Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Werk & ernstige psychische aandoeningen 2019

IPS-deelnemers die een langdurige Cognitieve Remediatie Training (CRT) volgen vinden vaker en meer regulier betaald werk
De resultaten over de effecten van Cognitieve Remediatie Trainingen (CRT) op het cognitief functioneren van personen met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (EPA) zijn wisselend, zo blijkt uit de internationale literatuur. Daarnaast blijkt dat ongeveer een derde van de deelnemers aan de meest effectieve arbeidsrehabilitatie-interventie, Individuele Plaatsing en Steun (IPS), nog steeds geen regulier betaald werk kan vinden. Dat zou kunnen samenhangen met het cognitieve functioneren. In deze Spaanse RCT (N=57 totaal) werd onderzocht wat de effecten zijn van een langdurige CRT op het cognitieve functioneren en de werkresultaten van deelnemers aan een IPS-programma. Eén groep kreeg alleen IPS (N=29), de andere groep IPS + CRT (N=28). De CRT werd in de vorm van een individueel Cogpack computerprogramma in 32 wekelijks sessies van 60 minuten aangeboden. Het cognitief functioneren en de PANSS werden op baseline, na 8 en 12 maanden gemeten. De data werden geanalyseerd met behulp van variantieanalyses en de effectgroottes werden in Cohen’s d berekend. De deelnemers van de IPS+CRT-groep gingen significant beter scoren op de maten voor cognitief functioneren, met name op de executieve functies, verbaal leren en geheugen. De verschillen op cognitieve scores tussen de beide groepen waren ook na 1 jaar nog significant. De IPS+CRT-groep vond ook vaker dan de IPS-groep regulier betaald werk: na 8 maanden waren de cijfers 52,2% versus 29,2%, en na 12 maanden 60,9% versus 37,5%. Ook werkte de IPS+CRT-groep meer uren per week: 37,2 uur versus 26,7 uur. IPS in combinatie met CRT is veelbelovend.
Rodríguez Pulido F, Caballero Estebaranz N, González Dávila E, Melián Cartaya MJ. (2019). Cognitive remediation to improve the vocational outcomes of people with severe mental illness. Neuropsychol Rehabil. 2019 Nov 22:1-23.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Mensen met schizofrenie hebben 20 keer hoger risico om tijdens de werkzame jaren geen werk te hebben en 10 keer hoger risico om alleen te leven
Het is algemeen bekend dat schizofrenie op alle levensgebieden impact heeft. In deze Deense cohort studie werd op populatieniveau in kaart gebracht wat de vooruitzichten zijn voor mensen die voor hun 25ste jaar de diagnose schizofrenie hebben gekregen op het beroepsmatige en sociale vlak tijdens de periode van het werkzame leven (tussen de 25 en 61 jaar). Het nationale Deense cohort betrof alle personen die tussen 1955 en 1991 in Denemarken geboren waren en op hun 25ste nog in leven waren (n=2.390.127). Deze data en gegevens over hoogst genoten opleiding en woonsituatie werden gevonden in het Deense Burgerlijk Registratiesysteem. Alle personen die vóór hun 25ste de diagnose schizofrenie hadden gekregen konden worden opgespoord in het Deense Centraal Psychiatrisch Onderzoek Register (n=9448) en data over arbeidsstatus en inkomen in de Employment Classification Module en de Integrated Database for Labour Market Research. De analyses werden met behulp van logistische regressieanalyses uitgevoerd. De uitkomsten waren: arbeidsstatus, jaarlijkse inkomsten, opleidingsniveau en al dan niet samenwonen vanaf het 25ste tot en met het 61ste jaar. Personen die de diagnose schizofrenie hebben gekregen hebben over hun werkzame leven 20 keer zoveel kans om geen werk te hebben dan de algemene bevolking (op 30-jarige leeftijd: OR=39.4, 95%BI 36.5-42.6). De kans dat deze groep geen hogere opleiding heeft genoten is 6 keer zo groot en de kans dat men alleen leeft 10 keer zo groot dan bij de algemene bevolking. Deze associaties waren echter twee tot drie keer lager bij de subgroep die na hun 25ste niet meer opgenomen was geweest en waarschijnlijk een minder chronisch ziektebeloop heeft. De personen met schizofrenie verdienden tussen hun 25-61 jaar ongeveer 14% van het bedrag dat mensen zonder schizofrenie aan inkomen verwierven. De meeste mensen met schizofrenie hebben geen werk en leven alleen.
Hakulinen C, McGrath JJ, Timmerman A, Skipper N, Mortensen PB, Pedersen CB, Agerbo E. (2019). The association between early-onset schizophrenia with employment, income, education, and cohabitation status: nationwide study with 35 years of follow-up. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Nov;54(11): 1343-1351.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Werken heeft positieve invloed op geestelijke gezondheid van personen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA)
De verhouding tussen werken en geestelijke gezondheid (GG) is complex. Zo heeft een psychiatrische stoornis vaak een negatief effect op arbeidsmarktuitkomsten en heeft werkloosheid vaak negatieve effecten op het ervaren psychologisch welbevinden in de algemene bevolking. In deze Amerikaanse quasi-experimentele prospectieve studie (N=5162) werd op het niveau van de staat Maryland gekeken naar de causale effecten van het vinden van werk door mensen met EPA op de GG-status én op de zorgkosten. De data over de GG-status en werkstatus werden gevonden in de Outcomes Measurement Survey (OMS) van het Public Mental Health System (PMHS) van Maryland waar deze standaard periodiek op persoonsniveau worden verzameld. De GG-status werd gemeten met de Behavior And Symptom Identification Scale (BASIS-24). De data uit de metingen op baseline, na 6 en 12 maanden werden met elkaar vergeleken. De GG-status werd ongeveer 6 maanden na de verandering in werkstatus gemeten. Om te controleren voor en te testen op potentiele endogeniteit van werk (“foute” correlatie) werd gebruik gemaakt van de statistische methode Full Information Maximum Likelihood (FIML) schatting. De gemiddelde marginale effecten van werk op BASIS-24 scores waren gering in effectgrootte maar zijn wel positief en statistisch significant voor alle scores, behalve emotionele labiliteit (0.06, p-waarde: 0.130): depressie (verbetering van 0.17), relaties: 0.14 verbetering, functioneren: 0.15 verbetering, totale score: 0.12 verbetering. De totale ggz-kosten van degenen die werken nemen gemiddeld $ 538 af in periode van 6 maanden. De testen voor endogeniteit waren grotendeels niet-significant, behalve voor de depressie scores, die marginaal significant waren. Voor personen met de laagste baseline scores waren de effecten van werk het grootst.
Gibbons BJ, Salkever DS. (2019). Working with a Severe Mental Illness: Estimating the Causal Effects of Employment on Mental Health Status and Total Mental Health Costs. Adm Policy Ment Health. Jul;46(4): 474-487.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Verzwijgen of Vertellen op het werk blijft volgens stakeholders een complex proces waar cliënten gedeeltelijk invloed op hebben
Of cliënten met ernstige psychische problemen in de werkomgeving bekend moeten maken dat ze aan een psychiatrische stoornis lijden, blijft een zeer gevoelig onderwerp. Het Vertellen kan het soms gemakkelijker maken werk te vinden, maar men kan daardoor ook het werk kwijtraken. In dit Nederlandse onderzoek werd aan 5 focusgroepen (N=27) met verschillende stakeholders voorgelegd wat de deelnemers als voor- en nadelen zien van op het werk Vertellen dat men een psychiatrische stoornis heeft en welke factoren invloed hebben op een positieve uitkomst van het Vertellen. In de focusgroepen zaten respectievelijk: ervaringsdeskundigen, werkgevers, HR-managers, ggz-activisten, re-integratie hulpverleners. Deze stakeholders identificeerden vier voordelen van Vertellen en twee nadelen. Voordelen: 1. Door openheid van zaken te geven kunnen de relaties op het werk verbeteren; 2. Het bewaren van de authenticiteit is goed voor het welzijn van de cliënt; 3. Bij openheid kan de werkomgeving de cliënt ondersteunen; 4. Vertellen kan bijdragen aan een inclusieve werkcultuur. Nadelen: 1. Vertellen kan leiden tot discriminatie; de werkgever kan de cliënt met psychische problemen als een financieel risico gaan zien. 2. Door te Vertellen kan er sociale afstand en stigma op de werkvloer ontstaan. Er werden 5 aspecten van het Vertelproces onderscheiden: a. Van belang is af te wegen aan wie het vertelt gaat worden (selectief Vertellen); b. De timing van het Vertellen (wanneer) is ook van belang, afhankelijk van in hoeverre de ziektesymptomen van invloed zijn op het functioneren op de werkvloer; c. Het Vertellen moet goed worden voorbereid; d. De inhoud van de Vertel-boodschap moet zo positief mogelijk worden verwoord (vooral benadrukken wat men nog wel kan); e. De communicatiestijl is ook van belang. Andere factoren die invloed hebben op een positieve uitkomst zijn: de verantwoordelijkheden van de specifieke baan, de algemene economische omstandigheden en de zichtbaarheid van de symptomen.
Brouwers EPM, Joosen MCW, van Zelst C, Van Weeghel J. (2019). To Disclose or Not to Disclose: A Multi-stakeholder Focus Group Study on Mental Health Issues in the Work Environment. J Occup Rehabil. 2019 Aug 13.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

IPS-deelnemers met betere neuropsychologische scores werken significant langer
Individuele Plaatsing en Steun (IPS) is de meest effectieve arbeidsrehabilitatiemethode voor personen met een ernstige psychische aandoening. Ongeveer 61% van de deelnemers vindt met behulp van de IPS-aanpak regulier betaald werk. Men blijft echter zoeken naar wijzigbare voorspellers om de werkuitkomsten te verbeteren Daarvoor komen in aanmerking: het neurocognitief functioneren en de functionele mogelijkheden. In deze Amerikaanse studie werden bij IPS-deelnemers (N=153) de meest uitgebreide neuropsychologische testbatterij en speciale meetinstrumenten om het functioneren en de sociale vaardigheden te meten op baseline afgenomen. De belangrijkste uitkomstmaten waren na 2 jaar IPS: is er regulier betaald werk gevonden; hoeveel weken heeft men werk gehad en hoeveel loon is er verdiend. Cognitief functioneren werd gemeten met de Measurement and Treatment Research to Improve Cognition in Schizophrenia Consensus Cognitive Battery, met 14 subtests o.a. de Brief Assessment of Cognition in Schizophrenia Symbol-Coding (BACS-SC) en de Letter-Number Span (LNS). Uit het gemiddelde van alle testscores werd de globale tekort score (GDS) gecalculeerd. De functionele capaciteit werd gemeten met de University of California Performance-Based Skills Assessment-Brief (UPSA-B) en de Social Skills Performance Assessment (SSPA), de symptomen met de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS). De analyses werden uitgevoerd met behulp van logistische regressie modellen. Na 2 jaar had 47% van de deelnemers op enig moment regulier betaald werk gehad. Er werden associaties gevonden tussen het krijgen van werk enerzijds en opleiding, arbeidsverleden, diagnose, minder negatieve symptomen en de cognitieve vermogens verwerkingssnelheid (BACS-SC) en werkgeheugen (LNS) anderzijds. De belangrijkste voorspeller voor het aantal gewerkte weken en het totaal verdiende loon waren de algemeen neuropsychologische vermogens, zoals gemeten met de GDS. Hoe hoger de GDS des te meer er gewerkt was.
Mahmood Z, Keller AV, Burton CZ, Vella L, Matt GE, McGurk SR, Twamley EW. (2019). Modifiable Predictors of Supported Employment Outcomes Among People With Severe Mental Illness. Psychiatr Serv. Sep 1;70(9):782-792.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Geen significant verband tussen werkmotivatie en werkuitkomsten in arbeids-rehabilitatie programma’s voor mensen met ernstige psychische problemen
Personen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) zijn vaak werkloos, hoewel velen graag willen werken. Aangeven te willen werken betekent niet hetzelfde als een motivatie hebben om te werken. Motivatie is een theoretisch construct om gedrag te verklaren en wordt in verschillende psychologische theorieën gehanteerd. Uit onderzoek naar de motivatie onder mensen met EPA die willen werken komt naar voren dat gemotiveerde mensen een hogere mate van self efficacy en controle hebben over het zoeken en vinden van werk. In deze Nederlandse studie (n=151 deelnemers) werd een secundaire analyse uitgevoerd over data van een onderzoek naar het verschil in effectiviteit tussen een Individuele Plaatsing en Steun (IPS) en een traditioneel arbeidsrehabilitatie programma (tussen 2005 en 2011 uitgevoerd). Het doel was om associaties op te sporen tussen het niveau van zelf gerapporteerde werkmotivatie enerzijds en de tijd totdat werk gevonden was en de duur van het werk anderzijds. Werkmotivatie werd gemeten met een door de onderzoekers zelf ontwikkelde vragenlijst. Over de data werden logistische regressie analyses uitgevoerd. Na 30 maanden hadden 51 van de 151 deelnemers werk gevonden. Er werden geen statistisch significante associaties gevonden tussen werkmotivatie en het vinden van werk (OR 1.83; 95% BI 0.55-6.06, p=0.32), noch tussen werkmotivatie en duur van het werk (B=-0.74, 95% BI -2.37-0.89) of tussen werkmotivatie en zoektijd naar werk (HR=1.53, 95% BI 0.64-3.68, p=0.34). Het verschil met andere studies waarin wel verbanden werden gevonden kan worden verklaard doordat de werkmotivatie en/of de werkuitkomsten anders werden gemeten. Het kan ook aan de arbeidsmarkt dynamiek en het welzijnsstelsel in Nederland liggen.
Vukadin M, Schaafsma FG, Vlaar SJ, van Busschbach JT, van de Ven PM, Michon HWC, Anema JR. (2019). Work Motivation and Employment Outcomes in People with Severe Mental Illness. J Occup Rehabil. Jun 1.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Ook in welvaarsstaat Noorwegen is IPS effectiever dan traditionele arbeidsrehabilitatie
Wereldwijd is al in 23 RCT’s aangetoond dat het Individuele Plaatsing en Steun-model (IPS) effectiever is dan andere arbeidsrehabilitatiemethoden voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. In deze Noorse multicenter RCT (n totaal=410) werd de effectiviteit geëvalueerd van IPS ten opzichte van een kwalitatief hoge arbeidsrehabilitatie interventie (controle). Noorwegen heeft een uitgebreid welvaartssysteem, weinig werkloosheid en grote baanzekerheid. De primaire uitkomstmaat was het aantal gewerkte uren in regulier betaald werk na 12 en 18 maanden vastgesteld met objectieve data. De secundaire uitkomstmaten waren: de Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS), de WHO Disability Assessment Schedule (WHODAS), de Subjective Health Complaints Inventory, de Euro-Qol Visual Analog, Cantril ladder scale en de Mini-International Neuropsychiatric Interview (MINI). Met de IPS-25 Fidelity Scale werd de modelgetrouwheid van de IPS-interventie beoordeeld. In deze studie zaten voor meer dan de helft deelnemers met matige psychische problemen (m.n. affectieve stoornissen). Het bleek dat na 12 maanden 36,6% van de deelnemers in de IPS-groep en 27,1% van de controlegroep regulier betaald werk had. Na 18 maanden was dat respectievelijk 37,4% versus 27,1%. Bij aanvang had 19% van beide groepen werk. Uit een subgroep-analyse kwam naar voren dat er geen verschillen waren gevonden tussen de deelnemers met matige versus ernstige psychische problemen. In vergelijking met de controlegroep scoorde de IPS-groep hogere positieve effecten op de secundaire uitkomstmaten (psychologische distress; depressie symptomen; functioneren; kwaliteit van leven en algemeen welzijn). De Noorse overheid overweegt om IPS breed te gaan implementeren.
Reme SE, Monstad K, Fyhn T, Sveinsdottir V, Løvvik C, Lie SA, Øverland S. (2019). A randomized controlled multicenter trial of individual placement and support for patients with moderate-to-severe mental illness. Scand J Work Environ Health. Jan 1;45(1): 33-41.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

IPS aangevuld met een Workplace Fundamentals Module (WFM) verhoogd succes op vinden en houden van werk of opleiding aanzienlijk
De effectiviteit van Individuele Plaatsing en Steun (IPS) ten opzichte van andere vormen van arbeidsrehabilitatie is al vaak vastgesteld. Toch vindt niet iedereen die aan een IPS-traject deelneemt werk of aansluiting bij een afgebroken opleiding. Vooral jonge mensen zijn geneigd om hun carrièredoelen (welke opleiding ze willen volgen, of welk beroep ze willen gaan uitoefenen) nogal eens te veranderen. De Workplace Fundamentals Module (WFM) is een training in groepsverband waarbij algemene vaardigheden worden geleerd om goed te blijven presteren op een opleiding of in een baan. WFM werkt vanuit een oplossingsgerichte methodiek en heeft 26 wekelijkse bijeenkomsten van 75 minuten. In deze Amerikaanse RCT (n totaal=69) werd de effectiviteit onderzocht van enerzijds IPS aangevuld met WFM ten opzichte van een intensief arbeidsrehabilitatie programma met sociale vaardigheidstraining (controle interventie). Alle deelnemers waren jongvolwassenen (18-45 jaar) met een eerste psychose. Er werd gemeten hoe groot de deelname aan opleiding en/of werk na 6 en 18 maanden was en of er verschillen waren tussen beide groepen (IPS-WFM vs controlegroep). De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: Social Adjustment Scale, Schedule for Assessment of Positive Symptoms en de Schedule for the Assessment of Negative Symptoms. In de eerste 6 maanden nam 83% van de IPS-WFM-groep deel aan regulier betaald werk of een schoolopleiding tegenover 41% van de controlegroep (p<0.005). In het jaar daarop bleef de IPS-WFM groep hoger scoren (92% versus 60%; p<0.03). Het cumulatief aantal weken dat de IPS-WFM-groep werk had of op school zat was substantieel groter dan bij de controle groep (45 versus 26 weken; p<0.004). Op baseline waren er geen significante verschillen in de werk/school status. IPS-WFM leidde tot een toename van 39% aan werk/school deelname, de conventionele interventie tot een toename van 19%.
Nuechterlein KH, Subotnik KL, Ventura J, Turner LR, Gitlin MJ, Gretchen-Doorly D, Becker DR, Drake RE, Wallace CJ, Liberman RP. (2019). Enhancing return to work or school after a first episode of schizophrenia: the UCLA RCT of Individual Placement and Support and Workplace Fundamentals Module training. Psychol Med. Jan 4: 1-9.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

IPS is veelbelovende interventie voor mensen met veel voorkomende psychische stoornissen, verslavingsproblemen en letsel aan de ruggengraat
Individuele Plaatsing en Steun (IPS) is in de VS ontwikkeld om personen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) te begeleiden naar regulier betaald werk. Inmiddels is in meer dan 20 RCT’s wereldwijd bewezen dat modelgetrouw uitgevoerde IPS effectiever is dan andere arbeidsrehabilitatiemethoden. In deze Amerikaanse systematische review (n= 9 studies; 2902 deelnemers) werden RCT’s gezocht en geanalyseerd waarbij IPS bij andere groepen dan EPA werd toegepast. De primaire uitkomstmaat was de mate waarin regulier betaald werk tijdens en na de IPS-interventie door de deelnemers werd uitgevoerd. De negen gevonden studies betrof drie brede categorieën: psychiatrische stoornissen behalve EPA (m.n. depressieve- en/of angststoornissen) (6 studies), stoornissen in het middelengebruik (verslavingsproblemen) (2 studies) en musculoskeletale of neurologische aandoeningen (m.n. letsel aan de ruggengraat) (1 studie). In 8 van de 9 studies was de mate van gevonden regulier betaald werk voor de IPS-groep significant groter dan voor de controlegroep. Uit een meta-analyse van alle uitkomsten kwam een gewogen OR van 2.23 (95%BI=1.53-3.24) naar voren. Het sterkste bewijs voor de effectiviteit van IPS werd gevonden voor veteranen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), mede omdat bij deze groep 2 RCT’s zijn uitgevoerd. De auteurs stellen voor om IPS standaard aan veteranen aan te beiden. De meeste van de in deze systematische review beschreven RCT’s hadden minder dan 100 deelnemers, zodat meer RCT’s nodig zijn om robuuster bewijs te vinden. IPS is een zeer veelbelovende arbeidsrehabilitatie interventie voor andere groepen dan EPA.
Bond GR, Drake RE, Pogue JA. (2019). Expanding Individual Placement and Support to Populations With Conditions and Disorders Other Than Serious Mental Illness. Psychiatr Serv. Jun 1;70(6): 488-498.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

Voor mensen met ernstige psychische problemen heeft het hebben van werk een betekenisvol positief effect op hun geestelijke gezondheid
In de literatuur zijn er weinig studies waarin op methodologisch verantwoorde wijze een causaal verband kan worden vastgesteld van het krijgen en houden van werk op een verbeterde geestelijke gezondheid. In deze Amerikaanse studie wordt met behulp van een quasi-experimenteel prospectief design het causale effect gemeten van het hebben van werk op geestelijk gezondheid en totale ggz-kosten voor een groep met ernstige psychische aandoeningen (EPA) (N=5162). Er wordt gebruik gemaakt van een unieke dataset: in het Public Mental Health System (PMHS) van Maryland wordt systematisch elke 6 maanden bij alle EPA de Behavior And Symptom Identitfication Scale (BASIS-24) afgenomen in het kader van de Outcome Measure Survey (OMS) en nagevraagd of men aan het werk was (of is geweest). In Maryland wordt IPS standaard aangeboden, maar lang niet iedereen kan er gebruik van maken. De BASIS-24 heeft 7 sub-scores, waarvan er in dit onderzoek 4 gebruikt werden: depressie, functioneren, relaties en emotionele labiliteit. Er zijn data van drie meetmomenten meegenomen: bij OMS1 werd vastgesteld wie al dan niet aan het werk was. Alleen het deel dat op dat moment niet aan het werk was werd verder gevolgd. Bij OMS2 werd een onderscheid gemaakt tussen de groep die aan het werk was gekomen en degenen die geen werk hadden gevonden. Bij OMS3 werden de BASIS-24 scores van beide groepen met elkaar vergeleken. Om het endogeniteitsprobleem op te lossen werd gebruikt gemaakt van de Full Information Maximum Likelihood (FIML) schattingsmethode. Het bleek dat het hebben van werk een bescheiden maar betekenisvol effect heeft op de geestelijke gezondheidsstatus (m.n. op  de totaalscore (0.12), het functioneren (0.15) en de sociale relaties (0.14)). Het marginale effect van werk is het sterkst bij de subgroep die bij aanvang de slechtste geestelijke gezondheid had. Bij de groep die werkt namen de totale ggz-kosten per 6 maanden met gemiddeld $538 af.
Gibbons BJ, Salkever DS. (2019). Working with a Severe Mental Illness: Estimating the Causal Effects of Employment on Mental Health Status and Total Mental Health Costs. Adm Policy Ment Health. Feb 28.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen

IPS voor jongeren met een Eerste Psychotische Episode (EPE) alleen op korte termijn effectiever dan reguliere Australische behandeling
De meeste RCT’s naar de effectiviteit van Individuele Plaatsing en Steun (IPS) zijn uitgevoerd bij ouderen met een chronische psychiatrische stoornis. De twee RCT’s die bij jongeren met een Eerste Psychotische Episode (EPE) zijn uitgevoerd, waarvan één in Australië, waren zeer veelbelovend. In deze Australische RCT (n=146 met EPE; gemiddelde leeftijd 20,4 jaar) werd voor de tweede keer in het Early Psychosis Prevention and Intervention Centre (EPPIC) een RCT onder de EPE-populatie uitgevoerd, maar dit keer werden de effecten tot 18 maanden na de interventie gevolgd. Alle jongeren die in een periode van drie jaar bij EPPIC werden behandeld en die aangaven weer aan het werk te willen werden benaderd voor deze RCT (53% van alle behandelde cliënten). De interventiegroep (n=73) kreeg 6 maanden IPS naast de reguliere behandeling; de controlegroep (n=73) kreeg de reguliere behandeling waarin aandacht is voor traditionele arbeidsrehabilitatie. De primaire uitkomstmaat was de mate waarin er in de eerste zes maanden (tijdens de IPS-interventie) regulier betaald werk was verricht. Ook na 12 en 18 maanden werd van alle deelnemers het aantal gewerkte uren in de daaraan voorafgaande 6 maanden geregistreerd. Na de beëindiging van de IPS-interventie had de IPS-groep significant vaker regulier betaald werk gevonden (71,2%) dan de controlegroep (48%): OR=3.40 (95%BI: 1.17-9.91). Dit verschil was verdwenen na 12 en 18 maanden. In de follow-up periode bleek de controlegroep veel vaker aan het werk te komen dan de IPS-groep. Op het gebied van het weer met een studie of opleiding beginnen waren er op alle drie de meetpunten geen verschillen tussen beide groepen. Dat de controlegroep in de loop van de tijd steeds meer werk vond, kan liggen aan de veranderde instelling bij de behandelaars van EPPIC die na de eerste RCT met IPS enthousiast werden voor de werkmogelijkheden van hun cliënten.
Killackey E, Allott K, Jackson HJ, Scutella R, Tseng YP, Borland J, Proffitt TM, Hunt S, Kay-Lambkin F, Chinnery G, Baksheev G, Alvarez-Jimenez M, McGorry PD, Cotton SM. (2019). Individual placement and support for vocational recovery in first-episode psychosis: randomised controlled trial. Br J Psychiatry. Feb;214(2): 76-82.
Trefwoord: Werk & ernstige psychische aandoeningen