Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2012

Meer dan een derde van de deelnemers aan de tweede Australische nationale survey onder personen met een psychose ervaart sociale isolatie en eenzaamheid als hun grootste uitdaging
In dit tweede grootschalige Australische onderzoek (N=1825; 18-64 jaar) naar de invloed van een psychose op het sociale leven van mensen die een psychose hebben gehad werden middels interviews data verzameld over allerlei aspecten van het sociale leven van de deelnemers, hun tevredenheid met het leven en toekomstige doelen. Van de respondenten blijkt 37,2% hun sociaal isolement en gevoelens van eenzaamheid als hun belangrijkste probleem te zien. Ter vergelijking: in de algemene bevolking voelt 7% zich sociaal geïsoleerd. 80% van de respondenten gaf aan zich regelmatig eenzaam te voelen en bijna de helft gaf aan behoefte aan meer vrienden te hebben. Bij alle respondenten werd o.a. de Personal and Social Performance (PSP)-schaal afgenomen. Twee derde van hen blijkt ernstig gestoord in het vermogen om zich in het maatschappelijke sociale verkeer te bewegen. Respondenten met deze ernstige sociale stoornissen zijn vaker werkloos, leven vaker alleen en hebben meestel een lage opleiding. Slechts 20% van de respondenten had in het afgelopen jaar aan een sociaal vaardigheidprogramma deelgenomen. Bijna 70% had aan geen enkele sociale activiteit deelgenomen en hiervan noemde 43% stigma als belangrijkste barrière. Meer dan de helft rapporteerde dat men dagelijks of bijna dagelijks contact heeft met een familielid. Ondanks dat de toegang tot maatschappelijke rehabilitatieprogramma’s en dagprogramma’s voor mensen met een psychose de laatste jaren flink zijn toegenomen, blijkt de sociale isolatie en de sociale handicaps in Australië niet afgenomen.
Stain HJ, Galletly CA, Clark S, Wilson J, Killen EA, Anthes L, Campbell LE, Hanlon MC & Harvey (2012). Understanding the social costs of psychosis: The experience of adults affected by psychosis identified within the second Australian national survey of psychosis. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 46 (9), 879-889. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Recent opgerichte Recovery Centers bieden sociale- en ervaringsdeskundige steun aan mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA)
In de VS zijn sinds de paradigmawisseling in de GGZ (rond 2003), waarbij het onderliggende uitgangspunt van de behandeling op het herstelproces van de cliënten kwam te liggen, steeds meer zgn. Recovery Centers (RC’s) opgericht die tot doel hebben de cliënten te ondersteunen om van een van de hulpverlening afhankelijke leefstijl af te komen. In deze studie werden via de sneeuwbalmethode Recovery Centers opgespoord (N=24; waarvan 2 in Australië, 2 in Canada en 1 in Nieuw-Zeeland), per centrum een werknemer geïnterviewd teneinde de volgende kenmerken van de RC’s te beschrijven: 1. De onderliggende filosofie. 2. De organisatievormen. 3. Door wie worden de RC’s bezocht. 4. Welke diensten worden geboden. 5. De staf en de wijze van financiering. 6. Bestuursvormen. Bijna alle RC’s zijn gericht op algemene ondersteuning van herstel opgevat als een proces dat gericht is op positieve transities in de domeinen werk, sociaal functioneren, recreatie, spiritualiteit, maatschappelijke participatie en educatie. De meeste RC’s opereren zelfstandig met meestal voor meer dan 50% ervaringsdeskundige staf. De meeste RC’s worden door lokale overheden gefinancierd. De volgende diensten worden geboden: belangenbehartiging voor cliënten, sociale steun door peers, hulp bij zoeken van huisvesting, cursussen, WRAP en steun bij zoeken naar werk. De RC’s bieden diensten aan EPA die niet of in zeer geringe mate aanwezig zijn in Community Mental Health Centers in een hoopvolle, stimulerende en niet-stigmatiserende omgeving. Uit deze rondvraag werd niet duidelijk of er voldoende naar de effectiviteit van de RC’s wordt gekeken.
Whitley R, Strickler D, Drake RE (2012). Recovery centers for people with severe mental illness: a survey of programs. Community Mental Health Journal 48 (5), 547-56. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Uit RCT blijkt dat Wellness Recovery Action Planning (WRAP) bij deelnemers tot significant grotere afname van ernstige psychiatrische symptomen leidt
WRAP is een in de VS ontwikkelde zelfmanagement interventie, die mede wordt begeleid door ervaringsdeskundigen, waarbij de deelnemers worden gestimuleerd hun eigen psychische problemen te managen. In deze Amerikaanse RCT-studie (N=519) werden personen met een ernstige psychiatrische stoornis at random toegewezen aan een WRAP-groep (N=268) of aan een controle groep (N=251). Er waren drie meetmomenten: 6 weken vóór de WRAP-cursus, 6 weken na de WRAP cursus en na een half jaar. De primaire uitkomstmaat was de afname van psychiatrische symptomen zoals gemeten met de Brief Symptom Inventory (BSI). De secondaire uitkomstmaten waren veranderingen in hoopvolle gevoelens zoals gemeten met de HopeScale (HS) en in de kwaliteit van leven zoals gemeten met de World Health Organization Quality of Life Brief instrument (WHOQOL-BREF). De WRAP-interventie bestond uit 8 wekelijkse sessies van 2,5 uur voor een groot deel gegeven door 2 ervaringsdeskundigen. De groepen varieerden van 5 tot 12 personen. De werkvormen waren o.a.: college’s, groepsdiscussies en persoonlijke levensverhalen van leraren en deelnemers en het maken van een eigen herstelplan. In vergelijking met de leden van de controlegroep bleek dat de symptomen zoals gemeten met de BSI ook nog na een half jaar significant verminderd waren bij de WRAP-deelnemers. Ook namen de gevoelens van hoop en de kwaliteit van leven significant toe bij de deelnemers van de WRAP-interventie groep.
Cook JA, Copeland ME, Jonikas JA, Hamilton MM, Razzano LA, Grey DD, Floyd CB, Hudson WB, Macfarlane RT, Carter TM & Boyd S (2012). Results of a Randomized Controlled Trial of Mental Illness Self-management Using Wellness Recovery Action Planning. Schizophrenia Bulletin 38(4), 881-89. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Deelname aan sportieve activiteiten in groepsverband wordt door personen met psychische problemen als sociaal inclusief en niet-stigmatiserend ervaren
Hoewel er genoeg onderzoeken zijn die de positieve effecten van fysieke activiteiten op het psychologisch welbevinden ondersteunen, is er weinig inzicht in de mechanismen die daaraan ten grondslag liggen. In deze Britse kwalitatieve review (13 studies) worden de ervaringen van GGZ-cliënten die deelnamen aan een fysiek activiteitenprogramma op een systematische wijze besproken. Bij de meeste programma’s werd in groepsverband regelmatig gesport (hardlopen, golf, zwemmen, voetballen, wandelen, fitness e.d.). De volgende thema’s worden door de auteurs onderscheiden: 1. Sporten geeft de cliënten een mogelijkheid van sociale interactie en sociale steun; 2. Het sporten geeft de cliënten een gevoel van zinvol bezig te zijn en tegelijkertijd wordt er een prestatie geleverd; 3. De begeleiders worden als ondersteunend ervaren; 4. Het sporten werd als veilig ervaren, men voelde zich niet bedreigd; 5. Een groot deel van de cliënten rapporteerden een afname van psychische symptomen mede als gevolg van het sporten; 6. De deelname aan de fysieke activiteiten geeft de cliënten een hogere kwaliteit van leven en draagt bij aan de ontwikkeling van een positievere identiteit. Door de GGZ-cliënten die aan sportactiviteiten deelnamen werd het aangaan van gelijkwaardige relaties en de plaats in de groep als het belangrijkste ervaren. Ze voelden zich niet buiten gesloten of gestigmatiseerd. Dit draagt bij tot een verbetering van het herstelproces.
Mason OJ & Holt R (2012). Mental health and physical activity interventions: A review of the qualitative literature. Journal of Mental Health 21 (3), 274–284. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Er zijn drie klassen (en fasen) te onderscheiden bij personen met ernstige psychiatrische problemen die in herstelproces zitten
In deze Nederlandse studie werden bij 333 deelnemers aan de cursus Herstellen Doe Je Zelf data verzameld om te kijken of er verschillende groepen (klassen) met vergelijkbare herstel-profielen te onderscheiden zijn. Als uitgangspunt werd de indeling van het herstelproces van Spaniol et al uit 2002 genomen: 1. Volledig in beslag genomen door de stoornis; 2. Strijden met de stoornis; 3. Leven met de stoornis; 4. Voorbij de stoornis leven. Om de mate van herstel te meten werden de volgende proxy maten genomen: hoop (gemeten met de Herth Hope Index), kwaliteit van leven (gemeten met de Manchester Short Assessment of Quality of Life –MANSA), geloof in self-efficacy (gemeten met de Mental Health Confidence Scale-MHCS) en empowerment (gemeten met de Dutch Empowerment Scale). De verschillende subgroepen werden met behulp van Latent Class Analysis (LCA) geïdentificeerd. Er konden drie klassen onderscheiden worden: 1. Laag (n=76): de personen die hiertoe behoren voelen zich het eenzaamst, hebben weinig sociale contacten, gebruiken de meeste psychofarmaca en hebben het laagste niveau van sociaal functioneren; 2. Midden (n=175): deze groep scoort op alle voornoemde variabelen beter dan de personen uit de Klasse Laag; 3. Hoog (n=79): deze groep scoort op alle variabelen, behalve medicijngebruik, beter dan de personen uit de Klasse Midden. De gevonden klassen corresponderen met de eerste drie fasen van het herstelproces zoals die door Spaniol et al beschreven zijn. Waarschijnlijk doen personen die in de vierde herstelfase zitten niet meer mee met een cursus zoals Herstellen Doe Je Zelf. De personen in de verschillende klassen scoorden ook ongeveer gelijk op andere variabelen zoals gebruik van GGZ-voorzieningen, de behoefte aan zorg en angststoornissen.
Van Gestel-Timmermans JAWM, Brouwers EPM, Bongers IL, Van Assen MALM & Van Nieuwenhuizen C (2012). Profiles of individually defined recovery of people with major psychiatric problems. International Journal of Social Psychiatry 58 (5), 521-531. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Combinatie van zeven kernstrategieën ligt ten grondslag aan de transformatie van het Mental Health Center of Denver tot een op herstel gerichte instelling
Al in 2005 kreeg het Mental Health Center of Denver (MHCD) een prijs omdat het had kunnen aantonen dat de recovery-benadering effectief is. Er had toen al een transformatie van de behandelstrategie plaatsgevonden waarbij de recovery-filosofie als uitgangspunt werd genomen. In dit artikel worden de zeven kernstrategieën beschreven die in het MHCD zijn ingevoerd en toegepast: 1. Streven naar herstel (recovery) is als centrale missie geformuleerd en wordt door de leiding op alle niveaus uitgedragen; 2. De cliënten worden consequent bij alle belangrijke besluiten betrokken; ervaringsdeskundigen worden zoveel mogelijk in dienst genomen; 3. Alle externe ontwikkelingen moeten worden benut om recovery ideeën in de praktijk te brengen (in het geval van het MHCD was de trigger een rechtelijke uitspraak waarin ze verplicht werden het ACT-model in te voeren); 4. Met behulp van de Recovery Needs Level (RNL) moet er op worden toegezien dat de dienstverlening per cliënt wordt afgestemd op de fase van herstel waarin deze zich bevindt; 5. Al het personeel moet getraind worden in de achtergrond en werkwijze van de recovery-filosofie; 6. Er moet op worden toegezien dat het juiste personeel wordt aangesteld; vooral gericht op diversiteit; 7.De uitkomstmaten van de behandelingen moeten volgens de uitgangspunten van de recovery-filosofie worden beoordeeld. Het MHCD heeft drie instrumenten ontwikkeld om informatie te verzamelen over de effecten van de interventies: a. Recovery Markers Inventory; b. Consumer Recovery Measure; c. Promoting Recovery in Mental Health Organizations.
Olmos-Gallo PA, Starks R, DeRoche Lusczakoski K, Huff S & Mock K (2012). Seven Key Strategies that Work Together to Create Recovery Based Transformation.Community Mental Health Journal 48 (3), 294-301.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Amerikaanse door consumers gerunde dienstverlenende organisaties (COSO’s) hebben een eigen plaats tussen de GGZ en de maatschappij in
In 2005 waren er in de VS al meer dan 2000 Consumer-Operated Service Organizations (COSO’s): door de overheid erkende door (ex-) GGZ-cliënten/consumers gerunde organisaties die aan hun lotgenoten allerlei diensten bieden. In dit artikel wordt verslag gedaan van de resultaten van een enquête en interviews (gehouden in 2008-2009) onder 17 COSO’s in de VS waarbij gevraagd is naar hun organisatie, financiering, openingstijden en aangeboden diensten. Alle ondervraagde COSO’s zijn gecertificeerd door de GGZ-autoriteit in hun staat. Het bestuur bestaat altijd voor de meerheid uit ervaringsdeskundigen. Meer dan 80% van de ondervraagde COSO’s levert de volgende diensten: ondersteuning door ervaringsdeskundigen; sociale activiteiten; informatie en verwijzing; belangenbehartiging;bijscholing en training door ervaringsdeskundigen; activiteiten programma’s en wellness activiteiten. Bijna alle COSO’s ontvangen financiële ondersteuning van het locale GGZ-bestuur. De meeste COSO’s hebben een gezond financieel beheer. Er is wel verschil in de grootte van de jaarlijkse begrotingen: van 50.000 tot meer dan 1 miljoen dollar. De COSO’s met een hogere begroting hebben meer leden dan die met een kleinere begroting. The COSO’s werken veel samen met de andere actoren in de GZZ en ook met organisaties buiten de GGZ. De COSO’s willen zeker geen light versie van de Community Mental Health Centers zijn. Voor cliënten die in hun herstelproces zitten vormen de COSO’s een meer in de samenleving geïntegreerde dienstverlener waar ze ook direct bij betrokken kunnen zijn.
Tanenbaum SJ (2012). Consumer-Operated Service Organizations: Organizational Characteristics, Community Relationships, and the Potential for Citizenship Community Mental Health Journal 48 (4), 397-406.Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Dubbele diagnose cliënten met een vaste baan blijken na 10 jaar begeleiding op alle niet-werkgebonden levensgebieden dezelfde verbeteringen te hebben dan werkloze dubbele diagnose cliënten
In deze Amerikaanse studie werden twee groepen met een ernstige psychiatrische stoornis én een verslavingsprobleem (dubbele diagnose) 10 jaar lang elk jaar éénmaal ondervraagd: een groep met een vaste baan (N=51) en een groep zonder werk (N=79). De volgende uitkomstmaten werden verzameld: woonsituatie, psychiatrische symptomen, middelenmisbruik, sociale relaties met personen die geen middelen gebruiken en tevredenheid met het leven. Hiertoe werden de volgende meetinstrumenten jaarlijks afgenomen: Quality of Life Interview (QOLI), Residential Timeline follow-back Scale, Expanded Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS) en de Alcohol Use and Drug Use Scales. Bij het begin van dit onderzoek scoorde de groep die vast bleef werken beter op bijna alle uitkomstmaten. Na vijf jaar had deze groep in grotere mate zelfstandige huisvesting bereikt en een grotere tevredenheid met het leven dan de niet-werkende groep. Na 10 jaar waren deze verschillen evenwel verdwenen. De meerderheid van beide groepen woonde op dat moment zelfstandig en had geen problemen meer met middelengebruik. Beide groepen verbeterden dus substantieel. Een van de verklaringen van deze onverwachte uitkomst is dat dubbele diagnose cliënten over het algemeen een grotere sociale competentie hebben dan andere psychiatrische cliënten. Hun sociaal herstel op de lange termijn kan zo als een afspiegeling van hun sociale competentie worden gezien. Een andere verklaring is dat voor sommigen van de doelgroep het hebben van werk meer controle op symptomen met zich mee brengt, terwijl bij anderen een werksituatie een stressverhogende uitwerking heeft.
McHugo GJ, Drake RE, Xie H & Bond GR (2012). A 10-year study of steady employment and non-vocational outcomes among people with serious mental illness and co-occurring substance use disorders. Schizophrenia Research 138 (2-3), 233-239. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Wellness Recovery Action Planning (WRAP) doet depressieve- en angst- klachten afnemen en bevordert het herstelproces
WRAP is een zelf-management interventie voor personen met psychische stoornissen en omvat een educatieve component die gezond leven stimuleert en een psychologische component die uit ondersteuning door peers bestaat. In deze Amerikaanse RCT werden de uitkomsten bij de WRAP-interventie groep (N=251) op drie momenten (baseline, na 2 en na 8 maanden) vergeleken met die van een groep die de normale behandeling kreeg (N=268) op de volgende indicatoren: symptomen van depressie en angst (gemeten met de Brief Symptom Inventory-BSI) en het zelf-gerapporteerde herstel (gemeten met de Recovery Assessment Scale-RAS). De WRAP-interventie bestond uit een curriculum van 8 wekelijkse sessies van 2,5 uur die door gecertificeerde ervaringsdeskundige peers werden gegeven. In vergelijking met de controlegroep blijkt de WRAP-groep na 8 maanden een significant grotere afname van depressieve- en angstklachten te scoren op de BSI en een significant grotere verbetering op de totaalscore van de RAS te laten zien. Deze resultaten bevestigen het belang van WRAP als onderdeel van een groep evidence-based interventies die het herstelproces kunnen bevorderen.
Cook JA, Copeland ME, Floyd CB, Jonikas JA, Hamilton MM, Razzano L, Carter TM, Hudson WB, Grey DD & Boyd S (2012). A Randomized Controlled Trial of Effects of Wellness Recovery Action Planning on Depression, Anxiety, and Recovery. Psychiatric Services 63 (6), 541-547. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Het recovery-proces is een multidimensionele en persoonlijke ervaring met drie verschillende dimensies
In deze kwalitatieve Canadese studie werden 30 personen drie tot vijf jaar nadat ze waren behandeld bij een vroege psychose afdeling geïnterviewd over hun persoonlijke opvatting van het begrip recovery (herstel). De analyses van de semi-gestructureerde interviews werden gedaan met behulp van de Interpretative Phenomenological Analysis (IPA). Opvallend is dat een meerderheid van de geïnterviewden zichzelf als hersteld beschouwde. Zij beschreven het herstelproces als verbeteringen in een van de volgende drie domeinen: 1. herstel van ziekte; 2. psychologisch en persoonlijk herstel; 3. sociaal en functioneel herstel. Driekwart van de geïnterviewden vond dat je alleen maar van herstel kunt spreken als er herstel was opgetreden in minstens twee van de drie genoemde domeinen. Er waren individuele verschillen over wanneer men vond dat je kon zeggen dat je hersteld bent: sommigen stelden b.v. als voorwaarde dat er geen symptomen meer mogen zijn. Voor sommigen is recovery een proces, voor anderen een doel op zich. De auteurs denken dat de positieve houding ten opzichte van hun herstel bij deze groep geïnterviewden kan samenhangen met het feit dat ze relatief jong waren en nog niet zo lang de psychische stoornis hadden. De drie genoemde dimensies komen grotendeels overeen met het conceptuele recovery model van Whitley en Drake dat vijf dimensies onderscheidt: klinisch, existentieel, sociaal, functioneel en fysiek.
Windell D, Norman R & Malla AK (2012). The Personal Meaning of Recovery Among Individuals Treated for a First Episode of Psychosis. Psychiatric Services 63 (6), 548-553. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Hoe modelgetrouwer het Strenghts Model Case Management (SMCM) wordt toegepast, des te positiever zijn de uitkomsten bij de cliënten
Strenghts Model Case Management (SMCM) is al in de jaren 1980 ontwikkeld en legt vooral de nadruk op de sterke punten van de cliënten met een ernstige psychiatrische stoornis, op wat ze nog wel kunnen. In deze Amerikaanse studie werd voor het eerst gekeken naar verbanden tussen cliënt uitkomsten (N=953) -zoals aantal ziekenhuisopnamen, aantal dagen regulier betaald werk, aantal dagen schoolbezoek en al dan niet zelfstandig wonen- en de mate waarop SMCM modelgetrouw werd toegepast, gemeten met de SMCM getrouwheidsschaal. In 14 case management teams werden over een periode van 18 maanden vier metingen en tellingen verricht. Er werd een statistisch significante associatie gevonden tussen enerzijds een toename van de getrouwheidsscores en anderzijds een afname van het aantal opnames, een toename van het aantal dagen regulier betaald werk en een toename van het aantal dagen dat een opleiding werd gevolgd. Voor al dan niet zelfstandig wonen werd geen verband gevonden. Een modelgetrouwe invoering van SMCM kan bijdragen aan het versterken van het herstelproces.
Fukui S, Goscha R, Rapp CA, Mabry A, Liddy P & Marty D (2012). Strengths Model Case Management Fidelity Scores and Client Outcomes. Psychiatric Services 63 (7), 708-710. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Recovery en hoop nemen toe bij deelnemers aan het door ervaringsdeskundigen geleide educatieve programma BRIDGES
Het Amerikaanse curriculum Building Recovery of Individual Dreams and Goals through Education and Support (BRIDGES) is al meer dan tien jaar geleden ontwikkeld door o.a. personen met ernstige psychiatrische problemen en het ministerie van Gezondheid in Tennessee. Door ervaringsdeskundigen wordt op klassikale wijze instructie gegeven over psychiatrische stoornissen en beschikbare behandelingen, zelfhulp, de filosofie van recovery, en vaardigheidstrainingen worden aangeboden. Het curriculum duurt 8 weken; elke week worden interactieve klassen van 2,5 uur gegeven. In dit artikel wordt verslag gedaan van een RCT waarbij de interventiegroep (N=212) BRIDGES volgde en de controlegroep (N=216) op de wachtlijst van BRIDGES stond. De primaire uitkomstmaat was zelf ervaren recovery zoals gemeten met de Recovery Assessment Scale (RAS); de secundaire maat gevoelens van hoop zoals gemeten met de State Hope Scale (SHS). Depressieve symptomen werden gemeten met de Brief Symptom Inventory (BSI). Er waren drie metingen: baseline, meteen na de interventie en na 6 maanden. Het blijkt dat de deelnemers aan BRIDGES significant hoger scoorden op de recovery en de hoop schalen. Dit geldt ook voor de BRIDGES-deelnemers die aan het begin veel depressieve symptomen hadden. Het lijkt erop dat ondersteuning door lotgenoten die als rolmodel kunnen dienen effectief is in het bestrijden van stigma en depressie bij psychiatrische patiënten.
Cook JA, Steigman P, Pickett S, Diehl S, Fox A, Shipley P, MacFarlane R, Grey DD & Burke-Miller JK (2012). Randomized controlled trial of peer-led recovery education using Building Recovery of Individual Dreams and Goals through Education and Support (BRIDGES). Schizophrenia Research 136 (1–3), 36–42. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Peer support binnen de context van een Clubhouse heeft verschillende niveaus en draagt bij aanrecovery (herstel)
Peer support
 omvat alle vormen van ondersteuning van mensen aan mensen in een overeenkomstige situatie. De laatste jaren wordt veel waarde toegekend aan Peer Support in het herstelproces. Het in de VS ontwikkelde Clubhouse programma wordt door psychiatrische patiënten zelf gerund en heeft tot doel om samen op een gestructureerde wijze een zinvolle daginvulling te ontwikkelen. In deze Australische studie werden 17 semi-interviews met 10 leden van het Pioneer Clubhouse in Sydney gehouden. De geïnterviewden hadden bipolaire stoornis (40%), schizofrenie (30%) angststoornis (10%), schizoaffectieve stoornis (10%) of depressie (10%). Met behulp van degrounded theory werd een conceptueel model van peer support binnen het Clubhouse geconstrueerd. Er worden vier niveaus van peer support onderscheiden: 1. Sociale inclusie, het gevoel erbij te horen; 2. Gezamenlijke ervaring door samen dingen te doen; 3. Onderlinge afhankelijkheid waarbij onderling wordt gegeven en ontvangen; 4. Intimiteit: dit is het diepste niveau van peer support en verwijst naar het emotioneel bij elkaar betrokken zijn. Dit zijn waardevolle en unieke ervaringen die kunnen bijdragen tot een positief herstel proces.
Coniglio FD, Hancock N & Ellis LA (2012). Peer Support Within Clubhouse: A Grounded Theory Study. Community Mental Health Journal 48 (2), 153-160. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Canadese hulpverleners zien vele uitdagingen op de weg naar een GGZ-praktijk gebaseerd op de principes van de recovery-filosofie
In deze Canadese studie werden 68 GGZ-hulpverleners via focusgroepen ondervraagd over hun ervaringen met veranderingen in de hulpverlening als gevolg van de recovery benadering en welke barrières zij zien voor het implementeren van een GZZ-praktijk die volledig op de recovery principes is geënt. Er kwamen drie thema’s naar voren: 1. Een deel van de ondervraagden heeft een positieve houding ten aanzien van de op recovery gebaseerde hervorming; 2. Anderen waren sceptisch over een op recovery gebaseerde hervorming; 3. Er werden duidelijke barrières geformuleerd die de implementatie van een op herstel gebaseerde GGZ in de weg kunnen staan: a. conceptuele onduidelijkheid over betekenis van recovery; b. men denkt dat recovery niet voor alle cliënten in alle settings kan worden toegepast; c. er is veel bureaucratisering bij meten van uitkomsten van recovery (terwijl het om het proces gaat); d. recovery wordt teveel top-down ingevoerd; e. er is veel maatschappelijk stigma en sociale uitsluiting van psychiatrische patiënten. De auteurs formuleren o.a. de volgende aanbevelingen om iets aan de geformuleerde barrières te doen: alle hulpverleners moeten getraind worden in de principes van recovery; de GGZ-managers moeten goed kijken in hoeverre hun procedures consistent zijn met de recovery filosofie; de managers moeten hun hulpverleners ondersteunen bij de implementatie van aanbod dat aansluit bij de behoeften van de cliënten.
Piat M & Shalini Lal (2012). Service Providers’ Experiences and Perspectives on Recovery-Oriented Mental Health System Reform. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (4), 289-296. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Hoe verder men in het herstelproces komt hoe meer de doelen die men voor zichzelf stelt met bredere levensrollen samenhangen
In deze Australische studie werden dossiers met afgesproken doelen gebruikt van 144 personen met een ernstige psychiatrische stoornis die in een herstelproces zitten, om na te gaan of er een verband is tussen het soort doelen dat gesteld wordt en het stadium van herstel. Om ordering aan te brengen werden drie met elkaar samenhangende modellen gebruikt: 1. Het Model van Stadia van Herstel (recovery) van Andresen: er worden vijf stadia onderscheiden: Moratorium (gevoel van hopeloosheid); Awareness (bewust van mogelijkheid van andere toekomst); Preparation (eerste stappen op weg naar herstel); Rebuilding (actief werken aan positieve identiteit); Growth (volwaardig en betekenisvol leven leiden, ondanks stoornis); 2. De behoefte pyramide van Maslow (waaraan het model van Andresen gedeeltelijk ontleend is): eerst moeten ‘lagere’ behoeften (overleving, voedsel, veiligheid) vervuld zijn, voordat men aan ‘hogere’ toekomt (werk, zelfontplooiing); 3. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Avoidance doelen (b.v. ik wil geen stemmen meer horen) en Approach doelen (positieve doelen) (b.v. ik wil werk hebben). Data werden verzameld met de Collaborative Goal Technology (CGT); de Recovery Goal Taxonomy (RGT), de Self Identified Stage of Recovery (SISR), en de Recovery Asessment Scale (RAS). Het blijkt dat de onderzochte personen in de laatste twee stadia van herstel, significant meer Approach doelen stellen. Dit hangt samen met een grotere mate van psychologisch welzijn. De auteurs stellen wel duidelijk dat het herstelproces geen lineair proces is.
Clarke S, Oades LG & Crowe TP (2012). Recovery in Mental Health: A Movement Towards Well-Being and Meaning in Contrast to an Avoidance of Symptoms. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (4), 297-304. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Volledig functioneel herstel (VFH) 7,5 jaar na een eerste psychose hangt meer samen met psychosociaal herstel na 14 maanden dan met remissie van symptomen
Full Functional Recovery (FFR), of Volledig Functioneel Herstel (VHF), betekent bij mensen met een psychose of schizofrenie minimaal een terugkeer naar of verbetering van het sociale en beroepsmatige functioneren van vóór het optreden van de psychose(n). In deze Australische longitudinale studie werd bij een groep van 209 personen die een eerste psychose hadden doorgemaakt gekeken of er een verband is tussen VHF na 7,5 jaar en remissie van positieve en negatieve symptomen na 8 en 14 maanden. De uitkomsten zijn gemeten met de Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS), de Quality of Life Scale (QLS), de Schedule for the Assessment of Negative Symptoms (SANS) en de Social and Occupational Functioning Assessment Scale (SOFAS). De samenhang blijkt tamelijk ingewikkeld: remissie van zowel positieve als negatieve symptomen heeft een voorspellende waarde voor functioneel en beroepsmatig herstel na 14 maanden. Echter: alleen degenen die na 14 maanden een grote mate van psychosociaal herstel laten zien blijken VHF na 7,5 jaar te bereiken, ongeacht de mate van remissie van symptomen na 8 of 14 maanden (OR= 6,70). Alleen als initiële Symptomatische remissie wordt vertaald in functionele verbetering komt VHF in het vizier. Snel functioneel en sociaal herstel ná de eerste psychose lijkt te beschermen tegen de ontwikkeling van chronisch negatieve symptomen. Volgens de auteurs moeten er in het behandeltraject naast de farmacotherapeutische middelen ook zo snel mogelijk interventies worden aangeboden die gericht zijn op psychosociaal herstel.
Álvarez-Jiménez M, Gleeson JF, Henry LP,. Harrigan SM, Harris MG, Killackey E, Bendall S, Amminger GP, Yung AR, Herrman H, Jackson HJ & McGorry PD (2012). Road to full recovery: longitudinal relationship between symptomatic remission and psychosocial recovery in first-episode psychosis over 7.5 years. Psychological Medicine 42 (3), 595-606. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Deelnemers zijn tevreden over nieuw Recovery Center in New York dat als een opleidingsinstituut georganiseerd is
Amerikaanse Recovery Centra bieden een nieuw model voor het aanbieden van op herstel gerichte interventies voor personen met ernstige psychiatrische aandoeningen. In dit artikel worden een proces- en een kwalitatieve evaluatie gegeven van het in 2008 in New York opgerichte Pathways Resource Center. Het project is gericht op bewoners van begeleide woonvormen en gaat uit van de filosofie dat deze bewoners zo onafhankelijk als mogelijk zouden moeten leven. Het Center biedt op vaste tijden onderwijs in klassen aan op het gebied van omgaan met computers, bijscholing tot eindexamenniveau middelbare school, ondersteuning bij zoeken naar werk, leren communiceren, leren koken alsmede klinische herstel groepen: harm reductie klassen, angst management groep en een herstelgroep. Iedereen die op tijd komt krijgt óf vrij openbaar vervoer op het traject van huis naar Center óf gratis lunch. De data voor de evaluaties werden o.a. verzameld via focus groepen van deelnemers. De deelnemers voelen zich erg thuis op het Pathways Resource Center en zien de aanboden activiteiten als een belangrijke stap op weg naar verder herstel. De auteurs vermoeden dat de Recovery Centers op korte termijn een best pratice zullen worden.
Whitley R & Siantz E (2012). Recovery Centers for People With a Mental Illness: an Emerging Best Practice? Psychiatric Services 63 (1), 10-12. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Het MARS-meetinstrument heeft goede psychometrische kwaliteiten en geeft zicht op de verschillende dimensies van het herstelproces
Het Amerikaanse SAMSHA omschrijft recovery (herstel) als een reis van heling en transformatie waardoor personen met een psychische aandoening een betekenisvol leven in de gemeenschap kunnen leven en hun menselijk potentieel kunnen ontplooien. Volgens de auteurs is er nog geen psychometrisch betrouwbaar instrument om de effectiviteit van interventies op het herstelproces te meten. Hiervoor is de Maryland Assessment of Recovery in People with Serious Mental Illness (MARS) ontwikkeld, een door de cliënten zelf in te vullen vragenlijst van 25 items (oorspronkelijk waren er 67 items). In dit artikel wordt verslag gedaan van een aantal psychometrische testen (zoals interne consistentie, test-hertest betrouwbaarheid en inhoudsvaliditeit) van de MARS waarbij 166 cliënten (in twee groepen) de lijst hebben ingevuld. De items van de MARS zijn tot stand gekomen met behulp van o.a. panels van experts (waaronder cliënten). De MARS heeft een goede interne consistentie (Cronbach’s α = .95), test-hertest betrouwbaarheid (r= .898) en construct validiteit. De zes domeinen van herstel worden door de MARS gedekt: zelf sturing geven (empowerment), holistisch gericht, niet-lineair proces, nadruk op wat men nog wel kan, verantwoordelijkheid nemen en hoop koesteren.
Drapalski L, Medoff D, Unick GJ, Velligan DI,. Dixon LB & Bellack AS (2012).Assessing Recovery of People With Serious Mental Illness: Development of a New Scale. Psychiatric Services 63 (1), 48-53. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

De Nederlandse cliëntgestuurde cursus ‘Herstellen doe je zelf’ heeft een significant positief effect op gevoelens van empowerment, hoop en self-efficacy
Al in 1996 werd de cursus “Herstellen doe je zelf” ontwikkeld door Nederlandse GGZ-cliënten en hulpverleners. De cursus bestaat uit 12 wekelijkse sessies van 2 uur waar door ervaringsdeskundigen met een ernstige psychiatrische aandoening–die een speciale training hebben gevolgd- op een gestructureerde wijze o.a. de volgende thema’s worden besproken: betekenis van herstel (recovery); persoonlijke ervaring van herstelproces; persoonlijke wensen voor de toekomst; leren keuzen maken en doelen stellen; rollen in het dagelijkse leven; persoonlijke waarden; hoe sterker te worden en sociale steun te verkrijgen. In deze Nederlandse RCT werden op baseline, na 3 én na 6 maanden van de interventiegroep (N=168) en de controle groep (N=165) de scores op de volgende schalen met elkaar vergeleken: de Herth Hope Index, de MANSA, de Mental Health Confidence Scale, de Dutch Empowerment Scale en de Loneliness Scale. Alle respondenten hadden een ernstige psychiatrische aandoening. Het blijkt dat deze cliëntgestuurde cursus een significant positief effect heeft op gevoelens van empowerment, hoop en self-efficacy maar niet op kwaliteit van leven of gevoelens van eenzaamheid. Deze positieve effecten zijn voor een deel te verklaren doordat de deelnemers in aanraking komen met rolmodellen waarmee ze zich kunnen identificeren en omdat er aandacht is voor psycho-educatie en omgaan met de stoornis.
Van Gestel-Timmermans H, Brouwers EPM, Van Assen MALM & Van Nieuwenhuizen Ch (2012).Effects of a Peer-Run Course on Recovery From Serious Mental Illness: A Randomized Controlled Trial . Psychiatric Services 63 (1), 54-60. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

In New Yorkse cliëntgestuurde instelling is cultuur ontwikkeld waarin iedereen zich voor elkaar verantwoordelijk voelt
Al vanaf 1988 functioneert er in New York een volledig door cliënten gedreven GGZ-instelling (Open Arms) die naast klinische behandelingen en psycho-educatie vooral herstelbevorderende ondersteuning op het gebied van onderwijs, huisvesting en belangenbehartiging biedt. Het is meer georganiseerd als een onderwijsinstelling dan als een kliniek. In deze ethnografische studie doen de auteurs verslag van hun bevindingen. Ze gingen er met de volgende vragen naar toe: 1. Wat is het specifieke van een cliëntgestuurde instelling en hoe worden er capaciteiten versterkt die sociale integratie bevorderen; 2. Hoe kunnen de in de instelling ontwikkelde capaciteiten bijdragen aan herstel. Behalve via participerende observaties gedurende 10 maanden, werden de data verzameld via interviews (N=25), focus groepen (N=22) en door voorspelen van dramatische scenes (N=17). Met behulp van de grounded-theory werden de data geanalyseerd.Het belangrijkste kenmerk van de cultuur binnen de instelling is dat iedereen zich voor elkaar verantwoordelijk voelt, men beschouwt Open Arms als een familie. Men spreekt elkaar aan op b.v. ongewenst gedrag. De deelnemers en ‘hulpverleners’ hebben een authentiek relatie met elkaar. Men wordt gestimuleerd om de eigen capaciteiten en talenten aan te spreken en te ontwikkelen. Hiermee worden de cliënten goed voorbereid om weer deel te gaan nemen aan de ‘samenleving’.
Lewis SE, Hopper K & Healion E (2012). Partners in Recovery: Social Support and Accountability in a Consumer-Run Mental Health Center. Psychiatric Services 63 (1), 61-65. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Maatschappelijk participeren heeft een positief effect op het herstelproces
In deze Amerikaanse studie wordt in de eerste plaats het verband onderzocht tussen maatschappelijke participatie van psychiatrische cliënten en hun scores op de Recovery Assesment Scale (RAS), de Quality of Life Interview (QOL) en de Meaning of Life Framework (MOL) en op de tweede plaats of er verschil is in maatschappelijke participatie en recovery binnen de onderzochte groep tussen emerging adults (18-30 jaar)(N=233) en mature adults (> 30 jaar) (N=1594). Emerging adults (18 tot 25/30 jaar) worden steeds meer als een aparte groep in de ontwikkelingspsychologie beschouwd: nog met identiteitsontwikkeling bezig, ego-centrisch gericht en ze voelen zich nog niet helemaal volwassen. Emerging adults met psychiatrische problemen staan voor aparte uitdagingen in het leven. De data komen van het door de SAMSHA ondersteunde Consumer-Operated Service Program. Tien participatie gebieden werden bij de deelnemers in kaart gebracht: ouderschap, betaald werk, vrijwilligerswerk, studie, lidmaatschap verenigingen, actief burgerschap, ondersteuning van leeftijdsgenoten, vriendschappen, intieme relaties, religieuze activiteiten. Het blijkt dat er een duidelijk verband is tussen de mate van participatie en hogere scores op de RAS (recovery), QOL en MOL. De emerging adults participeren over het algemeen meer dan de mature adults, maar gedeeltelijk wel op andere gebieden. De emerging adults hebben significant hogere RAS (recovery) scores en significant lagere MOL-scores dan de mature adults. De jongvolwassenen hebben nog meer hoop en meer verwachtingen van het leven dan de ouderen, en dat past goed bij hun ontwikkelingsfase.
Kaplan K, Salzer MS & Brusilovskiy E (2012). Community Participation as a Predictor of Recovery-Oriented Outcomes Among Emerging and Mature Adults with Mental Illnesses. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (3), 219-229 Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

Amerikaanse jongvolwassenen met psychiatrische problemen willen graag een eigen website met informatie die sociale integratie kan bevorderen
In deze Amerikaanse studie wordt verslag gedaan van een survey onder jongvolwassenen (18 – 24 jaar) met (N=140) en zonder (N=79) een psychiatrische stoornis naar hun gebruik van sociale netwerk sites. Tevens werd bij degenen met een psychiatrische stoornis geïnventariseerd wat hun wensen zijn voor een speciaal voor hun ontworpen website .Bij beide groepen respondenten maakt 94% gebruik van sociale netwerksites. Het meest plezierige van die sites vinden beide groepen ‘het communiceren met anderen’. Voor de groep met een psychiatrische stoornis geldt meer dan voor de andere groep dat ze via de sites ‘vrienden maken’ (40%) en ‘belangstelling delen’(38%). De groep zonder problemen plant veel vaker sociale activiteiten via de site dan de anderen. De belangrijkste topics die een ‘ideale’ website voor jongvolwassenen met psychische stoornis moet bevatten zijn: 1. Informatie over hoe je onafhankelijk kunt leven; 2. Informatie over strategieën om sociaal isolement te overwinnen; 3. Informatie over relaties. De resultaten van dit onderzoek zijn gebruikt om de site StrengthofUs.org (http://strengthofus.org/ )van de National Alliance on Mental Illness (NAMI) mee op te zetten.
Gowen K, Deschaine M, Gruttadara D & Markey D (2012). Young Adults with Mental Health Conditions and Social Networking Websites: Seeking Tools to Build Community. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (3), 245-250. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning

In de UK zijn de sociale netwerken van voormalig intramurale psychiatrische patiënten redelijk uitgebreid, zeker bij de 65-plussers
Volgens MIND voelt 84% van de personen met een psychiatrische stoornis zich sociaal geïsoleerd tegenover 29% in de algemene bevolking. In deze Britse studie werden 85 personen die minimaal 12 jaar daarvoor uit een psychiatrisch ziekenhuis ontslagen waren met behulp van de Social Network Guide ondervraagd over hun sociale leven. Het gaat om personen met ernstige psychiatrische aandoeningen die na de deïnstitutionalisering zijn gaan wonen in een van de volgende woonvormen: ziekenhuis, andere intramurale instelling of verpleeghuis, kleine groepswoning met intensieve begeleiding, begeleid wonen met weinig begeleiding. Het gemiddelde sociale netwerk van de respondenten blijkt klein (23 ) in vergelijking met het gemiddelde netwerk van ‘gewone’ mensen (124), maar toch groter dan de uitkomsten uit eerder studies in vergelijkbare populaties. Eén derde van de netwerkleden zijn andere personen met een psychiatrische stoornis, ook één derde betreft hulpverleners in de brede zin. Slechts één derde van de sociale contacten heeft dus geen relatie met de GGz. De respondenten van boven de 65 jaar hebben over het algemeen meer intieme en regelmatige contacten en geven aan meer persoonlijk zorg, huishoudelijke ondersteuning en steun bij het nemen van besluiten te krijgen dan de 65-minners.
Forrester-Jones R, Carpenter J, Coolen-Schrijner P, Cambridge P, Tate A, Hallam A, Beecham J, Knapp M & Wooff D (2012). Good friends are hard to find? The social networks of people with mental illness 12 years after deinstitutionalization. Journal of Mental Health 21 (1), 4-14. Trefwoord: Herstel en herstelondersteuning