Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2018

Zelf gekozen sociale contacten buiten de wereld van de ggz zijn van groot belang voor het herstelproces
Het geheel van de bestaande en de mogelijke sociale contacten dat een individu heeft wordt sociaal kapitaal genoemd. In deze Britse kwalitatieve studie zijn de ervaringen met het herstelproces van 34 personen met psychische problemen onderzocht, vanuit het perspectief van de sociale netwerken en relaties (sociaal kapitaal) waar ze deel van uit maakten en die ze konden gebruiken om betekenis aan hun leven te geven. De data werden middels semi-gestructureerde interviews verzameld. De volgende vragen kwamen in ieder geval aan de orde: 1. Hoe ziet een typische dag er voor u uit; 2. Kunt u iets over uw psychische problemen vertellen?; 3. Hoe zijn de dingen veranderd sinds u in behandeling bent geweest? Met behulp van grounded theory werden thema’s uit de data opgespoord. Er werden twee fasen onderscheiden: I. Een cliënt van de ggz zijn; II. Herstel en onafhankelijkheid. Over het algemeen werden de relaties met de instellingen en de hulpverleners als zwaar, drukkend en ongepast ervaren. Dat gold ook voor de wijze waarop herstelmogelijkheden werden aangeboden. Als onderdeel van hun sociale kapitaal, ervoeren de cliënten zeer weinig controle over de sociale kracht die de professionals en de instellingen inbrachten. De vrij gekozen sociale contacten buiten het ggz-systeem (‘intentioneel sociaal kapitaal’) werden door de geïnterviewden als meer emancipatoir ervaren. Deze contacten droegen bij aan de ontwikkeling van een positieve identiteit. Enkele voorbeelden: sommigen kozen voor deelname aan een dramagroep, een sportvereniging of een tuinclub. Belangrijk is dat men voelde iets aan het geheel te kunnen bijdragen.
Brown B, Baker S. (2018). The social capitals of recovery in mental health. Health (London). 2018 Sep 28.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Het domein waaraan mensen met een eerste psychotische episode (EPE) in het begin prioriteit geven, blijkt ook het meest vooruit te gaan
Het is nog niet helemaal duidelijk wat de invloed is van de individuele prioriteiten op de uitkomsten van interventies, en dat geldt in het bijzonder voor mensen met psychotische stoornissen. In deze Amerikaanse studie (n=63) werd bij mensen met een EPE onderzocht of er een verband is tussen wat op baseline op de verschillende levensdomeinen van belang werd gevonden door de deelnemers en de uitkomsten van de behandelingen en interventies. Er werden data gebruikt van het Recover After an Initial Schizophrenia Episode (RAISE) Connection Program (CP). De Ratings of Importance (ROI) werden op baseline van zes levensdomeinen per persoon geïnventariseerd. Er werd gevraagd hoe belangrijk verbeteringen op die verschillende domeinen werden gevonden en om er een volgorde in aan te brengen: 1. Uitbreiding op gebied van productieve activiteiten (werk of school); 2. Meer energie; 3. Verbetering in sociale relaties; 4. Vermindering van hallucinaties en waandenkbeelden; 5. Vermindering van verwarring en problemen met concentreren; 6. Vermindering van bijwerkingen van de medicatie. De primaire uitkomstmaat was de Mental Illness Research, Education and Clinical Center (MIRECC) versie van de Global Assessment of Functioning (GAF). Ook werd de PANSS afgenomen. Er werd op baseline en na 12 maanden gemeten. Op de ROI werd het hoogst gescoord voor werk/school gevolgd door energie, sociale relaties en verwarring. Met regressie analyses werd de associatie tussen de baseline ROI-score voor werk/school en MIRECC GAF-scores na 12 maanden naar aan het werk zijn of een opleiding volgen berekend: er werd een significante associatie gevonden tussen de odds op baseline voor werk/school ROI en deelname aan werk/school na 12 maanden (OR=4.36; 95%BI 1.54-12.36). Er lijkt dus een verband tussen het belang dat deelnemers hechten aan het hebben van werk of een opleiding willen volgen en dit ook voor elkaar krijgen.
De Waal A, Dixon LB, Humensky JL. (2018). Association of participant preferences on work and school participation after a first episode of psychosis. Early Interv Psychiatry. Oct;12(5):959-963. 
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Herstelcolleges hebben potentieel om ook hulpverleners, ggz-instellingen en zelfs maatschappelijke opvattingen positief te veranderen
Herstelcolleges zijn een algemene innovatie voor de ggz. Het kernconcept is ‘herstelopleiding’: het ondersteunen van herstel in verband met psychische problemen door middel van ‘formele’ scholing, zoals op een mbo/hbo. Het idee is dat deelnemers zich beter leren ontwikkelen binnen een omgeving met mensen met gelijksoortige ervaringen, vaak zonder artsen en hulpverleners. In het VK zijn er nu 80 herstelcolleges. Behalve door ggz-cliënten worden de herstelcolleges bezocht door familieleden, ggz-personeel en wijkbewoners. De herstelcolleges in het VK werken meestal op basis van co-productie: ervaringsdeskundigen ontwikkelen het curriculum samen met professionals met specifieke expertise (uit de ggz of van universiteiten). De bestaande evaluaties vermelden niet via welke causale mechanismen de herstelcolleges veranderingen bij hun leerlingen te weeg zouden moeten brengen. Het doel van deze Britse studie is om een theoretisch onderbouwd veranderingsmodel voor herstelcolleges te ontwerpen, waarmee de uitkomsten op de verschillende niveaus beter gemeten kunnen worden. De data werden op drie niveaus verzameld: systematisch literatuur onderzoek; bespreking van eerste uitkomsten met een panel van ervaringsdeskundigen van drie herstelcolleges; interviews met de verschillende stakeholders. Er zijn drie niveaus waarop de invloed van de herstelcolleges gemeten zou moeten worden: 1. de ervaringsdeskundigen en ander personeel; 2. de sectoren van de ggz en maatschappelijke dienstverlening; 3. de samenleving als geheel. Om een levensvatbaar alternatief te bieden moet er een zekere formele afstand blijven bestaan tussen het herstelcollege en de organisatie die het heeft opgericht (meestal een ggz-instelling). Op ggz-personeelsniveau kan samenwerking met een herstelcollege tot een positieve attitudeverandering ten aanzien van hun doelgroep leiden. Door in buurten samen te werken kan een herstelcollege ook stigma verminderend werken.
Crowther A, Taylor A, Toney R, Meddings S, Whale T, Jennings H, Pollock K, Bates P, Henderson C, Waring J, Slade M. (2018). The impact of Recovery Colleges on mental health staff, services and society. Epidemiol Psychiatr Sci. Oct 23:1-8.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Positief verband tussen kwaliteit van leven en herstel bij mensen die in de ggz én door maatschappelijk werk behandeld worden
Herstel kan worden omschreven als het zoveel mogelijk terugkrijgen van de geestelijke gezondheid en de best mogelijke kwaliteit van leven bereiken, zo onafhankelijk mogelijk. Er is onduidelijkheid over de verschillen tussen de concepten ‘herstel’ en ‘kwaliteit van leven’. In deze Britse studie (n=122) werd met behulp van een mixed methods studie de relatie in de tijd onderzocht tussen de fenomenen beslissingsconflict, sociale steun, kwaliteit van leven en herstel bij een groep deelnemers die ambulante ggz-hulpverlening én begeleiding door maatschappelijk werk kregen. Er werden meetinstrumenten op baseline en na 8 maanden afgenomen en ter aanvulling werden er interviews gehouden met deelnemers (16), familieleden (11) en hulpverleners (14). Afgenomen werden: de Lubben Social Network Scale (LSNS), de Decision Conflict Scale DCS), de Process of Recovery Questionnaire (QPR), de Manchester Short Assessment of Quality of Life Scale (Mansa) en de Matching Resources to Care (MARC2) (meet complexiteit van de behoeften). Deelnemers rapporteerden een toename van beslissingsconflicten en een afname van de sociale steun, herstel en kwaliteit van leven. Shared decision making verdween volgens de deelnemers steeds meer naar de achtergrond. Uit een regressie analyse bleek dat er een sterke associatie is tussen hogere herstelscores en betere kwaliteit van leven scores en dat als de scores voor sociale steun afnemen dit tot lagere kwaliteit van leven scores leidt. Hoe minder beslissingsconflicten er zijn des te hoger de kwaliteit van leven wordt ervaren. Herstel vereist echte betrokkenheid bij de besluiten over de behandeling en sociale dienstverlening. In de praktijk lijkt er in de instellingen weerstand ten opzichte van shared decision making te bestaan.
Coffey M, Hannigan B, Meudell A, Jones M, Hunt J, Fitzsimmons D. (2018). Quality of life, recovery and decision-making: a mixed methods study of mental health recovery in social care. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Nov 23.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Kwaliteit van leven wordt voornamelijk bepaald door subjectieve beoordelingen
Kwaliteit van Leven (KvL) is een uitkomstmaat die vaak gebruikt wordt om de impact van behandelingen en andere interventies in de ggz te beoordelen. KvL is een subjectieve evaluatie door een persoon van verschillende levensdomeinen. Het concept KvL wordt beïnvloed door individuele prioriteiten en waarden. Om de heterogeniteit op individueel niveau te onderzoeken poogt deze Nederlandse studie verschillende klassen te onderscheiden op basis van KvL-profielen van 1277 personen met een ernstige psychische stoornis en domeinen te identificeren die met de onderscheiden klassen de sterkste verbanden hebben. Er werden data gebruikt uit 7 onderzoeken waarbij de Nederlandse versie van de Lancashire Quality of Life Profile (LQoLP) is afgenomen. Daarop werden o.a. een Latente Klasse Analyse (LCA) en de Vuong-Lo-Mendell-Rubin test uitgevoerd. De LQoLP meet 10 domeinen: leefsituatie, financiën, familie relaties, veiligheid, sociale participatie, fysieke en mentale gezondheid, tevredenheid, structuur, positief gevoel en negatief gevoel van eigenwaarde. Daarnaast wordt algemeen welzijn uitgevraagd. Er konden drie klassen onderscheiden worden: 1. Sociaal geïsoleerde personen met onvervulde zorgbehoeftes (28%); 2. Personen met een goede kwaliteit van leven en een betekenisvol leven (27%); 3. Personen met een goede kwaliteit van leven zonder levensdoel en met affectieve problemen (45%). Tussen de klassen werden geen verschillen gevonden betreffende sociaaldemografische- en gezondheidsfactoren, maar wel op ervaren welzijn en op de variabele ‘een intieme relatie hebben’. Er blijkt een zeer beperkt verband te bestaan tussen objectieve omstandigheden en de subjectieve beoordeling door het individu: de invaliditeitsparadox.
Buitenweg DC, Bongers IL, van de Mheen D, van Oers HAM, van Nieuwenhuizen C. (2018). Subjectively different but objectively the same? Three profiles of QoL in people with severe mental health problems. Qual Life Res. Nov;27(11):2965-2974.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Cognitieve Remediatie (CR) training in groepsverband resulteert in cognitieve verbeteringen
Cognitieve Remediatie (CR) is een veelbelovende methode om het cognitieve functioneren bij mensen met schizofrenie te verbeteren, maar het is nog niet duidelijk welk deel van het effect alleen aan CR is toe te schrijven, dus of het ook optreedt als er een actieve controle conditie wordt aangeboden. In deze Australische RCT (n=42) werd op een kwalitatieve wijze onderzocht in hoeverre een Cognitieve Remediatie training (CR) in groepsverband aangeboden door de deelnemers wezenlijk anders wordt ervaren wat betreft veranderingen van het cognitieve functioneren dan het spelen van Computer Games (CG) in groepsverband. De deelnemers waren ambulante patiënten met schizofrenie uit Melbourne. De CR-interventie maakte gebruik van COGPACK software die 64 oefeningen bevat om cognitieve beperkingen te trainen. Iedereen kreeg in groepjes van 2-5 personen 20 uur CR-sessies aangeboden in een periode van 10 weken. De CG-groep speelde in dezelfde tijd in groepsverband computerspelletjes. Na afloop moest iedereen een vragenlijst met zeven vragen beantwoorden. De antwoorden werden thematisch geanalyseerd. Met betrekking tot de deelname aan de computergroepen kwamen de volgende thema’s naar voren: 1. Hoe de groep ervaren werd; 2. Waargenomen voordelen op cognitief, functioneel, sociaal, intrinsiek of symptomatisch gebied; 3. Groepsprocessen die met de interventie samen hingen: gebruik van cognitieve vaardigheden; de sociale omgeving; taken met een uniek karakter. De meeste deelnemers van beide groepen vonden het aangenaam aan de activiteiten deel te nemen. De CR-deelnemers rapporteerden vaker verbeteringen in het geheugen en het alledaags functioneren en gaven vaker aan nieuwe cognitieve vaardigheden geleerd te hebben dan de CG-deelnemers. CR, zeker als het in combinatie met andere rehabilitatieprogramma’s wordt aangeboden, kan zeer bijdragen aan de verbetering van het psychosociale functioneren van mensen met schizofrenie.
Bryce S, Warren N, Ponsford J, Rossell S, Lee S. (2018). Understanding the lived experience of cognitive remediation in schizophrenia: A qualitative comparison with an active control. Psychiatr Rehabil J. Dec;41(4):302-311.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Traumasensitieve geestelijke gezondheidszorg vraagt om fundamentele cultuurverandering
Een groot deel van de personen die door de ggz behandeld wordt heeft een trauma meegemaakt. Steeds meer onderzoek toont aan dat traumatische gebeurtenissen in de kindertijd ook invloed hebben op de neurobiologie van een mens. In dit Britse onderzoek wordt besproken wat er onder een trauma verstaan moet worden, aan welke voorwaarden een traumasensitieve ggz moet voldoen, welke barrières er (in het VK) overwonnen moeten worden en welke stappen er genomen moeten worden om traumasensitieve hulpverlening te kunnen bieden. Om traumasensitief te worden moet de opstelling van de hulpverlening veranderen van ‘Wat is er mis met jou’ in ‘Wat is er met jou gebeurd?’. In de huidige ggz vindt er vaak hertraumatisering plaats (isoleercel, dwangmedicatie). De auteurs vinden de definitie van het concept trauma in de DSM-V te beperkt. Ze onderschrijven de definitie van het SAMSHA: ‘Een individueel trauma komt voort uit een gebeurtenis, of een reeks van gebeurtenissen, of een aantal omstandigheden die door een individu worden ervaren als fysiek of emotioneel schadelijk of levensbedreigend en die blijvende nadelige effecten hebben op het functioneren en het mentaal, fysiek, sociaal, emotioneel of spiritueel welzijn van het individu.’ Een trauma-sensitieve ggz moet o.a. de volgende kenmerken hebben: 1. erkennen dat trauma heel vaak voorkomt en dat er ook sociale, culturele en historische trauma’s bestaan; 2. een sensitieve discussie over trauma voeren en voorkomen dat cliënten trauma’s in de ggz oplopen; 3. veiligheid bieden en ervaringsdeskundigen inzetten. Slechts als het dominante biomedische model als basis van de psychiatrie en de ggz wordt verlaten kan er meer ruimte komen voor een traumasensitieve ggz.
Sweeney A, Filson B, Kennedy A, Collinson L, Gillard S. (2019). A paradigm shift: relationships in trauma-informed mental health services. BJPsych Adv. Sep;24(5):319-333.
Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Inzetten van persoonsgebonden budget kan positief bijdragen aan behalen hersteldoelen
Bij self-direction (zelfsturing; persoonsgebonden budget) hebben deelnemers controle over een deel van het individuele budget dat bestemd is voor de bekostiging van hun zorg. Binnen bepaalde grenzen mag dit budget naar eigen inzicht worden besteed. In de VS hebben ongeveer 700 personen met een ernstige psychische aandoening gebruik gemaakt van self-direction. Deze voorziening wordt geassocieerd met betere hersteluitkomsten tegen dezelfde of minder kosten dan de traditionele bekostigingssystematiek. Het oudste en grootste self-direction initiatief is de Florida Self-Directed Care (FloridaSDC) voorziening. Voor dit Amerikaanse onderzoek werd gebruik gemaakt van data van deelnemers aan het FloridaSDC over de periode 2010 t/m 2015. De deelnemers kregen jaarlijks een naar eigen inzicht te besteden budget van $1900 als ze verzekerd waren of $3700 als ze niet verzekerd waren. De grote uitdaging van dit onderzoek was om een controlegroep te vinden die gematched was aan de groep die een persoonsgebonden budget had gekregen. Met gebruikmaking van matching algoritmes konden 271 SDC-deelnemers gematched worden met 1099 niet-SDC deelnemers met dezelfde problemen. Deze twee groepen werden op twee variabelen met elkaar vergeleken: 1. Hoe lang had men in de onderzoeksperiode regulier betaald werk verricht; 2. Hoe lang had men tijdens de onderzoeksperiode in een zelfstandige huisvesting gewoond. De analyses werden gedaan met behulp van logistische regressie analyses. Het bleek dat de SDC-deelnemers significant vaker regulier betaald werk hadden verricht of behouden dan de niet-SDC-deelnemers in de afgelopen 30 dagen (OR=1.73, p<.01). De SDC-deelnemers hadden meer dan twee keer langer (OR=2.04, p<.05) dan de niet-SDC deelnemers zelfstandig gewoond. De effectgrootte voor werk was Cohen’s h .18 en voor wonen .21. Dit zijn kleine effectgroottes. De resultaten van dit onderzoek bevestigen de bestaande indruk dat self-direction in de Ggz extra bij kan dragen aan het herstelproces.
Croft B, İsvan N, Parish SL, Mahoney KJ. (2018). Housing and Employment Outcomes for Mental Health Self-Direction Participants. Psychiatr Serv. 2018 Jul 1;69(7):819-825.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Gezamenlijke ontwikkeling door studenten (personen met psychische problemen) en docenten van cursus op herstelacademie draagt bij aan herstel
Een Recovery College (Herstelacademie) is een leeromgeving voor mensen die persoonlijk ervaring hebben met uitdagingen op het psychische en/of verslavingsvlak en willen werken aan hun herstel. Het idee is dat deelnemers zich beter leren ontwikkelen binnen een omgeving met mensen met gelijksoortige ervaringen, soms met en soms zonder bijdragen van hulpverleners en anderen. De afgelopen jaren zijn er in de UK, Australië en de VS (N.B. en ook in Nederland) in het kielzog van de herstelbeweging allerlei soorten Recovery Colleges opgezet. Over het algemeen is een Recovery College een samenwerkingsverband tussen mensen met persoonlijke en professionele ervaring met psychische problemen, wordt het georganiseerd als een hogeschool, is het expliciet geen vervanging voor behandeling of een reguliere opleiding en is het gebaseerd op herstelprincipes. Er is nog weinig expliciet onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de Recovery Colleges. In dit kwalitatieve Engelse onderzoek (n=13) werd onderzocht hoe studenten (mensen in herstel van een psychische stoornis), ervaringsdeskundige docenten, hulpverleners en een universitair docent het ervoeren om gezamenlijk op een herstelacademie een cursus over ‘Veerkracht Opbouwen’ te ontwikkelen, uit te voeren en te volgen. De data werden verzameld middels interviews en ‘producten’ die de tijdens het proces gemaakt werden (flipovers met opmerkingen; huiswerk documentatie). Er kwamen drie thema’s bovendrijven: 1. De vroegere ervaringen van de studenten en de docenten (met ggz-problemen); alle deelnemers vonden dat ze gerespecteerd werden en hun deel aan de cursus konden bijdragen; 2 Gezamenlijke bijdragen van studenten, docenten, hulpverleners en universitair docent; de educatieve omgeving werd door de studenten als versterkend ervaren; 3. De methodes die in de cursus werden gebruikt en de educatieve leeromgeving. Er werd veel gebruik gemaakt van de ervaringen en beleving van de studenten.
Cameron J, Hart A, Brooker S, Neale P, Reardon M. (2018). Collaboration in the design and delivery of a mental health Recovery College course: experiences of students and tutors. J Ment Health. 2018 Aug;27(4):374-381.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

In het vroegste stadium van een herstelproces ervaren mensen meer problemen dan uit het CHIME-model naar voren komt
In enkele meta-analyses is vastgesteld dat het veel gebruikte CHIME-model voor 70% aansluit bij de persoonlijke herstelervaringen van personen met ernstige psychische problemen. CHIME staat voor de volgende processen die door de meeste in herstel zijnde mensen worden ervaren en/of doorgemaakt: Connectedness (weer verbondenheid gaan voelen); Hope and optimism (hoop op verbetering); Identity (nieuwe identiteit zoeken); Meaning (de stoornis betekenis geven) en Empowerment. Met name in het beginstadium van het herstel worden vaak grote problemen ervaren. Daarom zouden die auteurs aan het CHIME-model een zesde thema willen toevoegen: Difficulties (moeilijkheden). In deze Australische kwalitatieve studie werden 13 mensen, die aan het Partners in Recovery (PIR) programma deelnemen, geïnterviewd over hun ervaringen tijdens het eerste stadium van het herstelproces. Alle data weren in NVivo ingevoerd en met vergelijkende analyse geanalyseerd. De meeste van de deelnemers waren voor langere tijd in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen geweest. Uit de gesprekken kwamen enkele met elkaar verbonden en overkoepelende thema’s naar voren: 1. Je gaan verbinden met de uitdaging van herstel; deze innerlijke strijd heeft te maken met: tot het besef komen dat je zelf actief in je eigen herstel moet worden; voor jezelf opkomen; vechten tegen het verlangen om op te geven; accepteren dat je bij het herstelproces steun van anderen nodig hebt; vechten tegen stigma en leren om vriendelijk tegen jezelf te zijn. 2. Strijden om fysieke en psychologische veiligheid te vinden. 3. Treuren over het verlies van wat er was en er had kunnen zijn: een nieuwe identiteit vinden. 4. Zoeken en vinden van hoop en een (nieuw) doel in het leven. 5. Leren omgaan met complexe sociale relaties; dit heeft te maken met de impact die de stoornis op anderen heeft en de behoefte om hulpverlenersrollen te scheiden van vriendschaps- en familierollen. 6. Zich verbinden met formele en informele steun. 7.Leren omgaan met allerlei andere gezondheidsproblemen. Dus in een vroeg stadium ervaren mensen vaak grote barrières voor herstel.
Hancock N, Smith-Merry J, Jessup G, Wayland S, Kokany A. (2018). Understanding the ups and downs of living well: the voices of people experiencing early mental health recovery. BMC Psychiatry. 2018 May 4;18(1):121.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

De ervaring van de ‘plaats’ heeft een grote invloed op het herstelproces van mensen met ernstige psychische problemen
Er is een groeiend besef dat sociale inclusie en deelname aan de samenleving essentieel zijn voor het persoonlijke sociale herstelproces van mensen met ernstige psychische problemen. Tot nu toe is nog niet systematisch onderzocht op welke wijze mensen tijdens het herstelproces betekenis geven aan en omgaan met de plaats waar men woont. In deze Australische studie werd met behulp van een kwalitatieve meta-synthese (k=12 studies) een review gemaakt van het onderzoek naar de rol van ‘plaats’ in het herstelproces zoals dat wordt ervaren. In de gevonden studies komen de volgende plaatsen aan de orde: de rol van begeleide huisvesting, private huisvesting, openbare ruimtes en/of natuurlijke omgevingen in het herstelproces. Deze plaatsen kunnen invloed hebben op wat men doet, hoe men is, wat men wordt en of men verbonden is. ‘Op zijn plaats’ zijn is één van de mechanismen waarop plaats herstel beïnvloedt. De plaats kan de ontwikkeling van een positieve identiteit ondersteunen. Plaatsen maken het mogelijk om voor bepaalde activiteiten te kiezen. Vele studies wijzen erop dat plaats invloed heeft op hoop en groeien, dus op zich ontwikkelen en ‘worden’. Op een plaats kan men in contact komen met anderen, deelnemen aan activiteiten en zo een gevoel ontwikkelen dat men erbij hoort. ‘Plaats’ kan invloed op herstel hebben door middel van de met elkaar in verband staande fenomenen en processen zijn, doen, worden en behoren. Op een plaats kan ‘zijn’ en ‘behoren’ met elkaar in balans komen en interacties tussen op zijn plaats zijn, op de plaats iets doen en zich verbonden voelen met die plaats kunnen een gevoel van normaliteit en vooruit gaan stimuleren. De plaats speelt een zeer belangrijke voorwaardelijke rol in het herstelproces. Alle aspecten van ‘plaats’ moeten in de op herstel gerichte praktijk in ogenschouw genomen worden.
Doroud N, Fossey E, Fortune T. (2018). Place for being, doing, becoming and belonging: A meta-synthesis exploring the role of place in mental health recovery. Health Place. 2018 Jul;52:110-120.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Uit Australisch project blijkt dat personen met ernstige psychische problemen heel goed kunnen aangeven wat voor hen werkt
Het Partners in Recovery (PIR) initiatief is erop gericht de aanpak in de ambulante ggz in Australië meer op herstel gericht te krijgen. Het is echter niet duidelijk wat de ambulante ggz in rurale en afgelegen gebieden met de herstelbenadering doet. In deze kwalitatieve Australische studie (n=24) werd onderzocht wat voor invloed hun ervaring met psychische stoornissen heeft op de identiteit en sociale inclusie van PIR-deelnemers, hoe de beleefde ervaring is beïnvloed door de leefomgeving op het platteland en wat de deelnemers nuttig en ondersteunend vonden voor hun herstelreis. In het kader van het Stories of Recovery-project werden data op twee manieren verzameld: 1. Met behulp van Photovoice, een visuele methode waarmee kwetsbare mensen hun verhaal duidelijk kunnen maken; 2. Op basis van de door de deelnemers gemaakte foto’s van belangrijke gebeurtenissen in hun leven werden er diepte-interviews met hen gehouden. Uit de thematische analyse van de data kwamen vier thema’s naar voren: A. Erbij horen en verbonden zijn: de deelnemers gaven aan dat erbij horen even belangrijk voor het herstelproces was als de hulpverlening; in de rurale omgeving kan de verbondenheid slaan op andere mensen maar ook op dieren of de natuur. B. Overleving, veerkracht en hoop: veel verhalen gingen over verlies, verdriet, strijd, geweld en misbruik. Dit werd als normaal ervaren. Ondanks deze uitdagingen lieten de meeste deelnemers veerkracht zien en hoop op verandering. In dit proces werd de hulpverlening als zeer belangrijk genoemd. C. Een zinvol leven leiden: de deelnemers waren er zich van bewust dat ze, ondanks hun psychische problemen, konden bijdragen aan de samenleving, zoals werken, zorgen voor anderen, vrijwilligerswerk doen. D. Empathische dienstverlening: de ervaringsdeskundige hulpverlener werd het meest gewaardeerd. Ook personen met ernstige psychische problemen die in afgelegen gebieden wonen kunnen goed aangeven waaraan ze behoefte hebben.
Horsfall D, Paton J, Carrington A. (2018). Experiencing recovery: findings from a qualitative study into mental illness, self and place. J Ment Health. 2018 Aug;27(4):307-313.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Grote mate van consensus bij Spaanse psychiaters over wat het concept functioneel herstel bij mensen met schizofrenie inhoudt
In tegenstelling tot het concept klinische remissie bij schizofrenie, bestaat er over de precieze definitie van het concept functioneel herstel nog geen overstemming. Iedereen is het er wel over eens dat functioneel herstel o.a. beïnvloed wordt door de ernst van de symptomen en door neurocognitieve ontwikkeling. Er is ook geen gestandaardiseerd meetinstrument om functioneel herstel te meten en in de meeste richtlijnen wordt het niet als een therapeutisch doel geformuleerd. Toch vinden hulpverleners het in de dagelijkse praktijk een nuttig concept. In deze Spaanse studie werd met behulp van een Delphi consensus proces in beeld gebracht wat clinici onder het construct functioneel herstel verstaan en hoe het volgens hen het beste gemeten kan worden. Eerst werd door acht psychiaters op grond van een literatuurstudie een vragenlijst met 75 vragen, verdeeld over zes secties, samengesteld. Die lijst werd in twee Delphi-rondes aan 53 psychiaters voorgelegd. De zes secties waren: 1. Het concept functioneel herstel (9 items); 2. Het vaststellen van functioneel herstel (23 items); 3. Factoren die functioneel beïnvloeden (16 items); 4. Psychosociale interventies en functioneel herstel (8 items); 5. Farmacologische behandeling en functioneel herstel (14 items); 6. Het perspectief van de patiënten en hun verwanten ten aanzien van functioneel herstel (5 items). Alle items werden gescoord op een 9-punts Likert schaal. Er werd consensus bereikt over 64 items (85,3%): over 61 items (81,3%) was men het eens en over 3 (4,0%) was men het oneens. Die laatste 3 items waren allemaal uit sectie 2. De minste consensus werd bereikt met betrekking tot het meten van functioneel herstel en de psychosociale interventies. De meeste psychiaters hebben wel een zelfde idee van functioneel herstel en zijn het erover eens dat er een overlap is tussen functioneel herstel en concepten zoals kwaliteit van leven, cognitie en klinische remissie.
Lahera G, Gálvez JL, Sánchez P, Martínez-Roig M, Pérez-Fuster JV, García-Portilla P, Herrera B, Roca M. (2018). Functional recovery in patients with schizophrenia: recommendations from a panel of experts. BMC Psychiatry. 2018 Jun 5;18(1):176.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Alleen affectieve symptomen voorspellen persoonlijk herstel bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA)
De meest voorkomende diagnoses bij de groep mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) zijn: schizofrenie, ernstige bipolaire stoornis, chronische depressie en persoonlijkheidsstoornissen. Klinisch herstel wordt vaak gedefinieerd als remissie van symptomen, terwijl persoonlijk herstel omschreven wordt als voorbij de vervelende gevolgen van een psychische stoornis verder leven, soms met behoud van symptomen. De volgende processen zijn belangrijk bij persoonlijk herstel: verbondenheid, hoop, identiteit, betekenis en empowerment (CHIME). In deze Nederlandse studie (n=105) werd het verband onderzocht tussen de ernst van klinische symptomen en persoonlijk herstel. Alle deelnemers waren patiënten bij een F-ACT team in Amsterdam. Klinisch herstel werd gemeten met de Brief Psychiatric Rating Scale–Expanded Version (BPRS-E) met sub-schalen voor positieve, negatieve, affectieve en manische symptomen. Persoonlijk herstel werd met de Mental Health Recovery Measure (MHRM) gemeten. De analyses werden gedaan met correlatie- en regressie analyses. Uit de multiple regressie analyse kwam naar voren dat alleen de affectieve symptomen significant de mate van persoonlijk herstel voorspelden: 35,1% van de variantie van de totale persoonlijke herstelscore werd verklaard door de ernst van de affectieve symptomen. Onder de affectieve symptomen vallen depressieve en angstige gevoelens. De ernst van de positieve en de negatieve symptomen bleken geen voorspellende waarde te hebben voor de mate van persoonlijk herstel. Behandeling van depressie en angst kan dus bijdragen aan het herstelproces.
Van Eck RM, Burger TJ, Schenkelaars M, Vellinga A, de Koning MB, Schirmbeck F, Kikkert M, Dekker J, de Haan L. (2018). The impact of affective symptoms on personal recovery of patients with severe mental illness. Int J Soc Psychiatry. 2018 Sep;64(6):521-527.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

In een psychiatrisch ziekenhuis is er in het directe contact tussen hulpverlener en patiënt zeer weinig te zien van de officieel beleden herstelprincipes
Hulpverleners in de psychiatrie krijgen steeds meer trainingen in de herstelprincipes zoals de patiënten meer autonomie geven, hoop stimuleren en de patiënt inspraak geven bij de behandeling. Uit onderzoek blijkt dat veel hulpverleners moeite hebben om die principes in de praktijk vorm te geven. In deze Deense etnografische studie werd door middel van participerende observatie gekeken in hoeverre in een intramurale instelling in de interacties tussen hulpverleners en patiënten iets terug te vinden was van de herstelprincipes. De observaties (en interviews) werden door één onderzoeker op 21 dagen (84 uur) bij één open en één gesloten afdeling van een psychiatrische ziekenhuis in Kopenhagen uitgevoerd. Alle medewerkers van het ziekhuis hadden een korte workshop gevolgd over persoonlijk herstel en een op herstel gericht praktijk. De observante mocht bij alle gesprekken en vergaderingen aanwezig zijn. De onderwerpen van de Recovery Self-Assesment (RSA) schaal werden als leidraad voor de observaties gebruikt: komen de persoonlijke doelen van de patiënt aan bod?; heeft men belangstelling voor de persoon van de patiënt?; worden afwegingen bij besluiten over de behandeling met de patiënt besproken?; krijgt de patiënt de mogelijkheid om zelf keuzes te maken? In de interacties tussen hulpverleners en patiënten kon de observante bijna geen op herstel gebaseerde praktijken waarnemen. De observante noemt de interacties tussen hulpverleners en patiënten een als-of-samenwerking: het leek alsof er op basis van gelijkwaardigheid met elkaar werd omgegaan, maar de besluiten waren van te voren al door de hulpverleners genomen. De patiënten hadden een zeer beperkte onderhandelingsruimte waarbij de hulpverlener superieur was en rekening moest houden met tegenstrijdige belangen. Patiënten kregen van verschillende hulpverleners tegenstrijdige adviezen en ze voelden zich vaak minzaam behandeld.
Waldemar AK, Esbensen BA, Korsbek L, Petersen L, Arnfred S. (2018). Recovery-oriented practice: Participant observations of the interactions between patients and health professionals in mental health inpatient settings. Int J Ment Health Nurs. 2018 Aug 27.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

De MERIT-therapie kan bijdragen aan verbetering van de metacognitieve capaciteiten en zo het herstelproces bij personen met schizofrenie stimuleren
Volgens de auteurs maken personen met ernstige psychische problemen, zoals schizofrenie, op de een of andere wijze herstel mee, is dat herstelproces context gebonden en moet de persoon die herstelt zich enigszins eigenaar van zijn eigen herstel voelen. Deze personen hebben vaak gebreken in hun metacognitieve processen waardoor ze moeite hebben een geïntegreerd beeld van zichzelf en anderen te vormen en om met hun leven en psychische problemen om te gaan. In deze Amerikaanse beschouwing wordt aangegeven dat er behandelingen zijn waardoor de metacognitie kan verbeteren en het herstelproces een impuls kan krijgen. Metacognitie kan gemeten worden met de Metacognition Assessment Scale (MAS). Relatief gezien hebben personen met een eerste psychose en schizofrenie significant grotere metacognitieve beperkingen dan anderen. De Metacognitive Reflection and Insight Therapy (MERIT) is ontwikkeld door de onderzoeksgroep van de auteurs en is erop gericht de doelgroep in staat te stellen, door te oefenen met metacognitieve processen, te laten bepalen wat herstel voor hen betekent en welke stappen ze moeten zetten. MERIT moet naast de andere therapieën gegeven worden. Op herstel gerichte zorg moet volgens de auteurs aan de volgende voorwaarden voldoen: 1. De behandeling moet procesgericht zijn: uitgangspunt moet zijn hoe de patiënt aankijkt tegen de uitdagingen; 2. De behandeling moet gericht zijn op doelen in plaats van op de problemen; 3. Het herstelproces is fundamenteel intersubjectief en vindt plaats tussen de hulpverlener en de patiënt; 4. Doelen en uitkomsten zullen in de loop der tijd veranderen; 5. De interventies moeten zijn afgestemd op de metacognitieve capaciteiten van de patiënt.
Lysaker PH, Hamm JA, Hasson-Ohayon I, Pattison ML, Leonhardt BL. (2018). Promoting recovery from severe mental illness: Implications from research on metacognition and metacognitive reflection and insight therapy. World J Psychiatry. 2018 Mar 22;8(1):1-11.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Uit RCT blijkt dat Illness Management and Recovery (IMR) programma geen significant effect heeft op functioneren, symptomen en zorggebruik
Het Illness Management and Recovery (IMR) programma is gericht op volwassenen met ernstige psychiatrische aandoeningen ter ondersteuning van het herstelproces. IMR wordt in groepsverband aangeboden en hanteert vijf evidence-based methoden: psycho-educatie, cognitieve gedragsbenadering voor medicatietrouw, terugval preventie, sociale vaardigheidstraining en coping vaardigheidstraining. In dit Deense onderzoek (n totaal =198; patiënten met schizofrenie of bipolaire stoornis) wordt voor het eerst de effectiviteit van IMR in een dubbelblinde, multicenter RCT onderzocht. De interventiegroep kreeg IMR + Treatment-as-Usual (IMR-TAU) en de controlegroep alleen TAU. IMR werd over een periode van 9 maanden één keer per week aangeboden. De primaire uitkomstmaat was algemeen functioneren zoals gemeten met de Global Assessment of Functioning (GAF-F). De secundaire uitkomstmaten waren: Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), de Personal and Social Performance Scale (PSP), de GAF-S, de Hamilton Rating Scale for Depression (HAM-6) en de Young Mania Rating Scale (YMRS). De modelgetrouwheid van de interventie werd gemeten met de IMR Fidelity Scale. Het bleek dat 57 van de 99 deelnemers van de IMR-TAU groep ten minste 10 IMR-sessies hadden bijgewoond. De IMR-modelgetrouwheid was goed. Voor alle uitkomsten waren er geen verschillen tussen beide groepen. Dus IMR had geen significant effect op functioneren, symptomen, middelengebruik en zorggebruik.
Dalum HS, Waldemar AK, Korsbek L, Hjorthøj C, Mikkelsen JH, Thomsen K, Kistrup K, Olander M, Lindschou J, Nordentoft M, Eplov LF. (2018). Illness management and recovery: Clinical outcomes of a randomized clinical trial in community mental health centers. PLoS One. 2018 Apr 5;13(4):e0194027.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Cliënten die functioneel hersteld zijn ervaren een op herstel gebaseerd zorgsysteem anders dan cliënten die dat niet zijn
In Ierland is, zoals in veel Westerse landen, vanaf zo’n 10 jaar geleden de ggz steeds meer overgegaan op een op de herstelprincipes gebaseerd stelsel. In deze Ierse kwalitatieve studie werden 20 personen die in de periode 1995-1999 een Eerste Psychotische Episode (EPE) hebben meegemaakt geïnterviewd over hun ervaringen met de ggz in de afgelopen 20 jaar, hoe ze aankijken tegen de veranderingen in de zorgverlening en hoe de zorgverlening volgens hen verbeterd kan worden. De ene helft van de geïnterviewden was volledig functioneel hersteld, de andere helft niet. De data van deze studie komen uit de iHOPE20-studie (Irish Health Outcomes in Psychosis Evaluation-20 year follow up). Voor de analyse van de data werd gebruik gemaakt van Thematic Networks Analysis (TNA), waarmee basale, organiserende en algemene thema’s werden ontwikkeld. De twee groepen ervaren de nieuwe, op herstelprincipes gebaseerde hulpverlening heel verschillend. Het algemene thema voor de herstelde groep was: de hulpverlening is verbeterd en humaner geworden. De herstelbenadering heeft het leven van de cliënten die zich hebben kunnen verbinden met de waardes en principes ervan duidelijk verbeterd. Voor de niet-herstelde groep gold meer dat ze druk voelde om de herstelprincipes te onderschrijven, terwijl hun behoefte is om als een patiënt of als een persoon door de hulpverlening gezien te worden. Zij voelden zich in het nieuwe systeem soms in de steek gelaten. Als een verklaring voor dit verschil noemen de auteurs de mogelijkheid dat het herstelconcept door de hulpverleners is geprofessionaliseerd, waardoor de kernprincipes van herstel (gericht zijn op inclusie, autonomie, empowerment en mensenrechten) enigszins uit het oog zijn verloren.
O’Keeffe D, Sheridan A, Kelly A, Doyle R, Madigan K, Lawlor E, Clarke M. (2018). ‘Recovery’ in the Real World: Service User Experiences of Mental Health Service Use and Recommendations for Change 20 Years on from a First Episode Psychosis. Adm Policy Ment Health. 2018 Jul;45(4):635-648.
Trefwood: Herstel & herstelondersteuning

Micro-affirmaties van hulpverleners worden door personen met psychische problemen als waardevol en steunend ervaren
Mensen met ernstige psychische problemen die in een herstelproces zitten vinden het belangrijk door de hulpverlening gezien en gerespecteerd te worden. Uit de literatuur komt naar voren dat dit vaak in ‘kleine dingen’ zit, die niet in procedures of protocollen staan, maar wel vaak invloed hebben. In deze Noorse literatuurstudie werd gezocht naar hoe die ‘kleine dingen’ worden beschreven en hoe dit het persoonlijke herstelproces beïnvloed. Er werd gebruik gemaakt van 31 publicaties. Uit de analyse kwamen zes thema’s met betrekking tot ‘kleine dingen’ naar boven: benaming, constitutie, vormen, functies, gevolgen voor de persoon, de hulpverlener en de praktijk. Een veel gebruikte term in deze context is micro-affirmaties: kleine daden die bijna onzichtbaar zijn, vaak onbewust, maar erg effectief als mensen anderen willen helpen om te slagen. Het kunnen woorden, gebaren of acties zijn. Ze zijn ‘klein’ omdat ze alledaags zijn en klein ten opzichte van andere zaken zoals de behandeling. De positieve micro-affirmaties kunnen mensen helpen weer een positief zelfbeeld op te bouwen. Ze kunnen daardoor het gevoel krijgen net als andere mensen te zijn. De micro-affirmaties maken deel uit van de professionele praktijk waarbij op het persoonlijk vlak contact wordt gemaakt. Ze zijn niet op een theorie gebaseerd, maar meer op ‘sociale solidariteit’. Het probleem is dat deze kennis niet geprotocolleerd kan worden en haaks lijkt te staan op het gedachtegoed van standaarden en richtlijnen, waarbij interventies geen persoonlijke elementen mogen bevatten. ‘Kleine dingen’ lijken tussen twee personen te gebeuren die elkaar mogen. In die zin kan dat niet geprotocolleerd worden.
Topor A, Bøe TD, Larsen IB. (2018). Small Things, Micro-Affirmations and Helpful Professionals Everyday Recovery-Orientated Practices According to Persons with Mental Health Problems. Community Ment Health J. 2018 Feb 8.
Trefwood: Herstel & herstelondersteuning

Deelname aan creatieve workshops door mensen met ernstige psychische aandoeningen kan tot verhoging psychologisch welbevinden en sociale competenties leiden
In het herstelproces is ook plaats voor niet-klinische interventies om te werken aan herstel van de eigen identiteit, het versterken van gevoel van controle over het eigen leven en het normaliseren van het leven. In deze Spaanse kwantitatieve-kwalitatieve studie wordt de impact van een artistieke workshop op het welbevinden en sociale inclusie bij een groep mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) (n=31)onderzocht. De workshops duurden 18 uur verspreid over 6 dagen. De deelnemers bezochten eerst een expositie en gingen daarna aan de slag met het maken van een eigen kunstwerk (meestal beeldende kunst). Het kwantitatieve deel van het onderzoek bestond uit het op baseline en na de workshop afnemen van de Warwick-Edinburgh Mental Well-Being Scale (WEMWBS) en de Social Inclusion vragenlijst, die sociale isolatie, sociale relaties en sociale acceptatie meet. De kwalitatieve dimensie bestond eruit dat participerende deelnemers (studenten die geen ervaring met de doelgroep hadden) verslagen maakten van de ontwikkeling van de deelnemers. Deze participerende deelnemers werden ook geïnterviewd. De analyse van de data van de vragenlijsten werd met behulp van variantieanalyse gedaan. Het bleek dat het psychologische welbevinden na de workshop significant was toegenomen, hoewel het effect niet groot was. De sociale competenties, de kwaliteit van de sociale interacties en de perceptie van sociale acceptatie waren na de workshop ook significant toegenomen. De observanten constateerden dat door het samenwerken in de groep en het maken van concrete kunstwerken het gevoel van eigenwaarde bij de deelnemers toenam en dat de sociale interacties verbeterden. Dit soort workshops lijken het herstelproces te ondersteunen.
Saavedra J, Pérez E, Crawford P, Arias S. (2018). Recovery and creative practices in people with severe mental illness: evaluating well-being and social inclusion. Disabil Rehabil. 2018 Apr;40(8):905-911.
Trefwood: Herstel & herstelondersteuning

In hoeverre verschillende stakeholders zich verantwoordelijkheid voelen om mensen met psychische problemen te ondersteunen hangt af van politieke ideologie en moreel standpunt over zorg
Mensen met psychische problemen hebben veel behoeftes waarin niet adequaat voorzien wordt. Er is weinig onderzoek naar de vraag wie er verantwoordelijk is om in die behoeftes te voorzien. In deze Canadese kritische literatuurreview werd onderzocht wie volgens verschillende stakeholders (patiënten, familie, hulpverleners, overheden, algemene publiek) verantwoordelijk moet zijn voor het ondersteunen van mensen met psychische problemen en welke factoren van invloed zijn op die percepties van verantwoordelijkheid. In totaal werden 26 publicaties bij de analyses betrokken. Er is bijna geen literatuur die specifiek ingaat over de verantwoordelijkheid voor mensen met psychische problemen. De literatuur gaat over zorg in het algemeen. Er werden drie thema’s gevonden: 1. Opvattingen over individuele versus sociale verantwoordelijkheid voor het voorzien in behoeftes en zorg: heeft de maatschappij/regering of het individu zelf de grootste verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de mensen. Daar zijn meerdere politieke ideologieën over ontwikkeld. 2. De ethiek van zorgen voor de medemens en interpersoonlijke verantwoordelijkheid. Dit hangt gedeeltelijk samen met culturele concepties van het zelf. 3. Attributie van de verantwoordelijkheid van psychische problemen. Bereidheid om mensen met psychische problemen te ondersteunen hangt voor een deel af van of men vindt dat die persoon zelf al dan niet verantwoordelijk is voor het probleem. Al de verschillende factoren zijn in een concept map bij elkaar gezet. De opvatting van stakeholders die brede sociale steun aan mensen met problemen ondersteunen hangt samen met hun opvattingen over de welvaartsstaat. Besluiten op individueel niveau om te gaan helpen worden meer beïnvloed door opvattingen over de eigen moraal van zorgen en het toekennen van de verantwoordelijkheid voor psychische problemen.
Pope MA, Malla AK, Iyer SN. (2018). Who should be responsible for supporting individuals with mental health problems? A critical literature review. Int J Soc Psychiatry. 2018 May;64(3):293-302.
Trefwood: Herstel & herstelondersteuning

Door zelfmanagement interventie ervaart een groot deel van personen met een bipolaire stoornis meer kracht en controle over het eigen leven
Zelfmanagement (ZM) beschrijft het voortgaande proces van individuele monitoring en reacties op tekens, symptomen en consequenties van een chronische ziekte. Het gaat er bij zelfmanagement om dat de persoon beter met de ziekte leert om te gaan en zo de kwaliteit van leven op niveau houdt. Voor mensen met een bipolaire stoornis (BS) bestaan de door de evidentie ondersteunde ZW-strategieën onder meer uit: medicatietrouw, monitoren van de stemming, regelmatig eten en slapen, lichamelijke oefeningen doen, gezond dieet, opsporen van en reageren op vroege tekenen van terugval en stress management. ZM is afhankelijk van een actieve betrokkenheid van de cliënt. In deze Australische kwalitatieve studie (n=43 met BS) werd onderzocht hoe de cliënten zelf de ZM-interventies ervaren. De data uit de interviews werden met behulp van thematische analyse geanalyseerd. De ZM-interventie werd op verschillende manieren aangeboden: via een website had men toegang tot een Bipolair Wellness centrum, een Kwaliteit-van-Leven tool en aanvullende steun via webinars, video’s en persoonlijke workshops. Iedereen was vrij in hoe men de ZM-strategieën eigen maakte. Uit de analyse kwamen 4 thema’s naar voren: 1. Zelfmanagement is ‘empowering’ voor mensen met een BS: een groot deel van de geïnterviewden kregen het gevoel weer zelf de teugels over hun leven in handen te krijgen; 2. Als gevolg van het meedoen met een ZM-interventie kreeg men het gevoel zelf verantwoordelijk voor het eigen leven te zijn en dat men daar zelf voor koos. 3. Een minderheid van de geïnterviewden voelde dat ze met behulp van de ZM-strategieën helemaal geen grip op de BS-symptomen kreeg. Deze groep was niet positief over ZM. 4. Voor een groot deel van geïnterviewden veranderde de relatie met de hulpverlening. Men vindt dat de hulpverlening te veel op mediatietrouw en symptoom-management gericht is. De ZM-interventie werd als persoonsgericht, versterkend en optimistisch beoordeeld.
Morton E, Michalak EE, Hole R, Buzwell S, Murray G. (2018). ‘Taking back the reins’ – A qualitative study of the meaning and experience of self-management in bipolar disorder. J Affect Disord. 2018 Mar 1;228:160-165.
Trefwood: Herstel & herstelondersteuning

Duur van Onbehandelde Ziekte (DOZ) is een belangrijkere voorspeller van herstel dan Duur van Onbehandelde Psychose (DOP)
Tussen de 14% en 29,4% van de mensen die een eerste psychotische episode (EPE) ondergaan herstelt naar verloop van tijd. In dit Canadese onderzoek (n=65) werd onderzocht in welke mate de Duur van de Onbehandelde Psychose en de Duur van de Onbehandelde Ziekte (DOZ) worden geassocieerd met maten van subjectief en objectief herstel, 10 jaar na de EPE. DOZ is de periode tussen enig teken van een psychiatrisch symptoom (prodromale fase) en de start van een adequate antipsychose behandeling. In deze studie werd als instrument om de subjectieve mate van herstel vast te stellen gebruik gemaakt van de Maryland Assessment of Recovery in People with Serious Mental Illness Scale (MARS) en het objectieve herstel als betrokken zijn bij beroepsmatige activiteiten, gedefinieerd als betrokken zijn bij werk en/of opleiding op full-time of part-time basis in het afgelopen jaar. Om de DUI en de DOZ vast te stellen werd gebruik gemaakt van de Circumstances of Onset or Relapse Schedule (CORS), beroepsmatige activiteiten werden vastgesteld met behulp van de Life Chart Schedule (LCS). Verder werden op baseline ne na 10 jaar afgenomen: de Scale for the Assessment of Positive Symptoms (SAPS), de Scale for the Assessment of Negative Symptoms (SANS), de Interpersonal Support Evaluation List (ISEL) en de Drug Abuse Screening Test (DAST-20). De analyses werden gedaan met behulp van multiple lineaire en logistische regressie analyses. Er werden geen statistisch significante associaties gevonden tussen DOP enerzijds en beroepsmatige activiteiten na 10 jaar (OR=1.26, 95%BI 0.81-1.95) of de subjectieve herstelscore na 10 jaar (β=-0.73, 95%BI -2.42 tot 0.97) anderzijds. Er werd echter wel een significante negatieve associatie gevonden tussen de DOZ en subjectieve herstelscore na 10 jaar (β=-.52, 95%BI -0.87 tot -0.16). Dit betekent dat een langere DOZ op de lange termijn tot minder beroepsmatige activiteit en minder subjectief ervaren herstel leidt.
Bhullar G, Norman RMG, Klar N, Anderson KK. (2018). Untreated illness and recovery in clients of an early psychosis intervention program: a 10-year prospective cohort study. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Feb;53(2):171-182.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Interventies gericht op versterken van sociaal kapitaal hebben veelbelovende effecten op de geestelijke gezondheid
Sociaal Kapitaal (SK) kan omschreven worden als de sociale relaties die een bepaalde persoon heeft en de deelname van die persoon aan sociale netwerken in de gemeenschap. SK heeft twee componenten: de structurele component slaat op de aard en de intensiteit van iemands deelname aan sociale netwerken en de cognitieve component slaat op de ervaren kwaliteit van de sociale relaties. Er is evidentie dat het hebben van goede sociale relaties gunstig is voor de geestelijke gezondheid. In deze Britse systematische review werd gezocht naar de effecten van interventies gebaseerd op het vergroten van het Sociaal Kapitaal op de geestelijke gezondheid. De studies moesten minimaal gecontroleerd, quasi-experimenteel zijn of een pilot trial. Onder een op SK-gebaseerde interventie werd verstaan: elke interventie gericht op het tot stand brengen van of vergroten van groepsverbanden en/of de samenwerking tussen leden van de gemeenschap wil versterken met de intentie de sociale verbondenheid te versterken. In de studies moest zowel de SK-componenten als veranderingen in de geestelijke gezondheid worden gemeten. Er werden 7 studies gevonden die binnen de inclusiecriteria vielen. Er konden geen gepoolde effectmaten worden berekend omdat de heterogeniteit van zowel de definitie van SK als van de gemeten psychische stoornissen zeer substantieel was. De SK-interventies liepen uiteen van gemeenschapsbetrokkenheid en educatieve programma’s tot cognitieve therapie en sociotherapie voor uiteenlopende groepen als overlevenden van trauma’s, personen met depressies en ‘gewone’ mensen in een buurt. Toch werden in vier studies statistisch significante resultaten gevonden voor zowel SK- als geestelijke gezondheidsuitkomsten op het individuele niveau. Voor de langere termijn werden er geen verschillen gevonden tussen de interventie- en de controlegroepen. De op het versterken van SK gebaseerde interventies zijn veelbelovend.
Flores EC, Fuhr DC, Bayer AM, Lescano AG, Thorogood N, Simms V. (2018). Mental health impact of social capital interventions: a systematic review. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Feb;53(2):107-119.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Burgerschapsprojecten zijn gericht op inclusie en deelname van iedereen in de samenleving en sluiten aan bij de herstelbeweging
Burgerschap is een benadering die gericht is op het ondersteunen van sociale inclusie en deelname aan de samenleving van iedereen inclusief mensen met psychische problemen. De Amerikaanse auteurs van deze publicatie zijn betrokken bij specifieke burgerschapsprojecten en geven in deze beschouwende review een overzicht van de achtergrond van deze benadering, analyseren de relatie tussen burgerschap en herstel en geven aan wat het Citizens Project en de burgerschapsbenadering kunnen bijdragen aan de hulpverlening van mensen met psychische problemen door met name klinische- en community psychologen. Burgerschap wordt omschreven als de verbindingen van een persoon met rechten, verantwoordelijkheden, rollen, bronnen en relaties die door de samenleving aan zijn leden worden aangeboden, het gevoel bij een samenleving te horen die door iemands medeburgers wordt gevalideerd. Waarin verschillen burgerschap en herstel van elkaar? Beide zijn verbonden met de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Beide zien een persoon in de eerste plaats als volwaardige burger met eigen kenmerken en rollen en sommige van die personen kunnen een psychiatrische stoornis hebben, maar vallen niet samen met hun stoornis. Enkele verschillen: 1. de herstelbeweging heeft wortels in de klinische psychologie en de psychiatrische survivor beweging; burgerschap heeft wortels in de sociologische wetenschap; 2. herstel is gericht op het traditionele behandelingspessimisme in de GGz , terwijl burgerschap zich richt op de beperkingen van het GGz-zorgstelsel; 3. beide benaderingen zijn ‘sociaal’, maar bij herstel is er het gevaar dat het blijft steken bij het subjectieve ‘in herstel zijn, terwijl burgerschap soms te weinig aandacht heeft voor de interne persoonlijke zingeving. Er wordt gewerkt aan de integratie van beide benaderingen onder het thema ‘herstellend burgerschap’.
Ponce AN, Rowe M. (2018). Citizenship and Community Mental Health Care. Am J Community Psychol. Mar;61(1-2):22-31.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Er zijn verschillende percepties over wie verantwoordelijk is voor de zorgbehoeften van personen met psychische problemen
Vaak wordt aan de zorgbehoeftes van personen met psychische problemen niet voldoende tegemoet gekomen, zoals niet volledige dekking van kosten voor medicijnen, of geen hulp krijgen bij het zoeken van geschikte huisvesting. Er zijn grote verschillen in overheidsvoorzieningen in de verschillende landen. Daarom wordt er vaak veel steun verleend door familie, maatschappelijke organisaties en andere partijen. In deze Canadese kritische literatuurreview werd uitgezocht wat de verschillende stakeholders (patiënten, familie, clinici, bestuursorganen van de overheid, het algemene publiek) denken wie verantwoordelijk is voor de ondersteuning van personen met psychische problemen. Behalve een uitgebreide literatuursearch werden GGz-experts geconsulteerd om relevante onderzoeksgebieden te identificeren. Ook werd een concept map gemaakt waarmee duidelijk werd welke met elkaar gerelateerde factoren invloed kunnen hebben op de percepties van verantwoordelijkheid. Er werd geen literatuur gevonden die direct ingaat op percepties van verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van personen met psychische problemen, maar in verschillende disciplines (cross-culturele psychologie; gezondheidsethiek; politieke wetenschappen) komt de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg ter discussie. Hierin kunnen drie thema’s onderscheiden worden: 1. Opvattingen over de individuele versus de maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het voorzien in behoeftes en gezondheidszorg; 2. Ethiek van zorgen en interpersoonlijke verantwoordelijkheid; 3. Attributies van de verantwoordelijkheid voor psychische stoornissen (ligt de oorzaak van de stoornis volgens de deelnemer binnen of buiten het individu). Volgens de auteurs moet er empirisch onderzoek komen naar de percepties bij de relevante stakeholders over de vraag wie verantwoordelijk zou moeten zijn voor de ondersteuning van personen met psychische problemen.
Pope MA, Malla AK, Iyer SN. (2018). Who should be responsible for supporting individuals with mental health problems? A critical literature review. Int J Soc Psychiatry. 2018 Jan
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

De ACQ-CMH-vragenlijst evalueert in hoeverre geestelijke gezondheids- programma’s de verworven vermogens van de cliënten ondersteunen
De Capabilities approach (±vermogensbenadering) van Nussbaum en Sen gaat ervan uit dat ieder mens recht heeft op tien vermogens/mogelijkheden (capabilities) om in staat te zijn volwaardig te leven: leven; lichamelijke gezondheid; lichamelijke onschendbaarheid; zintuiglijke waarneming, verbeeldingskracht en denken; gevoelens; praktische rede, sociale banden; andere biologische soorten; spel en vormgeving van de eigen omgeving. Deze benadering geeft een rijk evaluatief kader om veranderingen in GGZ-systemen in beeld te brengen en sluit aan bij toenemende nadruk op herstel en empowerment van personen met psychische problemen. In deze Portugese studie wordt verslag gedaan van de inhoudsvaliditeit, constructvaliditeit en psychometrische kwaliteiten van een op de capabilities approach gebaseerd en gecontextualiseerd meetinstrument om verworven vermogens bij GGz-cliënten te meten: de Achieved Capabilities Questionnaire for Community Mental Health (ACQ-CMH). De inhoudsvaliditeit werd beoordeeld door een panel met cliënten, hulpverleners en onderzoeker. Daaruit kwam een kortere versie voort: de ACQ-CMH-98. Die lijst werd ingevuld door 332 cliënten in de Portugese ambulante GGz. Daarna werden een factoranalyse (PCA) uitgevoerd en de interne consistentie en de test-hertest validiteit getest. Hieruit bleek dat de ACQ-CMH-98 over goede psychometrische kwaliteiten beschikt. Uit de PCA bleek dat 6 factoren/dimensies met 48 items 48.88% van de totale variantie kon verklaren. Die zes dimensies zijn: optimisme; sociale banden; activisme; praktische rede; zelfbeschikking en familie. Het blijkt dat een aanpassing van Nussbaum’s lijst met capabilities veranderingen naar een op herstel gericht GGZ-systeem kan versterken.
Sacchetto B, Ornelas J, Calheiros MM, Shinn M. (2017). Adaptation of Nussbaum’s Capabilities Framework to Community Mental Health: A Consumer-Based Capabilities Measure. Am J Community Psychol. 2018 Mar;61(1-2):32-46.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning