Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2017

Bij mensen met ernstige psychische problemen is er een verband tussen hoop en de mate van psychiatrische symptomen
Hoop kan worden omschreven als de verwachting op of het verlangen naar positieve gebeurtenissen in de toekomst. Een goed gevalideerd meetinstrument om hoop te meten is de Snyder Hope Scale (HOPE). Hoop is een belangrijke voorwaarde voor het herstelproces van mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). In dit Australische onderzoek werden eerst de HOPE-scores bij verschillende groepen in de algemene bevolking opgespoord middels een systematische review en om deze te kunnen vergelijken met de HOPE-scores van groep ambulant behandelde mensen met schizofrenie (n=60). Bij deze 60 deelnemers werden de volgende vragenlijsten afgenomen: de Snyder Hope Scale (HOPE), de Friendship Scale (FS), de Family Assessment Device (FAD) General Functioning Scale, de World Health Organization Quality of Life Questionnaire en de Brèf, Behaviour and Symptom Identification Scale (BASIS-32). In de algemene bevolking lijken de HOPE-scores tijdens de adolescentie toe te nemen, bereiken een piek bij jong volwassenen, om geleidelijk af te nemen. Bij de 60 deelnemers was de gemiddelde HOPE-score 20.5. Deze score is lager dan bij de meeste groepen uit de bevolking, met uitzondering van een meting bij een subgroep in VS die was gescheiden of de partner verloren had. Er werd een significant verband gevonden tussen de HOPE-scores en duidelijk waarneembare psychiatrische symptomen, zoals gemeten met de BASIS-32 en de FAD. Hoewel sommigen herstellen ondanks de voortdurende aanwezigheid van symptomen, kan dat voor anderen het herstel belemmeren.
Hayes L, Herrman H, Castle D, Harvey C. (2017). Hope, recovery and symptoms: the importance of hope for people living with severe mental illness. Australas Psychiatry. Dec;25(6):583-587.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Herstelconcept blijft een complex construct en kan als een subjectief proces en als een objectieve uitkomst gezien worden
In de jaren 1980-90 ontstond de herstelbeweging vanuit de patiëntenbeweging en zorgde voor een paradigmaverschuiving met betrekking tot de conceptualisering en behandeling van personen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Tot op de dag van vandaag is er discussie gebleven over wat herstel precies inhoudt. Deze beschouwende expertreview poogt de literatuur over herstel van de afgelopen 10 jaar samen te vatten en van commentaar te voorzien in aanvulling op de review van Silverstein en Bellack uit 2008. Het onderscheid tussen herstel als een subjectief proces en herstel als een objectieve uitkomst is gebleven en heeft verschillende soorten meetinstrumenten en methodologische onderzoekslijnen opgeleverd. In het objectieve domein worden vaak de volgende meetinstrumenten gebruikt: Positive and Negative Syndrome Scale [PANSS], the Scale for Assessment of Positive Symptoms [SAPS], the Scale for the Assessment of Negative Symptoms [SANS] en de Brief Psychiatric Rating Scale [BPRS]. Herstel als subjectief proces wordt vaak gemeten met de Recovery Assessment Scale [RAS]. Hoe herstel ook gedefinieerd wordt, er is voldoende evidentie dat de uitkomsten voor personen met EPA heterogeen zijn, maar dat herstel toch wel de meest voorkomende uitkomst is. Uit studies blijkt dat beide vormen van herstel met elkaar verband houden, dat objectieve indicatoren van emotionele stress verband houden met subjectieve beoordelingen van herstel. Beide perspectieven benadrukken dat personen met EPA besluiten moeten nemen over de betekenis van de uitdagingen die ze tegenkomen voordat herstel kan plaats vinden en dat ze op die weg met veel bedreigingen te maken krijgen. De auteurs formuleren klinische implicaties voor op herstel gerichte zorg: 1.de hulpverlening moet ervan uitgaan dat psychotische ervaringen begrijpelijk zijn; 2. de hulpverlening moet reflecteren aanmoedigen; 3. er moet een niet-hiërarchische relatie tussen hulpverlener en cliënt gecreëerd worden; 4. er moet onder ogen worden gezien dat het herstelproces met pijn gepaard gaat.
Leonhardt BL, Huling K, Hamm JA, Roe D, Hasson-Ohayon I, McLeod HJ, Lysaker PH. (2017). Recovery and serious mental illness: a review of current clinical and research paradigms and future directions. Expert Rev Neurother. Nov;17(11):1117-1130.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Systematische review: vroege interventie bij een Eerste Psychotische Episode (EPE) is belangrijke factor voor optreden van functioneel herstel
Bijna 75% van personen met een Eerste Psychotische Episode (EPE) bereikt symptomatische remissie na behandeling. Veel EPE bereiken geen functioneel herstel (d.w.z. betrokken bij werk of opleiding) en blijven sociaal geïsoleerd, terwijl EPE-patiënten functioneel herstel het liefst willen. In deze Australische systematische review (n=50 geschikte studies met 6669 deelnemers) werd de beschikbare evidentie geëvalueerd op voorspellers voor gunstige functionele uitkomsten voor EPE. Er werden alleen studies met een minimale follow-up tijd van 12 maanden geïncludeerd en minimaal 80% van de onderzochte personen in de studies moest een EPE volgens de DSM- of de ICD-criteria hebben. Het algemene functioneren werd breed gedefinieerd en moest één of meer van de volgende uitkomsten hebben: 1. algemeen functioneren zoals gemeten met b.v. de GAF of de SOFAS; 2. sociaal functioneren zoals b.v. gemeten met de SFS; 3. kwaliteit van Leven zoals b.v. gemeten met de QoL-schaal of de WHOQoL-Bref; 4. individuele definities van functioneren op de volgende domeinen: werk, opleiding, sociaal functioneren. De gepoolde uitkomsten werden berekend met behulp van Comprehensive Meta-Analysis Software. Van de volgende domeinen van voorspellers konden meta-analyses worden gemaakt: sociaal-demografische variabelen, zoals geslacht; klinische variabelen, zoals Duur van Onbehandelde Psychose (DOP), positieve en negatieve psychotische symptomen; pre-morbide variabelen, zoals pre-morbide aanpassing; cognitieve variabelen, zoals aandacht, werkgeheugen, verbal fluency, verbaal geheugen, executieve functies, verwerkingssnelheid, non-verbaal geheugen en visueel-motorische vaardigheden; neuro-imaging variabelen en beloop variabelen. De volgende variabelen hadden een onafhankelijke gunstige invloed op functioneel herstel: een korte DOP, hogere scores op de meeste cognitieve variabelen (behalve executieve functies) en gelijktijdige remissie van positieve en negatieve symptomen. Met name DOP is door vroege psychose interventie te beïnvloeden.
Santesteban-Echarri O, Paino M, Rice S, González-Blanch C, McGorry P, Gleeson J, Alvarez-Jimenez M. (2017). Predictors of functional recovery in first-episode psychosis: A systematic review and meta-analysis of longitudinal studies. Clin Psychol Rev. Dec;58:59-75.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Herstel is voor personen met een psychose een individueel proces zonder een duidelijk eindpunt
Vanuit het perspectief van de cliënt met een psychisch probleem bekeken wordt het concept herstel vaak als een persoonlijk proces beschreven, waarbij de nadruk ligt op hoop en empowerment en kan persoonlijk herstel optreden terwijl er nog psychotische symptomen zijn. In de praktijk is het vaak nog moeilijk om het cliëntenperspectief zinvol te integreren in de klinische praktijk. In deze Engelse systematische review (n= 17 studies) werd een synthese gemaakt van kwalitatieve onderzoeken naar het herstelproces bij personen met een psychotische stoornis. Van de gevonden data werd een thematische synthese gemaakt volgens de methode van Thomas en Harden. In de 17 studies werden 6 tot 30 personen bevraagd. Alle geïncludeerde studies voldeden aan de kwaliteitscriteria. Uit de analyse kwamen drie thema’s naar voren: 1. de herstelreis; 2. bevorderende factoren voor herstel en 3. belemmerende factoren voor herstel. De herstelreis is heel persoonlijk en bevat vier onderliggende thema’s die de specifieke stadia van de herstelreis weergeven: a. de persoonlijke identiteit van de persoon voordat de psychose optrad; op het belang van het verzoenen met het verleden wordt vaak gewezen; b. de ervaring van de psychose(s) en daar zin aan toekennen; c. de integratie van de psychotische ervaring verwijst naar de persoonlijke wijze waarop men met de psychose leert leven; d. in de laatste fase wordt het zelf opnieuw vorm gegeven en gaat men weer aan zinvolle sociale activiteiten deelnemen. De bevorderende factoren voor herstel zijn: a. sociale steun uit het sociale netwerk krijgen; b. geloof en spiritualiteit; c. persoonlijke kracht en hoop; d. er wordt voorzien in de basisbehoeftes; e. persoonlijke en holistische hulpverlening door zorginstellingen. De belemmerende factoren zijn: a. stigma en discriminatie; b. sociale deprivatie; c. middelenmisbruik; d. negatieve ervaringen met de GGz.
Wood L, Alsawy S. (2017). Recovery in Psychosis from a Service User Perspective: A Systematic Review and Thematic Synthesis of Current Qualitative Evidence. Community Ment Health J. Nov 29.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Ook op lange termijn is Sociale Hersteltherapie effectief en een veelbelovende psychosociale interventie voor personen met een eerste psychose
In Engeland is voor jongeren met een niet-affectieve eerste psychose met complexe sociale herstelproblemen speciaal de Sociale Hersteltherapie (SH) ontwikkeld. Met behulp van strategieën uit de cognitieve gedragstherapie worden de deelnemers gestimuleerd gedragsexperimenten aan te gaan (zie ook bovenstaand artikel van Fowler et al.). Er zijn tot nu toe twee RCT’s uitgevoerd om de effectiviteit van SH te toetsen: de Improving Social Recovery in Early Psychosis (ISREP) trial en de Sustaining Positive Engagement and Recovery (SUPEREDEN) trial. In dit Engelse artikel wordt verslag gedaan van wat er over de effectiviteit van SH bekend is en dat wordt aangevuld met nieuwe follow-up data van de ISREP-trial, 2 jaar na de SH-interventie. De ISREP-studie had metingen op baseline en na 9 maanden(= einde van de SH-interventie). Aan de follow-up meting na 2 jaar deden 50 van de oorspronkelijke 77 deelnemers mee. De primaire uitkomstmaat was de tijd besteed aan regulier betaald werk, opleiding of vrijwilligerswerk, zoals gemeten met de Time Use Survey (TUS). Ook werden afgenomen: de Positive and Negatieve Syndrome Scales (PANSS) en de Beck Hopelessness Scale (BHS). De controlegroep (=37 bij follow-up) kreeg alleen de standaard vroeg interventie hulpverlening. Na 2 jaar bleek dat 25% van de deelnemers met een niet-affectieve psychose van SH-groep in het afgelopen jaar regulier betaald werk had gehad. In de controlegroep had in die tijd niemand deze activiteit uitgeoefend. Betrokkenheid bij andere sociale activiteiten (o.a. opleiding en vrijwilligerswerk) was in beide groepen in dezelfde mate toegenomen. Data uit de PANNS en de BHS wijzen erop dat gemiddeld bij beide groepen geen verslechtering van de symptomen was gemeten, ondanks dat er meer aan sociale activiteiten was deelgenomen.
Fowler D, Hodgekins J, French P. (2017). Social Recovery Therapy in improving activity and social outcomes in early psychosis: Current evidence and longer term outcomes. Schizophr Res. 2017 Oct 22
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Meta-analyse en systematische review: bij personen met een Eerste Psychotische Episode (EPE) voldoet op de langere termijn 58% aan criteria voor remissie en 38% aan de criteria voor herstel
Er zijn enkele heterogene meta-analyses naar de uitkomsten voor EPE (inclusief eerste episode van schizofrenie) op het gebied van remissie en recovery (herstel) uitgevoerd. In deze Engelse systematische review en meta-analyse werden de gepoolde prevalenties voor remissie en herstel (gedefinieerd volgens nauw omschreven criteria) bij personen met EPE en schizofrenie beoordeeld. Er werden alleen longitudinale studies meegenomen met follow-up metingen van langer dan 1 jaar (n=79; 19072 patiënten met EPE). Remissie werd geoperationaliseerd als symptomatische of functionele verbetering van minimaal 6 maanden. Herstel werd geoperationaliseerd als een multidimensionaal concept met verbeteringen van minimaal 2 jaar in het sociale – en het maatschappelijke (incl. werk of opleiding) domein. Er werden 44 studies in de meta-analyses geïncludeerd die data over remissie rapporteerden, 19 studies rapporteerden over herstel en 16 over beide. De gepoolde prevalentie van remissie bij 12.301 personen met EPE was 58% (60 studies, gemiddelde follow-up periode van 5,5 jaar). De recentere studies hadden hogere remissie uitkomsten dan oudere studies. De remissie uitkomsten waren significant hoger in Afrika, Azië en Noord-Amerika in vergelijking met Europa en Australië. De gepoolde prevalentie van herstel bij 9642 personen met EPE was 38% (35 studies, gemiddelde follow-up periode 7,2 jaar). De herstelcijfers voor Noord-Amerika (71%) waren significant hoger dan voor Europa (21,8%). Er werden geen significante verschillen gevonden in de mate van herstel tussen personen met EPE (34,4%) en personen met schizofrenie (30,3%). Het aantal personen dat herstelde bleek na 2 jaar niet meer af te nemen. Bij patiënten met slechte uitkomsten wordt dat al in een vroeg stadium zichtbaar in plaats van dat verslechtering progressief is in het beloop van de ziekte. Voor het eerst is in een grote meta-analyse aangetoond dat herstel bij personen met EPE op de langere termijn niet afneemt.
Lally J, Ajnakina O, Stubbs B, Cullinane M, Murphy KC, Gaughran F, Murray RM. (2017). Remission and recovery from first-episode psychosis in adults: systematic review and meta-analysis of long-term outcome studies. Br J Psychiatry. 7 Oct 5.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Duidelijk verband tussen mate van persoonlijk herstel en ervaren van welzijn bij personen met schizofrenie
In deze Chinese studie werd onderzocht wat de invloed is van de verschillende herstelprocessen op de ervaren gevoelens van welzijn bij personen met schizofrenie (n=180). Welzijn wordt in deze studie opgevat als niet alleen het afwezig zijn van een psychische stoornis, maar ook als het hebben van positieve gevoelens (emotioneel welzijn), zinvol betrokken zijn (psychologisch welzijn) en zijn bijdrage leveren aan de samenleving (sociaal welzijn). Er worden verschillende herstelprocessen onderscheiden: klinisch herstel (vermindering van klinische symptomen); functioneel herstel (verbeteringen in het maatschappelijke functioneren); persoonlijk herstel (ontwikkeling van persoonlijke waardevolle doelen en identiteit). Op baseline en na 6 maanden werden de verschillende soorten herstel en het welzijn gemeten en met behulp van regressie analyses de verbanden in beeld gebracht. Klinisch herstel werd gemeten met de Scale for the Assessment of Positive Symptoms (SAPS) en de Scale for the Assessment of Negative Symptoms (SANS). Functioneel herstel met de Social and Occupational Functioning Assessment Scale (SOFAS) en de Performance-Based Skills Assessment (UPSA-B). Persoonlijk herstel met de The Recovery Assessment Scale (RAS) en welzijn met de Mental Health Continuum-Short Form (MHC-SF). Op baseline scoorde 28,2% van de deelnemers zo hoog op de MHC-SF dat er sprake is van floreren (flourishing): bij hen betekende het hebben van schizofrenie dus niet de afwezigheid van een hoge mate van welzijn ervaren. Echter: 19,3% van de deelnemers scoorde erg laag (verkommerden; languishing). Persoonlijk herstel had een voorspellende waarde voor het ervaren van welzijn, naast en bovenop de effecten van klinisch en functioneel herstel. De effecten van persoonlijk herstel waren niet afhankelijk van klinisch of functioneel herstel.
Chan RCH, Mak WWS, Chio FHN, Tong ACY. (2017). Flourishing With Psychosis: A Prospective Examination on the Interactions Between Clinical, Functional, and Personal Recovery Processes on Well-being Among Individuals with Schizophrenia Spectrum Disorders. Schizophr Bull. Sep 8.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Het biomedische model is voor cliënten te beperkt om hun ervaringen mee te kunnen duiden
In deze review wordt door een Indiase psychiater ingegaan op de verschillende perspectieven die artsen en patiënten hebben met betrekking tot oorzaken en remedies voor psychische stoornissen en over ziekte en herstel. In de psychiatrie wordt uitgegaan van het biomedische model ter verklaring van psychische stoornissen, waarbij andere in de culturen aanwezige opties niet worden meegenomen. Toch is er veel bewijs dat omgevingsstress en psychosociale omstandigheden kunnen leiden tot psychische stoornissen en invloed hebben op de mentale gezondheid. Vele cliënten met psychische stoornissen hanteren tegelijkertijd verschillende en contradictoire verklaringen voor hun stoornis en zoeken vaak hulp buiten het medische circuit. Deze verklaringsmodellen lijken coping-mechanismen en lijken samen te hangen met het individuele beloop van de ziekte: cliënten die beter worden met medicatie zullen eerder binnen het medische model blijven dan degenen die veel symptomen houden. Deze laatste groep kan ook niet-medische, bovennatuurlijke en religieuze verklaringsmodellen aanhangen (zoals geluk, kans, karma, straf van God, boze geesten, zwarte magie e.d.). De psychiatrie heeft vaak geen oog voor de context van de ziekte en aan de ervaringen van de cliënt wordt weinig waarde gehecht. Maar personen met een psychose b.v. pogen een coherent eigen levensverhaal te construeren dat niet-stigmatiserend is. Het herstel-model richt de aandacht op het functioneren waardoor cliënten met psychische stoornissen hun psychologische en sociale doelen kunnen halen. Er is behoefte aan een brede benadering van geestelijke gezondheid en beter worden.
Jacob KS. (2017). Perspectives about mental health, illness, and recovery. Curr Opin Psychiatry. Sep;30(5):334-338.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Review: herstel van ernstige psychische aandoeningen blijft in onderzoek zowel als een subjectief proces als een objectieve uitkomst gezien worden
De herstelbeweging markeert een paradigmaverschuiving in de conceptualisering van personen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Anthony (1993) noemde herstel ‘een persoonlijke en uniek proces om een bevredigend en hoopvol leven te leiden, zelfs met de beperkingen van de stoornis’. In 2005 noemde de SAMSHA de essentiële elementen van herstel: zelf richting geven, empowerment, holistisch, niet-lineair, gebaseerd op kracht, steun van peers, respect, verantwoordelijkheid en hoop. In 2008 waren er vier onderwerpen in verband met herstel waarover nog verwarring bestond en meer onderzoek moest komen: 1. De definitie van herstel; 2. De ontwikkeling van betrouwbare meetinstrumenten van herstel; 3. Mate waarin herstel wordt bereikt; 4. De effectiviteit van op herstel gerichte hulpverlening. In deze Amerikaanse review wordt samengevat wat er sinds 2008 op genoemde onderwerpen is gebeurd. In de literatuur wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen herstel als een subjectief proces en herstel als een objectieve uitkomst. Symptoomreductie is de primaire focus van herstel als objectieve uitkomst, o.a. gemeten met de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS). Objectieve verbeteringen in psychosociaal functioneren kunnen o.a. worden gemeten met de Global Assessment of Functioning (GAF). Kern van herstel als subjectief proces is sociale verbondenheid, hoop voor de toekomst, zichzelf sterk genoeg voelen om eigen beslissingen te kunnen nemen. Dit wordt o.a. door de Recovery Assessment Scale (RAS) in beeld gebracht. Uit de studies komt naar voren dat gemiddeld 51% van de EPA symptoomreductie meemaakt en 25% gaat psychosociaal beter functioneren. Sommige onderzoekers pogen objectief en subjectief herstel te integreren. Beide benaderingen hebben gemeenschappelijk: 1. EPA moeten een besluit nemen over de betekenis van de uitdagingen die ze tegenkomen in het herstelproces. 2. In het herstelproces zijn er veel bedreigingen bij het betekenis geven aan de ervaringen, zowel bij EPA als bij hulpverleners.
Leonhardt BL, Huling K, Hamm JA, Roe D, Hasson-Ohayon I, McLeod HJ, Lysaker PH. (2017). Recovery and serious mental illness: a review of current clinical and research paradigms and future directions. Expert Rev Neurother. Nov;17(11):1117-1130.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Interventies die eigen oordeel over stemmingswisselingen bij een Bipolaire Stoornis minder heftig maken bevorderen het herstel
Cognitieve Gedragstherapie (CBT) is gebaseerd op het generieke cognitieve model van psychopathologie. Centraal in dit model staat dat “vooringenomen” (biased) verwerking van informatieprocessen leidt tot de vicieuze cirkel van dysfunctioneel denken dat effecten heeft op stemming en gedrag, waardoor het dysfunctionele denken weer sterker wordt. Het Geïntegreerde Cognitieve Model (GCM) van stemmingswisselingen bij personen met een Bipolaire Stoornis (BS) gaat ervan uit dat het door de persoon extreem positief of negatief beoordelen van de stemmingsveranderingen grote invloed heeft op gedrag en stemmingsregulatie. De meetinstrumenten Hypomanic Interpretations Questionnaire (HIQ), Interpretations of Depression Questionnaire (IDQ) en Hypomanic Attitudes and Positive Predictions Inventory (HAPPI) pogen deze processen in kaart te brengen. Volgens het Self-Regulation Model (SRM) worden coping strategieën voor een groot deel bepaald door de zelfperceptie van de stoornis. De Brief Illness Perception Questionnaire (BIPQ) poogt dit bij BS te meten. In deze Britse cross-sectionele studie (n=87) werd onderzocht in hoeverre de duiding van stemmingservaringen bij personen met een BS het persoonlijk herstel beïnvloedt. Naast de al genoemde instrumenten werden afgenomen: de SCID interview Modules A (Mood Disorders) en B (Psychotic Symptoms), de Bipolar Recovery Questionnaire (BRQ), de Altman Self-Rating Mania Scale (ASRM) en de Center for Epidemiologic Studies–Depression (CES-D). De verbanden werden met multiple regressie analyses berekend. Het bleek dat hoe normaler de stemmingswisselingen werden beoordeeld, des te sterker het persoonlijke herstel. Extreme subjectieve beoordelingen van de gemoedsgesteldheid en negatieve zelfbeoordeling van depressieve stemming hadden een negatieve correlatie met herstel. Interventies die het eigen oordeel over stemmingswisselingen minder heftig maken bevorderen het herstel.
Dodd AL, Mezes B, Lobban F, Jones SH. (2017). Psychological mechanisms and the ups and downs of personal recovery in bipolar disorder. Br J Clin Psychol. Sep;56(3):310-328.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Scoping review: vertalen van herstelprincipes naar de klinische praktijk van de acute psychiatrie door verpleegkundigen verlaagt kans op agressie
Op herstel gerichte hulpverlening (HGH) wordt gezien als het ondersteunen van de cliënt op zijn persoonlijke herstelreis en daarbij horen een positief gevoel van eigenwaarde, persoonlijke autonomie, hoop en een goed begrip van de mogelijkheden en beperkingen. Met name bij opnames in de acute psychiatrie worden verpleegkundigen vaak geconfronteerd met agressie van cliënten. Die agressie kan door interne en/of externe factoren getriggerd worden en kan veel impact hebben op de cliënten én de verpleegkundigen. Hoe verpleegkundigen op potentieel agressieve cliënten reageren wordt beïnvloed door zelfvertrouwen en het contact dat met de cliënt gemaakt is. In deze Australische scoping review werd literatuur opgespoord naar de toepassing van herstelprincipes bij (potentieel) agressieve cliënten door verpleegkundigen in de acute psychiatrie, ten einde de escalatie van agressie te voorkomen. Er werden 35 publicaties geïncludeerd. Er werden geen publicaties gevonden naar het verband tussen HGH en verminderen van agressie in de acute psychiatrie. Bij de verdere analyse werd gebruik gemaakt van de grounded theory methode. Er werden vier centrale componenten gevonden die kunnen worden ingezet bij het verminderen van agressie in het kader van op herstel gerichte hulpverlening: 1. Naar de persoon kijken en niet alleen naar het actuele gedrag: dit is van belang als de verpleegkundige een volledig beeld wil krijgen van de unieke ervaringen van de cliënt en contact wil maken; 2. Ga de interactie aan, niet alleen reageren: dit slaat op het belang van effectieve communicatievaardigheden, zoals luisteren, aandacht geven, belangstelling tonen, empathie en feedback geven; 3. Samenwerken met de cliënt om afgesproken doelen te halen: de cliënt moet bij alle beslissingen die over de hulp die aan hem geboden wordt betrokken worden; 4. De cliënt als een actieve manager van zijn eigen herstel toerusten.
Lim E, Wynaden D, Heslop K. (2017). Recovery-focussed care: How it can be utilized to reduce aggression in the acute mental health setting. Int J Ment Health Nurs. Oct;26(5):445-460.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Het Integrated Recovery-oriented Model (IRM) voor de inrichting van een nieuwe ggz draait om herstel van hoop, competenties en sociale binding
In deze Australische beschouwing worden de achtergronden en de uitdagingen voor een op herstelprincipes gebaseerd, in Australië ontwikkeld, Integrated Recovery-oriented Model (IRM) voor ggz-hulpverlening beschreven. Centraal in het IRM-model staan de veranderende herstelbehoeftes van de personen met ernstige psychische aandoeningen. Het onderliggend kader is de WHO International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). Alles is erop gericht om de hoop in het leven weer te versterken omdat dit aan de basis ligt van symptomatisch en functioneel herstel. De kern componenten van het IRM zijn: remediatie (verbeteren) van het functioneren, algeheel herstel van vaardigheden en competenties en zich weer actief met de samenleving verbinden. Binnen de IRM wordt toegang tot de psychosociale Evidence-Based Interventions (EBI) mogelijk gemaakt. Belangrijke EBI zijn o.a.: inzet ervaringsdeskundigen, wellness recovery action planning (WRAP), illness management and recovery (IMR), individual placement and support (IPS). De EBI stimuleren hoop, herstel, zelf-werking en sociale inclusie. De evolutie van het IRM kan worden opgevat als een serie van vijf brede uitdagingen: 1. Relevante herstel perspectieven identificeren; 2. De algemene kaders en modellen voor de dienstverlening formuleren; 3. Kenmerken en processen die samenhangen met de huidige gespecialiseerde klinische rehabilitatie interventies voor personen met ernstige psychische problemen identificeren. 4. De belangrijkste elementen uit de eerste drie uitdagingen samensmeden in een coherent IRM voor alle ggz-hulpverlening. 5. Ontwikkelen van implementatie- en evaluatie strategieën waarmee de op herstel gebaseerde ggz permanent verbeterd kan worden.
Frost BG, Tirupati S, Johnston S, Turrell M, Lewin TJ, Sly KA, Conrad AM. (2017). An Integrated Recovery-oriented Model (IRM) for mental health services: evolution and challenges. BMC Psychiatry. 17(1), 22.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Er is enig bewijs dat specifieke interventies gericht op het vergroten van sociale deelname van personen met psychische problemen succesvol zijn
Sociale verbondenheid is belangrijk voor het psychologische, emotionele en fysieke welzijn. Dat geldt zeker ook voor personen met psychische stoornissen. Toch is het niet standaard dat de Ggz-hulpverlening ingrijpt om het sociale netwerk van hun cliënten te verbeteren. De grootte van een sociaal netwerk wordt vaak als maat gebruikt voor de mate van sociaal isolement of verbondenheid. Interventies die tot doel hebben de sociale participatie te verbeteren zetten in op het leggen van sociale contacten buiten de hulpverlening. In deze Britse review wordt een overzicht gegeven van sociale participatie interventie modellen waarvan bewijs is dat ze in enige mate bijdragen aan positieve sociale netwerk uitkomsten. Er werden 19 interventies in 14 landen gevonden waarbij het sociale netwerk verbeterde of de sociale participatie toenam. Zes van deze interventies werden in een RCT geëvalueerd. De interventies kunnen in zes groepen worden ingedeeld: 1. Individuele sociale vaardigheidstraining, zoals b.v. het in Nederland ontwikkelde Interpersoonlijke Sociaal Psychiatrische Begeleiding (ISPB). 2. Vaardigheidstraining in groepsverband, zoals het in de VS ontwikkelde Social Cognition and Interaction Training (SCIT). 3. Supported Community Engagement (begeleide maatschappelijke betrokkenheid), zoals vriendendienst projecten en de in de UK ontwikkelde Connecting People Intervention, waarbij men gestimuleerd wordt aan activiteiten in de eigen buurten deel te nemen. Bij interventies uit deze groep werden de meeste effecten gemeten. 4. Groepsgewijze deelname aan maatschappelijke activiteiten zoals samen tuinieren of samen kunst maken. 5. Interventies op het gebeid van werk: interventies , zoals begeleid werken of IPS, lijken per definitie bij te dragen aan een verbetering van het sociale netwerk, maar in de evaluaties van deze interventies worden bijna nooit de sociale netwerk uitkomsten gemeten. 6. Interventies met ervaringsdeskundigen: deze zijn vooral gericht om contacten met lotgenoten te verbreden. Over het algemeen is de evidentie van de effectiviteit van de sociale participatie interventies minimaal.
Webber M, Fendt-Newlin M. (2017). A review of social participation interventions for people with mental health problems. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 52(4), 369-380.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Met juiste implementatiestrategie zijn lichamelijke oefeningen voor personen met een ernstige psychische aandoening in de reguliere ggz in te voeren
Cardiometabole aandoeningen komen bij personen met een ernstige psychische aandoening (EPA) veel vaker voor dan bij de algemene bevolking. Een combinatie van lifestyle factoren (zoals weinig bewegen), roken, slecht eten en bijwerkingen van de medicatie is daarvan de oorzaak. Er is bewijs dat het regelmatig doen van lichamelijke oefeningen en/of sporten (bewegen) het risico op die cadiometabole aandoeningen sterk kan verminderen. In de praktijk blijkt het echter moeilijk om interventies voor lichamelijke oefeningen in de reguliere ggz als routinematig in te voeren. In deze Australische beschouwing wordt een overzicht gegeven van voorbeelden van in Australië geïntegreerde bewegingsinterventies, de kernbestanddelen die het succes van deze programma’s vergemakkelijken en de praktische strategieën die de implementatie van dit soort bewegingsinterventies in de reguliere ggz kunnen bevorderen. Als voorbeeld wordt genoemd het in Sydney ingevoerde Keeping the Body in Mind (KBIM) programma.. De belangrijkste kernbestanddelen van interventies voor lichamelijke oefeningen zijn: 1. Vroege invoering: als cliënt met medicatie begint ook een bewegingsprogramma aanbieden; 2. Cardiometabole indicatoren moeten regelmatig gemonitord worden; 3. Alle hulpverleners moeten betrokken worden bij promotie bewegingsinterventie; 4. Indien nodig motiverende gespreksvoering geven aan cliënten; 5. Individueel bewegingsprogramma aanbieden; 6. Supervisie door bewegingsprofessionals. De belangrijkste implementatie strategieën zijn: 1. Cultuur en empowerment: cultuurverandering inzetten door kennis te delen; 2. Capaciteit maximeren door o.a. zoveel mogelijk stagiaires in te zetten; 3. Samenwerken met maatschappelijke organisaties; 4. Programma’s regelmatig evalueren; 5. Kosteneffectiviteit aantonen; 6. Cliënten bij de besluitvorming betrekken.
Lederman O, Suetani S, Stanton R, Chapman J, Korman N, Rosenbaum S, Ward PB, Siskind D. (2017). Embedding exercise interventions as routine mental health care: implementation strategies in residential, inpatient and community settings. Australas Psychiatry. 2017 May 1.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Op basis van kenmerken van persoonlijk herstel zijn er bij personen met schizofrenie drie verschillende groepen te onderscheiden
In de literatuur is er verwarring over het concept herstel voor personen met ernstige psychische problemen. Een betere uitkomst wordt geassocieerd met weerbaarheid, betere coping, stijl van herstel, sociale omgang met hulpverleners en stigma. In deze Italiaanse studie (n=903) worden de verbanden tussen zelf gerapporteerd persoonlijk herstel (subjectief) en klinische herstel (objectief) onderzocht. De ambulante patiënten met schizofrenie, volgens de DSM-IV, waren in behandeling bij 26 verschillende behandellocaties. Het zelf gerapporteerd persoonlijk herstel (PH) werd gemeten met een combinatie van 5 meetinstrumenten: de Resilience Scale for Adults (RSA), de Self-Esteem Rating Scale (Self-Esteem-RS), de Recovery Style Questionnaire (RSQ), de Brief Cope (probleem gericht versus emotie gerichte copingstrategie) en de Internalized Stigma of Mental Illness (ISMI). Het klinisch herstel (KH) werd gemeten met de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), Calgary Depression Scale for Schizophrenia (CDSS) en de Personal and Social Performance (PSP). Na cluster analyse op de PH-variabelen konden er drie groepen (clusters) onderscheiden worden. Cluster I wordt gekenmerkt door de hoogste scores op de RSA, de Self-Esteem-RS en voor Probleemgerichte copingststrategie en de laagste scores op de ISMI. Cluster III heeft de laagste scores voor de RSA, de Probleemgerichte én de Emotie gerichte copingstrategieën en de RSQ. ISMI en Self-Esteem scores zitten tussen die van Cluster I en Cluster II in. Cluster II heeft de hoogste scores op de ISMI, RSQ en Emotie gerichte copingstrategie en de laagste scores op de Self-Esteem-RS en de RSA persoonlijke sterkte. Cluster I heeft de beste klinische en Cluster III de slechtste klinische uitkomsten. Cluster II heeft een mix van positieve en negatieve persoonlijke en klinische herstelkenmerken. Op basis van de persoonlijke herstelkenmerken kunnen bij mensen met schizofrenie groepen met zinvolle klinische verschillen onderscheiden worden.
Rossi A, Amore M, Galderisi S, Rocca P, Bertolino A, Aguglia E, Amodeo G, et al; Italian Network for Research on Psychoses. (2017). The complex relationship between self-reported ‘personal recovery’ and clinical recovery in schizophrenia. Schizophr Res. 2017 May 8.
Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning