Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2013

De bestaande recovery meetinstrumenten zijn nog niet getest op alle belangrijke psychometrische kenmerken
Omdat herstel (recovery) als doel van de behandeling in de GGz steeds centraler komt te staan, is het van belang dat ontwikkelingen in het persoonlijke herstel ook gemeten kunnen worden. In deze Engelse systematische review werden met behulp van zes databronnen relevante meetinstrumenten die herstel zeggen te meten opgespoord en er werd geëvalueerd of ze 1. het herstelproces goed meten, zoals die door het CHIME kader wordt geïdentificeerd; en 2. hoe ze scoren op negen psychometrische kenmerken (inhoudsvaliditeit; criteriumvaliditeit; constructvaliditeit; interne consistentie; test-hertest-betrouwbaarheid; responsiviteit; invultijd; leesniveau; haalbaarheid). Het CHIME kader voor persoonlijk herstel staat voor: connectedness; hope & optimism; identity; meaning & purpose en empowerment. Er werden 13 relevante meetinstrumenten gevonden. Het blijkt dat er naar de Recovery Assessment Scale (RAS) het meeste onderzoek is gedaan en dat de RAS het meest gebruikt is als uitkomstmaat. De Questionnaire About the Process of Recovery (QPR) was het enige instrument dat alle categorieën van het CHIME kader uitvraagt. Naar geen enkel instrument is onderzoek gedaan naar alle negen psychometrische kenmerken. Van de Stages of Recovery Instrument (STORI) zijn de meeste psychometrische kenmerken bekend (N=6), gevolgd door de Maryland Assessment of Recovery (MARS) (N=5), en de QPR en de RAS (N=4). Er is met name over de criteriumvaliditeit, de responsiviteit en de haalbaarheid nog niets bekend. Er kan dus nog geen enkel recovery instrument ondubbelzinnig worden aanbevolen.
Shanks V, Williams J, Leamy M, Bird VJ, Le Boutillier C & Slade M (2013).Measures of Personal Recovery: A Systematic Review. Psychiatric Services 64 (10), 974-980. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De Provider Expectations for Recovery Scale blijkt een valide instrument om de houding ten opzichte van herstel bij hulpverleners te meten
Uit onderzoek blijkt dat de houding van hulpverleners ten opzichte van het herstelproces bij hun cliënten van grote invloed kan zijn. Managers van GGz-instellingen die het herstel van hun cliënten willen bevorderen hebben behoefte aan meetinstrumenten om de houding van hun personeel ten aanzien van herstel in kaart te brengen. Hiervoor werd de Provider Expectations for Recovery Scale (PERS) ontwikkeld. In deze Amerikaanse studie werden data uit drie eerdere studies (N= 1128 hulpverleners) waarin de PERS gebruikt werd gepooled en met behulp van het Rasch model werd gepoogd om tot een betere interne consistentie van de itemlijst te komen. Ook de constructvaliditeit werd beoordeeld. Het blijkt dat de aangepaste lijst (bestaande uit 10 items) 56% van de variantie in de antwoorden kan verklaren en dat de PERS een grote interne consistentie en constructvaliditeit heeft. Zoals verwacht blijken hogere scores op de PERS samen te hangen met een hoger opleidingsniveau en de behandelomgeving (hulpverleners in de Veterans Affairs systeem geloven meer in herstel dan die in staatsziekenhuizen) en met minder burnout (zoals gemeten met de Maslach Burnout Inventory) en meer arbeidssatisfactie (zoals gemeten met de Job Diagnostic Survey) bij de hulpverleners. De PERS is een valide meetinstrument dat kan worden gebruikt om snel in kaart te brengen hoe het personeel tegenover herstel staat.
Salyers MP, Brennan M, & Kean J (2013). Provider Expectations for Recovery Scale: Refining a measure of provider attitudes. Psychiatric Rehabilitation Journal, 36(3), 153-159. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Italië heeft een unieke universitaire opleiding voor ambulante psychiatrische rehabilitatie
In 1978 werden in Italië alle psychiatrische ziekenhuizen gesloten, werd de GGz een onderdeel van de algemene gezondheidszorg en vanaf die tijd werd de psychiatrische zorg zoveel mogelijk ambulant verstrekt. Toch is pas in 2001 besloten om een aparte specialisatie die opleidt tot psychiatrisch rehabilitatie professional (Tecnico della Riabilitazione Psichiatrica-TeRP) aan de universiteiten te starten. In dit Italiaanse artikel wordt beschreven hoe het 3-jarige curriculum eruit ziet en wat de specifieke taken van de TeRP zijn. Er wordt duidelijk gesteld dat de TeRP zich onderscheidt van andere GGz-professionals zoals psychiaters, psychologen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen en uniek is in de wereld. De TeRP is gespecialiseerd in het psychosociale herstel van personen met ernstige psychiatrische stoornissen en hij kan basale en specialistische rehabilitatie interventies toepassen, zowel individueel als in groepsverband, zoals: cognitieve gedragstherapie, sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie aan cliënten en hun familie, cognitieve remediatie training, arbeidsbegeleiding, probleemoplossende technieken. Daartoe leert de TeRP tijdens de opleiding de volgende vaardigheden: basiskennis van psychiatrische rehabilitatie; deelname aan multidisciplinaire teams; communicatievaardigheden; leervaardigheden. De TeRP is verantwoordelijk voor het individuele rehabilitatieplan van de cliënt op basis van een beoordeling van de behoeften van de cliënt.
Pingani L, Fiorillo A, Luciano M, Catellani S, Vinci V, Ferrari S & Rigatelli M (2013). Who cares for it? How to provide psychosocial interventions in the community. International Journal of Social Psychiatry 59 (7), 701-705. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Begeleide fitness training voor personen met een ernstige psychiatrische aandoening leidt tot significante verbeteringen in de cardiorespiratoire fitness maar niet tot gewichtsafname
Cardiovasculaire ziekten zijn een belangrijke oorzaak van vroegtijdige sterfte bij personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Lifestyle interventies gericht op afvallen hebben vaak weinig of geen succes. Het Amerikaanse programma InSHAPE werd speciaal voor EPA met overgewicht ontwikkeld om de fitness te verbeteren en hen te doen afvallen. Kern van InSHAPE is een gratis lidmaatschap van een fitnessclub met ondersteuning van een gezondheidsmentor die persoonlijke fitness plannen met deelnemers ontwikkeld. In deze RCT werden de effecten van één jaar InSHAPE (N=67) vergeleken met die van een controle interventie (N=66) waarbij alleen een gratis lidmaatschapskaart van de fitnessclub werd verstrekt. De primaire uitkomstmaat voor de mate van cardiorespiratoire fitness was de Zes Minuten Wandeltest (6MW). Hierbij wordt de afstand gemeten die iemand in zes minuten lopend aflegt. Daarnaast werd het gewicht en de BMI gemeten. Fysieke activiteit werd met de Physical Activity Questionaire (IPAQ) en eetgewoonten met de Weight Loss Behavior-Stage of Change Scale (WLB-SOC) gemeten. Er werd gemeten op baseline, na 3, 6 en 12 maanden. Het bleek dat de InSHAPE groep na 12 maanden significant beter scoorde op de 6MW-test. Zij had dus een betere cardiorespiratoire fitness. Er werden geen verschillen gevonden in gewichtafname of BMI. Van de INSHAPE groep bereikte 49% óf een klinisch significante verbetering van de fitness óf viel met meer dan 5% af, terwijl 24% van de InSHAPE groep zowel de fitness verbeterde als gewichtsverlies realiseerde.
Bartels SJ, Pratt SI, Aschbrenner KA, Barre LK, Jue K, Wolfe RS, Xie H, McHugo G et al (2013). Clinically Significant Improved Fitness and Weight Loss Among Overweight Persons With Serious Mental Illness.Psychiatric Services 64 (8), 729-736.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Speciaal op afvallen gericht programma voor Amerikaanse veteranen met ernstige psychiatrische stoornis blijkt niet te werken
Amerikaanse veteranen met ernstige psychiatrische stoornissen (EPA) lopen een groot risico op overgewicht en gerelateerde chronische ziekten. In 2006 werd een speciaal programma voor veteranen ontwikkeld gericht op afvallen: MOVE!. In dit artikel wordt verslag gedaan van een RCT naar de effecten van een voor EPA aangepaste MOVE! interventie (N=53) ten opzichte van een controlegroep (N=56). MOVE! bestaat o.a. uit het ontwikkelen van zelfmanagement vaardigheden op gebied van eetgewoonten en fysieke activiteiten door individuele– en groepscounseling. De controle interventie bestond uit het regelmatig verstrekken van informatie over afvallen en bewegen. Op baseline en na 6 maanden werden de volgende zaken gemeten: gewicht, de MOVE! 23 vragenlijst werd afgenomen alsmede de Block Fruit, Vegetable, and Dietary Fat Screeners, de Diet and Exercise Confidence survey en de 12-Item Short Form (SF-12). Slechts 30 deelnemers uit de MOVE!-groep en 41 deelnemers uit de controlegroep deden mee aan de metingen na 6 maanden. Slechts zeven van hen viel 5% af. Er waren ook geen significante veranderingen op andere metabolische, dietaire, bewegings-, houdings- of functionele maten. Er was geen verschil tussen de beide groepen. De MOVE! interventie heeft dus geen effect. De auteurs concluderen dat het een uitdaging blijft om een lifestyle interventie te ontwikkelen die bij deze doelgroep het overgewicht met succes doet afnemen.
Goldberg RW, Reeves G, Tapscott S, Medoff D, Dickerson F, Goldberg AP, Ryan AS, Fang LJ.& Dixon LB (2013). “MOVE!”: Outcomes of a Weight Loss Program Modified for Veterans With Serious Mental Illness.Psychiatric Services 64 (8), 737-744.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Gedwongen opname wordt door vrouwen en mannen verschillend ervaren en kan herstelproces in de weg staan
In deze Zweedse studie werd onderzocht wat de invloed van gedwongen opnames is op het herstelproces, zowel vanuit het perspectief van vrouwen (N=15) als van mannen (N=15). Alle geïnterviewden hadden een ernstige psychiatrische aandoening en waren meer dan twee jaar daarvoor gedwongen opgenomen geweest. De data uit de interviews werden met behulp van de grounded theory geordend. Uit de verhalen komt naar voren dat de vrouwen de dwang anders beleefd hebben dan de mannen. Over de invloed van de gedwongen opname op het herstelproces kwamen vier dimensies naar voren: 1. Ambivalentie: terwijl men aangeeft dat de dwangopname nodig was om te overleven, wordt het geven van dwangmedicatie en het ontbreken van niet medicamenteuze hulp als een obstakel voor herstel beschreven. 2. Ervaringen van onderdrukking: met name de vrouwen voelden zich in het psychiatrisch ziekenhuis onderdrukt, terwijl de mannen de dwang meer als een deel van het systeem zagen. 3. Afwezigheid van behandeling: vooral vrouwen voelden zich ‘in de steek gelaten’ door het ontbreken van behandeling (behalve de medicatie), terwijl mannen dit eerder als ‘teleurstellend’ benoemden. 4. Medicatie: zowel mannen als vrouwen beschouwen medicatie als essentieel in het herstelproces. Daarnaast geven alleen de vrouwen aan dat de dwangmedicatie voor hen een traumatische ervaring was. Dit kan het herstelproces van hen in de weg staan.
Schön U-K (2013). Recovery in involuntary psychiatric care: Is there a gender difference? Journal of Mental Health 22 (5), 420–427. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Door WRAP komen cliënten beter voor zichzelf op in het contact met hun hulpverleners
Welness Recovery Action Planning (WRAP) is een in de VS ontwikkeld, door ervaringsdeskundigen begeleid, zelfmanagement programma voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening waarbij geleerd wordt meer van de eigen bronnen aan te boren om te herstellen. Een belangrijk aspect van het herstelproces is het goed voor de eigen belangen kunnen opkomen in de interactie met de GGz (self-advocacy). In deze Amerikaanse RCT werd bekeken in hoeverre de WRAP-interventie (N=251) bijdraagt aan de geneigdheid om voor zichzelf op te komen ten opzichte van een controlegroep (N=268) die treatment-as-usual kreeg. De primaire uitkomstmaat voor self-advocacy waren scores op de Patient Self-Advocacy Scale (PSAS). Daarnaast werden afgenomen: de Hope Scale (HS), de WHO Quality of Life Brief Instrument (WHOQOL) en de Brief Symptom Inventory (BSI). Er werd gemeten 6 weken voor het begin van de WRAP-cursus, 6 weken na de WRAP-cursus (T2) en 6 maanden na T2. De effecten werden met behulp van multivariate analyse berekend. Het bleek dat de interventiegroep een significant grotere verbetering op de PSAS-scores liet zien dan de controlegroep(PSAS-totaal bij interventiegroep van baseline 3.47 tot 3.65 op T3; bij controlegroep van 3.46 naar 3.55). De deelnemers aan de WRAP-interventie scoorden met name veel beter op de subschaal van de PSAS die meet in hoeverre men beredeneerd de adviezen van de GGZ-hulpverleners niet opvolgt (mindful non-adherence). Deze groep had ook meer hoop, vond hun kwaliteit van leven beter en kon beter omgaan met psychiatrische symptomen.
Jonikas JA, Grey DD, Copeland ME, Razzano LA, Hamilton MM, Floyd CB, Hudson WB & Cook JA (2013). Improving Propensity for Patient Self-Advocacy Through Wellness Recovery Action Planning: Results of a Randomized Controlled Trial. Community Mental Health Journal 49 (3), 260-269. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Sociaal en functioneel herstel wordt nog niet goed gemeten met de Recovery Assessment Scale (RAS)
Herstel wordt op verschillende wijzen geconceptualiseerd. Velen zien het als een multidimensioneel construct dat de volgende domeinen omvat: 1. Persoonlijk herstel: weer hoop en kracht krijgen; 2. Klinisch herstel: minder symptomen, beter omgaan met symptomen; 3. Functioneel herstel: weer gewaardeerde maatschappelijke rollen krijgen, inclusief werk; 4. Sociaal herstel: betere relaties met familie en vrienden krijgen, meer sociale integratie. Hoewel de Recovery Assessment Scale (RAS) al deze domeinen uitvraagt, stellen de auteurs dat de RAS onvoldoende de vooruitgang van personen die al flink hersteld zijn meet. Om er achter te komen wat in de latere stadia van herstel van essentieel belang is, werden in deze Australische studie 3 focusgroepen met elk 4 deelnemers (van een Clubhouse programma) gehouden. De deelnemers scoorden allen zeer hoog op de RAS. Met de uitkomsten willen de auteurs suggesties doen de RAS aan te vullen met vragen die meer onderscheid kunnen maken in de domeinen functioneel en sociaal herstel. Volgens de focusgroepen worden de latere herstelfasen gekenmerkt door: a. De ziekte wordt geaccepteerd en er is controle over de symptomen (wordt door RAS voldoende gedekt); b. Eigenliefde en optimisme (voldoende dekking door RAS); c. Dingen voor het plezier doen (te weinig dekking RAS); d. Zinvolle maatschappelijke activiteiten verrichten (te weinig dekking RAS); e. Verschillende soorten vrienden hebben (geen dekking door RAS); f. Waarde voor anderen hebben (geen dekking door RAS); g. Positieve banden met familieleden onderhouden (geen dekking door RAS).
Hancock N, Bundy A, Honey A, Helich S & Tamsett S (2013). Measuring the Later Stages of the Recovery Journey: Insights Gained from Clubhouse Members. Community Mental Health Journal 49 (3), 323-330. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Mantelzorgers van personen met psychoses zijn minder optimistisch over herstel dan GGZ-hulpverleners en koppelen dit vooral aan negatieve symptomen
Het is relatief onbekend hoe mantelzorgers van personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) denken over het moderne herstel-concept. Deze mantelzorgers zijn wel belangrijk in het herstelproces. In deze Australische studie werden familieleden (N=82) die zorgen voor een verwant met psychose gevraagd naar hun houding ten opzichte van herstel en werd met behulp van multivariate analyse onderzocht welke factoren hun eigen welbevinden, hun eigen hoop op en kennis van herstel van hun verwant voorspelden. De volgende instrumenten werden afgenomen: de Recovery Knowledge Inventory (RKI), de Adult State Hope Scale (ASHS), de Psychological Wellbeing (PWB), de Experience of Caregiving Inventory (ECI) met negatieve en positieve subschalen, de Family Questionnaire met subschalen over psychotische en negatieve symptomen. Het bleek dat de mantelzorgers over het algemeen minder optimistisch zijn over de herstelmogelijkheden van hun verwant dan GGz-hulpverleners. De mantelzorgers geloofden minder in het herstel van hun verwant naarmate deze meer en ernstigere negatieve symptomen had. Hoop op herstel en het eigen welbevinden werden voorspeld door meer positieve en minder negatieve ervaringen in het zorgen voor de verwant. Hoop op herstel werd ook voorspeld door minder frequent contact hebben met hun verwant en als hun verwant ernstige psychotische symptomen had. Mantelzorgers met een partner en mantelzorgers zonder psychische stoornis bleken een hogere mate van welbevinden te hebben dan de anderen.
Marshall S, Deane F, Crowe T, White A & Kavanagh D (2013). Carers’ Hope, Wellbeing and Attitudes Regarding Recovery. Community Mental Health Journal 49 (3), 344-353.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Ook psychiatrische patiënten mét symptomen kunnen herstellen als ze sociale steun en andere hulp ontvangen
Voorstanders van de recovery (herstel) beweging beweren dat alle personen met psychiatrische problemen herstel kunnen nastreven en bereiken. In deze Amerikaanse studie (N=124; ernstige psychiatrische aandoening) werd het verband onderzocht tussen positieve herstelprocessen enerzijds en sociale omgevingsfactoren én individuele factoren (zoals sociale steun, in hoeverre de hulpverlening als op herstel gericht wordt ervaren, psychiatrische symptomen en demografische kenmerken) anderzijds. De volgende instrumenten werden door de respondenten ingevuld: de Mental Health Recovery Measure-revised (MHRM-R); de Social Support Survey (SSS); de Recovery Self-Assessment scale (RSA); de General Severity Index (GSI). Door middel van een hiërarchische multiple regressie analyse werden de verbanden tussen mate van herstel en de sociale- en omgevingsfactoren onderzocht. Het blijkt dat demografische kenmerken geen significante invloed op mate van herstel hebben. De psychiatrische symptomen hebben wel een significante invloed en verklaren voor 23% de variantie van herstel. Deze invloed is echter negatief. De sociale- en omgevingsfactoren hebben een significante positieve invloed op de mate van herstel en kunnen voor 58% de variantie van herstel verklaren. Cliënten met meer sociale steun, meer op herstel gerichte hulpverlening, minder ernstige symptomen en langere ziekteduur blijken hogere scores op de RSA te hebben. Zelfs met ernstige psychiatrische symptomen kunnen cliënten met de juiste ondersteuning herstel ondervinden.
Chang YC, Heller T, Pickett S & Chen MD (2013). Recovery of people with psychiatric disabilities living in the community and associated factors.Psychiatric Rehabilitation Journal 36(2), 80-85.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Door oudere psychiatrische patiënten wordt herstel direct gekoppeld aan hun staat van geestelijke gezondheid en daar moeten hulpverleners rekening mee houden
De herstelbeweging in de psychiatrie legt sinds 1990 veel meer nadruk op een hoopvol perspectief met betrekking tot het bereiken van persoonlijke doelen en verbeteringen in de leefomstandigheden dan op het verminderen van de symptomen. In deze Amerikaanse studie (N=71) werd de hypothese getest dat personen ouder dan 50 jaar veel meer dan jongeren hun mate van herstel afmeten aan hun huidige staat van geestelijke gezondheid (m.n. symptomen), omdat vele ouderen voor het eerst in een psychiatrisch ziekenhuis zijn opgenomen voordat de herstelbeweging op gang kwam. Met een zelf ontwikkelde vragenlijst werden de volgende data verzameld: zelfgerapporteerde mate van herstel, inschatting van eigen empowerment, zelfgerapporteerde staat van geestelijke én fysieke gezondheid. Met behulp van de Pearson’s correlatiecoëfficiënt (r) werd de samenhang tussen geestelijke gezondheid en herstelscores bij 50+’ers en 50-’ers uitgerekend. Het blijkt dat de correlatie tussen geestelijke gezondheidsscores en herstelscores bij 50+’ers twee maal zo sterk is als bij 50-’ers (r=+.82 vs. r=+.39). Hetzelfde geldt voor de vergelijking van de degenen die vóór 1990 voor het eerst opgenomen zijn geweest en degenen die voor het eerst na 1990 opgenomen zijn geweest. Ouderen definiëren hun herstel in termen van hun eigen goede of slechte geestelijke gezondheidsstatus en zijn daarom minder geneigd om zich met de herstelbeweging te verbinden waarbij de nadruk ligt op het bereiken van concrete doelen in het leven. De hulpverlening moet hiermee rekening houden.
Tepper M, Berger R, Byrne S, Smiley J, Mooney M, Lindner E, Hinde JL & Korn P (2013). Older adults’ perceptions of recovery from mental illness: Impact of psychiatric hospitalization prior to 1990. Psychiatric Rehabilitation Journal 36(2), 93-98. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

In herstelproces kan narratieve coaching bijdragen aan de reconstructie van het zelf
Het herstelproces van een persoon met een psychiatrische stoornis is een complex geheel. In deze Australische theoretische beschouwing wordt voorgesteld om dat proces vanuit de Complexity Science te analyseren. Deze wetenschap bestudeert complexe levende systemen. Het zelf kan gezien worden als een complex adaptief systeem. In het herstelproces staan de reconstructie van het zelfgevoel en de identiteit centraal. Personen met een psychiatrische stoornis moeten zichzelf weer opnieuw definiëren en een nieuwe identiteit construeren, weg van de identiteit als een persoon met een stoornis op weg naar een persoon met de verlangde kwaliteit van leven. De verhalende benadering van geestelijke gezondheid erkent dat een persoon een verzameling van meerdere zelven is die leven in verschillende realiteiten. Met behulp van narratieve coaching kan iemand in een herstelproces worden bijgestaan in het reconstrueren van een nieuwe identiteit o.a. door nieuwe verhalen over zichzelf te vertellen, en oude verhalen anders te kaderen.
Kerr DJR, Crowe TR & Oades LG (2013). The reconstruction of narrative identity during mental health recovery: A complex adaptive systems perspective. Psychiatric Rehabilitation Journal 36(2), 108-109. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) voelen zich het meeste thuis in gemeenschappen met een GGz achtergrond
Integreren in de samenleving staat hoog in het vaandel van de recoverybeweging. Gemeenschap(sgevoel) of experiencing community kan worden opgevat als de groep of plaats waar iemand zich mee verbonden voelt en waar iemand zich het meeste thuis voelt. Er is weinig bekend over welke groepen of plaatsen door EPA als hun community worden ervaren en waar ze zich bij betrokken voelen. In deze Amerikaanse studie werden 30 cliënten van een psychiatrische kliniek geïnterviewd over wat zij onder een gemeenschap verstaan, welke groepen of plaatsen ze vermijden en hoe bepaalde communities betekenis voor hen hebben gekregen. Met behulp van de grounded theory werd er structuur in de data aangebracht. De volgende plaatsen en personen worden vaak als gemeenschap genoemd: GGz-kliniek; eigen buurt; eigen werkplek; kerk; familie; lotgenoten; vrienden; eigen etnische groep. Er blijken vier ervaringen nauw samen te hangen met hun concept van gemeenschap: hulp krijgen; risico’s minimaliseren; stigma vermijden en terug geven. Voor de deelnemers is het van groot belang om hulp en ondersteuning te ontvangen en om plekken en groepen te vermijden waar ze het risico lopen te worden gediscrimineerd vanwege hun symptomen. Voor de respondenten zijn groepen met een GGz-achtergrond veiliger en krijgen ze in zo’n omgeving de kans sociale contacten aan te gaan en hun identiteit te ontwikkelen. Het is volgens de auteurs dus nog maar de vraag of het verstandig is om alle EPA te willen laten integreren in de normale samenleving die heel onveilig kan zijn voor deze cliënten.
Bromley E, Gabrielian S, Brekke B, Pahwa R, Daly KA, Brekke J & Braslow JT (2013). Experiencing Community: Perspectives of Individuals Diagnosed as Having Serious Mental Illness. Psychiatric Services 64(7), 672-679. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De Recovery Promoting Relationships Scale (RPRS) meet de recovery competenties van hulpverleners op een valide wijze
In dit Amerikaanse onderzoek wordt verslag gedaan van de ontwikkeling en de eerste validiteitsmetingen van een instrument dat de competenties van hulpverleners meet om het herstelproces te stimuleren van personen met ernstige psychiatrische problemen vanuit het perspectief van de cliënten: de Recovery Promoting Relationships Scale (RPRS). De items van de RPRS werden in twee stadia ontwikkeld. Een eerste set van 37 items werd via een internet survey door 995 cliënten, ervaringsdeskundigen en GGZ-hulpverleners ingevuld. De psychometrische eigenschappen werden vastgesteld nadat 382 cliënten de tweede versie hadden ingevuld. De psychometrische eigenschappen werden getest met behulp van een combinatie van de Classical Test Theory (CTT) en de Item Response Theory (IRT). De huidige RPRS heeft 24 items en kan worden verdeeld in twee domeinen: a. de Recovery Promoting Strategies Index waarmee de strategieën van de hulpverleners worden beschreven die hoop, empowerment en zelfacceptatie bij de cliënten doen toenemen; b. de Core Relationship Index geeft aan hoe hulpverleners de band met hun cliënten verbeteren. De RPRS heeft een hoge interne consistentie (.88 tot .98 α) en een acceptabele convergente (van .50 tot .79) en criterium validiteit (.58 tot .60). Omdat er slechts een zwak verband is tussen de RPRS en de scores op de Recovery Assessment Scale (RAS), kan het zijn dat een cliënt een stimulerende hulpverlener heeft, maar toch geen bevredigend niveau van herstel heeft bereikt. Er zijn nog andere factoren die invloed hebben op een gunstig herstel.
Russinova Z, Rogers ES, Cook KF, Ellison ML & Lyass A (2013). Conceptualization and measurement of mental health providers’ recovery-promoting competence: The Recovery Promoting Relationships Scale (RPRS). Psychiatric Rehabilitation Journal 36 (1), 7-14. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Begeleid zelfstandig wonen project in Washington is cruciaal voor herstelproces van bewoners
Het verband tussen de woonomgeving en mate van herstel van personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) staat centraal in dit Amerikaanse artikel. De data komen uit een kwalitatieve studie waarin focusgroepen –bijeen geroepen tussen 2008 en 2010- werd gevraagd naar hoe hun ervaringen met het begeleid zelfstandig wonen project Recovery Communities (RC’s) in Washington bijdraagt aan hun subjectieve gevoel van herstel (recovery). Een RC met EPA is gehuisvest in een appartementencomplex, heeft 4 à 5 slaapkamers en wordt begeleid door twee case managers. De kernprincipes zijn: veiligheid, acceptatie, respect, groei en verbinding met anderen. De meeste bewoners van de onderzochte RC’s zijn Afro-Amerikaanse vrouwen. De bewoners geven aan dat de RC’s een fundamentele rol hebben gespeeld in hun herstelproces. Uit de thematische analyse komen er drie contextuele domeinen naar voren die volgens de bewoners tot het herstelproces bijdragen: 1. De dienstverlening door de case managers; in de ogen van de bewoners is de RC een vorm van GGZ-dienstverlening. 2. De fysieke omgeving blijkt een plaats van veiligheid en comfort, geeft de bewoners een thuisgevoel. 3. De sociale omgeving van de RC’s voelt voor vele bewoners “als een familie “. De RC’s bieden constructieve sociale interactie, ondersteunende betekenisvolle relaties, sociale mogelijkheden en integratie en bevorderen hierdoor het herstelproces.
Carpenter-Song E, Hipolito MM & Whitley R. (2012). “Right here is an oasis”: how “recovery communities” contribute to recovery for people with serious mental illnesses. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (6), 435-40. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Inzichten van de sociale roltheorieën kunnen als basis dienen voor het opzetten van op herstel gerichte interventies
In deze Amerikaanse literatuurreview worden vruchtbare sociale roltheorieën besproken en worden bepaalde aspecten van sociale rollen geoperationaliseerd die van belang zijn voor het onderzoek en de praktijk van het herstel van mensen met psychische problemen. Alle mensen nemen sociale rollen in en volgens de Social Role Valorization (SRV) theorie worden aan verschillende rollen collectief verschillende waarden toegekend. Als iemand b.v. de sociale rol van “student” heeft worden daar over het algemeen positieve waarden mee geassocieerd en dat kan gunstige sociale gevolgen hebben. Het omgekeerde geldt voor de rol van “psychiatrische patiënt”. Van enkele gewaardeerde sociale rollen verwacht men dat die in de loop van een leven veranderen: een “gemiddeld persoon” in de VS doet eindexamen op z’n 18de, gaat trouwen rond z’n 25ste , heeft een carrière opgebouwd rond z’n 40ste en stopt met werken rond z’n 65ste. Vier rol-aspecten zijn van belang voor gemarginaliseerde mensen:1. rol investering: omdat de meeste mensen sociale rollen hiërarchisch ordenen zijn ze bereid om in rollen die ze hoog achten meer te investeren; 2. rol perceptie: men let erop hoe de leeftijdsgenoten een bepaalde sociale rol invullen; 3. rol verlies: b.v. de rol van ouder verandert fundamenteel als een kind op zichzelf gaat wonen; 4. hoop op het bereiken van een rol in de toekomst: er is een verband tussen het vervullen van veel waardevolle rollen en grotere gevoelens van welbevinden. In het onderzoek naar gemarginaliseerde personen blijkt dat bepaalde rollen door grote groepen gedevalueerd worden. Een goed begrip van de betekenis van sociale rollen kan worden gebruikt bij het ontwikkelen van interventies gericht op herstel.
Hunt MG & Stein CH. (2012). Valued social roles and measuring mental health recovery: examining the structure of the tapestry. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (6), 441-6. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Het aanbieden van uitdagende taken in het kader van rehabilitatieprogramma’s kan leiden tot de optimale flow-ervaring die positief gewaardeerd wordt
Het ervaren van flow of een optimale ervaring kan tot verbeteringen in de gevoelens van welbevinden leiden. In deze Italiaanse studie (N=27; met ernstige psychiatrische aandoening) werd bekeken wat voor soort interventies die in het kader van rehabilitatieprogramma’s worden aangeboden, het meest positief gewaardeerd worden. Met behulp van de Experience Sampling Methode (ESM), waarbij meteen na een activiteit allerlei aspecten van de ervaring van die activiteit worden uitgevraagd, werden de ervaringen met twee soorten interventies vergeleken: 1. bezigheden die in het kader van activiteitenbegeleiding worden aangeboden (koken, tuinieren, fotograferen); 2. interventies die in het kader van expressieve therapieën (muziek-, dans – of dramatherapie) worden aangeboden. De uitkomsten van de individuele ESM-scores werden gekoppeld aan GAF-scores, hoelang iemand al aan het rehabiliteren was en de setting (intramuraal of ambulant). Het blijkt dat een flow-ervaring alleen ervaren wordt als de cliënten een complexe taak moeten uitvoeren waarbij veel eisen aan de uitvoering worden gesteld (in dit geval muziek, dans of drama therapie). De flow-ervaring werd slechts in 20% van het totale aantal scores vastgesteld. Er waren geen associaties met de GAF-scores of de setting. De flow-ervaringen van de cliënten worden vooral tijdens gestructureerde psychosociale rehabilitatietaken waargenomen en niet tijdens bezigheden in hun vrije tijd. De hulpverlening zou hiermee rekening moeten houden.
Bassi M, Ferrario N, Ba G, Delle Fave A & Viganò C. (2012). Quality of experience during psychosocial rehabilitation: a real-time investigation with experience sampling method. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (6), 447-53. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Twee derde van de behandelplannen van RIBW-cliënten voldoet op papier aan de rehabilitatieprincipes
Herstel (recovery) verwijst naar het individuele proces van personen met een ernstige psychische aandoening (EPA), terwijl rehabilitatie verwijst naar wat de hulpverlening doet om herstel te bevorderen. Deze Nederlandse studie heeft twee doelen: 1. de behandelplannen van een representatieve groep RIBW-cliënten (N=240) werden beoordeeld op de mate waarin ze aan rehabilitatieprincipes voldoen en 2. er werd gekeken of er een verband is tussen het aansluiten van de behandelplannen bij de rehabilitatieprincipes en al dan niet vervulde behandelbehoeften zowel vanuit het perspectief van de cliënt als vanuit dat van de begeleider (N=76). De behoeften werden gemeten met de Camberwell Asssesment of Need Short Appraisal Scale (CANSAS). De 240 cliënten bestonden voor 63% uit residentiële cliënten van Beschermd Wonen voorzieningen en voor 37% uit cliënten van Begeleid Zelfstandig Wonen voorzieningen. Het behandelplan werd op plan niveau (5 criteria) en op doelniveau (5 criteria) beoordeeld. Uitgangspunt bij de beoordeling was het Choose-Get-Keep-model: Choose slaat op de beschrijving van het hersteldomein waarbinnen het doel geformuleerd is; Getslaat op de formulering van een concreet doel waarmee een verbetering van de bestaande situatie wordt nagestreefd; Keep slaat op de formulering van een doel waarmee een bestaande situatie gestabiliseerd kan worden. Het blijkt dat in bijna alle behandelplannen rehabilitatiedoelen zijn geformuleerd. Slechts 66% van de plannen voldoet in voldoende mate aan de rehabilitatieprincipes. Doelen in de volgende domeinen komen het vaakst voor: zelfhulp, dagelijkse activiteiten, geestelijke gezondheid en sociale contacten. Er blijkt een discrepantie tussen de door de cliënten zelf beoordeelde onvervulde behoeften en de beoordeling hiervan door de begeleiders.
De Heer-Wunderink C, Visser E, Caro-Nienhuis AD, Van Weeghel J, Sytema S & Wiersma D. (2012). Treatment plans in psychiatric community housing programs: do they reflect rehabilitation principles? Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (6), 454-9. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Case managers die bij een op herstel gerichte instelling werken ervaren beter contact met hun cliënten en zijn tevredener met hun werk
In de VS wordt in de ambulante GGz steeds meer vanuit de op herstel (recovery) gerichte benadering gewerkt. Vanwege o.a. de bezuinigingen staat de GGz-hulpverlening onder druk. De grote werkdruk kan tot burn-out bij hulpverleners leiden. In deze Amerikaanse cross-sectionele studie werd bekeken in hoeverre het werken bij een instelling die volgens de herstelprincipes werkt -althans in de ogen van de case managers (N=114)-, invloed heeft op de wijze waarop de case managers met hun cliënten omgaan en op de arbeidssatisfactie en eventuele burn-out gevoelens van de case managers. Bij de case managers werden de volgende meetinstrumenten afgenomen: Recovery Self-Assessment (RSA)-Provider Version; Maslach Burnout Inventory (MBI); Social Desirability Scale (SDS-16); Job Desirability Survey (JSS) en Demographic Questionnaire. Het blijkt dat case managers die vinden dat hun instelling volgens de recovery principes werkt veel minder last hebben van gevoelens van depersonalisatie (hier opgevat als een negatieve houding ten opzichte van GGz-cliënten) en gevoelens van emotionele uitputting en een grotere mate van arbeidssatisfactie ervaren dan degenen die in een omgeving werken waar de recovery principes weinig geïmplementeerd zijn. Het lijkt erop dat het invoeren van herstelprincipes in de GGz niet alleen gunstig is voor de cliënten maar ook voor de case managers (hulpverleners).
Kraus SW & Stein CH (2013).Recovery-oriented services for individuals with mental illness and case managers’ experience of professional burnout. Community Mental Health Journal 49 (1), 7-13. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Living Well is een veelbelovende zelfmanagement interventie voor personen met een ernstige psychische stoornis én een chronisch medische aandoening
Voor een deel sterven personen met een ernstige psychische aandoening eerder omdat zij vaker ernstige comorbide medische aandoeningen hebben zoals diabetes, COPD en cardiovasculaire ziektes en/of een levensstijl met weinig fysieke activiteit, veel roken en slecht eten e.d. In dit Amerikaanse onderzoek (N=63; 32 interverventiegroep, 31 controle groep) wordt over de effectiviteit van het zelfmanagement programma Living Well verslag gedaan. Living Well is gebaseerd op de bewezen effectieve interventie Chronic Disease Self-Management Program (CDSMP). Het Living Well curriculum werd in 13 wekelijkse sessies van 60 à 75 minuten gegeven door ervaringsdeskundigen en GGz-hulpverleners, met veel nadruk op plannen van activiteiten, feedback door peers en probleemoplossende strategieën. De uitkomsten werden op verschillende domeinen gemeten: 1. Functionele uitkomsten met de Short-Form Health Survey (SF-12); 2. Houdingsuitkomsten met de Self-Management Self-Effciacy Scale, de Patient Activation Scale, de Multidimensional Health Locus of Control en de Recovery Assessment Scale-Short Form; 3. Gedragsmatige uitkomsten met de Instrument to Measure Self-Management en de Morisky Medication Adherence Scale. Daarnaast werd bijgehouden hoe vaak er van crisisdiensten gebruik werd gemaakt. Er waren drie meetmomenten: baseline, na de interventie en na 2 maanden. Meteen na de cursus scoorden de deelnemers aan Living Well significant hoger op self-efficacy, activiteiten in patiëntenrol, toepassing zelfmanagement technieken, welbevinden en algemeen op de gezondheid gericht functioneren dan de controlegroep. Na twee maanden was het effect op veel maten een stuk afgenomen, maar bleef de verbetering van algemeen zelfmanagement gedrag (activiteiten plannen, brainstormen en problemen oplossen) hoog. De Living Well deelnemers deden beduidend minder beroep op crisisopvang.
Goldberg RW, Dickerson F, Lucksted A, Brown CH, Weber E, Tenhula WN, Kreyenbuhl J, & Dixon LB. (2013). Living Well: an intervention to improve self-management of medical illness for individuals with serious mental illness.Psychiatric Services 64 (1), 51-57.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning