Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Rehabilitatie & participatie 2018

Voor mensen die een Mental Health First Aid (MHFA)-training doorlopen hebben is het proces van het helpen complex en dynamisch
De in Australië ontwikkelde MHFA–training biedt burgers en hulpverleners kennis en vaardigheden om eerste hulp te geven aan mensen met beginnende en/of acute psychische problemen. De cursus leert de deelnemer om te gaan met iemand die psychische problemen ontwikkelt of in een crisissituatie verkeert. In deze Australische kwalitatieve studie (n=16) werd onderzocht hoe mensen die de MHFA-training hebben gevolgd in de praktijk omgaan met mensen met psychische problemen die eventueel hulp nodig hebben. De data werden verzameld middels semi-gestructureerde diepte-interviews en geanalyseerd met behulp van thematische analyse. Uit de ervaringen van de deelnemers (de helpers) komen enkele algemene elementen en stadia naar voren die door de auteurs in een model zijn samengevat: 1. Triggers voor bezorgdheid: de helpers zien gedragsverandering bij iemand in de omgeving (de ontvanger), of ze zien dat iemand in een crisis verkeerd of iemand anders wijst hen erop dat iemand een probleem heeft. 2. De helper gaat zich afvragen of hij/zij gaat ingrijpen: a. zou ik moeten gaan helpen? (relatie tussen helper en ontvanger is van belang); b. kan ik helpen? (inschatting van de eigen vaardigheden); c. welke hulp is het beste?; d. wanneer zal ik de ontvanger benaderen? (van belang zijn de symptomen bij de ontvanger). 3. De door de helper ondernomen mogelijke acties (het hulpspectrum): niet helpen; de situatie monitoren; indirecte hulp bieden; routinematige ondersteuning bieden; zich actief met de ontvanger verbinden; zich heel intensief met de ontvanger verbinden; een hulpverleningsrol op zich nemen. 4. De korte en lange termijn effecten van de geboden hulp voor de ontvanger en de helper beoordelen. Er blijken vele beslismomenten te zijn en het proces van hulp bieden is complex en dynamisch. Het ontwikkelde help-model kan gebruikt worden om de MHFA-trainingen te verbeteren.
N.B. Sinds eind 2015 wordt MHFA ook in Nederland aangeboden: https://mhfa.nl/
Rossetto A, Jorm AF, Reavley NJ. (2018). Developing a model of help giving towards people with a mental health problem: a qualitative study of Mental Health First Aid participants. Int J Ment Health Syst. 2018 Aug 21;12:48.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Systematische review en meta-analyse: MHFA-trainingen bevorderen de geestelijke gezondheidsvaardigheden
De Mental Health First Aid (MHFA)-training werd vanaf 2000 in Australië ontwikkeld en wordt ondertussen in meer dan 22 landen aangeboden. Al meer dan 2 miljoen mensen hebben de cursus gevolgd. De standaardcursus voor volwassenen duurt 12 uur en biedt kennis en vaardigheden om eerste hulp te geven aan mensen met beginnende en/of acute psychische problemen. In deze Australische systematische review en meta-analyse (n=18 trials) werd gekeken naar de effecten van het MHFA-trainingsprogramma op kennis van de geestelijke gezondheid, stigma en hulpgedrag. Er werden alleen RCT’s of controlled trials meegenomen. Het risico op vertekening van de bias werd bepaald met behulp van de Cochrane Risk of Bias tool. Er werden vier sets van primaire uitkomstmaten geëvalueerd: 1. Kennis; 2. Stigma ten aanzien van mensen met psychische problemen; 3. Vertrouwen in en bedoeling om MHFA toe te passen; 4. Het geven van ggz eerste hulp. Alle effectgroottes (uitgedrukt in Cohen’s d en uitgerekend met de 95% BI’s) werden met behulp van het random effect model gepoold. Als Cohen’s d=0.2 dan is het effect klein, bij 0,5 matig en bij 0,8 groot. Er werden aparte meta-analyses uitgevoerd om de effecten meteen na de training, tot na 6 maanden en na 6 maanden uit te rekenen. Over het algemeen waren de effecten meteen na de trainingen tot aan 6 maanden na de training klein tot matig. De MHFA-training had een duidelijk effect op de verbetering van de kennis van de eerste hulp bij ggz-problemen (d: 0,31-0,52), een matige verbetering van de herkenning van psychische stoornissen (d: 0,22-0,52), en een kleine tot matige verbetering ten aanzien van de opvatting dat ggz-behandelingen effectief zijn (d: 0,19-0,45). Er werd slechts een kleine vermindering van stigma gevonden (d: 0,08-0,14). Het vertrouwen om een persoon met psychische problemen te kunnen helpen nam flink toe (d: 0,21-0,58). Ook op de intentie om eerste hulp te bieden was de MHFA-training matig effectief (d: 0,26-0,75).
Morgan AJ, Ross A, Reavley NJ.(2018). Systematic review and meta-analysis of Mental Health First Aid training: Effects on knowledge, stigma, and helping behaviour. PLoS One. 2018 May 31;13(5):e0197102.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Verschillende vormen van begeleid wonen zijn effectief op een aantal psychosociale uitkomsten
In de afgelopen decennia heeft de deïnstitutionalisering in de VS en Europa ertoe geleid dat mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) steeds meer in de samenleving behandeld worden. Eén van de onderdelen van die zorg is de begeleiding in de eigen woonomgeving. In de praktijk heeft dit geleid tot allerlei vormen van ‘begeleid wonen’. Er is onderscheid met betrekking tot de fysieke structuur, aanwezigheid van begeleiding, mate van steun, hersteldoelen en hoe lang iemand in de voorziening mag blijven. Voor hulpverleners en beleidsmakers is het onduidelijk welk aanbod voor wie werkt. In deze Britse systematische review van kwantitatieve studies (k=82) werd gepoogd tot een synthese van de kennis te komen met betrekking tot de effecten van de verschillende vormen van begeleid wonen op de geestelijke gezondheid en psychosociale uitkomsten. Omdat de beleid wonen modellen veel van elkaar verschillen is ervoor gekozen om de resultaten per subgroep te presenteren: 1. Dakloos (dakloze mensen met psychische stoornissen); 2. Deïnstitutionalisering (vroegere patiënten van grote ziekenhuizen die in de samenleving geherhuisvest zijn); 3. Algemene ernstige psychische stoornissen (groepen met andere achtergrond in begeleid wonen projecten). De meest robuuste bewijzen werden gevonden voor de effectiviteit van permanente begeleid wonen modellen voor dakloze EPA (zoals Housing First): deze groepen hadden vaak stabiele huisvesting en maakten goed gebruik van de ggz-hulpverlening. Ook voor de gedeïnstitutionaliseerde voormalige intramurale patiënten zijn er positieve resultaten ten aanzien van opnames en gebruik van het hulpverleningsaanbod. Voor de laatste groep zijn de resultaten onduidelijk. Omdat de onderzoeken erg heterogeen zijn, kunnen er geen stevige algemene uitspraken over de effectiviteit van begeleid wonen gedaan worden.
McPherson P, Krotofil J, Killaspy H. (2018). Mental health supported accommodation services: a systematic review of mental health and psychosocial outcomes. BMC Psychiatry. 2018 May 15;18(1):128.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Rehabilitatieprogramma’s bieden gerichte kaders voor op herstel gerichte hulpverlening
In veel Europese landen is het deïnstitutionaliseringsproces al decennia lang bezig. De hulp aan mensen met ernstige psychische problemen wordt zoveel mogelijk bij de mensen thuis gegeven. Toch blijven er grote groepen patiënten over die veel hulp, soms ook intramuraal, nodig hebben. De houding, kennis en vaardigheden van de hulpverleners is zeer belangrijk voor het herstel van deze patiënten. In dit Nederlandse overzichtsartikel wordt op een rij gezet welke rehabilitatieprogramma’s en –interventies er ontwikkeld zijn om de groep met complexe psychiatrische problemen te helpen. Het Nederlandse ART-model beoogt herstelgerichte hulp te implementeren in psychiatrische ziekenhuizen en instellingen voor beschermd wonen. ART staat voor Active, Recovery process en Triad, en is door cliënten, familie, hulpverleners, beleidsmakers e.a. samen ontwikkeld. In rehabilitatieprogramma’s is steeds meer aandacht voor het betrekken van de patiënten bij allerlei sociale activiteiten. Enkele specifieke rehabilitatie-interventies die de afgelopen jaren ontwikkeld zijn: 1. Cognitieve interventies, zoals Cognitive Adaptation Training (CAT), Cognitieve Remediatie Training (CRT) en Cognitieve Gedragstherapie voor psychose (CGTp); 2. Lifestyle interventies die gericht zijn op gezond eten, lichamelijke oefeningen e.d. met als doel gewichtstoename en andere cardiometabole risicofactoren te verminderen; 3. Interventies gericht op werk en opleiding, zoals Individual Placement and Support (IPS) en begeleid leren; 4. Interventies door ervaringsdeskundigen, zoals Wellness Recovery Action Planning (WRAP); 5. E-mental health interventies. Er zijn ook twee geïntegreerde rehabilitatiemodellen: a. de Boston Psychiatric Rehabilitation Approach (BRPA) die gericht is op het bereiken van maximale autonomie van de cliënten en b. het Strength Model waarbij de vaardigheden van de cliënten ontwikkeld worden.
Van der Meer L, Wunderink C. (2018). Contemporary approaches in mental health rehabilitation. Epidemiol Psychiatr Sci. 2018 Jul 25:1-6.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

In de GGZ worden vele verschillende meetinstrumenten gebruikt om de patiënttevredenheid te meten
Hoe patiënten de verleende zorg van ggz-instellingen ervaren en waarderen is steeds belangrijker geworden. Het gaat dan om de processen en de uitkomsten. Het doel van deze Italiaans-Engelse systematische review is om een overzicht te krijgen van de gebruikte meetinstrumenten voor tevredenheid en te analyseren welke onderwerpen worden uitgevraagd. Het is een update van een review uit de jaren 1990. De review is met behulp van de PRISMA-richtlijnen uitgevoerd. Er werden 28 verschillende meetinstrumenten gevonden, die in ten minste 2 studies gebruikt zijn, om psychiatrische hulpverlening mee te beoordelen. Beoordeeld werden de algemene kenmerken, psychometrische eigenschappen en de inhoudelijke onderwerpen. Tien van de vragenlijsten waren ontwikkeld in de VS, acht in het VK, twee in Italië, Duitsland en Zweden en één in Frankrijk, Noorwegen, Nederland (De Thermometer) en Brazilië. Van de meeste instrumenten is de interne betrouwbaarheid en de structurele validiteit goed. Er blijken vier instrumenten te zijn die vaker gebruikt worden: de Client Satisfaction Questionnaire (CSQ-8), de Verona Service Satisfaction Scale (VSSS), de Client Assessment of Treatment (CAT)en de Self-rating Patient Satisfaction Questionnaire (SPRI)-inpatient version. De volgende inhoudelijke onderwerpen komen in de meetinstrumenten aan de orde: toegankelijkheid van de zorg; continuïteit van de zorg; algemene tevredenheid; vaardigheden van de hulpverleners; relatie met de ggz-hulpverleners; mening over de ontvangen behandeling; ontvangen voorlichting en informatie; ervaren uitkomsten van de zorg; praktische ondersteuning; regels en procedures; shared decision making. Er is nog geen gouden standaard ontwikkeld om de patiënttevredenheid mee te meten.
Miglietta E, Belessiotis-Richards C, Ruggeri M, Priebe S. (2018). Scales for assessing patient satisfaction with mental health care: A systematic review. J Psychiatr Res. 2018 May;100:33-46.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

De STAX-SA is een taxonomie waarmee 71% van de vele vormen van begeleide huisvesting accuraat gecategoriseerd kunnen worden
Er is een grote verscheidenheid in het aanbod van de begeleiding van personen met psychische problemen in hun woonomgeving, zowel in de concrete vormgeving als in de beschrijvingen in de literatuur. Hierdoor is het moeilijk om de verschillende vormen van begeleid wonen met elkaar te vergelijken. In deze Britse studie wordt verslag gedaan van de ontwikkeling en de validering van een eenvoudige taxonomie voor de classificatie van alle vormen van begeleid wonen voor personen met psychische problemen en deze nieuwe taxonomie wordt vergeleken met de bestaande Domain-based Taxonomy of Supported Accomodation (DTSA) van Siskind en collega’s. Dit heeft geresulteerd in de Simple Taxonomy for Supported Accommodation (STAX-SA). De definitieve versie van de STAX-SA omvat vijf types van begeleid wonen, gebaseerd op vier domeinen: Locatie van de hulpverleners; Niveau van ondersteuning; Mate van nadruk om door te verhuizen; Fysieke setting. De STAX-SA en de DTSA werden toegepast op 132 begeleid wonen beschrijvingen uit twee systematische reviews. De STAX-SA categoriseerde 71,1% (n=94) van de beschreven diensten accuraat. De DTSA, die 17 dimensies heeft waarop gescoord moet worden, kon in 34,1% van de beschrijvingen 8 van de 17 dimensies categoriseren. Geen enkele dienst kon volledig ingedeeld worden. De STAX-SA kan onderscheid maken tussen verschillende begeleid wonen modellen zoals die in de praktijk functioneren. Residentiële settings, waar de hulpverlening 24 uur per dag aanwezig is, werden door de projectleiders als Type 1 geclassificeerd, terwijl zelfstandig wonende cliënten die af en toe door de hulpverlening bezocht worden bijna altijd als Type 4 geclassificeerd worden. Het enige verschil tussen Type 2 en Type 3 is het Niveau van ondersteuning (veel vs. matig). Meer dan de helft van de ondervraagde projectleiders gaf aan dat de STAX-SA erg effectief was in het bevatten van de kenmerken van hun project.
McPherson P, Krotofil J, Killaspy H. (2018). What Works? Toward a New Classification System for Mental Health Supported Accommodation Services: The Simple Taxonomy for Supported Accommodation (STAX-SA). Int J Environ Res Public Health. 2018 Jan 24;15(2).
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Interventies waarbij politie en ggz samenwerken om personen met psychische problemen op te vangen lijken een positief effect te hebben
Mensen met psychische problemen in het justitiële systeem gaat het vaak niet goed. De politie is niet getraind om psychische problemen te herkennen. Daarom is er behoefte aan geschikte en evidence-based ondersteuning van de politie door ggz-professionals. In deze Britse systematische review (n= 23 studies) werd gezocht naar de effecten van bestaande interventies waarbij de politie met de ggz samenwerkt bij het omgaan met mensen met psychische problemen die in overtreding zijn of overlast veroorzaken. Internationaal worden de volgende interventies vaak ingezet: 1. Liaison and Diversion: interventie die als doel heeft om kwetsbare personen zo snel mogelijk bij te staan als ze in contact komen met het justitiële apparaat; 2. Street Triage: samenwerking tussen ggz en politie, waarbij getracht wordt om mensen met problemen zo snel mogelijk bij de crisisdienst te krijgen; 3. Embedded Staff in Contact Control Rooms (CCR’s): ggz specialisten die onderdeel uitmaken van het team op het call center van de politie; 4. Crisis Intervention Teams (CIT): politieagenten die getraind zijn om ggz-problemen te herkennen. In de literatuursearch werd ook specifiek naar genoemde interventies gezocht. Er werden 23 studies in de review geïncludeerd. Er werden geen RCT’s gevonden waarbij de effectiviteit van de interventies werd onderzocht. Uit de meeste studies blijkt wel dat de interventies een positieve impact hebben voor de mensen met psychische problemen die met de politie in aanraking komen. De CIT is het meest onderzocht. De auteurs roepen op om meer robuuste RCT’s op te zetten.
Kane E, Evans E, Shokraneh F. (2018). Effectiveness of current policing-related mental health interventions: A systematic review. Crim Behav Ment Health. 2018 Apr;28(2):108-119.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

In tijden van crisis verandert het sociale netwerk van mensen met psychische problemen sterk
Sociale netwerkprocessen zijn van invloed op de ontwikkeling van en omgang met psychische problemen. Mensen, dieren en materiële objecten kunnen steun bieden. Er is relatief weinig bekend over de manier waarop mensen in het sociale netwerk van een persoon met psychische problemen steun geven en of die steun in de verschillende fasen van het herstelproces (inclusief crises) wisselt. In deze Britse studie (n=25; ernstige, langdurige psychische problemen) werd met behulp van interviews onderzocht welke patronen het persoonlijke sociale netwerk in het dagelijkse leven en in tijden van crisis hebben. Van de 25 geïnterviewden werd het hele sociale netwerk in kaart gebracht. Dat kunnen mensen, dieren, plaatsen, activiteiten of objecten zijn: in feite alles wat voor de persoon van waarde is om met de psychische stoornis om te gaan. De data werden behulp van een structuuranalyse geanalyseerd. De volgende thema’s kwamen naar voren bij het managen van een crisis: 1. De veranderlijkheid van de netwerkrelaties tussen crisis- en herstelperiodes: in tijden van crisis wordt het sociale netwerk kleiner: de meeste houden voornamelijk contact met partner of nauwe verwanten. De sociale activiteiten worden zeer beperkt. Soms is contact met mensen die dichtbij staan juist heel lastig. 2. Zich terug trekken is ook een kenmerk van het crisismanagement. Hoewel de buitenwereld dit terugtrekgedrag vaak negatief duidt, blijkt het voor de meesten een essentiële strategie om met de crisis om te gaan, om bij zichzelf te blijven. 3. Contact met lotgenoten en ervaringsdeskundigen wordt veelvuldig gezocht en geeft tijdens de crisis vaak veel steun. Opmerkelijk is dat de reguliere hulpverlening in tijden van crisis van weinig waarde wordt gevonden. Voor de preventie van crises en in tijden van herstel wordt van de hulpverlening wel veel steun ervaren.
Walker S, Kennedy A, Vassilev I, Rogers A. (2018). How do people with long-term mental health problems negotiate relationships with network members at times of crisis? Health Expect. 2018 Feb;21(1):336-346
Trefwood: Rehabilitatie en participatie

Cultureel aangepaste interventies voor de behandeling van psychische stoornissen leiden tot betere resultaten bij etnische minderheden
Door de globalisering is er in veel landen culturele diversiteit ontstaan. Maar in de gezondheidszorg, inclusief de geestelijke gezondheidszorg, ontbreekt het vaak aan culturele competenties en zijn de interventies niet aangepast aan de culturele achtergrond van de patiënten, waardoor veel interventies minder effectief zijn. In deze Engelse review van meta-analyses (n= 12 studies) wordt de stand van zaken met betrekking tot cultureel aangepaste psychosociale interventies voor psychische problemen in kaart gebracht. Vanwege de heterogeniteit van de 12 relevante studies konden de data niet gepoold worden en worden ze apart besproken. Er kunnen wel enkele algemene opmerkingen over gemaakt worden. In de besproken literatuur was de algemene aanpak westerse vs. niet-westerse culturen. In de reviews werden effecten van de aanpaste interventies tussen de 0.23 tot 0.75 gevonden (d.i. matig tot groot). De volgende aanpassingen werden vaak genoemd: expliciet benoemen van culturele verschillen; matching van cliënt en hulpverleners met dezelfde culturele achtergrond; tijdens de behandeling culturele waarden inbrengen; samenwerken met mensen uit andere cultuur. De meeste aanpassingen gebeurden op de volgende dimensies: taal, context en therapeut. Na een thematische analyse van de aanpassingen vonden de auteurs negen thema’s: taal; concepten; familie; communicatie; inhoud; culturele normen en praktijken; context; therapeutische alliantie en behandeldoelen. De voorzichtige conclusie is dat de aanpassing van de interventies naar de cultuur van de cliënt beter is voor de cliënt dan de standaardbehandeling.
Rathod S, Gega L, Degnan A, Pikard J, Khan T, Husain N, Munshi T, Naeem F. (2018). The current status of culturally adapted mental health interventions: a practice-focused review of meta-analyses. Neuropsychiatr Dis Treat. Jan 4;14:165-178.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Jongeren uit etnische minderheidsgroepen hebben grotere dropout uit GGz-behandelingen dan jongeren uit etnische meerderheidsgroep
Ongeveer 7% van de jongeren in de Westerse samenlevingen hebben psychiatrische behandeling nodig. Dit geldt voor alle etnische groepen. Slechts 2,5% van de jongeren krijgt ook daadwerkelijk hulp. Slechts 1,5% van de etnische minderheden krijgt GGz-hulp tegenover 3,5% van de etnische meerderheidsgroep. Van degenen die in behandeling gaan stopt 28% tot 75% voortijdig met de behandeling. In deze Nederlandse systematische review (n=27 studies) wordt een overzicht gegeven van resultaten van empirische studies naar de dropout van kinderen en adolescenten uit etnische minderheden die in therapie zijn en werd gekeken of er etnisch-specifieke determinanten van dropout zijn. Alle gevonden studies kwamen uit de VS, VK, Hong Kong of Nederland. Uit de resultaten bleek dat jongeren uit etnische minderheden een groter risico op behandelingsdropout lopen dan jongeren uit de etnische meerderheidsgroep. Er werden vier soorten studies gevonden: 1. studies die over dropout percentages per etnische groep rapporteren; 2. studies die uitkomsten van jongeren uit etnische minderheden vergelijkt met die van jongeren uit etnische meerderheidsgroep; 3. studies die analyseren of jongeren uit etnische minderheidsgroepen een hoger risico op dropout hebben; 4. studies die rapporteren over andere etniciteit-gerelateerde variabelen, zoals etnische match tussen patiënt en therapeut. Er kwamen drie voorspellers van dropout naar voren: Sociaaleconomische Status (SES), etnische match tussen patiënt en therapeut en de therapeutische relatie. Therapeuten moeten er van bewust zijn dat de patiëntkenmerken invloed hebben op het verloop van de behandeling.
De Haan AM, Boon AE, De Jong JTVM, Vermeiren RRJM. (2018). A review of mental health treatment dropout by ethnic minority youth. Transcult Psychiatry. Feb;55(1):3-30.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie