Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Rehabilitatie & participatie 2017

Cliënten van de geestelijke gezondheidszorg ervaren op sommige aspecten van de hulpverlening geen continuïteit van de zorg
Continuïteit van zorg is een voorwaarde om zorg te verlenen die voldoet aan de behoeften van de cliënten. Er zijn drie types van continuïteit van zorg: 1. continuïteit van informatie overdracht; 2. continuïteit in het management van de hulpverlening; 3. relationele continuïteit tussen cliënt en hulpverlener(s). In deze kwalitatieve Noorse studie (n=10) werden de ervaringen met de continuïteit van zorg van personen met een ernstige psychische aandoening onderzocht in hun langdurig proces van herstel, waarbij ze met verschillende soorten zorginstellingen te maken kregen. Met de 10 cliënten werden diepte-interviews gehouden, met 8 van hen na 2 jaar ook nog een vervolginterview. Ten tijde van het eerste interview hadden alle cliënten ernstige psychische problemen. Ten tijde van het vervolginterview waren de geïnterviewde cliënten gedeeltelijk of helemaal hersteld. Alle data werden thematisch geanalyseerd. Uit de analyses kwamen vijf thema’s naar voren die door de cliënten ervaren werden in verband met de continuïteit van de zorg en die ervaringen varieerden van slecht tot goed. 1. Relatie: continuïteit in het contact met dezelfde hulpverlener of contactpersoon wordt zeer gewaardeerd door de cliënten. De ervaringen hiermee liepen zeer uiteen van grote breuk tot zich veilig voelen in een voortdurende persoonlijke relatie. 2. Tijdigheid: soms kreeg men hulp op het moment dat men het nodig had, soms waren er frustrerende wachttijden. 3. Wederkerigheid: vaak wordt de relatie met de hulpverleners als eenzijdig ervaren. De cliënten willen dat de hulpverleners soms zelf initiatief nemen. 4. Keuze: dat kan variëren van dat de cliënt geen mogelijkheid heeft om direct invloed te hebben op allerlei aspecten van behandeling tot betrokken worden bij elke stap. 5. Kennis: dit varieert van zich verward en onzeker voelen omdat men niet weet wat er gaat gebeuren tot zich veilig voelen omdat men goed geïnformeerd is over wat er gaat gebeuren.
Biringer E, Hartveit M, Sundfør B, Ruud T, Borg M. (2017). Continuity of care as experienced by mental health service users – a qualitative study. BMC Health Serv Res. Nov 21;17(1):763.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Nieuwe Cognitieve Remediatie-training, CIRCuiTS, verbetert geheugen, executieve functies en sociale functioneren bij personen met schizofrenie
Cognitieve Remediatie (CR) is een psychologische therapie die cognitieve en sociale functioneren bij personen met schizofrenie kan verbeteren. Bij King’s College in Londen is een nieuw gecomputeriseerd CR-programma ontwikkeld: Computerised Interactive Remediation of Cognition – a Training for Schizophrenia (CIRCuiTS). Doel van CIRCuiTS is het versterken van strategische en metacognitieve processen met een focus op de transfer van cognitieve vaardigheden naar het dagelijks leven. In deze Britse RCT (n totaal=93 personen met schizofrenie) werd de haalbaarheid en de werkzaamheid op verbetering van cognitie en sociaal functioneren van CIRCuiTS onderzocht. De ene arm kreeg CIRCuiTS + Treatment-as-Usual (TAU), de andere arm alleen TAU. CIRCuiTS wordt door een therapeut aangeboden en aangevuld met individuele computer sessies (minimaal 3 maal per week, met een maximum van 40 sessies van een uur). Er waren metingen vóór en na de interventie en na 3 maanden. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de Wechsler Test of Adult Reading, de Wechsler Adult Intelligence Scale -Third Edition [WAIS-III-UK], de Positive and Negative Syndrome Scale (PANNS), de Digit Span van de WAIS-III-UK (verbaal werkgeheugen), de Rey Osterreith Complex Figure (ROCF) (visueel geheugen), de Hayling Sentence Completion test (verbale executieve functies), de WCST (visuele executieve functies) en de Time Use Survey. Van de CIRCuiTS-deelnemers bleef 85% de interventie volgen. Ten opzichte van de TAU-groep scoorde de CIRCuiTS-groep significante verbeteringen op visueel geheugen na de interventie en bij follow-up en meer vooruitgang (nog niet significant) voor de executieve functies na de interventie. Het sociaal functioneren was bij de CIRCuiTS-groep significant verbeterd na de interventie, maar niet meer bij de follow-up. Die verbetering in sociaal functioneren wordt voorspeld door verbeterde executieve functies.
Reeder C, Huddy V, Cella M, Taylor R, Greenwood K, Landau S, Wykes T. (2017). A new generation computerised metacognitive cognitive remediation programme for schizophrenia (CIRCuiTS): a randomised controlled trial. Psychol Med. Sep 4:1-11.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Bij personen met een eerste psychose is er een duidelijke associatie tussen motivatie en later beroepsmatig functioneren
Motivatie is een complex construct. Negatieve symptomen bij schizofrenie worden onderscheiden in expressieve en empirische domeinen. Expressieve symptomen bestaan uit affectieve afvlakking en alogie (afasie). Empirische symptomen worden gekenmerkt door anhedonie (= geen vreugde meer ervaren), verminderde sociale drift en amotivatie. Gebrek aan motivatie wordt sterk geassocieerd met een gebrek aan anticiperen van plezier (= gebrek aan ‘willen’). Uit de literatuur komt naar voren dat er een sterk verband is tussen motivatie en functioneren. In dit Amerikaanse onderzoek (n=404 personen met een eerste psychotische episode) werden de prospectieve en wederzijdse associaties onderzocht tussen motivatie enerzijds en sociaal- en beroepsmatig functioneren anderzijds. De analyses gebeurden met behulp van structural equation modeling met toepassing van cross-lagged panel analyses. De deelnemers kwamen uit het Recovery After an Initial Schizophrenia Episode—Early Treatment Program (RAISE-ETP). De volgende meetinstrumenten werden op baseline, na 6 en 12 maanden afgenomen: de Structured Clinical Interview for DSM-IV (SCID), de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), de Calgary Depression Scale for Schizophrenia (CDSS), de Quality of Life Scale (QLS) –de QLS meet o.a. motivatie en sociale interactie-, de Brief Assessment of Cognition in Schizophrenia (BACS), de Services Utilization Recording Form (SURF). Het bleek dat motivatie werd geassocieerd met beroepsmatige functioneren 6 maanden later, maar beroepsmatig functioneren werd niet geassocieerd met motivatie 6 maanden later. De omgekeerde associatie werd voor sociale functioneren gevonden: sociaal functioneren werd geassocieerd met latere motivatie, maar motivatie werd niet geassocieerd met sociaal functioneren 6 maanden later. Dus: hogere mate van motivatie heeft een sterk verband met beter functioneren op het werk of op school, maar niet met algemeen sociaal functioneren.
Fulford D, Piskulic D, Addington J, Kane JM, Schooler NR, Mueser KT. (2017). Prospective Relationships Between Motivation and Functioning in Recovery After a First Episode of Schizophrenia. Schizophr Bull. 2017 Aug 18.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Ook voor daklozen met psychische problemen in een Housing First project is IPS effectiever voor vinden van werk dan andere interventies
Volgens schattingen is de werkloosheid onder daklozen tussen de 80 en 90%. Veel daklozen hebben ook psychische problemen. In Canada liep van 2009 tot en met 2013 een Housing First programma (At Home/Chez Soi) voor daklozen, meestal met psychische problemen. In dit Canadese artikel wordt verslag gedaan van de eerste RCT (n=45) met deze doelgroep waarbij at random Individual Placement and Support (IPS) óf de gebruikelijk diensten (controlegroep) werden aangeboden. Alle deelnemers hadden recent huisvesting via het Housing First project gekregen. Slechts over een periode van 8 maanden kon modelgetrouwe IPS aangeboden worden. Over die periode wordt in dit artikel gerapporteerd. De primaire uitkomstmaat was het aantal dagen regulier betaald werk per maand. Verder werden afgenomen: de MINI International Neuropsychiatic Interview en de Service Satisfaction Scale. Ook werd de huisvestingsgeschiedenis in kaart gebracht. In de 8 maanden waarin modelgetrouwe IPS geboden kon worden bleek 34% van de IPS-groep regulier betaald werk gevonden te hebben tegenover 22% in de controlegroep. De kans om werk te vinden was in de IPS-groep meer dan twee keer zo groot dan in de controlegroep: OR=2.42, 95%BI 1.13-5.16. De tevredenheid over de diensten die in het IPS-traject aangeboden werden waren groter dan die in de controlegroep. In vergelijking met andere RCT’s over IPS is het percentage deelnemers dat regulier betaald werk vond laag (meestal kan tussen de 50 en 60% van de IPS-deelnemers werk vinden). Dit heeft voor een deel te maken met de korte periode waarover modelgetrouwe IPS aangeboden kon worden.
Poremski D, Rabouin D, Latimer E. (2017). A Randomised Controlled Trial of Evidence Based Supported Employment for People Who have Recently been Homeless and have a Mental Illness. Adm Policy Ment Health. 44(2), 217-224.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Zes verschillende groepen te onderscheiden in trajecten die door daklozen met psychische problemen in Housing First interventie worden afgelegd
Tussen 2009 en 2013 liep er in Canada een Housing First RCT waarbij ongeveer 2300 daklozen met psychische problemen in vijf verschillende steden óf Housing First (HF) óf Treatment-as-Usual (TAU) aangeboden kregen. Over een periode van twee jaar werden om de 3 maanden data verzameld. Wat betreft de uitkomsten van HF is er voornamelijk over groepsgemiddelden gerapporteerd. In deze Canadese studie wordt uitgezocht hoe de verschillende subgroepen op HF gereageerd hebben en waarom. Er werd gebruik gemaakt van Growth Mixture Modeling (GMM) om klassen van deelnemers gebaseerd op grond van allerlei variabelen te kunnen onderscheiden. De primaire uitkomstmaat was stabiele huisvesting per 90 dagen vastgesteld met de Residential Time-Line Follow-Back Calendar (RTLFB). Daarnaast werden afgenomen: de Mini International Neuropsychiatric Interview (MINI), de Colorado Symptom Index, de Global Assessment of Individual Need Short Screener, de Adverse Childhood Experiences (ACE) Scale, de Recovery Assessment Scale (RAS) en de EQ-5D. Er werden data van 2140 deelnemers geanalyseerd: 1234 in HF-groep en 906 in TAU-groep. Uit het model kwamen 6 groepen (trajecten) naar voren die op grond van een aantal kenmerken onderscheiden konden worden: Klasse 1 (29% van totaal): over 24 maanden bijna geen vaste huisvesting; de meeste leden van deze groep kwamen uit de TAU-groep (73%), hadden laag inkomen voor de instroom, hadden langere geschiedenis van dakloosheid, waren eerder man en Aboriginal. Klasse 2 (33% van totaal): beste uitkomst, over 24 maanden snel huisvesting gekregen en gehouden; de meeste leden van deze groep kwamen uit de HF-groep (77%); in vergelijking met Klasse 1 waren leden van deze groep ouder, eerder vrouw, minder waarschijnlijk Aboriginal en ze waren relatief weinig jaren dakloos. De andere vier Klassen (groepen) zitten tussen deze twee in.
Adair CE, Streiner DL, Barnhart R, Kopp B, Veldhuizen S, Patterson M, Aubry T, Lavoie J, Sareen J, LeBlanc SR, Goering P. (2017).Outcome Trajectories among Homeless Individuals with Mental Disorders in a Multisite Randomised Controlled Trial of Housing First. Can J Psychiatry. 62(1), 30-39.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Algemeen kortdurend psychiatrisch rehabilitatieprogramma verbetert neuropsychologisch en psychosociaal functioneren
Psychiatrische rehabilitatie streeft naar herstel en volledige integratie in de samenleving van personen met ernstige psychische aandoeningen. In deze Italiaanse pilot studie werd de werkzaamheid onderzocht van een kortdurend (4 weken) psychiatrisch rehabilitatieprogramma (KPRP), zonder specifieke cognitieve remediatie-trainingen, op het neuropsychologisch en psychosociale functioneren van 80 voor 4 weken in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen patiënten met een ernstige depressieve of een bipolaire stoornis. Het KPRP bestond uit twee componenten: 1. Individuele psychologische interventies met o.a. psycho-educatie en gestructureerde gedragsinterventies; 2. Groepsactiviteiten: trainingen op activiteiten van het dagelijks leven (o.a. persoonlijke verzorging); sociale activiteiten (groepsdiscussies, samen de krant lezen); schilder- en zangworkshops; lichamelijke oefeningen. Vóór en na de opname werd een neuropsychologische batterij afgenomen met o.a. de Rey-Osterrieth Complex Figure Copy Test (ROCF-C), de Rey-Rey-Osterrieth Complex Figure Recall Test (ROCFR) en de Token Test. Het psychosociale functioneren werd gemeten met de Rehabilitation Areas Form (RAF) op 28 domeinen, die in zes gebieden werden ondergebracht: betrokkenheid, sociaal-affectief vermogen, agressiviteit, autonomie, zelfzorg en zelfmanagement. De RAF is een onderdeel van het Italiaanse VADO-handboek. Symptomen werden gemeten met de Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS). Er werden significante verbeteringen gevonden voor alle neuropsychologische testen, behalve de Token Test, én op 4 van de 6 RAF-gebieden: betrokkenheid, autonomie, zelfzorg en zelfmanagement. De ernst van de klinische symptomen was afgenomen.
Perna G, Daccò S, Sacco F, Micieli W, Cavedini P, Caldirola D. (2017). Short-Term Psychiatric Rehabilitation in Major Depressive and Bipolar Disorders: Neuropsychological-Psychosocial Outcomes. Psychiatry Investig. 14(1), 8-15.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie

Functionele Remediatie verbetert het psychosociale functioneren bij personen met een bipolaire stoornis, maar niet de subklinische depressieve symptomen
Functionele Remediatie (FR) zijn interventies gericht op het verbeteren van het psychosociale functioneren bij mensen met ernstige psychische stoornissen door het toepassen van ‘ecologische’ neurocognitieve technieken. Er wordt gebruikt gemaakt van o.a. psycho-educatie over cognitieve gebreken en de invloed daarvan op het dagelijkse leven en er worden strategieën aangeboden om met cognitieve gebreken in verschillende cognitieve domeinen om te gaan. FM is in Barcelona ontwikkelt. In deze Spaanse studie (n=99) werd bekeken of Functionele Remediatie een positieve invloed heeft op het psychosociale functioneren en de subklinische depressieve symptomen bij patiënten met een bipolaire stoornis. Er werden drie groepen met elkaar vergeleken: de FR-groep (n=33), de groep die alleen psycho-educatie kreeg (n=37) en de TAU-groep (n=29). Geïncludeerd werden alleen personen die voldeden aan de volgende drie criteria: 1. een bipolaire stoornis volgens de DSM-IV-TR; 2. de afgelopen drie maanden euthymia (evenwichtige gemoedstoestand) zoals vastgesteld met de Young Mania Rating Scale (YMRS), score van <6, én de Hamilton Depression Rating Scale-17 (HAM-D), score van <8; 3. een redelijke mate van functionele beperking, gemeten met de Functioning Assessment Short Test (FAST). Er werd gemeten op baseline, na 6 en 12 maanden. Na 12 maanden had de FR-groep een significante verbetering in het psychosociale functioneren in vergelijking met de twee andere groepen (F=2.93; p=0.20). De subklinische depressieve symptomen veranderden in geen van de drie groepen significant. Bipolaire patiënten met subklinische depressieve symptomen gaan door FR psychosociaal beter functioneren ongeacht het voorduren van die depressieve symptomen.
Sanchez-Moreno J, Bonnín C, González-Pinto A, Amann BL, Solé B, Balanzá-Martínez V, Arango C, Jimenez E, Tabarés-Seisdedos R, Garcia-Portilla MP, Ibáñez A, Crespo JM, Ayuso-Mateos JL, Vieta E, Martinez-Aran A, Torrent C; CIBERSAM Functional Remediation Group. (2017). Do patients with bipolar disorder and subsyndromal symptoms benefit from functional remediation? A 12-month follow-up study. Eur Neuropsychopharmacol. 27(4), 350-359.
Trefwoord: Rehabilitatie & participatie