Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2015

Theoretisch goed onderbouwde Engelse REFOCUS interventie lijkt herstel-benadering in ambulante ggz te gaan stimuleren
Het Engelse National Institute of Health Research heeft tussen 2009 en 2014 het REFOCUS-programma gefinancierd. Dat is erop gericht een herstel-oriëntatie van de ambulante ggz voor volwassenen op gang te brengen. REFOCUS kent twee fasen: fase 1: bestaande evidentie wordt gesynthetiseerd en uitgebreid en leidt tot een nieuwe interventie die in een handleiding wordt vastgelegd: de REFOCUS-interventie; in fase 2 wordt de interventie in de praktijk getest. In dit artikel wordt verslag gedaan van fase 1. Fase 1 had drie stadia: a. synthese van de theorie over herstel ter formulering van  overkoepelende principes; b. het ontwikkelen en in handleiding vastleggen van de REFOCUS-interventie; c. het ontwikkelen van een toetsbaar REFOCUS model. Er werden 7 systematische en 2 narratieve reviews uitgevoerd. De geconstateerde hiaten in de kennis werden met drie kwalitatieve studies gedicht. De REFOCUS-interventie heeft twee componenten: herstel bevorderende relaties en werkpraktijken. Om de relatie tussen hulpverlener en patiënt meer op herstel gericht te maken worden de volgende benaderingen in de handleiding voorgeschreven: training van het personeel in coachende vaardigheden; ontwikkelen van door het hele behandelingsteam gedragen visie op herstel; onderzoeken van de waarden van de hulpverleners; hulpverlener en patiënt voeren samen een niet-klinische taak uit (Partnership Project); patiënten worden uitgenodigd zich actiever op te stellen. Onder de werkpraktijken vallen: het leren begrijpen van de waarden (van de patiënt) en de behandelingsvoorkeuren; het beoordelen van de sterke punten van de patiënt; patiënten ondersteunen hun eigen doelen na te streven. De REFOCUS-interventie wordt geëvalueerd in een RCT. Meer informatie: http://www.researchintorecovery.com/refocus
Slade M, Bird V, Le Boutillier C, Farkas M, Grey B, Larsen J, Leamy M, Oades L, Williams J. (2015). Development of the REFOCUS intervention to increase mental health team support for personal recovery. Br J Psychiatry 207(6), 544-50. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Het herstelvertoog staat haaks op het dominante medische vertoog in de ggz
In het medische onderzoeksveld zijn er twee vertogen (discoursen): het eerste (en nog steeds dominante) vertoog richt zich op de beperkingen die geassocieerd worden met een psychische stoornis; het tweede focust zich op de mogelijkheden om nog een goed leven te leiden met de psychische problemen. Uitgangspunt van deze beschouwing zijn de 7 conclusies uit een Australische review over de huidige stand van de evidentie over de impact van psychosociale en psychiatrische stoornissen. De auteurs van dit Engelse artikel bespreken elke conclusie en komen op grond van eveneens bestaande evidentie tot alternatieve boodschappen. De 7 conclusies: herstel kan het beste door experts beoordeeld worden; weinig personen met psychische problemen herstellen; als een persoon niet langer meer aan criteria voor psychische stoornis voldoet is hij in remissie; een diagnose is een goede basis om groepen te kunnen onderscheiden en zorgbehoeften te kunnen voorspellen; behandelingen zijn van groot belang voor een goed beloop; barrières voor effectieve behandeling zijn beschikbaarheid, financiering en bewustzijn cliënten; de impact van psychische stoornissen is negatief. De alternatieve boodschappen: herstel kan het beste beoordeeld worden door de persoon met een psychisch probleem; veel mensen met psychische problemen herstellen daadwerkelijk; een persoon die niet meer aan de criteria voor een stoornis voldoet, is niet meer ziek; diagnostische labels zijn niet robuust; voor herstel is niet altijd behandeling nodig; sommige mensen met psychische problemen kiezen ervoor geen gebruik te maken van ggz-diensten; de invloed van psychische problemen op een mensenleven is gemengd.
Slade M, Longden E. (2015). Empirical evidence about recovery and mental health. BMC Psychiatry, 15(1), 285 e.v. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

In het individuele herstelproces kan de rol van de familie in verschillende stadia anders zijn
In studies naar het herstelproces van mensen met psychische problemen ligt de nadruk vaak op het individu dat weer een betekenisvol leven wil gaan leiden en wordt de rol van de sociale omgeving onderbelicht. In het CHIMES-model (Connectedness, Hope, Identity, Meaning in life, Empowerment) is wel aandacht voor de rol van sociale factoren. Dit Australische artikel (n=31 studies die voldeden aan kwaliteitscriteria) is een systematisch literatuuronderzoek naar de specifieke plaats van de verschillende familie-rollen en -relaties in het herstelproces én naar hoe verschillende familieleden het herstelproces kunnen bevorderen of hinderen. Het begrip ‘familie’ wordt verschillend gebruikt: in 8 van de 31 selecteerde studies wordt niet gedefinieerd wat onder ‘familie’ wordt verstaan, in 10 studies gaat het om de ouders (gezin van herkomst), in 11 studies wordt ‘familie’ breed gedefinieerd als iemands ouders, echtgeno(o)te, uitgebreide familie (oma’s, opa, tantes, ooms e.d.) en kinderen. Familierollen kunnen zijn: (volwassen) kind, ouder, echtgenoot en ‘deel uitmaken van een familie (gezin)’. In de literatuur werden de volgende familierollen en familierelaties benoemd: in 20 van de 31 studies wordt benadrukt dat de familie van grote steun is in het herstelproces; in 14 studies komt de negatieve invloed van de familie op het ontstaan van de stoornis of het hinderen van het herstelproces naar voren; families moeten zich ervan bewust zijn dat de cliënt in een crisissituatie een ander soort aandacht nodig heeft dan als hij zijn eigen weg aan het vinden is. Van belang is dat de cliënt en de familie beide wederzijds kunnen geven en nemen. De psychiatrisch verpleegkundige moet in de omgang met de cliënt zijn plaats in het familiesysteem uitvragen.
Reupert A, Maybery D, Cox M, Scott Stokes E. (2015). Place of family in recovery models for those with a mental illness. Int J Ment Health Nurs 24(6), 495-506. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De nieuwe Australische Support Facilitator vindt langzaam zijn plaats in het brede ggz-veld
In 2012 stelde de Australische regering vast dat de zorg voor de meest kwetsbare mensen met ernstige psychische problemen niet adequaat geïntegreerd en gecoördineerd was. Het nationale Partners in Recovery (PIR) programma werd in het leven geroepen om nieuwe coördinatiemodellen te ontwikkelen om de particuliere organisaties die de ambulante ggz aanbieden beter op elkaar af te gaan stemmen. Een belangrijk onderdeel van het PIR was het creëren van een nieuwe functie: de Support Facilitator (SF). In dit artikel wordt, op basis van 14 interviews, verslag gedaan van hoe de SFs in 2014 hun plaats in het ggz- en sociale veld hebben ingenomen. De SF wil ervoor zorgen dat in de behoeftes van moeilijk bereikbare cliënten wordt voorzien. De Support Facilitator is een soort zorgmakelaar. Ze onderscheiden zich van case managers, want ze bieden helemaal geen klinische zorg. Hun doel is om een coördinator van de voorzieningen te zijn, om de response van het zorgsysteem op de behoeftes van de cliënt te verbeteren. Uit de interviews blijkt dat ze het eerste jaar voornamelijk bezig zijn geweest met contacten leggen bij allerlei instellingen om die attent te maken op de behoeftes van hun cliënten, ze sloten aan bij overleggen die instellingen met elkaar hebben, ze hadden onderling veel overleg om informatie met elkaar uit te wisselen: ‘learning by meeting’. Het viel de auteurs wel op dat de geïnterviewde SFs het maar weinig over herstelconcepten hadden. Het is afwachten of na 2016 nog financiering voor het programma is, omdat er intussen een nieuwe regering in Australië gekomen is.
Smith-Merry J, Gillespie J, Hancock N, Yen I. (2015). Doing mental health care integration: a qualitative study of a new work role. Int J Ment Health Syst, 22, 9:32. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

In de praktijk loopt ‘een vriendendienst aanbieden’ in de GGZ uiteen van een professionele of therapeutische relatie tot iets dat op een natuurlijke vriendschap lijkt
Sociaal isolement komt veel voor bij mensen met psychiatrische stoornissen en heeft ook vaak een negatieve invloed op het beloop. Eén activiteit om hier verandering in aan te brengen is “befriending” (‘een vriend worden/zijn voor iemand’): hierbij wordt een ‘normale’ vrijwilliger gekoppeld aan iemand met een langdurig psychisch probleem met als doel regelmatig sociale tijd met elkaar door te brengen (in Nederland bekend onder namen als: maatjesproject; vriendendienst e.d.). Een gewone vriendschapsrelatie wordt gekenmerkt door uitwisselen, wederzijdse verplichtingen, symmetrie en een grote mate van gelijkheid. In deze Engelse systematische review (n=12 studies) met een narratieve synthese werd onderzocht hoe in de praktijk het concept “befriending” wordt ingevuld. De gevonden studies kwamen uit de UK (9x), Australië (2x) en de USA. De volgende aspecten werden in de gevonden data onderzocht: grenzen stellen; plannen maken; tijdelijkheid van de relatie; gelijkwaardigheid; ontwikkeling in de relatie; met elkaar praten over emotionele situaties. ‘Befriending’ is fundamenteel anders dan een gewone vriendschap omdat er een organisatie bij betrokken is die het contact tot stand brengt. Vaak krijgen de vrijwilligers een training. In de praktijk worden verschillende modellen gehanteerd: het Compeer model is gericht op ‘intentionele vriendschappen’, de vriendschap is niet in tijd afgegrensd en de relatie wordt niet gemonitord. Dit model lijkt het meest op een gewone vriendschap. Aan het ander eind van het spectrum staan modellen die de “vriendschapsrelatie” meer professioneel en therapeutisch invullen. Vanuit de bemiddelende organisatie wordt de vrijwilligers geleerd hun ‘vrienden’ te begeleiden bij het behalen van doelen. De vrijwilliger is dan meer een mentor.
Thompson R, Valenti E, Siette J, Priebe S. (2015). To befriend or to be a friend: a systematic review of the meaning and practice of “befriending” in mental health care. J Ment Health. 25(1):71-7. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Het (schriftelijk) her-vertellen van het levensverhaal kan een belangrijke rol spelen in het herstelproces
Aan de hand van twee uitgewerkte levensverhalen wordt in deze Engelse kwalitatieve studie de theorie en de mogelijke inzet door GGZ-verpleegkundigen van narrative re-storying in het herstelproces van personen met chronische psychische problemen besproken. Narrative re-storying is een methode van reflectief zelfonderzoek waarbij de eigen ervaringen (in dit geval met de GGZ) zo worden naverteld of opgeschreven dat het eigen (levens)verhaal in overstemming wordt gebracht met hoe de eigen identiteit wordt ervaren. Hulpverleners kunnen vaak maar op één manier naar hun cliënten kijken. Dat kan het herstel van de cliënt in de weg staan. Cliënten die zich ontwikkelen voelen zich vaak survivors van de GGZ en ervaren een andere eigen identiteit dan die ze door de hulpverlening krijgen opgeplakt. De beide door de cliënten zelf geschreven verhalen laten drie stadia zien: narratieve ontwrichting, narratief herstel en narratieve hervertelling. Hierin wordt duidelijk dat het impliciete institutionele verhaal waarmee ze zich eerst geïdentifeerd hadden plaats heeft gemaakt voor een verhaal waarin de nadruk ligt op wat ze nog wel goed kunnen en dat ze daar hun identiteit en meer zelfcontrole aan gaan ontlenen. De drang om het eigen leven in een ander perspectief te plaatsen kan op gang komen door belangrijke levensgebeurtenissen, maar narrative re-storying kan ook door de hulpverleners worden aangeboden om het eigen leven van de cliënt een andere betekenis te geven.
Grant A, Leigh-Phippard H & Short NP (2015). Re-storying narrative identity: a dialogical study of mental health recovery and survival. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing 22(4), 278-86. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Personen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) die aangeven anderen te willen helpen scoren hoog op maten die herstel meten
In de algemene bevolking blijken mensen die anderen helpen zich vaak psychologisch beter te voelen dan degenen die dat niet doen. In deze Amerikaanse studie (n=46) werden personen met EPA geïnterviewd over hun ziektegeschiedenis én werden er meetinstrumenten afgenomen die o.a. herstel, hoop, kwaliteit van leven en omgaan met de stoornis in beeld brengen met als doel te kijken of degenen die spontaan hulpgedrag vermelden verder in hun herstelproces zijn. De volgende instrumenten werden afgenomen: de Quality of Life Scale-Abbreviated Version, de PANNS, de Recovery Assessment Scale (RAS), de Adult State Hope Scale (ASHS), de IMR-scale, de Patient Activation Measure (PAM), de Morisky Scale (medicatietrouw), de Indiana Psychiatric Illness Interview (IPII). Deelnemers die in hun interview spontaan noemden dat ze hielpen of zouden willen helpen of aangaven activiteiten te willen ontplooien waar anderen voordeel van hebben kregen het label ‘hulpgedrag’ (n=16). Genoemd werden o.a.: als ervaringsdeskundige willen werken of familieleden willen ondersteunen. Als reden daarvoor werd o.a. genoemd dat men daardoor meer zin aan zijn bestaan kon geven. Het bleek dat de hulpgedrag-groep significant hogere scores had op kwaliteit van leven, ziekte-inzicht, herstel (Cohen’s d=1.16), hoop, zelfmanagement (d=1.21), betrokkenheid bij de behandeling en medicatietrouw en lagere scores op negatieve (d=-1.12), positieve (d=-0.64) en cognitieve symptomen (d=-0.93) dan de groep die niet spontaan hulpgedrag ter sprake bracht.
Firmin RL, Luther L, Lysaker PH, Salyers MP. (2015). Self-Initiated Helping Behaviors and Recovery in Severe Mental Illness: Implications for Work, Volunteerism, and Peer Support. Psychiatric Rehabilitation Journal, Jun 8. [Epub ahead of print]. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Herstel wordt door hulpverleners soms opgevat als gericht op het bevorderen van de belangen van de eigen instelling
Om herstel bij cliënten met psychische problemen te bevorderen kan de wijze waarop  hulpverleners het herstelconcept interpreteren van groot belang zijn. Om de implementatie van herstel te versnellen loopt in Engeland het programma Implementing Recovery through Organisational Change (ImROC). In deze Britse systematische review en narratieve synthese werd onderzocht hoe hulpverleners en managers in de GGz aankijken tegen de op herstel gerichte praktijk in de GGZ. Er bleken 22 kwalitatieve studies (met 1163 deelnemers) met verschillende designs aan de zoekcriteria te voldoen: interviews, focusgroepen, observaties, Delphi consultatie. Het betrof psychiatrisch verpleegkundigen, case managers, maatschappelijk werkers, psychiaters, teamleiders en psychologen. De meeste respondenten vonden het moeilijk om precies te omschrijven wat herstel voor hen betekent. De hulpverleners onderscheiden drie verschillende vormen van herstel: klinisch herstel, persoonlijk herstel en door de eigen hulpverleningsinstelling bepaald herstel. Deze laatste categorie is nog nooit zo duidelijk uit de literatuur naar voren gekomen. Bij persoonlijk herstel gaat het de respondenten om een holistische benadering, gericht op sociale inclusie van de cliënten. Bij klinisch herstel gaat het om verminderen van symptomen, medicatietrouw en risicomanagement van de cliënten. Instellingsgericht herstel wordt gezien als een middel om kosten te besparen en cliënten sneller te ontslaan. Hierbij staat het belang van de organisatie centraal. De auteurs wijzen erop dat deze laatste vorm van herstel op gespannen voet kan staan met het bevorderen van persoonlijk herstel.
Le Boutillier C, Chevalier A, Lawrence V, Leamy M, Bird VJ, Macpherson R, Williams J, Slade M. (2015). Staff understanding of recovery-orientated mental health practice: a systematic review and narrative synthesis. Implementation Science Jun 10, 10:87. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Familieleden van personen met een ernstige psychische aandoening kunnen een stimulerende of een remmende invloed hebben op het herstelproces
Uit onderzoek blijkt dat aspecten van de sociale omgeving van invloed zijn op het herstelproces van personen met EPA. De rol van de familie heeft daarbij nog maar weinig aandacht gehad. Dat komt onder meer omdat tot in de jaren 1980/90 aan het gezin waarin iemand met EPA was opgegroeid een deel van de ontstaan van de stoornis werd toegeschreven (b.v. ‘expressed emotion’). De laatste tijd worden families meer bij de behandeling betrokken en krijgen ze b.v. aparte psychoeducatie aangeboden. In dit Canadese onderzoek werd onderzocht wat de ervaren invloed is van familieleden op het herstelproces van personen met EPA. Met 54 personen met EPA werden semi-gestructeerde interviews van 1 à 2 uur gehouden gehouden en werden met behulp van kwalitatieve data analyse software (Atlas-ti) thema’s opgespoord. Door de deelnemers werden drie factoren genoemd waarmee familieleden een positieve, stimulerende invloed op het herstelproces kunnen hebben: 1. Morele steun: alleen al dat familieleden contact met hen onderhouden wordt door sommige respondenten als positief ervaren. 2. Praktische steun: sommige familieleden geven financiële steun of regelen vervoer. 3. Familie als motivatie om te herstellen: sommige respondenten geven aan voor hun familieleden te willen herstelllen of om nog zelf een gezin te kunnen stichten. Er werden ook drie factoren genoemd waarmee familieleden een negatieve, belemmerende invloed op het herstelproces kunnen hebben: 1. De familie kan een bron van stress zijn: soms wordt het gedrag van de persoon met EPA veroordeeld of wordt men paternalistisch behandeld. 2. Stigma en gebrek aan begrip: sommige respondenten hebben stigma en onbegrip ervaren. 3. De familie heeft ervoor gezorgd dat de persoon met EPA tegen zijn zin is opgenomen geweest.
Aldersey HM, Whitley R. (2015). Family influence in recovery from severe mental illness. Community Mental Health Journal 51 (4), 467-76. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De Zweedse Geestelijke Gezondheid Eerste Hulp Training (GGEHT) geeft de deelnemers meer vertrouwen in de omgang met personen met psychische problemen
Naast stigma vormt beperkte kennis van psychische stoornissen bij de bevolking een obstakel voor het zoeken van hulp bij psychische problemen o.a. omdat geestelijke gezondheidsproblemen en evidence-based alternatieven niet door het algemene publiek (h)erkend worden. Enkele jaren geleden werd in Australië de Geestelijke Gezondheid Eerste Hulp Training (GGEHT) ontwikkeld om kennis over en omgaan met en helpen van mensen met psychische problemen te verbeteren. De training bestaat uit een cursus van 12 uur en behandelt: inschatten van suïciderisico, niet oordelend luisteren, iemand gerust leren stellen, personen stimuleren om professionele hulp te zoeken en/of om zelfhulp strategieën te gebruiken. In Zweden heeft het Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken een pilot project opgezet om de implementatie van de GGEHT te testen en te evalueren. In dit kwalitatieve artikel wordt verslag gedaan van de ervaringen van deelnemers (n=24) aan de training middels interviews in focusgroepen. De focusgroepen vonden 6 à 8 maanden na de training plaats. De ervaringen van de deelnemers kunnen worden samengevat in de volgende vijf categoriën: toegenomen bewustzijn, kennis en begrip; de training had invloed op hun houding ten opzichte van en hun benadering van personen met psychische problemen; de training werd gezien als een gereedschapskist van adviezen; ervaren instructeurs zijn een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van de training; de deelnemers konden duidelijke voorbeelden geven van de wijze waarop ze het geleerde in praktijk hadden gebracht. De praktische insteek van de training bleek vruchtbaar.
Svensson B, Hansson L & Stjernswärd S (2015). Experiences of a Mental Health First Aid training program in Sweden: a descriptive qualitative study. Community Mental Health Journal 51(4), 497-503. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De psychometrische eigenschappen van de Zweedse versie van de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal zijn goed
Het conceptuele kader van herstel (recovery) is voornamelijk ontwikkeld in de Engelssprekende landen. Het is nog niet duidelijk in hoeverre herstel in de Scandinavische landen als een kennisbasis wordt geaccepteerd door de wetenschappers en de hulpverleners. De Recovery Self-Assessment (RSA) schaal is in de V.S. ontwikkeld om in te schatten in welke mate programma’s en instellingen op herstel gebaseerde praktijken hebben ingevoerd. De RSA meet zes hersteldomeinen: levensdoelen; betrokkenheid; diversiteit in behandelmogelijkheden; keuzemogelijkheden voor cliënten; dienstverlening op maat; uitnodigende sfeer. In dit Zweedse artikel wordt verslag gedaan van een evaluatie van de psychometrische eigenschappen van Zweedse versie van de cliëntenversie van de RSA (n=78). Er werd met name gekeken naar de indruksvaliditeit (‘meet de test wat het beoogt te meten?’), inhoudsvaliditeit (‘meet de test het hele begrip’), de interne consistentie en de test-hertest betrouwbaarheid. Het bleek dat de indruks- en inhoudsvaliditeit goed was, dat de interne consistentie voldoende was (Cronbach’s Alpha tussen .766-.909) en dat de stabiliteit van de test-hertest betrouwbaarheid van een middelmatig tot goed niveau was. De Zweedse versie van de RSA is een valide en betrouwbaar instrument en kan worden ingezet om een goede indruk te krijgen van het hanteren van de invoering van herstelprincipes in de Zweedse GGz.
Rosenberg D, Svedberg P & Schön UK (2015). Establishing a Recovery Orientation in Mental Health Services: Evaluating the Recovery Self-Assessment (RSA) in a Swedish Context. Psychiatric Rehabilitation Journal, Jun 8. [Epub ahead of print] Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Vanuit het perspectief van de cliënten is herstel een individueel proces waarbij leren, sociale relaties en wilskracht van groot belang zijn
Ook in Denemarken zijn de laatste jaren vele begeleid wonen voorzieningen voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening opgericht, gebaseerd op de herstelfilosofie van rehabilitatie. In deze kwalitatieve Deense studie werden 12 bewoners van zo’n begeleid wonen voorziening uitgebreid geïnterviewd over hoe zij tegenover herstel staan, waardoor het herstelproces volgens hen wordt bevorderd of tegengehouden en wat de bijdrage is van op herstel gebaseerde GGZ-voorzieningen. Voor de analyse van de interviews werd gekozen voor de fenomenologisch-hermeneutische benadering en bij de interpretaties werd gebruik gemaakt van de kritische theorie, de sociologie en de leertheorie. Vanuit de cliënten waren de volgende thema’s van belang voor het faciliteren of als barrière voor herstel: 1. Leren te herstellen; 2. Sociale relaties; 3. Wilskracht. De bewoners van de begeleid wonen voorzieningen zien rehabilitatie als een individueel leerproces, gericht op een normaal leven in de maatschappij. Herstel is het belangrijkste doel van rehabilitatie. Hoewel een verblijf in de begeleid wonen voorziening als essentieel wordt gezien als voorbereiding op zelfstandig wonen (herstel), kan dat ook als een barrière werken. Sociale relaties met lotgenoten en de hulpverleners kunnen zowel een positieve als een negatieve invloed op het herstelproces hebben. De eigen wilskracht om tegen de symptomen van de stoornis te blijven strijden en herstel te blijven nastreven is volgens de cliënten essentieel. Een grote barrière voor herstel kan worden gevormd door zelf-stigma. Daarom kan, volgens de auteurs, de verantwoordelijheid van het herstelproces niet eenduidig bij het individu worden gelegd. De begeleid wonen voorzieningen waar de geïnterviewden verbleven doen te weinig om hun cliënten deel te laten nemen aan activiteiten in de samenleving.
Petersen KS, Friis VS, Haxholm BL, Nielsen CV & Wind G (2015). Recovery from Mental Illness: A Service User Perspective on Facilitators and Barriers. Community Mental Health Journal 51 (1), 1-13. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Ondanks herstelondersteunend trainingsprogramma voor hulpverleners wordt de zorg door de cliënten na de training niet als méér op herstel gericht ervaren
In deze Nederlandse studie werd onderzocht of een herstelondersteunend trainingsprogramma voor professionals een positief effect heeft op de door de cliënt ervaren hoop en self-empowerment en of de cliënt een attitudeverandering bij de hulpverlener ervaart. Over een periode van 16 maanden kregen 210 professionals (in groepen van maximaal 16 deelnemers per groep) van GGz Breburg in Breda een speciaal ontwikkeld herstelondersteunend intensief trainingsprogramma aangeboden (twee keer twee dagen). Op baseline, op vier momenten tijdens het trainingsprogramma en na afloop daarvan werden bij 142 cliënten twee vragenlijsten afgenomen: de Mental Health Recovery Measure (MHRM) en de Recovery-Promoting Relationship Scale (RPRS). Om de resultaten te analyseren zijn de gemiddelden per meetmoment en per instrument berekend, uitgesplitst naar de verschillende factoren van de MHRM en de RPRS. De gemiddelden werden vergeleken over de verschillende meetmomenten en er is berekend of er significante verschillen waren over de tijd heen. Ook werd berekend of bepaalde cliënt karakteristieken van invloed zijn op de gevonden resultaten. De enige significante verbetering werd na de laatste meting gevonden voor de factor “Learning and new potentials” van de MHRM. Ook werden er significante verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden. Mannen scoorden beter op de factoren “Self-empowerment” en “Learning and new potentials” van de MHRM. Echter: de relatie tussen de professional en de cliënt werd door de cliënt gedurende en na de herstelondersteunende training niet als meer herstelondersteunend ervaren.
Wilrycx G, Croon M, Van den Broek A & Van Nieuwenhuizen C (2015). Evaluation of a recovery-oriented care training program for mental healthcare professionals: Effects on mental health consumer outcomes. International Journal of Social Psychiatry 61 (2), 164-173. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Hulpverleners in de ambulante GGz missen enkele belangrijke competenties om het herstelproces van hun cliënten te ondersteunen
GGz-hulpverleners kunnen invloed hebben op de wijze waarop cliënten tegen hun eigen herstelproces aankijken. Daarom is het van belang om te onderzoeken in hoeverre die hulpverleners klinische competenties hebben die het herstelproces kunnen ondersteunen. In deze Amerikaanse studie werd bij 813 GGz-hulpverleners, werkzaam in 25 centra voor ambulante geestelijke gezondheidszorg, het Competency Assessment Instrument (CIA) afgenomen, een zelfrapportage meetinstrument speciaal ontwikkeld om rehabilitatie-, herstel- en empowerment-principes in beeld te brengen. Om de recoverycultuur op de werkplek vast te stellen werd ook nog de Recovery Self-Assessment instrument (RSA) afgenomen. Het bleek dat 62% van de respondenten in het afgelopen jaar een training over herstel had gehad. Voor op herstel gerichte competenties was een maximale score op de CIA mogelijk van 172 punten. Gemiddeld werden 117 punten gescoord. Op de volgende drie competenties werd het hoogst gescoord: -erkenning van het belang om evidence-based praktijken te gebruiken (adjusted mean=0.86); -bewustzijn van het stigma en de discriminatie waaraan de cliënten onderhevig zijn (=0.84); -erkenning van het belang om de voorkeuren van de cliënten in de planning van de behandeling zwaar te laten wegen (=0.78). Op de volgende drie belangrijke competenties werd het laagst gescoord: -de mogelijkheid om intensieve casemanagement te bieden, vanwege de hoge caseload (0.34); -het helpen van de cliënten bij het identificeren van stressoren die symptomen ‘triggeren’ (0.37); -het opsporen en actualiseren van de persoonlijke doelen van de cliënt (0.38). Hulpverleners met de volgende ervaringen en eigenschappen bleken hoge op herstel gerichte competenties te hebben: een intensieve professionele training in herstel gevolgd; langer werkzaam in de GGz; deel uitgemaakt van een intensief casemanagement team en inzicht in de herstelcultuur op de werkplek.
Stuber J, Rocha A, Christian A & Johnson D (2014). Predictors of recovery-oriented competencies among mental health professionals in one community mental health system.Community Mental Health Journal 50(8), 909-14.Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning

Personen in herstelproces zetten vele competenties in om zich sociaal te verbinden en zich als verantwoordelijke burger te gedragen
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de sociale of relationele dimensie van het herstelproces van personen met ernstige psychische problemen. In deze Amerikaanse studie werden 20 zeer verschillende personen met psychische problemen in een herstelproces geïnterviewd over of, en zo ja hoe, ze sociale relaties ontwikkelen binnen de gemeenschappen van hun keuze en wat hen in staat stelt die sociale relaties op te bouwen en verantwoordelijkheden te nemen. De onderzoekers gebruiken de Capability benadering van Sen en Nussbaum als kader. Die theorie gaat ervan uit dat iedereen mogelijkheden heeft om iets te verwerkelijken. De interviewdata werden met behulp van de grounded theory geordend. Het blijkt dat de deelnemers zich verbonden voelen met de volgende groepen/gemeenschappen: 1.GGz-gemeenschap; 2. LGTB-gemeenschap (deel van de deelnemers is homoseksueel, lesbisch of transgender); 3. Geloofsgemeenschap; 4. Bredere gemeenschap, zoals buurt, werk of school. Gemiddeld voelde men zich met 3 groepen verbonden. Sommige hoorden slechts bij één groep, terwijl één deelnemer zich met 9 groepen verbonden voelde. De geïnterviewden blijken de volgende competenties te gebruiken bij hun ontwikkeling van verbondenheid en burgerschap: a. emotionele en cognitieve competenties: betrokkenheid bij herstelproces; empathie; reflecteren over eigen ervaring en daarvan leren; b. morele competenties: eerlijkheid; respect; verantwoordelijkheid; vertrouwen; betrokkenheid bij maatschappelijk doel; c. sociale competenties: interpreteren van sociale signalen; constructief omgaan met conflicten; weer inzetten van sociale vaardigheden van de tijd voordat de psychische stoornis ‘losbarstte’. GGz-hulpverleners wordt aangeraden bewust de mogelijkheden en potentiële competenties van de cliënten in samenspraak te exploreren.
Wong YL, Stanton MC & Sands RG (2014). Rethinking social inclusion: Experiences of persons in recovery from mental illness. American Journal of Orthopsychiatry 84(6), 685-95. Trefwoord: Herstel & herstelondersteuning