en ontwikkelt iemand eigen ervaringskennis over mogelijkheden voor herstel. Over de inhoud van die ervaringskennis is niemand anders dan de persoon zelf deskundig.

    De ervaringsdeskundige brengt zijn eigen ervaringen met ontwrichting in, en is deskundig op het proces van herstel en het verkennen van eigen ervaringen. Te kunnen zien hoe een ander zich in vergelijkbare omstandigheden beweegt en zich herstelt, kan een bron van hoop en inspiratie zijn. Hij of zij kan zelfhulp methodisch ondersteunen, bijvoorbeeld met een cursus Herstellen doe je Zelf, HEE-werkgroepen en WRAP. Uitgangspunt bij het inzetten van methodische zelfhulp is vertrouwen hebben in de eigen ervaringskennis en empowerment die wij allemaal kunnen ontwikkelen.

  • Emancipatie

    De psychiatrische zorg is soms nog weinig flexibel en bepaalt te zeer de betekenis van de ervaringen van psychische ontwrichting in termen van ziekte. De kans bestaat in een cirkelredenering te komen: de symptomen verwijzen naar de ziekte en de ziekte stel je vast aan de hand van de symptomen. In een herstelproces ontdekken mensen dat zij zelf een andere betekenis kunnen geven aan die ervaringen. Symptomen kunnen dan weer worden wat ze zijn: verwijzingen naar onderliggende ervaringen. Onbedoeld kan de zorg te weinig ruimte laten voor cliënten om het eigen herstel te verkennen, en voor de hulpverleners te weinig ruimte om bij de herstelvragen aan te kunnen sluiten.

    Daarnaast ondermijnt stigmatisering op grond van vooroordelen over ‘de psychiatrische aandoening’ herstel van eigenwaarde, van maatschappelijke rollen en van inclusie. Stigmatisering leidt tot versteende machtsverhoudingen in de zorg en in de samenleving. Empowerment is de tegenhanger van stigmatisering. Bij een proces van empowerment worden grenzen (die groei en eigen kracht in de weg zaten) verlegd. Het kan gaan om grenzen in jezelf, maar ook om grenzen die de zorg of de samenleving trekt. Soms zijn stigmatisering en empowerment heel zichtbaar, soms zijn ze heel subtiel. Het effect van zowel stigmatisering als empowerment leer je vooral van binnenuit kennen. Ervaringsdeskundigen hebben beide aan den lijve ondervonden en ervaringsdeskundigheid is dan ook een voorwaarde om de bestaande machtsverhoudingen te doorbreken en ruimte te maken voor herstel, voor eigen regie, voor inclusie in de samenleving. Inzet van ervaringsdeskundigheid is onmisbaar bij de inrichting van herstelondersteunende zorg.

    De professionalisering van ervaringsdeskundigheid is in volle gang. In december 2013 is het eerste Beroepscompetentieprofiel Ervaringsdeskundigheid verschenen. Ervaringsdeskundige inzet wordt hierin op drie niveaus beschreven: mbo 3, mbo 4 en hbo. Dit BCP is ontwikkeld door Kenniscentrum Phrenos, het Trimbos-instituut en GGZ Nederland. Ook zijn zeer veel partijen uit het veld bij het proces betrokken geweest. Het BCP kan dan ook op een heel breed draagvlak rekenen. Het is door de werkgevers (GGZ Nederland) en de vakbonden ABVAKABO en CNV goedgekeurd.

    Op grond van de twee pijlers zijn drie kerntaken geformuleerd:

    • Ondersteuning bij individuele herstelprocessen
    • Inrichting van herstelondersteunende zorg
    • Emancipatoire beïnvloeding van de maatschappelijke processen gericht op het tegengaan van stigma(tisering) en het creëren van maatschappelijke kansen

    Het BCP is opgebouwd rond deze kerntaken. Een uitsplitsing naar niveaus en taakgebieden moet instellingen en ervaringsdeskundigen houvast geven om functies in te vullen. Het onderwijs heeft houvast om steeds meer onderscheidend op te leiden.

  • Feiten en cijfers

    Het effect van inzet van ervaringsdeskundigheid is her en der al onderzocht.

    Simpson e.a. (2006) constateren in een systematisch review dat het effect van ‘consumer providers’ voor cliënten zwak is, maar ook niet schadelijk.
    Schmidt e.a. (2008) konden geen positieve effecten vaststellen bij het vergelijken van ‘consumer assisted case management’ met ‘non-consumer assisted’. Maar ze merkten op dat de rol van de ‘consumer providers’ bij casemanagement mogelijk onvoldoende benut kan worden. Wright-Berryman e.a. (2011) constateren in een onderzoeksreview dat de toevoeging van zorggebruikers aan ACT een lichte verbetering laat zien op behandeltrouw en op de therapeutische relatie en mogelijk op opnameduur. De verwachte verbetering op bijvoorbeeld kwaliteit van leven of vermindering van symptomen bleef uit. Een longitudinaal onderzoek naar de inzet van ervaringsdeskundigen in twintig ACT-teams vindt onder andere een positieve relatie tussen de aanwezigheid van een ervaringsdeskundige en de verbetering in het functioneren volgens de HoNOS (Health of the Nation Outcome Scale), het aantal vervulde zorgbehoeften en de vermindering van het aantal dakloze dagen (Van Vught e.a. 2012).

    Met name als de inzet van ervaringsdeskundigheid meer specifiek is op de onderscheidende kenmerken, laten onderzoeken positieve resultaten zien. In Nederland is in de jaren 90 de cursus Herstellen Doe Je Zelf ontwikkeld. Deze cursus is in een Randomized Controlled Trial (RCT) onderzocht met positieve uitkomsten op empowerment, hoop en zelfvertrouwen (Van Gestel, 2011). De HEE-trajecten zijn in een RCT onderzocht en laten onder andere een positieve uitkomst zien op vertrouwen in de toekomst en mentale veerkracht. (Boevink, in progress).
    Sinds 2012 is in Nederland WRAP beschikbaar: Wellness Recovery Action Plan. WRAP is in 1997 ontwikkeld door Mary Ellen Copeland. In een brede RCT onderzocht met positieve uitkomsten op de eigen ervaring van psychiatrische symptomen, herstel, hoop, opkomen voor eigen belangen en lichamelijke gezondheid. (lees hier het onderzoeksartikel Cook 2012). Bij deze interventies wordt ervaringsdeskundigheid ingezet op methodische zelfhulp, één van de pijlers voor een onderscheidende inzet.

    Nu ervaringsdeskundigheid meer heldere contouren krijgt, worden steeds meer ervaringsdeskundigen in de reguliere zorg ingezet. Ook met de opkomst van teams die werken volgens het F-ACT-model dat ervaringsdeskundigheid voorschrijft, groeit het aantal arbeidsplaatsen. De financiering van deze inzet kent vooralsnog haken en ogen omdat het beroep van ervaringsdeskundige niet tot de initiële beroepen van de GGz behoort en dus ook niet in de NZa-beroepentabel is opgenomen. Hierdoor kunnen ervaringsdeskundigen niet vanzelfsprekend declarabel in een DBC schrijven. Sommige zorgverzekeraars staan toe dat instellingen ervaringsdeskundigen onder ‘overig agogisch’ in de CONO-tabel tijd schrijven, andere zorgverzekeraars keuren dat af. Kenniscentrum Phrenos en het Trimbos-instituut zijn met GGZ Nederland in overleg hoe hierin voor de toekomst met behulp van het beroepscompetentieprofiel een structurele oplossing gevonden kan worden. Tot die tijd is in ieder geval de financiering van de inzet van ervaringsdeskundigheid uit de overige middelen van de instelling een oplossing.

  • Opleiding tot ervaringsdeskundige

    Er is de laatste jaren een breed palet aan scholingstrajecten ontstaan. Op hoofdlijn kan worden onderscheiden in regulier onderwijs en alternatieve routes. Bij regulier onderwijs wordt ervaringsdeskundigheid ontwikkeld binnen de kaders van een bestaande opleiding. Hierbij wordt aangesloten bij de gangbare vaardigheden voor hulpverleners. Daarnaast – en aansluitend daarop – wordt ervaringsdeskundigheid ontwikkeld. Bij de alternatieve routes staat ervaringsdeskundigheid centraal. De eerste initiatieven zijn ontstaan doordat mensen eigen herstelervaring door wilden geven om anderen te ondersteunen bij herstel. Vaak werden deelnemers op hun beurt enthousiast en wilden ook de eigen ervaring inzetten. Zo ontstonden de eerste alternatieve opleidingstrajecten: o.a. de HEE-trajecten, de TOED (Training Opleiding Ervaringsdeskundigheid), de GOED (Groninger Opleiding Ervaringsdeskundigheid) en WMEE (Werken Met Eigen Ervaring). Deze trainingen hebben een verschillende lengte en niveau. Sinds 2013 is er het post-hbo leertraject. Deelnemers krijgen een certificaat, maar dit heeft geen wettelijke status. Sinds 2013 is er voor begeleiders, opleiders en supervisoren in de zorg en het onderwijs de leergang Ervaringsdeskundigheid. Deze leergang is erop gericht dat genoemde beroepsbeoefenaars hun ervaringskennis ervaringsdeskundig leren inzetten.

    Daarnaast zijn er instellingen die een intern opleidingstraject hebben ontwikkeld of ingekocht. De SBWU (Stichting Beschermde Woonvormen Utrecht) heeft een Bureau Herstel dat zelf mensen opleidt. Pameijer heeft de ‘Howie the Harp- opleiding’ uit New York ingekocht. Het Cliënten Belangen Bureau (CBB) van GGz Eindhoven en De Kempen heeft in de loop van 20 jaar verschillende eigen modules ontwikkeld die zijn samengevoegd in de Alternatieve Route Inzet Ervaringsdeskundigheid (ARIE).

    Reguliere opleidingen met een specialisatie ervaringsdeskundigheid zijn er op mbo-niveau en hbo-niveau. Het CBB van GGz Eindhoven en De Kempen is nauw betrokken bij de MZ met ervaringsdeskundigheid (mbo maatschappelijke zorg) en bij de hbo SPH, waaraan ervaringsdeskundigheid is toegevoegd. Al deze krachten zijn nu gebundeld in Markieza, de academie voor ervaringsdeskundigheid.
    Vanaf begin jaren negentig onderwijst Zadkine de MZ met ervaringsdeskundigheid (voorheen BGE) (van Erp e.a. 2009). Windesheim heeft de inbreng en ontwikkeling van ervaringskennis in de reguliere SPH ondergebracht. Studenten die dat willen kunnen zich op ervaringsdeskundigheid profileren. Sinds 2010 bestaat de Associate degree aan de Hanzehogeschool. In navolging zal Fontys per 2014/15 overstappen van een reguliere SPH met ervaringsdeskundigheid op een Ad.

    Lees meer over opleiding tot ervaringsdeskundige in H. 4.7 van de Handreiking voor de inzet van ervaringsdeskundigheid vanuit de geestelijke gezondheidszorg.

  • Inzet van ervaringsdeskundigheid is noodzakelijk voor de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg

    In het Plan van Aanpak voor de behandeling en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen – Over de brug – is de eerste van de acht aanbevelingen de volgende: ‘Geef mensen uit de doelgroep en hun naastbetrokkenen een centrale rol in herstelacademies: De positie van mensen met ernstige psychische aandoeningen en hun familie/naasten kan worden verstevigd in regionale herstelacademies voor een aanbod van zelfhulp, werken aan innovaties in de behandeling, ondersteuning bij participatie, en de belangenbehartiging op bestuurlijk niveau.’

    Voor een constructief aanbod in herstelacademies is de professionalisering van ervaringsdeskundigheid een voorwaarde. Ook voor de inrichting van herstelondersteunende zorg is de inzet van ervaringsdeskundigheid een noodzaak. Deze inzet is gericht op het ruimte maken binnen de zorg voor het belang van zelfmanagement en de ontwikkeling en versterking van het subjectief perspectief op het individuele herstelproces. Samenwerking tussen de herstelacademies en een herstelondersteunend behandelaanbod vereist een inzet van ervaringsdeskundigheid op beleidsniveau. De uitdaging voor de nabije toekomst is gelegen in het vormgeven van ervaringsdeskundigheid zodat deze ambities gerealiseerd kunnen worden.

    In de Werkplaats Herstelondersteuning gaan de deelnemers de komende jaren op zoek naar de inhoudelijke en organisatorische randvoorwaarden voor ‘de herstelacademie’.

  • Literatuurverwijzingen

    Anthony, W.A. (1993). Recovery from mental illness: the guiding vision of the mental health system in the 1990s. Psychosocial Rehabilitation Journal, 16 (4), 11-23.

    Bakel, M.  van  &  Boertien,  D.  (2011).  Ervaringsdeskundigheid  (1),  met  antwoord  van A. Weerman & A. Schuitema. MGv, 6, 813 – 16.

    Bergh, B. van den (2012). De stem van het symptoom, over de context van de stoornis en de stoornis van de context Tijdschrift voor Rehabilitatie (te verschijnen dec 2012).

    Boertien, D. & Rooijen, S. van (2011). Ervaringskennis  in de ggz: een noodzaak. In S. van Rooijen & J. van Weeghel (red.) (2011), Jaarboek Psychiatrische rehabilitatie 2010-2011 (pp. 35-47). Amsterdam: uitgeverij SWP.

    Boertien, D., Bakel, M.  van & Weeghel, J.  van (2012). Wellness Recovery Action Plan in Nederland – Een herstelmethode bij psychische ontwrichting. MGv, 5, 276-84.

    Boevink, W. (red.) (2006). Verhalen van herstel. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Boevink, W.  (2009). Lijfsbehoud,  levenskunst  en lessen  om van te leren.  HEE-gesch(r)ift. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Bogert, I., Bogert, G. & Sitvast, J. (2012). Kijk mij nou, herstel in beeld. Gerselaar: Herstel4U.

    Boumans,   J.  &  Weeghel,  J.  van  (2010).  A  literature  review  on  stigma  research  in  the Netherlands. National report for ASPEN WP4. Utrecht: Kenniscentrum Phrenos.

    Boumans, J. (2012). Tussen regie en repressie, een verslag van een verkenning van het concept empowerment. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 1, 28-43.

    Corrigan, P.W. (2011). Strategic  stigma  change (SSC):  Five principles for  social marketing campaigns to reduce stigma. Psychiatric Services, 62, 824-826.

    Cook,  J.A.,  Copeland, M.E.,  Jonikas,  J.A.,  Hamilton,  M.M.,   Razanno, L.A.,  Grey, D.D., Floyd, C.B., Hudson, W.B., Macfarlane, R.T., Carter, T.M. & Boyd, S. (2012). Results of a Randomized Controlled Trial of Mental Illness Self-management Using Wellness Recovery Action Planning. Schizophrenia Bulletin Advance Access, march 14th 2011. Schizophrenia Bulletin, 38 (4), 881-91.

    Cook, J.A., Copeland, M.E., Jonikas, Goldrick, V., J.A., Hamilton M.M., f Illinois at Chicago Razzano, L.A., Grey, D.D., Burke, L., Steigman, P.J., Carter, T.M.  Pamela J. Steigman, Dennis D. Grey, Larisa Burke, (2013) Impact of Wellness Recovery Action Planning on Service Utilization and Need in a Randomized Controlled Trial. Psychiatric Rehabilitation Journal 2013, Vol. 36, No. 4, 250–257.

    Copeland, M.E. (1997). Wellness Recovery Action Plan. Brattleboro VT: Peach Press. Copeland, M.E. & Mead, S. (2004). Wellness Recovery Action Plan & Peer Support. Personal, Group and Program Development. Brattleboro VT: Peach Press.

    Deegan, P. (1993). Recovering our sense of value after being labeled mentally ill. Journal of Psychosocial Nursing, 31 (4), 7-11.

    Dam, C. van (2012). Het Trefpunt in De Bilt, beschrijving  van de good practice.  Utrecht: Movisie.

    Davidson, l., Drake, R.E., Schmutte, T., Dinzeo, T. & Andres-Hyman, R. (2009). Oil and Water or  Oil  and Vinegar? Evidence-Based  Medicine  Meets  Recovery. Community  Mental Health Journal, 45, 323-32.

    Dröes,  J. & Plooy, A. (2010). Herstelondersteunende zorg in Nederland: een vergelijking met Engelstalige literatuur. Tijdschrift voor Rehabilitatie 19 (2), 6-17.

    Dröes,  J. (2011). Ondersteuning van herstel in de eerste fasen van schizofrenie. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 2, 6-19.

    Erp, N. van, Hendriksen-Favier, A., Hoeve, M. & Boer, M. (2008). Werken met Begeleiders in de GGZ met Ervaringsdeskundigheid,  een onderzoek naar voordelen,  valkuilen en belangrijke condities voor de inzet en scholing van BGE-ers. Utrecht, Trimbos-instituut.

    Erp, N. van, Wezep, M.  van, Meijer, A., Henkens, H. &  Rooijen S.  van (2011). Werk en opleiding voor ervaringsdeskundigen, transitie-experiment Eindhoven. Utrecht: Trimbos- instituut.

    Erp, N. van, Rijkaard, A.M  Boertien, D., Bakel, M.  van & Rooijen, S. (2012). Vernieuwen- de inzet van ervaringsdeskundigheid  LIVE,  Evaluatieonderzoek  in 18 GGZ-instellingen. Utrecht: Trimbos-instituut – Kenniscentrum Phrenos.

    Geekie, J., Randal, P., Lampshire, D., Read, J. (red.) (2011). Experiencing Psychosis, personal and professional perspectives. Hove: Routledge.

    Gestel-Timmermans, J.A.W.M. van (2011). Recovery is op to you; evaluation of a peer run course. Tilburg: Universiteit van Tilburg.

    GGZ Nederland (2009).  Naar herstel  en burgerschap,  visie  op de (langdurige)  zorg aan mensen met ernstige psychische aandoeningen. Amersfoort: GGZ Nederland.

    Goei, L. de, Plooy, A. & Weeghel, J. van (2006). Ben ik goed in beeld, handreiking van stigma en discriminatie wegens een psychische handicap. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Hendriksen-Favier, A., Nijnens, K. & Rooijen,  S. van (2012). Handreiking voor de implementatie van herstelondersteunende zorg in de ggz. Utrecht: Trimbos-instituut.

    Henkens, H., Hof, R. van ‘t, Jacobs, H. Kooijman, H. & Valk, I. (1996). Werkboek en handleiding herstellen doe je zelf. Tilburg: Kenniscentrum Zelfhulp en Ervaringsdeskundigheid.

    Kal, D. (2010). Kwartiermaken, werken aan ruimte voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Uitgave in eigen beheer. Eerdere uitgaven Uitgeverij Boom (2001, 2002).

    Klaassen,  HW.  &  Hasert,  M.  (2010).  Familie-ervaringsdeskundigheid  in  een FACT-team. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 19 (2), 50-62.

    Karbouniaris, S. (2010). Het trefpunt in beeld, waar verhalen een stem krijgen. Zeist: Kwintes.

    Lauveng, A. (2007). Morgen ben ik een leeuw, hoe ik mijn schizofrenie overwon. Amsterdam: Arbeiderspers. Oorspronkelijke Noorse uitgave: 2005.

    Lester, H., Marshall, M., Jones, P., Fowler, D., Amos, T., Khan, N. & Birchwood, M. (2011). Views of young people in early intervention services for first-episode psychoses in England. Psychiatric Services, 62, 882-87.

    Link, B.G. & Philan, J.C. (1998). The labeling theory of mental disorder (II): The consequences of labeling. In A. Horwitz & T. Scheid-Cook, T. (Eds), The sociology of mental health (pp. 362-376). Cambridge: Cambridge University Press. Lippett, M. (1987).

    Muis, M. & Berg, M. van den, (2011). Meer dan dat… 10 portretten van mensen met schizofrenie. Amsterdam: Tobi Vroegh.

    Mead, M., Hilton, D. & Curtis, L. (2001). Peer Support: A Theoretical Perspective. Psychiatric Rehabilitation Journal, 25, 134-41.

    Niewijk, A., Siteur, K., Smits K. & Vergeer, A. (red.) (2012). Over leven, de rol van perspectief, regie en zingeving bij herstel. Zeist: Kwintes.

    Plooy, A. (2009). Ervaringsdeskundige is in de eerste plaats bondgenoot. Psy, 5, 36-7.

    Read, J.,  Os,  J.  van, Morrison,  A.P., Ross, C.A. (2005). Childhood trauma, psychosis and schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica, 112, 330-50.

    Resnick, S.G., Fontana, A., Lehman, A.F. & Rosenheck, R.A. (2005). An empirical conceptualization of the recovery orientation online science@direct. Schizophrenia Research, 75, 119-28.

    Ridgway, P. (1999). Deepening the mental health recovery paradigm, defining implication for practice. A report of the recovery paradigm project. Lawrence: University of Kansas School of Social Welfare.

    Romme, M., Escher, S., Dillon, J., Corstens, D. & Morris, M. (2009). Living with Voices; 50 stories of recovery. Ross-on-Whye: PCCS Books.

    Schmidt, L. T., Gill, K.J., Pratt, C.W., & Solomon, P. (2008). Comparison of service outcomes of case management teams with and without a consumer provider. American Journal of Psychiatric Rehabilitation, 11(4), 310-329.

    Shiers, D., Rosen, A. & Shiers, A. (2009). Perspectives  in Early Intervention,  Beyond early intervention:  can we adopt alternative narratives  like ‘Woodshedding‘  as  pathways  to recovery from schizophrenia? Psychiatry, 3, 163-71.

    Simpson, E.L. & O  House A. Involving users in the delivery an evaluation of mental health services: systematic review British medical Journal volume 325; 1265, November 2002.

    Strauss, J.S., Hafez, H., Lieberman, P. & Harding C.M. (1992). The person-key to understan-ding mental illness: towards a new dynamic psychiatry III. British Journal of Psychiatry, 161 (suppl. 18), 19-26.

    Thornicroft, G. (2007). Shunned, discrimination against people with mental illness. Oxford: Oxford University Press.

    Timmer, H. & Plooy, A. (2009). Weten over leven, ervaringskennis van mensen met langdurende psychische aandoeningen. Amsterdam: uitgeverij SWP.

    Visser, G. (1998). De druk van de beleving. Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang. Nijmegen: uitgeverij SUN.

    Visser, G. (2008). Gelatenheid,  Gemoed en hart bij Meister  Eckhart.  Nijmegen: uitgeverij SUN.

    Visser, G. (2009). Niets cadeau, een filosofisch essay over de ziel. Nijmegen: Valkhof Pers.

    Visser, G. (2011). Water dat zich  laat  oversteken,  verkenningen in het stroomgebied  van beleving en gelatenheid. Amsterdam: Sjibbolet.

    Vught, M.,  Kroon, H., Delespaul, P. & Mulder, C. (2012). Consumer-Providers  in Assertive Community   Treatment  Programs:   Associations   With   Client  Outcomes.   Psychiatric Services, 63 (5), 477-81.

    Weeghel, J. (2010). Verlangen naar volwaardig burgerschap; maar wat doen we in de tussen- tijd? Oratie uitgesproken  bij het aanvaarden van het ambt  van bijzonder hoogleraar Rehabilitatie en participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen aan de universiteit van Tilburg. Tilburg: Universiteit van Tilburg.

    Weerman, A., Schuitema, Berends, Y., Kan, J. & Dooremolen, A. van (2011). GGZ-ervarings- kennis in de reguliere SPH-opleiding. MGv, 5, 330-44.

    Wright-Berryman, J., McGuire, A. & Salyers, M. (2011) A review of consumer-provided services on assertive community treatment and intensive case management teams: implications for future research and practice. Journal of the American Psychiatric Nurses Association, 17, pp. 37-44.

 

Contactpersoon

Dienke Boertien
030 – 2931626
dboertien@kcphrenos.nl