Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Psychotische aandoeningen 2010

Gerichte lichamelijke oefeningen lijken negatieve symptomen bij mensen met schizofrenie te doen verminderen
In deze beperkte meta-analyse werden studies opgespoord en besproken die de effecten van lichamelijke oefeningen en sportieve activiteiten op de psychische gezondheid van personen met schizofrenie in beeld brengen. Er werden slechts drie Randomized Controlled Trials (RCT’s) over dit onderwerp gevonden, met in totaal 64 personen. Het blijkt dat bij de personen met schizofrenie die lichamelijke oefeningen doen de negatieve symptomen significant meer afnemen – gemeten met PANNS-scores- dan bij de personen met schizofrenie die geen lichamelijke inspanningen verrichten. In één studie komt naar voren dat het aan yoga doen nog beter scoort dan lichamelijke oefeningen. Gorczynski P & Faulkner G (2010). Exercise Therapy for Schizophrenia.Schizophrenia Bulletin 36 (4), 665-666. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Aanpak beschadigd motivatiesysteem -als kern van negatieve symptomen- bij schizofrenie is mogelijk
Dit is een samenvattend artikel van een themagedeelte over motivatie bij schizofrenie. De beschadiging van het motivatiesysteem bij personen met schizofrenie is het resultaat van een interactie tussen biologische hersenprocessen en sociaal contextuele variabelen. De Expectancy-value theorie en de Self-Determination theorie (SDT) geven verklaringen voor de basisvragen die aan motivatie ten grondslag liggen: 1. Verwacht ik deze taak succesvol te kunnen verrichten? 2. Ken ik aan deze taak waarde toe? 3. Waarom wil ik deze taak doen? Er zijn aanwijzingen dat mensen met schizofrenie niet goed kunnen inschatten of ze taken succesvol kunnen uitvoeren en dat ze een andere waarde aan activiteiten toekennen dan anderen. Als bepaalde activiteiten aan doelen gekoppeld kunnen worden die de personen zelf hebben geformuleerd kan de motivatie toenemen. Dit poogt men bij de recovery-benadering te doen. De SDT gaat ervan uit dat personen gemotiveerd worden complex gedrag te vertonen als er niet-materiële beloningen zijn op het gebied van autonomie, competentie en sociale interactie. Dit biedt aanknopingspunten om motivatie bij schizofrenie te verbeteren. Medalia A & Brekke J (2010). In Search of a Theoretical Structure for Understanding Motivation in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 36(5), 912-918. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

De IMI-SR is een bruikbaar en betrouwbaar instrument om intrinsieke motivatie bij personen met schizofrenie te meten
Intrinsieke Motivatie (IM) is een bemiddelende factor tussen neurocognitie en psychosociale uitkomsten bij personen met schizofrenie. De Intrinsic Motivation Inventory for Schizophrenia Research (IMI-SR) is ontworpen om de centrale motivationele structuren te meten zoals die door de Self-Determination theorie (SDT) worden geïdentificeerd: betrokkenheid bij cognitieve taken, verwerving van vaardigheden, therapietrouw en remediatie uitkomsten. In deze studie wordt verslag gedaan van de psychometrische validatie van de IMI-SR. De IMI-SR werd bij drie verschillende groepen (totale N=95) afgenomen en blijkt een goed interne consistentie en een voldoende test-hertest betrouwbaarheid te hebben. De IMI-SR bestaat uit 21 vragen die drie domeinen in beeld brengen die relevant zijn voor de motivatie om aan een behandeling deel te nemen: belangstelling/vreugde, ervaren persoonlijke keuze en waarde/bruikbaarheid. Choi J, Mogami T & Medalia A (2010). Intrinsic Motivation Inventory: An Adapted Measure for Schizophrenia Research. Schizophrenia Bulletin 36(5), 966-976. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Aanbieden van Cognitive Enhancement Therapy (CET) in vroege fase van schizofrenie heeft na één jaar nog duidelijk positief effect
Cognitieve rehabilitatie o.a. in de vorm van Cognitive Enhancement Therapy (CET) is al bewezen effectief wat betreft het verbeteren van neurocognitieve en sociaal-cognitieve gebreken bij personen waarbij in de eerste fase van de behandeling van de schizofrene stoornis CET wordt aangeboden. CET bestaat minimaal uit 60 uur training van aandacht, geheugen en problemen oplossen met behulp van de computer, plus sociaal-cognitieve groepstherapie (45 keer anderhalf uur) waarin geoefend wordt met de ontwikkeling van “hogere” sociaal-cognitieve vaardigheden (o.a. gedrag van ander in context kunnen plaatsen). In deze Amerikaanse studie werd bekeken in hoeverre twee groepen in de eerste fase van hun schizofrene stoornis die twee jaar behandeld werden met òf CET (N=31) òf Enriched Supportive Therapy (EST) (N=27) één jaar na de behandeling nog voordeel hadden van CET of ESTgemeten op verschillende gebieden van sociaal en algemeen functioneren. Het bleek dat degenen die CET-therapie hadden gevolgd zelfs na één jaar nog globaal dezelfde functionele scores hadden als op het einde van de therapie. De controle groep was overigens ook niet achteruit gegaan. Eack SM, Greenwald DP, Hogarty SS & Keshavan MS (2010). One-year durability of the effects of cognitive enhancement therapy on functional outcome in early schizophrenia. Schizophrenia Research 120 (1-3), 210-216. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) kan ook op langere termijn kosteneffectief zijn
In deze Britse studie wordt gepoogd om de verhouding tussen de kosten en de opbrengsten (kosteneffectiviteit) van Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) in beeld te krijgen. Bij kosten wordt gedacht aan de directe kosten van de gezondheidszorg en aan de algemene maatschappelijke kosten (productieverlies, uitkeringen, politie en justitie). In deze RCT (N=85) kregen twee groepen schizofrene cliënten òf CRT òf care-as-usual aangeboden. Op de eerste plaats werd twee maal gemeten –na 14 weken en na 40 weken- of er verschillen waren in cognitief en sociaal functioneren. Tevens werden de kosten per persoon berekend. Het bleek dat op beide meetmomenten de interventie-groep significant hoger scoorde op de inhoud van het werkgeheugen. Na 14 weken was de waarschijnlijkheid dat de kosten-effectiviteit van de CRT-interventie beduidend hoger was 80 per cent, na 40 weken was dat evenwel terug gelopen naar 20 per cent. Patel A, Knappa M, Romeo R, Reeder C, Matthiasson P, Everitt B & Wykes T (2010). Cognitive remediation therapy in schizophrenia: Cost-effectiveness analysis. Schizophrenia Research 120 (1-3), 217-224. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Sociaal onvermogen van personen met schizofrenie houdt verband met ernst van negatieve symptomen
In deze Duitse studie wordt bij een groep van 177 patiënten die 15 jaar daarvoor voor de eerste keer opgenomen is geweest het sociale functioneren in kaart gebracht. Al deze patiënten hebben een chronisch psychiatrische stoornis, maar hebben drie verschillende diagnoses gekregen: affectieve stoornis (N=58), schizo-affectieve stoornis (N=58) en schizofrenie (N=61). Het sociale functioneren werd bepaald met behulp van de Mannheim Disability Assessment Schedule (DAS-M). Sociaal onvermogen wordt opgevat als het disfunctioneren in bepaalde sociale rollen (werk, ontspanning, familie e.d.). Het blijkt dat sociaal onvermogen het meeste voorkomt in de groep schizofrene patiënten (64%), maar ook gemeten werd bij de schizo-affectieve (19%) en de affectieve (5%) patiënten. Sociaal onvermogen is dus niet helemaal diagnose gebonden. Uit regressie analyses komt naar voren dat er een significant verband is tussen het optreden van sociaal onvermogen en de mate waarin negatieve symptomen (apathie syndroom) zich voordoen. Bottlender, R., Strauß, A. & Möller, H-J. (2010). Social disability in schizophrenic, schizoaffective and affective disorders 15 years after first admission. Schizophrenia Research 116 (1), 9-15. Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Het meten van functionele competenties voegt weinig toe aan voorspellende waarde voor maatschappelijke onafhankelijkheid van schizofrene patiënten
Functionele competenties zijn vaardigheden die relevant zijn in het dagelijkse maatschappelijk leven. Het is niet helemaal duidelijk of neurocognitieve competenties van schizofrene patiënten en even grote voorspellende waarde hebben op het maatschappelijk onafhankelijk functioneren dan functionele competenties. Om dit te onderzoeken werd in dit Canadese onderzoek bij 127 ambulante schizofrene patiënten de neurocognitieve competenties door middel van de WAIS-III en de CVLT-II en de functionele competenties met de UPSA gemeten. De mate van maatschappelijke onafhankelijkheid werd na 10 maanden gemeten met de MSIF. De klinische toestand werd met de PANSS gemeten. Door middel van hiërarchische regressie analyse kon de voorspellende waarde op het onafhankelijke functioneren van de verschillende ‘componenten’ in kaart worden gebracht. Het bleek dat de demografische , klinische en cognitieve (13%-19%) voorspellers gezamenlijk 35% tot 38% van de variantie voorspelden. De data over de functionele competenties droegen daar niet significant (5% tot 7%) aan bij. De auteurs zetten een vraagteken bij het nut van het meten van functionele competenties. Heinrichs, R. W., Ammari, N., Miles, A. A. & McDermid Vaz, S. (2010). Cognitive Performance and Functional Competence as Predictors of Community Independence in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 36 (2), 381-387 Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie

Computer-ondersteund cognitief remediatie programma blijkt neuropsychologisch functioneren nauwelijks te verbeteren
In deze Amerikaane RCT werd de effectiviteit getest van een speciaal ontworpen computer-ondersteund cognitief remediatie programma voor personen met schizofrenie. De interventiegroep (N=28) kreeg in een periode van 15 weken steeds moeilijkere computertaken. Ze werden individueel in 36 sessies begeleid en geïnstrueerd. De controlegroep (N=20) kreeg gewone computer lessen. Naast de scores voor de remediatie oefeningen, waren de primaire uitkomsten scores op neuropsychologsiche batterijen en meetinstrumenten op het gebied van aandacht, attentie, episodisch geheugen, verwerkingssnelheid, uitvoeren van taken en sociaal functioneren. Die werden vóór, meteen na en drie maanden na de interventie afgenomen. De interventiegroep scoorde significant beter op de remediatie oefeningen op de computer (effect size van 0.53), ook nog na drie maanden. Er waren echter geen significante verbeteringen op een van de neuropsychologische of functionele uitkomstmaten. Het blijft nog onduidelijk hoe het cognitief functioneren van schizofrene patiënten kan worden verbeterd. Dickinson, D., Tenhula, W., Morris, S., Brown, C., Peer, J., Spencer, K., Li, L., Gold,.J.M. & Bellack, A.S. (2010). A Randomized, Controlled Trial of Computer-Assisted Cognitive Remediation for Schizophrenia. American Journal of Psychiatry 167 (2), 170-180 Trefwoord: Psychotische aandoeningen w.o. schizofrenie