Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2016

Nog steeds zijn de herstelprincipes in geen enkel land integraal onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg
Hoewel er verschillend over de definitie van het begrip recovery (herstel) wordt gedacht, heeft het veel aandacht gehad en zijn er in veel landen stappen genomen om de ggz-praktijk meer te gaan baseren op herstelprincipes. Centraal daarin staat dat de ggz-hulpverlening zich meer moet gaan richten op de wensen en behoeften van de cliënten en de cliënten te helpen om een betekenisvol leven te gaan leiden. Het empirisch onderbouwde CHIME-kader wordt vaak gebruikt om herstel-georiënteerde praktijken te meten (CHIME is acroniem van Connectedness, Hope and optimism about the future, Identity, Meaning in life, Empowerment). Het International Initiative for Mental Health Leadership (IIMHL) heeft een studie in tien landen uitgezet naar de huidige status van de herstelpraktijken. Dit artikel doet verslag van de 3e fase van dat onderzoek, waarbij experts uit die tien landen gerapporteerd hebben over de mate waarin in hun land de herstelprincipes in de ggz wordt toepast. Het gaat om: Australië, Canada, Engeland, Duitsland, Ierland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Schotland en de Verenigde Staten. In alle Angelsaksische landen, en recent ook in Nederland, is een hersteloriëntatie omarmd als een centrale component van het ggz-beleid. In geen van de tien onderzochte landen is herstel als basis van alle onderdelen van de ggz geïmplementeerd. Voor Nederland wordt het rapport ‘Over de brug; Plan van aanpak voor de behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen’ uit 2014 als voorbeeld genoemd waarbij concrete herstel-doelen op landelijk niveau zijn geformuleerd.
Pincus HA, Spaeth-Rublee B, Sara G, Goldner EM, Prince PN, Ramanuj P, Gaebel W, Zielasek J, Großimlinghaus I, Wrigley M, van Weeghel J, Smith M, Ruud T, Mitchell JR, Patton L. (2016). A review of mental health recovery programs in selected industrialized countries. Int J Ment Health Syst. 10, 73. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden om herstelproces te bestuderen levert unieke inzichten op
Er is sprake van mixed methods als kwantitatieve en kwalitatieve methodes van dataverzameling in hetzelfde onderzoek gebruikt worden als aanvulling op elkaar. In deze Israelisch-Amerikaanse review worden evaluaties van op herstel georiënteerde interventies waarbij alleen mixed methods werden gebruikt besproken om aan te tonen dat daarmee uniek inzichten verkregen kunnen worden. Het gaat om de volgende vijf interventies: Illness Management and Recovery (IMR), Narrative Enhancement and Cognitive Therapy (NECT), Supported Employment (SE), Supported Socialization (SS) en Family Psychoeducation (FP). Over het algemeen blijken de kwalitatieve uitkomsten de kwantitatieve uitkomsten aan te vullen en te bevestigen, terwijl er soms onverwachte zaken naar voren komen. Uit de evaluatie van de IMR-interventie bleek uit de kwantitatieve data (objectief) dat de coping en sociale steun niet verbeterd waren, terwijl in de interviews (subjectief) door de deelnemers spontaan genoemd werd dat de IMR tot verbetering op deze domeinen had geleid. Verder kwam uit interviews met deelnemers in de NECT en de IMR studie spontaan naar voren dat hun cognitie was toegenomen, een domein dat helemaal niet was meegenomen in de kwantitatieve metingen. De Narrative Evaluation of Intervention Interview (NEII) werd gebruikt bij de evaluatie van IMR, NECT en FP. De deelnemers met wie de NEII was afgenomen rapporteerden veranderingen in het zelfgevoel en het emotionele domein. De auteurs staan op het standpunt dat kwalitatief onderzoek een wenselijke aanvulling is op kwantitatief onderzoek in de vorm van RCTs.
Hasson-Ohayon I, Roe D, Yanos PT, Lysaker PH. (2016). The trees and the forest: mixed methods in the assessment of recovery based interventions’ processes and outcomes in mental health. J Ment Health. 25(6), 543-549. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Binnen het herstelproces wordt het domein ‘een zinvolle dag’ geassocieerd met kameraadschap, productiviteit, stabiliteit en autonomie
Het herstelconcept omvat het kunnen omgaan met de ziekte, fysiek en emotioneel gezond zijn en een zinvol doel in het leven vinden in een sociale omgeving (werk, opleiding of vrijwilligerswerk). In deze Amerikaanse studie wordt verslag gedaan van een onderdeel van het op herstel gerichte programma Opening Doors to Recovery (ODR), namelijk in hoeverre het hersteldomein ‘een zinvolle dag’ kwantitatief gemeten kan worden en hoe cliënten, familieleden en hulpverleners over dat concept denken (n=30; interviews). Het Opening Doors to Recovery is een demonstatieproject gericht op herstel bij personen met een ernstige psychische stoornis die na een opname in een psychiatrisch ziekenhuis begeleid worden door Community Navigation Specialists (CNSs). Het zinvolle dag-construct werd met drie verschillende meetinstrumenten op baseline, na 4, 8 en 12 maanden gemeten (n=100): de Meaningful Day Thermometer (1 item), de Meaningful Days in the Past 30 Days (1 item) en de CNS Rating of the Meaningful Day. Het bleek dat er na een jaar een statistisch significante lineaire trend gemeten werd met alle drie de meetinstrumenten. Uit de kwalitatieve interviews over het concept ‘een zinvolle dag’ kwamen de volgende thema’s naar voren: 1. Kameraadschap: sociale omgang met anderen is essentieel om een dag als een ‘zinvolle dag’ te ervaren. 2. Productiviteit: de meeste geïnterviewden spraken van een zinvolle dag als er iets bereikt werd of naar een doel gewerkt was; motivatie is hierbij een cruciale factor. 3. Stabiliteit bereiken geeft een gevoel van een zinvolle dag ervaren. 4. Het zinvolle dag-concept draagt bij aan het stimuleren van persoonlijke verantwoordelijkheid en autonomie. 5. Het belangrijkste obstakel om een zinvolle dag te bereiken is het gebrek aan (financiële) middelen.
Myers NA, Smith K, Pope A, Alolayan Y, Broussard B, Haynes N, Compton MT. (2016). A Mixed-Methods Study of the Recovery Concept, “A Meaningful Day,” in Community Mental Health Services for Individuals with Serious Mental Illnesses. Community Ment Health J. 52(7), 747-56. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Voor deelnemers aan Illness Management and Recovery-programma zijn het leren doelen stellen en hanteren van symptomen het belangrijkst
Het Illness Management and Recovery (IMR) programma is gericht op volwassenen met ernstige psychiatrische aandoeningen, bij wie sprake is van ernstige beperkingen in sociaal en maatschappelijk functioneren. IMR hanteert vijf evidence-based methoden: psycho-educatie, cognitieve gedragsbenadering voor medicatietrouw, terugval preventie, sociale vaardigheidstraining en coping vaardigheidstraining. In deze Nederlandse studie (N=8) werd met behulp van een descriptieve fenomenologische methode gepoogd inzicht te krijgen in de actieve ingrediënten van IMR vanuit het perspectief van patiënten. De deelnemers werden 1, 13 of 19 maanden na hun deelname aan een IMR-programma over hun ervaringen geïnterviewd. De data werden verwerkt volgens de Colaizzi data analyse methode. Uit de data kwamen vijf thema’s naar voren: voor de deelnemers was het belangrijkste dat ze geleerd hadden doelen te kunnen stellen en om te kunnen gaan met de symptomen. Drie thema’s hadden bijgedragen om deze twee vaardigheden onder de knie te krijgen: het delen van informatie met lotgenoten in de IMR-groep, het IMR tekstboek en het oefenen van de nieuwe vaardigheden met lotgenoten in de groep. De deelnemers hebben in het IMR-programma geleerd hoe ze herstel-doelen kunnen stellen, hoe ze terugval kunnen voorkomen en hoe ze een persoonlijke identiteit los van hun ziekte kunnen ontwikkelen. De begeleiders moeten constant aandacht hebben voor de ontwikkeling van de doelen per deelnemer, stimuleren dat er geoefend wordt met de nieuwe vaardigheden en erop letten dat informatie met de andere deelnemers wordt uitgewisseld.
Van Langen WJ, Beentjes TA, van Gaal BG, Nijhuis-van der Sanden MW, Goossens PJ. (2016). How the Illness Management and Recovery Program Enhanced Recovery of Persons With Schizophrenia and Other Psychotic Disorders: A Qualitative Study. Arch Psychiatr Nurs. 30(5), 552-7. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Herstelgerichte begeleiding door hulpverleners in Britse intramurale instellingen verbetert met geïntegreerde trainingen met duidelijk leiderschap
Als onderdeel van een nationaal onderzoeksprogramma werd in 2013-14 in Engeland bij alle locaties waar GGZ-rehabilitatie wordt aangeboden de Rehabilitation Effectiveness for Activities for Life (REAL)-studie uitgevoerd. Onderdeel daarvan was een trainingsinterventie die tot doel had het vertrouwen en de herstelvaardigheden van alle hulpverleners die op intramurale GGZ-rehabilitatie locaties werken te vergroten. De primaire uitkomstmaat was dat als gevolg van de interventie de patiënten meer aan activiteiten zouden gaan meedoen (GetREAL). De GetREAL-interventie werd middels een RCT geëvalueerd. De uitkomst daarvan was dat de cliënten/patiënten niet meer aan activiteiten waren gaan meedoen. Omdat de auteurs ervan overtuigd zijn dat de GetREAL-interventie qua doel en focus goed in elkaar steekt werden in deze Engelse studie met behulp van realistische evaluatie veel data die in de RCT verzameld waren voor drie verschillende rehabilitatie-eenheden geanalyseerd om op te sporen welke elementen van de interventie onder welke omstandigheden wel effectief zijn. Hoe en waarom werkt een interventie? Uit de analyse bleek dat lange termijn veranderingen in de richting van een op herstel georiënteerde praktijk de meeste kans hebben als er actieplannen worden ontwikkeld waarbij iedereen (alle hulpverleners en alle cliënten) betrokken is en dat die actieplannen altijd kunnen worden bijgesteld. Verder moeten deze veranderplannen geïntegreerd worden in bestaande veranderprogramma’s. Om deze veranderingen te laten slagen is het van belang dat het management hierin het voortouw neemt.
Bhanbhro S, Gee M, Cook S, Marston L, Lean M, Killaspy H. (2016). Recovery-based staff training intervention within mental health rehabilitation units: a two-stage analysis using realistic evaluation principles and framework approach. BMC Psychiatry. Aug 17; 16, 292. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

In Engeland hebben managers een positiever beeld van de herstel-oriëntatie van de ambulante GGZ dan de hulpverleners en de cliënten
In Engeland is het algemeen beleid dat de hulpverlening in de GGZ het herstelproces van de ‘zorggebruikers’ (cliënten, patiënten) moet ondersteunen. In deze Engelse studie werd onderzocht hoe het perspectief is van de verschillende actoren (teammanagers, hulpverleners en patiënten) op de herstel-oriëntatie van ambulante GGZ-teams (adult Community Mental Health Teams- CMHT’s) werkend volgens de Care Programme Approach. Er werden 28 verschillende gespecialiseerde teams in dit onderzoek meegenomen (b.v. vroege interventie teams; ondersteuning- en herstelteams). In totaal werden gegevens verzameld van 21 teammanagers, 108 hulpverleners met direct klinisch contact met patiënten en 110 patiënten (met ernstige psychische problemen, o.a. stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen). Herstel-oriëntatie werd gemeten met de verschillende versies van de Recovery Self Assessment scale (RSA). Bij de patiënten werd ook nog de Questionnaire about the Processes of Recovery (QPR) afgenomen om te kijken of er een verband is tussen hun oordeel over de herstel-oriëntatie van de voorziening en de mate van hun persoonlijke herstel. Verbanden werden met behulp van regressie analyses berekend. Het bleek dat de teammanagers (RSA totaal score: 3.90) de herstel-oriëntatie hoger scoorden dan de hulpverleners (RSA: 3.59) en de patiënten (RSA: 3.63) en dus een positievere blik op de herstelondersteuning van hun organisatie hebben. Bij de patiënten hadden de RSA-scores een positieve associatie met de QRP-scores (b=0.53, 95%BI 0.32-0.74, p<0.001). Dus degenen die hun herstelproces positief beoordelen, ervaren de teams waardoor ze begeleid worden als meer herstel-georiënteerd.
Leamy M, Clarke E, Le Boutillier C, Bird V, Choudhury R, MacPherson R, Pesola F, Sabas K, Williams J, Williams P, Slade M. (2016). Recovery practice in community mental health teams: national survey. Br J Psychiatry. 209(4), 340-346. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Geïntegreerde algemeen medische én psychiatrische zelfmanagement interventies zijn veelbelovend
Vroegtijdige sterfte bij personen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) is voor een deel toe schrijven aan niet goed behandelde algemeen medische en psychiatrische ziektes. Om hieraan tegemoet te komen zijn er zelfmanagement interventies ontwikkeld. Interventies die op één van beide condities gericht zijn, zijn vaak niet voldoende omdat medische en psychiatrische symptomen met elkaar verbonden zijn. In deze Amerikaanse systematische review (n=15) werd alle evidentie verzameld en beoordeeld over geïntegreerde zelfmanagement interventies (interventies gericht op zowel algemeen –chronische- medische als psychiatrische ziektes) teneinde de haalbaarheid en potentiële effectiviteit vast te stellen. Geïncludeerd werden RCT’s, pre-post designs en secundaire data-analyses. De methodologische kwaliteit werd bepaald m.b.v. de Methodological Quality Rating Scale (MQRS). In de 15 geïncludeerde studies zijn 9 interventies beschreven: automatische telehealth, Health and Recovery program (HARP), Helping Older People Experience Success (HOPES), Integrated Illness Management and Recovery (I-IMR), Life Goals Collaborative Care (LGCC), Living Well, Norlunga Chronic Disease Self-Management program, Paxton House, Targeted Training in Illness Management (TTIM). De meeste studies vonden geen harde klinische effectiviteit van de interventies vanwege methodologische beperkingen. Er werd wel steun gevonden voor de haalbaarheid, aanvaardbaarheid en voorlopige klinische effectiviteit met betrekking tot het versterken van de kennis van zelfmanagement vaardigheden bij de deelnemers, van positieve veranderingen in houding en gedrag ten aanzien van het managen van ziektes en het minder gebruik maken van acute hulpverlening.
Whiteman KL, Naslund JA, DiNapoli EA, Bruce ML, Bartels SJ. (2016). Systematic Review of Integrated General Medical and Psychiatric Self-Management Interventions for Adults With Serious Mental Illness. Psychiatr Serv. 67(11), 1213-1225. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Groot deel van GGZ-hulpverleners zien herstel bij psychose op de eerste plaats als biomedisch herstel
In 1993 omschreef Anthony herstel als een psychosociaal proces dat het persoonlijk herstel omvat van de negatieve effecten van stigma, werkloosheid, de iatrogene effecten van behandelsettings en de beperkte mogelijkheden van zelfbeschikking. Deze Britse systematische review (n=15) geeft een synthese van studies over de visie van GGZ-hulpverleners over de psychosociale aspecten van herstel bij psychoses en onderzoekt in hoeverre de hulpverleners psychosociale aspecten van herstel bij psychose onderschrijven. Herstel wordt opgevat zoals door Anthony omschreven. De kwaliteit werd gemeten met de Mixed Methods Appraissal Tool (MMAT). De 15 geïncludeerde studies waren uitgevoerd in UK (3x), Italië (2x), Australië (2x), Thailand, Hong Kong, Zweden, Canada, Duitsland, Denemarken en Noorwegen. In de verschillende studies werden de volgende soorten hulpverleners ondervraagd: verpleegkundigen, psychiaters, psychologen, maatschappelijk werkers en ergotherapeuten. Over het algemeen waren er verschillende resultaten over wat de hulpverleners vonden van herstel bij psychose. Als de algemene houding werd bestudeerd bleek de benadering van herstel voornamelijk biomedisch georiënteerd en werden de perspectieven van de patiënten pessimistisch beoordeeld. De opvattingen van de hulpverleners zijn dynamischer als het gaat om herstelprocessen bij opnamen in psychiatrische ziekenhuizen: in het beginstadium is er een biomedische focus die verandert in een psychosociale oriëntatie als de patiënten weer met ontslag mogen. Als de opvattingen over herstelinterventies worden onderzocht variëren die van pessimistisch tot positief.
Morera T, Pratt D, Bucci S. (2016). Staff views about psychosocial aspects of recovery in psychosis: A systematic review. Psychol Psychother. May 30. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

De psychometrische kwaliteit van meetinstrumenten die zelfmanagement bij schizofrenie meten is redelijk tot slecht
Zelfmanagement is het beslissen en handelen van een individu op basis van persoonlijke keuzes om de effecten en gevolgen van een aandoening op het leven van het individu te reguleren. Zelfmanagement omvat zelfzorg, zelfhulp en zelfregie. Kernelementen van zelfmanagement zijn: de patiënt moet genoeg kennis hebben om zelf besluiten te kunnen nemen, moet zich aan behandelafspraken kunnen houden en op basis van shared decision making besluiten kunnen nemen. In Nederland is het ondersteunen van zelfmanagement een kerntaak in de (ggz) verpleegkunde. In deze Nederlandse systematische review (n=12) wordt een overzicht gegeven van de bestaande meetinstrumenten –en hun psychometrische eigenschappen- om zelfmanagement bij schizofrenie te meten en wordt het niveau van zelfmanagement bij deze doelgroep gerapporteerd. Om de methodologische kwaliteit van de psychometrische studies te beoordelen werd de COSMIN checklist gebruikt. Er werden drie meetinstrumenten gevonden die zelfmanagement bij schizofrenie beoordelen: de Partners in Health schaal (PIH), de Patient Activation Measure-Mental Health (PAM-MH) en de Illness Management and Recovery schaal (IMR). De PIH legt nadruk op relatie tussen patiënt en hulpverlener, de PAM-MH gaat uit van de premisse dat een actieve houding essentieel is bij het managen van een chronisch gezondheidsprobleem en de IMR is een praktische instrument dat het IMR-programma evalueert. De psychometrische eigenschappen van de drie schalen zijn redelijk tot slecht. Geen van de instrumenten kan zonder meer worden aanbevolen om zelfmanagement te beoordelen. Het niveau van zelfmanagement is bij patiënten met schizofrenie vergelijkbaar met die van patiënten met een ander psychisch probleem, maar lager dan bij patiënten met een chronisch somatische ziekte.
Van Schie D, Castelein S, van der Bijl J, Meijburg R, Stringer B, van Meijel B. (2016). Systematic review of self-management in patients with schizophrenia: psychometric assessment of tools, levels of self-management and associated factors. J Adv Nurs.  72(11), 2598-2611. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Bij personen met schizofrenie die aangeven een hoge mate van persoonlijk herstel te ervaren wordt minder suïcide-ideatie gevonden 
Suïcide-ideatie (gedachten om een einde aan zijn leven te maken) komt veel voor bij personen met schizofrenie. Het is nog niet duidelijk of die suïcide-ideatie samenhangt met positieve, negatieve, depressieve en/of angst-symptomen. Er is nog weinig onderzoek naar risicofactoren en protectieve factoren op (mate van) suïcide-ideatie bij deze doelgroep. In dit Amerikaanse cross-sectioneel onderzoek (N=169; voornamelijk veteranen) werd onderzocht in hoeverre persoonlijk herstel, opgevat als een proces waarbij de zelfeffectiviteit, zelfbepaling, hoop en empowerment zich ontwikkelen, een protectieve factor kan zijn voor ontstaan van suïcide-ideatie bij schizofrenie. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: Brief Symptom Inventory (BSI): meet suïcide-ideatie met 1 item; Positive and Negative Syndrome Scale (PANNS) en de Maryland Asessment of Revocery in People With Serious Mental (MARS). De data werden geanalyseerd met een regressiemodel waarbij het BSI suïcide-ideatie-item als uitkomstvariabele werd gebruikt. Het bleek dat grotere suïcide-ideatie significant correleert met depressieve symptomen, angstsymptomen en positieve symptomen, maar niet met negatieve symptomen. Lagere suïcide-ideatie was significant gecorreleerd met herstel (r=-0.220) én met minder negatieve symptomen, maar niet met positieve symptomen. Suïcide-ideatie komt minder voor bij personen met schizofrenie die aangeven dat ze een hoge mate persoonlijk herstel ervaren. Personen die het laagst scoren op herstel hebben een tien keer grotere kans last te hebben van suïcide-ideatie. Mate van herstel en angstsymptomen zijn een significante voorspellers van suïcide-ideatie. Positieve, negatieve en depressieve symptomen zijn dat niet.
Jahn DR, DeVylder JE, Drapalski AL, Medoff D, Dixon LB. (2016). Personal Recovery as a Protective Factor Against Suicide Ideation in Individuals With Schizophrenia. J Nerv Ment Dis. 204(11), 827-831. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

In Engeland maken de User-Led organisaties voor personen met ernstige psychische problemen steeds meer deel uit van het reguliere GGz-systeem
De User-Led Organisation (ULO) in de Engelse GGz is voortgekomen uit de sociale beweging van de anti-psychiatrie in de jaren 1970 en betreft een organisatie voor en door personen met een meestal langdurig psychisch probleem die voor de doelgroep een bepaalde dienst aanbieden en invloed willen uitoefenen op de manier waarop hulp wordt geboden. In deze etnografische studie werd bekeken hoe 5 ULO’s functioneren en werd met name gekeken hoe de communicatie verloopt tussen de leden van de ULO’s en de managers van twee NHS Foundation Trusts, die de ULO’s voor een deel subsidiëren. Drie ULO’s zaten in een grote stad, twee op het platteland. De data werden verzameld door vergaderingen tussen leiders van de ULO’s en de managers van de Trusts op te nemen. Daarnaast werden belangrijke informanten geïnterviewd en hielden twee leden per ULO een dagboek bij. Een van de ULO’s wilde zich niet aanpassen aan de regels en normen van de managers. Voor hen was autonomie van groot belang en ze wilden hun taal niet aanpassen. Deze ULO werd opgeheven. Voor de andere ULO’s was autonomie ook belangrijk, maar zij hebben sterke ervaringsdeskundige leiders die hun belangen bij de managers goed kunnen behartigen. Ze hebben alle moeite om in de snel veranderende omgeving overeind te blijven. In Engeland is de gezondheidszorg aan het veranderen en is de plaats van de ULO’s ambigue omdat ze zowel autonomie nastreven als een geaccepteerde sparring partner van de managers willen zijn. Tegelijkertijd wordt het betrekken van ervaringsdeskundigen steeds meer een integraal onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg.
Rose D, MacDonald D, Wilson A, Crawford M, Barnes M, Omeni E. (2016). Service user led organisations in mental health today. J Ment Health. 25(3), 254-9. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Personen met bepaalde neurocognitieve beperking kunnen niet optimaal profiteren van Illness Management and Recovery programma (IMR)
Het Illness Management and Recovery programma (IMR) brengt personen met een ernstige psychische aandoening op systematische wijze zelfmanagement vaardigheden bij die het herstelproces kunnen bevorderen. IMR wordt individueel of in groepsverband in 40 sessies aangeboden en heeft zich inmiddels bewezen. In deze Zweedse exploratieve studie (n=53) werd onderzocht of er verbanden zijn tussen neurocognitieve beperkingen bij cliënten en uitkomsten op o.a. zelfmanagement na een IMR-programma. Er werd speciaal gekeken of cliënten met neurocognitieve beperkingen minder van IMR profiteren én of zo’n beperking invloed heeft op de aanwezigheid bij de IMR-sessies. De invloed van IMR op zelfmanagement werd gemeten met de cliënt- en de hulpverlener-versies van de Illness Management and Recovery Scale (IMRS). Symptomen werden gemeten met de Psychosis Evaluation tool for Common use by Caregivers (PECC). Op baseline en na het  IMR werd neurocognitie gemeten met o.a. de Letter-Number Sequencing (LNS), de Rey Auditory Verbal Learning Test (RAVLT), de Wisconsin Card Sorting Test (WCST), de Trail Making Test  versions A en B (TMTA + TMTB) en de Continuous Performance Test-Identical Pairs (CPT). De analyses werden met lineaire regressiemodellen uitgevoerd. Van alle maten die cognitief functioneren meten, werd er alleen een verband gevonden tussen de snelheid van informatieverwerking (gemeten met de TMTA) en verbeteringen in zelfmanagement vaardigheden (gemeten met de  cliëntversie). Maar dit verband verdween als er ook naar de aanwezigheid bij sessies werd gekeken. Het lijkt erop dat deelnemers die niet snel informatie kunnen verwerken minder van IMR profiteren, maar ook dat die personen minder naar de IMR-sessies gaan.
Färdig R, Fredriksson A, Lewander T, Melin L, Mueser KT. (2016). Neurocognitive functioning and outcome of the Illness Management and Recovery Program for clients with schizophrenia and schizoaffective disorder. Nord J Psychiatry. 2016 Mar 3:1-6. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Er kunnen drie fasen of stadia onderscheiden worden in het herstelproces
Er blijft onduidelijkheid bestaan over wat ‘herstel’ of ‘recovery’ precies betekent. In deze Amerikaanse kwalitatieve studie, die werkte met gegevens van de Study of Transitions and Recovery Strategies (STARS), werden bij 177 cliënten die in behandeling waren voor een ernstige psychische stoornis, interviews afgenomen over hoe zij tegen herstel en het herstelproces aankijken. Het doel was hersteldoelen en uitkomstmaten te identificeren om aanbevelingen te kunnen doen voor hulpverleners die herstelprocessen willen verbeteren. De deelnemers werden 12 en 24 maanden nadat hun behandeling was gestart 1 uur geïnterviewd over hun leven, hun ziekte, ervaringen met de ggz, veranderingen in het sociale domein en over wat herstel voor hen betekent. De data-analyse gebeurde met behulp van de grounded theory benadering. Voor de codering van de interviews werd Atlas.ti gebruikt. Verschillende groepen deelnemers omschreven herstel als ‘getting by’ (=zich erdoorheen slaan), ‘getting back’ (=terugkomen) of ‘getting on’ (=vooruitkomen). De getting-by groep had weinig verwachtingen van herstel en ervoer vaak een grote mate van angst. De getting-back groep kon al redelijk omgaan met de stoornis en stelde zichzelf doelen als contacten onderhouden met vrienden en familie en werk pogen te houden. De getting-on groep geloofde in herstel en hun leven werd niet meer gedomineerd door de ziekte. Daarnaast werden er twee gemeenschappelijke thema’s gevonden: een behoefte aan zelfcontrole en terugwinnen van wat verloren was gegaan. Hulpverleners moeten zich realiseren dat herstel voor elk individu iets anders betekent en daar hun interventies op afstemmen.
Yarborough BJ, Yarborough MT, Janoff SL, Green CA. (2015). Getting By, Getting Back, and Getting On: Matching Mental Health Services to Consumers’ Recovery Goals. Psychiatr Rehabil J. Online: 2015 Sep 28. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Klinisch herstel en persoonlijk herstel zijn verschillende constructen en verschillende meetinstrumenten brengen verschillende aspecten van herstel in beeld
Herstel van personen met psychische problemen kan in 3 domeinen optreden: biomedisch, psychologisch en sociaal. Doel van dit Engelse onderzoek was om het empirische verband tussen klinisch herstel (gaat om klinische uitkomsten die door hulpverleners gemeten worden aan de hand van symptomen) en persoonlijk herstel (wordt door cliënt zelf gedefinieerd en is gericht op sociaal succes en persoonlijke ervaringen van hoop en empowerment) te bepalen met behulp van de uitkomstdomeinen die door 11 verschillende meetinstrumenten werden gemeten bij 403 patiënten in de REFOCUS trial, op baseline en na 12 maanden. Vier instrumenten werden door hulpverleners of onderzoekers ingevuld: Health of the Nation Outcome Scale (HoNOS); Camberwell Assessment of Needs short Appraisal Schedule-Staff (CANSAS-S); Global Assessment of Functioning (GAF); Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS). Zeven instrumenten werden door patiënten zelf ingevuld: CANSAS-Service User (CANSAS-P); Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA); Questionnaire of the Process of Recovery (QPR); Mental Health Confidence Scale (MHCS); Herth Hope Index (HHI); Warwick-Edinburgh Mental Well-Being Scale (WEMWBS) en INSPIRE. Met behulp van factor analyses (EFA en CFA) werden groepen van uitkomstdomeinen vastgesteld en veranderingen in de tijd opgespoord. Er werden drie factoren (drie inhoudelijk duidelijk onderscheiden clusters) gevonden: 1. door de patiënt beoordeeld persoonlijk herstel; 2. door de patiënt beoordeeld klinisch herstel; 3. door de hulpverleners beoordeeld klinisch herstel. Alleen het persoonlijke herstel was na 1 jaar verbeterd. De optimale instrumenten om deze drie factoren te meten zijn: HHI, CANAS-P en HoNOS.
Macpherson R, Pesola F, Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J, Slade M. (2015). The relationship between clinical and recovery dimensions of outcome in mental health. Schizophr Res. Online: 2015 Oct 30. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Het weer actief gaan deelnemen aan het dagelijkse leven kan een belangrijke dimensie van het herstelproces zijn
In de literatuur worden er vijf kern-componenten onderscheiden die bijdragen aan het persoonlijke herstelproces: Connectedness, Hope, Identity, Meaning en Empowerment (CHIME). In deze Australische scoping review (17 relevante studies) werd literatuur verzameld en geanalyseerd over het verband tussen het oppakken van persoonlijk waardevolle en sociaal gewaardeerde activiteiten en het herstelproces bij personen met ernstige psychische problemen. “Occupational engagement” (actieve betrokkenheid) wordt gedefinieerd als actieve deelname aan het dagelijkse leven in zijn volle breedte. Er werden 15 kwalitatieve en 2 kwantitatieve studies in deze review geïncludeerd. Als centrale thema kwam naar voren dat het herstelproces als een “activiteiten reis” (occupational journey) opgevat kan worden. Daarbinnen kunnen drie processen onderscheiden worden die met elkaar verbonden zijn en gedeeltelijk overlappen: 1. herstel als het geleidelijk weer oppakken van simpele (dagelijkse) activiteiten; 2. herstel als weer opgenomen zijn in de stroom van de normale dagelijkse activiteiten, zoals weer aan het werk gaan; 3. herstel als volledige deelname aan het maatschappelijke leven. Er blijkt een duidelijk verband tussen het actief deelnemen aan het dagelijkse leven en het herstelproces. Door actieve betrokkenheid lijkt het persoonlijke herstel bevorderd te worden omdat er weer structuur in het leven komt, men zich weer verbonden voelt, weer hoop krijgt en betekenis aan het leven kan geven. Dit is van belang voor ergotherapeuten die met personen met psychische problemen werken.
Doroud N, Fossey E, Fortune T (2015). Recovery as an occupational journey: A scoping review exploring the links between occupational engagement and recovery for people with enduring mental health issues. Aust Occup Ther J. 62(6), 378-92. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Het herstelconcept ‘een zinvolle dag’ is eenvoudig te meten en geeft een indicatie van de mate van herstel
Deze Amerikaanse studie maakt deel uit van de evaluatie van het pilot programma Opening Doors to Recovery (ODR) dat het herstel wil bevorderen van personen met ernstige psychische problemen die niet meer zijn opgenomen. ODR bestaat uit 5 componenten: een mobiel team van Community Navigation Specialists (CNS-en) bestaande uit een professionele hulpverlener, een ervaringsdeskundige en een familielid; de CNS-en geven case management en algemene ondersteuning; de CNS-en focussen erop dat de cliënten adequate hulp krijgen, een ‘zinvolle dag’ ontwikkelen, veilige huisvesting vinden en technologie gebruiken om herstelproces te bevorderen; door contacten met de politie zorgen de CNS-en ervoor dat de cliënten niet onnodig gearresteerd worden. Dit artikel doet verslag van de mate waarin het construct ‘een zinvolle dag’ gemeten en geoperationaliseerd kan worden (n=100 cliënten). Op baseline, na 4, 8 en 12 maanden werd ‘de zinvolle dag’ gemeten met de: Meaningful Day Thermometer (1 item: ‘hoe zinvol is een gemiddelde dag voor jou geweest in de afgelopen maand’), de Meaningful Days in the Past 30 Days (1 item) en de CNS Rating of Meaningful Day. Daarnaast werden 30 personen geïnterviewd (10 cliënten, 10 familieleden en 10 anderen). Voor de 3 meetinstrumenten van ‘een zinvolle dag’ werden statistisch significante lineaire trends gevonden. Een zinvolle dag moet bestaan uit: omgang met mensen (ook buiten de familie); productiviteit (elke dag moet een doel hebben) en het werken aan en bereiken van stabiliteit en autonomie. Onvoldoende (financiële) middelen kunnen een negatieve invloed hebben op het bereiken van ‘een zinvolle dag’.
Myers NA, Smith K, Pope A, Alolayan Y, Broussard B, Haynes N, Compton MT. (2015). A Mixed-Methods Study of the Recovery Concept, “A Meaningful Day,” in Community Mental Health Services for Individuals with Serious Mental Illnesses. Community Ment Health J. Online: 2015 Dec 9 Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning