Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Werk & ernstige psychische aandoeningen 2013

Groot deel van psychiatrische cliënten dat met werken stopt binnen een arbeidsrehabilitatietraject neemt dat besluit vrijwillig
In deze Canadese studie werd aan psychiatrische cliënten (N=126) die via een arbeidsrehabilitatietraject aan werk waren gekomen en die baan weer binnen 9 maanden kwijt waren, gevraagd wat volgens henzelf de redenen waren waarom die baan beëindigd was. De antwoorden werden o.a. geordend met behulp van de causale attributietheorie van Weiner. Volgens deze theorie zijn er drie dimensies aan het toekennen van oorzaken aan het gedrag van zichzelf en anderen: 1. Locus of control (intern versus extern): wordt de gebeurtenis toegedicht aan kenmerken van het individu of aan de omgeving; 2. Controleerbaarheid: heeft het individu controle over de gebeurtenis of niet; 3. Stabiliteit: zijn de oorzaken van de gebeurtenis in de loop van de tijd veranderd. Het bleek dat 73% van degenen die hun baan kwijt raakte vrijwillig had besloten met de baan te stoppen. Degenen die in een beschutte werkomgeving werkten waren bijna 14 keer (OR=13,7) zo vaak vrijwillig gestopt dan degenen met een regulier betaalde baan. Dit kan te maken hebben met het idee dat ze hun doel binnen het beschermd werken hadden bereikt. Iets meer dan de helft (57,1%) van de respondenten gaf aan dat een externe oorzaak tot het banenverlies had geleid (werd vaak toegedicht aan de werkomgeving). Degenen die interne redenen aangaven voor het banenverlies hadden 6 keer zo vaak hogere scores voor psychiatrische symptomen op de Brief Symptoms Inventory dan degenen die externe redenen opgaven. Mannen gaven significant vaker externe (34,1% vs. 23%) en niet te controleren (68,2% vs. 40%) redenen op dan vrouwen. Arbeidsbegeleiders moeten met deze resultaten rekening houden. Lanctôt N, Bergeron-Brossard P, Sanquirgo N & Corbière M (2013). Causal attributions of job loss among people with psychiatric disabilities.Psychiatric Rehabilitation Journal, 36 (3), 146-152.Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

De brede invoering van IPS wordt in de weg gestaan door de houding van hulpverleners en structurele maatschappelijke factoren
Er is veel bewijs uit landen als de VS, Canada, Australië en enkele Europese landen dat arbeidsrehabilitatie met behulp van de Individual Placement and Support (IPS) benadering veel effectiever en meer evidence-based is dan andere methoden (6o% van de cliënten met een GGz achtergrond kan met IPS regulier betaald werk krijgen; dat is meer dan twee maal zoveel als met inzet van andere programma’s). In deze Britse beschouwing wordt samengevat hoe het komt dat IPS nog steeds niet zeer breed internationaal is geïmplementeerd. Een belangrijke barrière vormen de opvattingen van hulpverleners en werkgevers. Veel cliënten geven aan dat hun hulpverleners een pessimistische boodschap afgeven wat betreft hun kansen op werk. Dat heeft invloed op hun motivatie. Veel werkgevers denken dat personen met psychische problemen niet in reguliere banen kunnen werken. Daarnaast hebben structurele aspecten van de arbeidsmarkt en de organisatie van de sociale zekerheid direct invloed op de kansen voor personen met ernstige psychische op regulier betaald werk. In de VS vinden (gemiddeld) significant meer deelnemers aan IPS-trajecten werk dan in andere landen (62% vs. 47%). Van groot belang voor het succes is ook dat IPS modelgetrouw wordt ingevoerd: alle acht principes moeten worden geïmplementeerd. Om de innovatieve benadering van IPS overal ingevoerd te krijgen zal op alle niveaus de houding, de structuur en de praktijk van zowel de gezondheidszorg als het sociale zekerheidsstelsel moeten veranderen.Boardman J & Rinaldi M (2013). Difficulties in implementing supported employment for people with severe mental health problems. British Journal of Psychiatry 203 (4), 247-249. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Speciale Keuzehulp bij de afweging om al dan niet bij een werkgever bekend te maken dat men psychische problemen heeft lijkt veelbelovend
Voor mensen met psychiatrische problemen die op het punt staan een nieuwe baan aan te nemen is het ingewikkeld of (en eventueel op welk moment) men tegen de werkgever gaat vertellen dat men een psychiatrische achtergrond heeft. Als men op tijd aangeeft dat men zo’n achtergrond heeft kan men -in ieder geval in Engeland- eventueel ‘redelijke aanpassingen’ eisen. Maar men kan daardoor ook een baan mislopen. De Britse keuzehulp Conceal Or ReveAl (CORAL) is speciaal ontwikkeld om mensen hierbij te helpen. De CORAL bestaat uit 12 pagina’s waarin o.a. aan de orde komen: de voors en tegens van bekendmaken; eigen behoeften en waarden ten aanzien van het bekendmaken bij de werkgever; wanneer en aan wie eventueel bekendmaken; een besluit nemen. In deze exploratieve RCT kreeg de interventiegroep (N=35) de CORAL en gewone behandeling en de controlegroep (N=36) alleen gewone behandeling. De primaire uitkomstmaten waren de mate van beslissingsconflict zoals gemeten met de Decisional Conflict Scale (DCS) en de bereidheid om een besluit te gaan nemen zoals gemeten met de Stage of Decision Making Scale (SDMS). Er werd op baseline en na drie maanden gemeten. Het bleek dat bij de interventiegroep het beslissingsconflict significant meer was afgenomen dan bij de controlegroep (gemiddelde verbetering: -22,7 vs. -11,2). De leden van de interventiegroep bleken ook vaker full time te werken. De CORAL is veelbelovend, maar moet nog in een grotere en ‘echte’ RCT verder getest worden. Henderson C, Brohan E, Clement S, Williams P, Lassman F, Schauman O, Dockery L, Farrelly S, Murray J, Murphy C, Slade M & Thornicroft G (2013). Decision aid on disclosure of mental health status to an employer: feasibility and outcomes of a randomised controlled trial.British Journal of Psychiatry 203 (5), 350-357.Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Sociale cognitief functioneren heeft geen en neurocognitief functioneren weinig voorspellende waarde op de werkuitkomsten van Eerste Psychotische Episode (EPE) patiënten
Zo’n 40% van de jonge mensen met een Eerste Psychotische Episode (EPE) blijft werkloos. Voor hen is het IPS-model de meest effectieve arbeidsrehabilitatiebenadering. Verder hebben EPE-patiënten op de neurocognitieve en sociaal cognitieve gebieden ‘gebreken’ ten opzichte van ‘gezonde’ personen. Deze ‘gebreken’ kunnen van invloed zijn op het al dan niet vinden van werk. In deze Australische RCT kreeg één groep EPE-patiënten IPS aangeboden (N=69) en een andere groep EPE-patiënten (N=66) kreeg de normale behandeling (TAU). Op baseline en na 6 maanden IPS werden, naast de werk- opleidingsuitkomsten, verschillende neurocognitieve en sociaal cognitieve domeinen gemeten. De neurocognitieve testbatterij bestond o.a. uit de Wide Range Achievement Test-Forth Edition (WRAT-4) en onderdelen van de Wechsler Adult Intelligence Scale-Third Edition (WAIS-III). Sociale cognitie werd o.a. gemeten met de Picture Sequencing Task (PST), de Hinting Task en de Diagnostic Analysis of Nonverbal Accuracy-2-Adult Version (DANVA-2). De 17 variabelen werden met behulp van factoranalyse tot de zes volgende factoren teruggebracht: 1. Sociale cognitie; 2. Snelheid van informatieverwerking; 3. Verbaal leren en geheugen; 4. Aandacht en werkgeheugen; 5. Visuele organisatie en geheugen; 6. Verbaal begrip. Het bleek dat het na 6 maanden bezig zijn met een opleiding voorspeld werd door al op baseline op een opleiding te zitten én door een slechterevisuele organisatie en geheugen. Of de deelnemers na 6 maanden aan het werk waren werd voorspeld door of men op baseline aan het werk was én of men IPS had gekregen. Het totaal aantal gewerkte uren over de periode van 6 maanden werd voorspeld door een betere visuele organisatie en geheugen. Sociale cognitie had geen voorspellende waarde op werk- of opleidingsuitkomsten. Allott KA,. Cotton SM, Chinnery GL,. Baksheev GN, Massey J, Sun P, Collins Z, Barlow E, Broussard C, Wahid T, Proffitt TM, Jackson HJ & Killackey E (2013).The relative contribution of neurocognition and social cognition to 6-month vocational outcomes following Individual Placement and Support in first-episode psychosis.Schizophrenia Research 150 (1), 136-143. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Systematische review: van de personen met een bipolaire stoornis heeft op de langere termijn 40% tot 60% een vorm van regulier betaald werk
Volgens de WHO leidt de bipolaire stoornis tot een hoge ziektelast voor de samenleving. Hoewel deelname aan het arbeidsproces die last zou kunnen doen afnemen is er weinig bekend over de mate waarin personen met een bipolaire stoornis in de loop van hun leven regulier betaald werk hebben. In deze Britse systematische review werd gekeken naar:1. Welk percentage van personen met bipolaire stoornis heeft regulier betaald werk; 2. Verandert het soort werk dat deze mensen doen in de loop van de tijd; 3. Is er verschil tussen arbeidsparticipatie bij jonge mensen in vergelijking met personen die al heel lang de stoornis hebben. Als kader voor de analyse werd de Meta-analysis Of Observational Studies in Epidemiology (MOOSE) richtlijn gebruikt. Slechts 25 studies werden geïncludeerd in deze review. Slechts 3 studies kregen een hoge kwalitatieve score. Het blijkt dat op de lange termijn tussen de 40% en 60% van de mensen met een bipolaire stoornis regulier betaald werk heeft. Dat is niet slecht als het wordt afgezet tegen de arbeidsparticipatie van de algemene bevolking: in Europa is die tussen de 62% en de 66% en in de VS tussen de 66% en de 74%. Zeker 30% tot 40% van de mensen met een bipolaire stoornis heeft veel moeite om naar behoren te functioneren op de werkvloer. De meesten van hen gaan slechter functioneren in hun werk en komen in de loop van de tijd in lagere banen terecht. Er zijn aanwijzingen dat een vroege interventie bij een bipolaire stoornis tot hogere arbeidsparticipatie op de lange termijn leidt. Marwaha S, Durrani A, Singh S (2013). Employment outcomes in people with bipolar disorder: a systematic review. Acta Psychiatrica Scandinavica 128 (3), 179–193. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Werkenden met depressieve- of bipolaire stoornis of drugsverslaving hebben na drie jaar grotere kans om werkloos te zijn dan werkenden met angststoornis of alcoholverslaving
De ziektelast van psychiatrische stoornissen heeft voor een groot deel te maken met minder beschikbaar zijn voor werk. In deze Amerikaanse studie werden de lange termijn effecten onderzocht van depressie, bipolaire stoornis, angststoornis, alcoholmisbruik, alcoholverslaving, drugsmisbruik en drugverslaving op het behouden van werk bij een werkende populatie. Er werd gebruik gemaakt van gegevens van de National Epidemiologic Survey on Alcohol Related Conditions (NESARC)- in opdracht van NIAAA gehouden- die ook een aantal psychiatrische stoornissen meet. Van de werkenden uit Wave 1 (2001-2002) werd aan 22.407 respondenten na 3 jaar (Wave 2: 2004-2005) weer gevraagd naar hun werksituatie en werd de diagnose weer vastgesteld met de AUDAIS-IV. Met behulp van bivariate en multivariate analyses werden de associaties berekend tussen psychiatrische diagnoses die bij de meting in Wave 1 er al langer dan 12 maanden waren of pas in de afgelopen 12 maanden waren ontstaan en het al dan niet hebben van werk in Wave 2. De kans (uitgedrukt in Odds Ratios –OR) dat iemand in Wave 2 werkloos was (geworden) was duidelijk aanwezig voor depressie al langer een jaar aanwezig (OR=0.76), recent ontstane depressie (OR=0.68), bipolaire stoornis al langer dan een jaar aanwezig (OR=0.76), recent vastgesteld drugsmisbruik (OR=0.46) en recent (OR=0.16) en al langer aanwezige drugsverslaving (OR=0.43). Recente bipolaire stoornis, alcoholmisbruik, alcoholverslaving en angststoornissen hadden geen invloed op de werksituatie. Werkgevers kunnen er baat bij hebben hun werknemers te stimuleren om in behandeling te gaan als ze psychische klachten hebben. Burnett-Zeigler I, Ilgen MA, Bohnert K, Miller E, Islam K & Zivin K (2013). The Impact of Psychiatric Disorders on Employment: Results from a National Survey (NESARC). Community Mental Health Journal 49 (3), 303-310. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Succesvolle arbeidsbegeleiders van Supported Employment trajecten werken efficiënter en communiceren beter dan hun minder succesvolle collega’s
Evidence-based Supported Employment trajecten (zoals IPS) zorgen in veel grotere mate voor betaald werk voor personen met een ernstige psychische stoornis dan andere arbeidsrehabilitatie programma’s. Uit onderzoek komt naar voren dat de succespercentages voor het vinden van werk voor hun cliënten per team en arbeidsbegeleider flink kunnen verschillen. In deze Amerikaanse etnografische studie werden 12 arbeidsbegeleiders -die allen volgens de principes van de evidence-based Supported Employment werkten- zowel geïnterviewd als in hun werk gevolgd (en geobserveerd) om te weten te komen welke competenties en persoonlijke kenmerken succesvolle van minder succesvolle arbeidsbegeleiders onderscheiden. Er zijn drie domeinen waarop de succesvolle begeleider zich onderscheidt van de minder succesvolle: 1. Efficiëntie: de succesvolle begeleiders konden beter plannen, maar behielden binnen hun planning flexibiliteit om met onverwachte gebeurtenissen om te gaan en een her-prioritering aan te brengen. 2. Relatie met cliënten: succesvolle begeleiders behandelden de cliënten meer als partners (op basis van gelijkheid), hielden meer rekening met hun voorkeuren, gaven meer steun en communiceerden op een transparantere en explicietere wijze. 3. Samenwerking met andere partners (o.a. GGz-hulpverleners; potentiële werkgevers) in het Supported Employment traject: de succesvolle begeleiders richtten hun interacties op het verkrijgen en verschaffen van relevante informatie. De minder succesvolle begeleiders hadden minder vertrouwen en slecht ontwikkelde communicatievaardigheden. De minder succesvolle begeleiders begrepen het model wel, maar het ontbrak hen aan gedragsvaardigheden. Daarop zouden arbeidsbegeleiders getest (en eventueel bijgeschoold) moeten worden. Glover CM & Frounfelker RL (2013). Competencies of More and Less Successful Employment Specialists. Community Mental Health Journal 49 (3), 311-316.Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Na speciale omscholing kunnen ervaringsdeskundigen met succes worden ingezet als IPS-arbeidsbegeleider
Ervaringsdeskundigen worden steeds vaker op allerlei plaatsen in de hulpverlening ingezet. In dit artikel wordt verslag gedaan van een uniek Amerikaans project waarbij een speciale training voor ervaringsdeskundigen tot IPS-arbeidsbegeleider (N=3) wordt beschreven alsmede de resultaten van een officiële beoordeling van de kwaliteit van hun werk als IPS-arbeidsbegeleider. De drie ervaringsdeskundigen zijn personen met een ernstige psychiatrische aandoening en hebben een opleiding op middelbare school niveau. In één jaar (3 dagen in de week voor 1 à 2 uur per dag) werden de volgende vaardigheden getraind: 1. Het ontwikkelen van een professionele werkrelatie met een IPS-cliënt. 2. Banen vinden (o.a. contacten met werkgevers). 3. Ondersteuning van de cliënt op het werk. 4. Integratie van arbeidsbegeleiding in een multidisciplinair GGZ-team. Na 2 jaar werden de pas opgeleide IPS-arbeidsbegeleiders beoordeeld met de: a. Supported Employment Fidelity Scale , waarmee de modelgetrouwheid van IPS-principes van het hele traject wordt gemeten; b. de Kansas Employment Specialist Job Performance Evaluation, waarmee de individuele competenties worden gemeten. Het blijkt dat de ervaringsdeskundige IPS-arbeidsbegeleiders op 7 van de 14 items aan de standaarden van IPS-modelgetrouwheid voldoen. Dat is zeker voldoende. De competenties zoals gemeten met de Kansas schaal zijn voor alle drie bovengemiddeld. Ze hebben hoge scores op de competenties waarden en betrokkenheid. 33% van de cliënten vond regulier betaald werk voor gemiddeld 26 weken. Dat is minder dan de gemiddelde uitkomsten van IPS-projecten. Duidelijk is wel dat ervaringsdeskundigen volwaardig als IPS-arbeidsbegeleider kunnen worden ingezet. Kern RS, Zarate R, Glynn SM, Turner LR, Smith KM, Mitchell SS, Becker DR, Drake RE, Kopelowicz A, Tovey W & Liberman RP (2013). A demonstration project involving peers as providers of evidence-based, supported employment services. Psychiatric Rehabilitation Journal 36(2), 99-107. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Personen met een psychiatrische stoornis ervaren vooral interne barrières bij het vinden van werk of bij de toegang tot een hogere opleiding
Sinds 2005 loopt bij een HBO-opleiding voor ergotherapie in de Amerikaanse staat New Jersey het Bridge Program: elk jaar worden 21 personen met een ernstige psychiatrische stoornis kosteloos door eenmaster student in de ergotherapie individueel begeleid bij het realiseren van hun doelen op het gebeid van werk of scholing. In de begeleiding worden de principes van begeleid werken en begeleid leren toegepast. In dit artikel (N=48) wordt verslag gedaan van een evaluatieonderzoek naar de zelf-gerapporteerde barrières en succesfactoren voor het (weer) beginnen van een vervolgopleiding of (weer) aan het werk gaan in een reguliere baan. De gegevens werden zowel kwantitatief als kwalitatief verwerkt. Het aantal succesfactoren voor toegang tot een vervolgopleiding varieerde per deelnemer van 3 tot 18. Gemiddeld was het aantal succesfactoren per deelnemer 9,8. Het aantal succesfactoren voor het vinden van werk varieerde van 1 tot 16 (gemiddeld 6,2). Het aantal barrières tot onderwijs varieerde van 1 tot 10 (gemiddeld 4,8). De barrières ten opzichte van werk varieerden van 1 tot 18 (gemiddeld 4,25). Als belangrijkste succesfactoren voor zowel onderwijs als werk worden gerapporteerd: 1. Psychiatrische stabiliteit; 2. Steun van de familie; 3. Kunnen omgaan met stress. Als belangrijkste barrières worden gerapporteerd: 1. Angsten; 2. Psychiatrische symptomen; 3. Niet kunnen hanteren van stress. Bijna alle barrières die genoemd worden betreft interne factoren. Bij de succesfactoren worden veel meer externe factoren genoemd. Schindler VP & Kientz (2013). Supports and barriers to higher education and employment for individuals diagnosed with mental illness. Journal of Vocational Rehabilitation 39(1), 29-41. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Personen met een vroege psychose die werken blijken na twee jaar minder medicatie te gebruiken en minder ondersteuning nodig te hebben
In deze Amerikaanse studie werden 351 patiënten, die zich met een vroege psychose bij een crisisdienst meldden, twee jaar gevolgd en werd er gekeken naar verbanden tussen het hebben van regulier betaald werk enerzijds en de vraag naar GGZ-hulpverlening, psychosociale uitkomsten en beroep op sociale voorzieningen anderzijds. Elke 6 maanden werd met het Quality of Life Interview vastgesteld of men al dan niet regulier betaald werk had. De diagnoses werden op baseline, na 12 en 24 maanden vastgesteld met de Psychiatric Research Interview for Substance and Mental Disorders (PRISM). Er werden in eerste instantie drie diagnostische groepen onderscheiden: 1. Primaire psychotische stoornis (N=217); 2. Psychose veroorzaakt door middelengebruik (N=134); 3. Personen die in eerste instantie in groep 2 werden ingedeeld, maar eigenlijk in groep 1 hoorden (N=34). Tijdens dit onderzoek kreeg niemand begeleid werken aangeboden. Het bleek dat degenen die op baseline werkten een hogere opleiding en meer werkervaring hadden én vaker een door middelengebruik veroorzaakte psychose hadden. Gedurende de twee jaar steeg het aantal personen met regulier betaald werk bij groep 2 significant van 26% tot 44%, terwijl die in groep 1 slechts steeg van 24% tot 31%. Vier variabelen hebben een significante voorspellende waarde voor het krijgen van regulier betaald werk: hogere opleiding, jongere leeftijd, minder negatieve symptomen en beter arbeidsverleden. Na twee jaar bleken degenen die werkten significant minder medicatie te gebruiken en minder een beroep te doen op de GGZ-hulpverlening en sociale uitkeringen. Meer aandacht voor Begeleid Werken (Supported Employment) in de eerste fase van de psychotische stoornis kan tot minder zorgkosten leiden. Drake RE, Xie H, Bond GR, McHugo GJ & Caton CLM (2013). Early psychosis and employment. Schizophrenia Research 146 (1), 111-117. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Met behulp van Participatory Action Research (PAR) wordt in Schotland de bestaande arbeidsrehabilitatie praktijk omgevormd in de richting van de gangbare evidence-based praktijk
In dit artikel wordt het proces beschreven waarmee binnen een grote Schotse GGZ-instelling met behulp van de Participatory Action Research (PAR) benadering alle stakeholders werden betrokken om de bestaande praktijk van arbeidsrehabilitatie te vervangen door een benadering die zoveel mogelijk op de huidige evidentie is gebaseerd. PAR is een methode waarbij stakeholders worden betrokken bij de implementatie en de evaluatie van veranderingsprocessen. Eerst werd een literatuur review uitgevoerd. Vervolgens werden de 115 stakeholders (hulpverleners, cliënten, verwijzers, verzekeraars, bestuurders) in drie groepen verdeeld: consultatie-, actie en besluitengroep. Uit de literatuurreview kwam o.a. naar voren dat begeleid werken volgens het model van Individual Placement and Support (IPS) een bewezen effectieve interventie is. In de Schotse instelling werd nog niet volgens deze principes gewerkt. De consultatiegroep zette de sterke en zwakke punten van de bestaande praktijk op een rij en formuleerde prioriteiten voor verandering. De actiegroep formuleerde een set aanbevelingen voor de groep die besluiten gaat nemen. De nieuwe arbeidsrehabilitatie voorziening moet o.a. gebaseerd zijn op de volgende principes: 1. Gemakkelijke toegang; 2. Evidence-based begeleid werken; 3. Doelen voor mensen die geen betaald werk willen verrichten; 4. De wensen van de individuele cliënt moeten als uitgangspunt worden genomen. De uitvoering van de nieuwe voorziening staat in de steigers. Maciver D, Prior S, Forsyth K, Walsh M, Meiklejohn A, Irvine L & Pentland D (2013). Vocational rehabilitation: Facilitating evidence based practice through participatory action research. Journal of Mental Health 22 (2), 183–190. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

In de VS blijkt een groot deel van de werkgevers personen aan te nemen van wie ze wisten dat die veroordeeld geweest zijn voor een misdaad
In de VS is tussen de 6% en 16% van de personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) met justitie in aanraking geweest, tegenover 3% van de algemene bevolking. Zowel EPA als ex-veroordeelden komen moeilijk aan werk. Binnen IPS-programma’s stromen steeds meer EPA in met een crimineel verleden. In de VS is weinig bekend over het beleid en de praktijk van werkgevers ten opzichte van sollicitanten met een veroordeling achter de rug. In deze studie werden 128 werkgevers uit negen verschillende staten geïnterviewd door twaalf IPS-werkbegeleiders over hoe zij in de praktijk met ex-veroordeelde sollicitanten omgaan. Er werd niet expliciet gevraagd naar hun houding ten opzichte van EPA met een crimineel verleden, er werd ingezoomd op het criminele verleden. Het bleek dat 63% van de ondervraagde werkgevers (grote ondernemingen, non-profit organisaties en kleine bedrijven) ooit bewust iemand hadden aangenomen die voor een misdrijf veroordeeld was geweest. Het merendeel van de werkgevers gaf ook aan voor welk feit de sollicitant veroordeeld was (24% voor dronken achter het stuur; 17% voor diefstal; 24% voor geweldpleging of aanranding; 3% voor gewapende overval en 3% voor moord). De meeste bedrijven hebben geen expliciet beleid over het al dan niet aannemen van ex-veroordeelden. Het grootste deel van de veroordeelden was al meer dan een jaar uit de gevangenis toen ze werden aangenomen. Een belangrijke reden waarom de veroordeelde werd aangenomen was dat hij alle kwalificaties voor de baan had. Het belangrijkste advies dat de werkgevers aan de werkbegeleiders gaven was dat ze de sollicitanten moesten aanmoedigen eerlijk en open te zijn over hun verleden tijdens het sollicitatiegesprek. Swanson SJ, Langfitt-Reese S, Bond GR (2012). Employer attitudes about criminal histories. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (5), 385-90. Tredwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen

Door alleen het ‘snel in een baan plaatsen’ uit het IPS-model over te nemen blijkt bijna iedereen in een laag ingeschaalde baan terecht te komen
Het evidence-based IPS-model voor arbeidsrehabilitatie zoals dat in de VS voor personen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) is ontwikkeld heeft behalve het snel zoeken van en plaatsen in een baan o.a. de volgende elementen: rekening houden met de baan-wensen van de cliënt, permanente individuele begeleiding geven en de integratie van arbeidsondersteuning met GGz-diensten. In Ontario, Canada heeft de overheid in 2006 gekozen om de traditionele arbeidsrehabilitatieprogramma’s met hun nadruk op het voorbereiden op werk te vervangen door de financiering direct te koppelen aan het daadwerkelijk aan een baan helpen van de EPA-deelnemers. Dus alle nadruk kwam te liggen op het snel in een baan plaatsen. In dit artikel wordt dit beleid geëvalueerd door 25 beleidsmakers en arbeidsbegeleiders te interviewen en de beleidsdocumenten te analyseren. Het blijkt dat alle aandacht van de arbeidsbegeleiders is verschoven naar het zo snel mogelijk aan een baan(tje) helpen van de cliënten. Dat blijkt ook in grotere mate te lukken dan ervoor. Daar staat tegenover dat er weinig aandacht meer is voor de carrière ontwikkeling van de cliënten en dat bijna alle banen –ongeacht de vooropleiding van de cliënt- op beginniveau met laag salaris zijn. De auteurs zetten vraagtekens bij het selectief shoppen in de IPS-principes door het bestuur van Ontario, waarbij alleen maar op uitkomsten wordt gestuurd en er weinig rekening wordt gehouden met de wensen van de cliënten. Gewurtz RE, Cott C, Rush B & Kirsh B. (2012). The shift to rapid job placement for people living with mental illness: an analysis of consequences. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (6), 428-34. Trefwoord: Werk en ernstige psychische aandoeningen