Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Psychotische aandoeningen 2015

Meta-analyse: Cognitieve Remediatie bij eerste psychose heeft een positief effect op algemene cognitie, algemeen functioneren en symptomen
Cognitieve beperkingen zijn vaak voorspellend voor een slecht beloop bij schizofrenie. Uit veel onderzoek is gebleken dat Cognitieve Remediatie (CR) trainingen tot verbeteringen in cognitie en algemeen functioneren bij schizofrenie kan leiden. De CR-interventie heeft als doel cognitieve processen zoals aandacht, geheugen, executieve functioneren, sociale cognitie en metacognitie te verbeteren. Er zijn ook aanwijzingen dat als CR in een vroeg stadium van de ziekte wordt aangeboden grotere verbeteringen mogelijk zijn. In deze Engelse systematische review en meta-analyse werden 11 relevante CR trials (615 deelnemers) geïncludeerd waarbij de CR-training in de vroege fase van schizofrenie (of vroege psychose) werd gevolgd. Voor cognitie, symptomen en algemeen functioneren werden aparte meta-analyses uitgevoerd. CR had een niet-significant positief effect op globale cognitie (effectgrootte 0.13; 95%BI -0.04-0.31; p=0.14). CR had een significant effect op het domein verbaal leren en geheugen (0.23; BI 0.01-0.46) en een bijna significant effect op sociale cognitie (0.30; BI -0.00-0.61). Er waren ook significante positieve effecten van CR op algemene symptomen (0.19; BI 0.02-0.36; p<0.05) en algemeen functioneren (0.18; BI 0.01-0.36; p<0.05). De effectgroottes die in deze meta-analyse zijn gevonden blijken kleiner dan in de meta-analyse van Wykes et al uit 2011 onder patiënten met chronische schizofrenie. Als mogelijke verklaring voor dat verschil wordt gegeven dat de deelnemers uit deze meta-analyse voor een veel groter deel uit ambulante patiënten met een hoger beginniveau bestond.
Revell ER, Neill JC, Harte M, Khan Z, Drake RJ. (2015). A systematic review and meta-analysis of cognitive remediation in early schizophrenia. Schizophr Res, 168(1-2), 213-22.
Trefwoord: Psychotische aandoeningen

Om functionele uitkomsten te verbeteren zou naast cognitieve remediatie therapie de metacognitie apart getraind moeten worden
Cognitieve Remediatie training (CRT) is ontwikkeld om cognitieve functiestoornissen en problemen die vaak bij mensen met schizofrenie voorkomen te verbeteren. Het gaat dan om de domeinen geheugen, aandacht, snelheid van informatieverwerking en executieve functies. Het is echter nog niet geheel duidelijk hoe CRT doorwerkt op het dagelijkse functioneren. In deze Britse beschouwing, geschreven door auteurs die veel over CRT gepubliceerd hebben, wordt samengevat wat bekend is over de rol die metacognitie speelt in de transfer van CRT naar het dagelijkse leven. Mensen met schizofrenie hebben vaak ook problemen op metacognitief gebied, zoals weinig zelfinzicht, weinig zelfbewustzijn en moeilijkheden bij de planning van complexe taken. Uit de literatuur komt naar voren dat CRT slechts 15% van verbeteringen in het functioneren kan verklaren. Volgens de auteurs kunnen door het trainen van de metacognitie zowel cognitieve functies verbeteren als het functioneren. Metacognitie wordt opgevat als het proces dat leren en informatieverwerking reguleert. Metacognitie heeft twee componenten: metacognitieve kennis (‘denken over denken’) en metacognitieve regulering (monitoren en controleren van het cognitieve functioneren). Metacognitieve kennis en regulering bestaan uit hiërarchieën van mentale processen die verwijzen naar cognitieve operaties van uiteenlopende complexiteit. Door expliciet leerstrategieën aan te beiden kan de metacognitie toenemen en evenals de kans op de transfer naar het dagelijks functioneren. De auteurs hebben een model ontwikkeld waarbij metacognitie een integraal onderdeel is van CRT. Dit gebeurt al bij het CR-programma CIRCuiTS.
Cella M, Reeder C, Wykes T. (2015). Lessons learnt? The importance of metacognition and its implications for Cognitive Remediation in schizophrenia. Front Psychol. 6 (1), 1259.
Trefwoord: Psychotische aandoeningen

Het SAFE-meetinstrument spoort belemmerende en bevorderende factoren op voor het implementeren van de verschillende interventies voor de behandeling van psychose
De implementatie van richtlijnen is beperkt. Dat geldt ook voor de recente Britse NICE richtlijn voor de behandeling van psychoses. In deze Brits-Nederlandse studie werd bekeken wat de implementatie-haalbaarheid is van de verschillende effectieve interventies uit de NICE psychose richtlijn. Daarbij werd met behulp van het gestandaardiseerde meetinstrument Structured Assessment of Feasibility (SAFE) de verschillen in de haalbaarheid van het implementeren van farmacologische-, psychosociale- en herstelinterventies gemeten. De SAFE heeft acht items die barrières meten en acht items die implementatie makkelijker maken. Er bleek tussen de psychosociale- en herstel-interventies geen verschil in het aantal belemmerende en bevorderende factoren. Voor de farmacologische interventies gold dat ze minder barrières hebben dan zowel de psychosociale als de herstelinterventies en dat ze een gelijk aantal bevorderende factoren hebben dan herstelinterventies maar minder dan psychosociale interventies. De belangrijkste barrière voor farmacologische interventies blijken mogelijk schadelijk gevolgen die met medicatie worden geassocieerd, terwijl de belangrijkste barrière voor de andere twee soorten interventies voornamelijk ligt in de complexiteit van die interventies. DE SAFE-scores kunnen gebruikt worden om de implementatieproblemen in de GGz op te lossen. Van der Krieke L, Bird V, Leamy M, Bacon F, Dunn R, Pesola F, Janosik M, Le Boutillier C, Williams J & Slade M (2015). The feasibility of implementing recovery, psychosocial and pharmacological interventions for psychosis: comparison study. Implementation Science 23, 10:73. Trefwoord: Psychotische aandoeningen

Cognitieve Remediatie interventie heeft een langdurig positief klinisch en neurocognitief effect bij mensen met schizofrenie
Hoewel duidelijk is dat Cognitieve Remediatie (CR) gunstige effecten heeft op het klinische en neurocognitieve functioneren van schizofreniepatiënten, is nog maar weinig onderzocht of deze effecten ook op de lange termijn blijven. In deze naturalistische Italiaanse studie (n=54; diagnose schizofrenie) werd bekeken of één jaar na een CR-training de klinische, neuropsychologsiche en functionele uitkomsten van de interventiegroep (n=37) nog steeds positief verschilde van die van de controlegroep (n=17) die niet-cognitieve rehabilitatie-interventies aangeboden had gekregen. De CR-training werd over een periode van 6 maanden twee keer per week aangeboden, of in het kader van een Geïntegreerde Psychologische Therapie of als Computer-Assisted Cognitive Remediation (CACR). Op baseline (t0), na 6 maanden (d.w.z. na de interventie) (t1) en na 18 maanden (t2) werden afgenomen: de Positive and Negative Syndrome Scale (PANNS), de Health of the Nation Outcome Scale (HoNOS) en een batterij met neuropsychologische testen waarmee met name de volgende cognitieve constructen werden gemeten: verwerkingssnelheid (processing speed), werkgeheugen, verbaal geheugen en executieve functies. Het bleek dat de PANNS-scores in de CR-groep significant beter waren na t1, en dat dat ook nog zo was op t2 (PANNS total op t2: 67.59 om 79.65; P=<0.001). Op t1 waren de verwerkingssnelheid, het werkgeheugen en het verbale geheugen significant verbeterd in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep. Op t2 werd dit alleen nog teruggevonden voor de verwerkingssnelheid (P=0.017). Opmerkelijk was dat er geen functionele verschillen (gemeten met de HoNOS) op t1 werden gevonden, maar dat op t2 de interventiegroep signifiant beter scoorde. De positieve effecten van CR zijn ook na één jaar nog aanwezig. Deste G, Barlati S, Cacciani P, DePeri L, Poli R, Sacchetti E & Vita A (2015). Persistence of effectiveness of cognitive remediation interventions in schizophrenia: A 1-year follow-up study. Schizophrenia Research 161 (2-3), 403–406. Trefwoord: Psychotische aandoeningen

Cognitieve Remediatie training, in combinatie met sociale vaardigheidstraining, heeft significant positief effect op aandacht, werkgeheugen en empathie bij schizofreniepatiënten
Cognitieve stoornissen hebben bij schizofreniepatiënten invloed op het sociale functioneren. In deze Amerikaanse RCT (n=64) staat centraal in hoeverre Cognitieve Remediatie (CR) en psychosociale interventies elkaar kunnen versterken. Alle twee de groepen kregen een Sociale Vaardigheidstraining. De interventiegroep kreeg daarnaast voor een periode van 4-6 maanden een gestandaardiseerde CR-training die gericht was op het verbeteren van aandacht, werkgeheugen, verbale geheugen, executieve functies en taalprocessen (SST+CR groep), terwijl de controlegroep voor een even lange tijd een training kreeg in computervaardigheden (SST+CV groep). Op baseline en na de trainingen werden de volgende meetinstrumenten afgenomen: Wechsler Adult Intelligence Scale-III of IV (WAIS) (aandacht en werkgeheugen), de Penn Continuous Performance Test (PCPT) (visueel concentratievermogen), de California Verbal Learning Test (CVLT-II) (verbaal geheugen), de Penn Conditional Exclusion Test (PCET) (probleemoplossend vermogen), de Social Skills Performance Assessment (SSPA) en de Quality of Life Scale-Brief (QLS-B). Het bleek dat de SST+CR groep in vergelijking met de SST+CV-groep significant meer vooruit was gegaan wat betreft aandacht en werkgeheugen (d=.46). Echter: op alle andere neurocognitieve tests waren er geen verschillen tussen beide groepen. Na de trainingen waren geen verschillen tussen de groepen op het gebeid van de sociale vaardigheden. Het algemene psychosociale functioneren van beide groepen ging vooruit. Op het ondereel empathie van de QLS-B-schaal scoorde de SST+CR significant beter dan de controlegroep (d=.67). De auteurs vermoeden dat de verbeteringen van de aandacht en het werkgeheugen bij de SST+CR groep tot een verbetering in de sociale cognitie (empathie) heeft geleid. Kurtz MM, Mueser KT, Thime WR, Corbera S & Wexler BE (2015). Social skills training and computer-assisted cognitive remediation in schizophrenia. Schizophrenia Research 162 (1-3), 35–41. Trefwoord: Psychotische aandoeningen

Online sociale netwerken (chatrooms en forums) worden door mensen met een psychotische stoornis gebruikt om sociale contacten te maken of te onderhouden
Mensen met een psychotische stoornis hebben vaak een beperkt sociaal netwerk. In deze Britse systematische review (N=11) stond de vraag centraal of en, zo ja, in welke mate, mensen met een psychose gebruik maken van het internet om sociale contacten te leggen. De review werd uitgevoerd volgens de Preferred Reporting Items for Systematic Reviews and Meta-Analyses (PRISMA) richtlijnen. Er kwamen slechts 11 studies voor de review in aanmerking, waarvan 3 uit de VS, 5 uit Europa, 2 uit Azië en 1 uit Zuid-Amerika. In totaal ging het om 1189 patiënten die allen als hoofddiagnose psychose (inclusief bipolaire stoornis) hadden. De studies verschilden methodologisch in grote mate van elkaar, zodat een meta-analyse niet mogelijk was. De verschillende studies geven uiteenlopende uitkomsten over de mate waarin de doelgroep gebruikt maakt van het Internet, maar uit enkele grote studies komt naar voren dat mensen met een psychose meer tijd in chatrooms en forums doorbrengen en vaker online spelletjes spelen dan gezonde controles. Online sociale netwerken worden door de doelgroep met name gebruikt om nieuwe contacten op te doen, bestaande relaties te onderhouden, weer contact te zoeken met vroegere bekenden en van lotgenoten steun te krijgen. Het gebruik van Facebook of communicatie via e-mail is bij de doelgroep minder frequent dan bij gezonde controles. Met name chatrooms en online forums kunnen een rol spelen bij strategieën die erop gericht zijn de sociale netwerken bij mensen met een psychose te verminderen en het risico op sociale isolement te verminderen. Highton-Williamson E, Priebe S & Giacco D (2015). Online social networking in people with psychosis: A systematic review. International Journal of Social Psychiatry 61 (1), 92-101. Trefwoord: Psychotische aandoeningen

De remissiecriteria voor mensen met schizofrenie zoals die in 2005 door de RSWG zijn geformuleerd zijn ook in de Nederlandse situatie valide
In 2005 werden in de VS door de Remission in Schizophrenia Working Group (RSWG) remissiecriteria voor schizofrenie geformuleerd: remissie heeft een ernst- en een tijdscriterium. Op de PANNS mogen de items delusies, desorganisatie, hallucinaties, afgestompt affect, passief sociaal terugtrekgedrag, gebrek aan spontaniteit en maniërisme niet boven de 3 (=mild) uitkomen. Tevens moet de remissie zeker 6 maanden stabiel zijn. In deze naturalistische Nederlandse follow-up studie (n=648), waarbij gebruik werd gemaakt van data van de Genetic Risk and OUtcome of Psychosis (GROUP)-studie, werd bekeken welke verbanden er zijn tussen symptomatische remissie en klinische en functionele variabelen op baseline en na 3 jaar. Behalve de Positive and Negative Symptom Scale (PANNS) werden afgenomen: de Premorbid Adjustment Scale (PAS), de Global Assessment of Functioning Scale (GAF), de WHO Quality of Life scale (WHO-QoL) en de Camberwell Assessment of Need Short Appraissal Schedule (CANSAS). Er werden vier verandering-in-remissiegroepen onderscheiden: op beide meetpunten geen remissie (NN), geen remissie op baseline, wel remissie bij follow-up (NR), wel remissie op baseline, geen remissie bij follow-up (RN) en op beide meetpunten in remissie (RR). Gemiddeld nam de kwaliteit van leven bij alle patiëntencategoriën toe. Op baseline was 49% van de patiënten in remissie, na 3 jaar was dit nog maar 35%. De patiënten die volgens de RSWG-criteria in remissie waren fucntioneerden bveter in termen van algemeen functioneren, onvervulde behoeftes en QoL: deze criteria zijn valide. Verder was er een verband tussen jongere leeftijd op baseline en in remissie zijn bij de folluw-up. Heering HD, Janssens M, Boyette LL, Van Haren NEM & G.R.O.U.P investigators (2015). Remission criteria and functional outcome in patients with schizophrenia, a longitudinal study. Australian &  New Zealand Journal of Psychiatry 49 (3), 266-274. Trefwoord: Psychotische aandoeningen