Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Herstel & herstelondersteuning 2011

De Psychiatrische Rehabilitatiebenadering (PR) van Boston blijkt op primaire uitkomstmaten effectief in Nederland
De PR voor personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) zoals die door o.a. Anthony in Boston is ontwikkeld, richt zich vooral op het leren realiseren van de door de patiënten zelf geformuleerde rehabilitatiedoelen. In deze Nederlandse RCT werden patiënten at randomtoegewezen aan een PR-interventie (N=80) of een gewoon rehabilitatietraject (N=76). De uitkomsten werden na 1 én na 2 jaar gemeten. De primaire uitkomstmaat was het bereiken van een persoonlijk rehabilitatiedoel in één van de rehabilitatiegebieden (werk of studie; sociale contacten; leefsituatie). De secundaire uitkomstmaten waren: sociaal functioneren zoals gemeten met de Social Functioning Scale; zorgwensen zoals gemeten met de Camberwell Assessment of Need Short Appraisal Schedule; kwaliteit van leven (WHOQOL-BREF). Verder werden nog afgenomen: de Personal Empowerment Scale, de BPRS (door de psychiater), de Client Socio-demographic and Sevice Receipt Inventory en de PR Beliefs, Goals and Practices scale. Het blijkt dat de PR-groep substantieel vaker zijn rehabilitatiedoel bereikt: het gewogen risicoverschil bedraagt 21%, het NNT=5. De PR-benadering blijkt ook effectiever op het domein van sociale participatie: 21% van de interventiegroep nam vaker aan het sociale verkeer deel tegenover geen enkele stijging bij de controlegroep. Op de andere secundaire uitkomstmaten werden geen verschillen tussen de beide groepen gemeten.
Swildens W, Van Busschbach JT, Michon H, Kroon H, Koeter M, Wiersma D & Van Os J (2011).Effectively Working on Rehabilitation Goals: 24-Month Outcome of a Randomized Controlled Trial of the Boston Psychiatric Rehabilitation Approach. Canadian Journal of Psychiatry 56 (12), 751–760. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

De Illness Management and Recovery Scale (IMRS) blijkt het herstelproces bij schizofrenie valide en consistent te meten
In deze Zweedse studie (N=107) worden de psychometrische eigenschappen van de cliëntversie en de versie voor de hulpverleners (casemanagers) geëvalueerd van de Illness Management and Recovery Scale (IMRS) voor cliënten met schizofrenie of schizoaffectieve stoornissen. Om de test-hertest betrouwbaarheid te meten werd de IMRS twee maal met een tussenpoos van 14 dagen afgenomen: de gevonden correlatie van 0.84-0.88 is groot te noemen. Voor de interne consistentie hadden beide versies een goede score: tussen een Cronbach α van .70 tot .83. De IMRS werd gevalideerd met de Psychosis Evaluation Tool for Common Use by Caregivers (PECC), de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA), de Recovery Assessment Scale (RAS) en de Modified Colorado Symptom Index (MCSI). De convergente validiteit van beide versies, uitgedrukt in Pearsons correlaties, blijkt goed (0.56 en 0.58) te zijn. De IMRS blijkt dus het herstelproces goed in kaart te brengen. Omdat er wel enige discrepantie tussen de scores van de cliënten en die van de hulpverleners bestaat vinden de auteurs het van belang om beide versies af te nemen om een goed beeld te krijgen van de resultaten van een Illness Managment and Recovery programma. De beide vragenlijsten zijn als bijlage achter het artikel opgenomen.
Färdig R, Lewander T, Fredriksson A & Melin L (2011). Evaluation of the Illness Management and Recovery Scale in schizophrenia and schizoaffective disorder. Schizophrenia Research 132 (2), 157-164. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Systematische review: vijf processen vormen de kern van het persoonlijke herstel proces
Dit artikel is het verslag van de eerste systematische review en narratieve synthese van de literatuur over het persoonlijke herstelproces van personen met een psychische stoornis met als doel een robuust conceptueel kader van het fenomeen herstel (recovery) te ontwikkelen. Er zijn uitgebreide literatuur searches gedaan in bibliografische bestanden en op het internet en de eerste resultaten zijn aan een expert forum voorgelegd. Er werden 97 publicaties geschikt gevonden nader te analyseren o.a. met behulp van de RATS kwalitatieve research review richtlijn. Het uiteindelijke conceptuele kader bestaat uit drie met elkaar verbonden categorieën: karakteristieken van de herstel reis, de herstelprocessen en de stadia van herstel. De meest genoemde karakteristieken van de herstel reis zijn: recovery is een actief proces; recovery is een individueel en uniek proces; recoveryis een niet-lineair proces. De kern van het herstel wordt gevormd door vijf categorieën recoveryprocessen: verbondenheid, hoop en optimisme over de toekomst, identiteitontwikkeling, zin aan het leven geven, empowerment (VHIZE). De verschillende stadia van het herstelproces passen binnen het transtheoretische model van verandering (precomtemplation, contemplation, preparation, action, maintenance and growth).
Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J & Slade M (2011). Conceptual framework for personal recovery in mental health: systematic review and narrative synthesis. British Journal of Psychiatry 199 (6):445-452. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Compassievolle GGZ-hulpverleningsrelatie die gevoel van hoop versterkt moet centrale bouwsteen in de het GGZ-aanbod worden
Beschouwing waarin het tekort aan compassie in de huidige GGZ-hulpverlening wordt geanalyseerd en wordt aangegeven waarop een compassievolle omgeving die het gevoel van hoop en optimisme stimuleert moet zijn gebaseerd en hoe zich dat verhoudt met de huidige recovery-praktijken. In het discours over recovery staat het ontwikkelen van hoop centraal. Om dit tot stand te brengen moet in de hulpverlening veel meer nadruk komen te liggen op het compassievol met de cliënten omgaan. Kernkwaliteiten van compassie zijn: willen zorgen voor de ander, gevoelig zijn, geraakt kunnen worden door leed en in staat zijn leed te kunnen begrijpen. Verwijzend naar onderzoek constateren de auteurs een ‘tekort aan compassie’ in de huidige GGZ-praktijk in ieder geval in de UK. In recente beleidsnotities in de UK is er wel aandacht voor compassie en recovery, maar de auteurs vrezen dat die aandacht holle retoriek zou kunnen blijven omdat er nergens wordt aangegeven hoe de contexten veranderd gaan worden opdat compassie systematisch wordt ingebed in het hulpverleningsaanbod. Er is te veel aandacht voor individuele ontwikkeling en evidence-based interventies en te weinig voor de relationele aspecten van de hulpverlening. Het gevaar bestaat dat degenen die niet aan de huidige recovery-proces-eisen kunnen voldoen helemaal buiten de boot gaan vallen. Spandler H & Stickley T (2011). No hope without compassion: the importance of compassion in recovery-focused mental health services. Journal of Mental Health 20 (6), 555–566. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Eerste psychose patiënten blijken optimistisch over hun toekomstperspectieven
In deze Chinese (Hong Kong) pilot studie werd aan zes personen die een eerste psychose had en meegemaakt in een focusgroep gevraagd hoe zij tegen hun herstelproces aankijken. Vragen die aan de orde kwamen waren o.a.: a. Denk je dat je ziek bent; b. Denk je dat dit herstelproces verschilt van dat van een somatische chronische ziekte; c. Ben je al volledig hersteld; d. Als je nog niet hersteld bent, wat kun jezelf (of anderen) dan doen om dat te bevorderen. De volgende thema’s konden geïdentificeerd worden: 1. De betekenis van de psychotische ervaring; 2. De betekenis van herstel (recovery); 3. Stigma; 4. Ze hebben een optimistisch beeld van hun herstel. Voor de deelnemers betekent herstel vooral weer cognitief en sociaal op het ‘oude’ niveau kunnen functioneren. Men denkt dat men niet genezen is zolang men nog medicijnen slikt. Allen poogden hun ziekte voor de omgeving verborgen te houden uit angst voor stigma. Ook de bijwerkingen van de medicatie worden negatief beoordeeld. Door hun psychotische ervaring hebben de deelnemers het leven beter leren waarderen en kunnen ze meer weloverwogen keuzes maken. Ze denken dat hun vooruitzichten gunstig zijn. Voor hen heeft recovery weinig van doen met symptomen en ziekte.
Lam MML, Pearson V, Ng RMK, Chiu CPY, Law CW & Chen EYH (2011). What does recovery from psychosis mean? Perceptions of young first-episode patients. International Journal of Social Psychiatry 57 (6), 580-587. refwoord: Herstel en ondersteuning

Ook als het Illness Management and Recovery (IMR) programma maar selectief wordt aangeboden blijkt het effectief te zijn
In de VS wordt het IMR-curriculum als een evidence-based praktijk door de SAMSHA ondersteund. Normaal wordt IMR individueel in negen modules over een tijdspanne van 3 tot 7 maanden aangeboden. In deze Amerikaanse studie (N=36) werden de volgende vier modules binnen 16 weken gegeven in groepen van ongeveer 10 personen: recovery strategieën; sociale steun opbouwen; leren omgaan met problemen en symptomen; terugval pogen te verminderen. De interventie-groepen werden vergeleken met een groep op de IMR-wachtlijst (die later ook de module heeft gevolgd). De volgende instrumenten werden op baseline, na 4 en na 8 maanden afgenomen: IMR Scale Self-Report, de Brief Symptom Inventory (BSI), de Norbeck Social Support Questionnaire (NSSQ), de Perceived Social Support Scale (PSSS), de Cybernetic Coping Scale (CCS) en de Coping with Symptoms Checklist (CSC). Bij de eerste evaluatie blijken de interventiegroepen significant beter te scoren op de IMR Scale Self-Report, maar niet op de NSSQ. Nadat iedereen de modules doorlopen had bleken de scores gemiddeld bij alle deelnemers op de volgende schalen zich in de gewenste richting te hebben ontwikkeld: de PSSS, de IMR Scale Self-Report en de BSI waren significant verbeterd. Ook een in groepsverband en slechts selectief aangeboden IMR-programma kan effectief zijn.
Pratt CW, Lu W, Swarbrick M & Murphy A (2011). Selective Provision of Illness Management and Recovery Modules. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 14 (4), 245-258. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Uit de internationale literatuur komen vier domeinen naar voren om recovery in de praktijk vorm te geven
De laatste jaren is het persoonlijke herstel (recovery) van personen met ernstige psychiatrische problemen in veel landen een centrale doelstelling in de GGZ geworden. Om dat concept te operationaliseren wordt in deze Engelse studie gepoogd om op grond van internationale publicaties over praktische recovery richtlijnen een overkoepelend conceptueel kader van recovery te schetsen. Er werden 30 bruikbare recovery richtlijnen, leidraden, protocollen e.d. gevonden. Hieruit destilleren de auteurs zestien dominante thema’s in vier praktische domeinen. De vier domeinen zijn: 1. Het stimuleren van burgerschap: nadruk op reïntegratie in de samenleving; 2. Organisatorische betrokkenheid: hulpverleningsinstellingen die recovery steunen stemmen aanbod op de behoefte van de patiënten af; 3. Ondersteunen van persoonlijke herstel-doelen: hulpverleners zien werken aan herstel van hun cliënten als kern van hun werk; 4. Werk relatie: de hulpverleners werken op basis van gelijkwaardigheid met hun cliënten en bevorderen gevoelens van hoop. Dit conceptueel kader kan helpen om de op herstel gerichte leidraden in de praktijk te brengen.
Le Boutillier C, Leamy M, Bird VJ, Davidson L, Williams J & Slade M (2011). What does recovery mean in practice? A qualitative analysis of international recovery-oriented practice guidance. Psychiatric Services 62 (12), 1470-1476. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Deelnemers aan Assertive Community Treatment (ACT) ervaren geen dwang en negatieve druk van hulpverleners
Sommigen beweren dat de uitgangspunten en de praktijk van ACT zo dwingend zijn dat die het herstel en een toename van empowerment in de weg staan. In deze Amerikaanse studie werd aan groep cliënten (n=65) met schizofrenie of een schizo-affectieve stoornis die gemiddeld 17 jaar aan een ACT-programma deelnamen met behulp van vragenlijsten onderzocht in hoeverre zij dwang van de ACT-staf ervaren. Gebruikt werden een speciaal voor deze studie ontworpen vragenlijst, de Perceptions of Mental Health Services Questionnaire (PMHSQ), en de Empowerment Scale (ES), de Quality of Life Questionnaire (QLQ) en de Working Alliance Inventory-Short Form (WAI-S). Uit de scores komt duidelijk naar voren dat de deelnemers weinig dwang ervaren en de ACT-hulpverleners niet als restrictief, maar eerder als stimulerend ervaren. Er zijn wel verbanden tussen een hogere ervaren dwang en een minder hoog ervaren levenskwaliteit en lagere gevoelens van empowerment.
Tschopp MK, Berven NL & Chan F (2011). Consumer Perceptions of Assertive Community Treatment Interventions. Community Mental Health Journal 47 (4), 408-414 Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Inzet ervaringsdeskundigen in reguliere GGZ behandeling stimuleert recovery van patiënten
Dit is een Brits reviewartikel naar de effecten van de inzet van ervaringsdeskundingen (Peer Support Workers–PSW) in de reguliere GGZ. Naast 7 RCT’s, worden de gegevens van 15 kwantitatieve, 14 kwalitatieve en 6 reviewartikelen bij de analyse betrokken. Bij peer support wordt ervan uitgegaan dat personen met eenzelfde achtergrond op een meer authentieke manier met GGZ-patiënten kunnen omgaan. In de literatuur worden de volgende voordelen van het inzetten van PSW voor de patiënten genoemd: 1. de patiënten worden minder vaak opgenomen; 2. de patiënten krijgen meer eigenwaarde (empowerment); 3. door de relatie met de PSW ervaren de patiënten meer sociale steun en gaan ze sociaal beter functioneren; 4.de patiënten ervaren meer empathie in de meer gelijkwaardige relatie die ze met de PSW opbouwen; 5. hierdoor ervaren de patiënten dat je kunt herstellen, wat meer hoop en minder stigma oplevert. Voor de PSW resulteert het geven van ondersteuning in een professionele omgeving in meer eigenwaarde en herstel. Enkele valkuilen zijn: de relatie kan té vriendschappelijk worden; er kan weerstand tegen de positie van de PSW bij de reguliere professionals opkomen; door de werkdruk kan de PSW soms weer terugvallen. De PSW lijkt een eigen positie binnen de GGz te gaan krijgen.
Repper J & Carter T (2011). A review of the literature on peer support in mental health services.Journal of Mental Health 20 (4), 392–411. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Cliënten die worden begeleid door Case Managers met positievere verwachtingen werken vaker en langer
De houding van belangrijke anderen kan invloed hebben op het gedrag van personen. In ambulante settings behoren case managers vaak tot het primaire steunsysteem van personen met een ernstige psychiatrische aandoening. In deze Amerikaanse studie (32 case managers en 97 cliënten met schizofrenie) wordt verondersteld dat de karaktereigenschappen van case managers een deel van de verschillen in uitkomsten bij hun cliënten kunnen verklaren. Met behulp van de speciaal ontwikkelde Case Manager Expectancy Invertory (CMEI) werden case managers met hoge en lage verwachtingen ten opzichte van de mogelijkheden van hun cliënten onderscheiden. Verder werd bij de case managers afgenomen: de Opinion About Mental Illness Scale (OMI), de Maslach Burnout Inventory (MBI), de Life Orientation Test en de Rosenberg Self-Esteem Scale (RSE). Het bleek dat de cliënten van case managers die hoge verwachtingen hadden en optimistisch gestemd waren significant meer dagen (regulier) betaald werk deden dan de cliënten van case managers met lage verwachtingen. Paradoxaal was de uitkomst dat de cliënten van case managers met specifiek hoge verwachtingen over waardevolle sociale rollen die ze denken dat hun cliënten kunnen innemen (zoals het vermogen om een carrière op te bouwen) minder dagen werkten dan de anderen. Er bleek geen verband tussen verwachtingen van case managers en de woonsituatie van de cliënten.
O’Connell MJ & Stein CH (2011). The Relationship Between Case Manager Expectations and Outcomes of Persons Diagnosed with Schizophrenia. Community Mental Health Journal 47 (4), 424-435 Trefwoord: Herstel en ondersteuning.

Intensive Psychiatric Rehabilitation (IRP) interventie leidt tot betere huisvesting en meer regulier betaald werk én meer gebruik van zorg
In deze Amerikaanse studie werden de effecten van een IRP-interventie die geënt is op de Choose-Get-Keep methode en tot doel heeft het functioneren van personen met een ernstige psychiatrische aandoening te verbeteren onderzocht. Essentieel bij deze interventie is de speciaal geschoolde IRP-begeleider. De rehabilitatie uitkomsten werden gemeten met de International Association of PsychSocial Rehabilitation Services Toolkit(IAPSRS). Het zorggebruik en de zorgkosten van de interventiegroep werden vergeleken met die van een controlegroep. Binnen de interventiegroep (N=511) werd een vergelijking gemaakt tussen degenen die de hele interventie hebben afgemaakt (d.i. minimaal één jaar; N=247), de completers, vroege drop-outs (N=171) en late drop-outs (N=93). De completers en de late drop-outs blijken significant vaker in een minder restrictieve woonomgeving te verblijven. Die situatie was bij de vroege drop-outs onveranderd. De completers blijken ook meer te werken, weliswaar niet significant meer, maar ze verdienen na dat jaar wel significant meer per maand, dit in tegenstelling tot de ander twee groepen. IRP lijkt een positief effect op het behalen van rehabilitatie doelen te hebben. Daar staat tegenover dat de completers in vergelijking met een controlegroep significant meer gebruik waren gaan maken van ambulante GGZ-hulpverlening en dat de zorgkosten dus waren toegenomen. Dit hadden de onderzoekers niet verwacht.
Ellison ML, Rogers ES, Lyass A, Massaro J, Wewiorski NJ, Hsu ST & Anthony WA (2011). Statewide Initiative of Intensive Psychiatric Rehabilitation: Outcomes and Relationship to Other Mental Health Service Use. Psychiatric Rehabilitation Journal 35 (1), 9-19. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Hiërarchisch georganiseerd Consumer Run programma minder effectief op herstel doelen dan reguliere Community Mental Health Service
In de VS zijn er twee manieren om consumer run hulpprogramma’s te organiseren: 1. Participerend democratisch model, waarbij de (ex)cliënten op alle niveaus inspraak hebben; 2. Hiërarchisch georganiseerd model met als directie een ex-cliënt en een staf van minimaal de helft ex-cliënten (COPS). In deze Amerikaanse RCT werd bekeken of een gecombineerd aanbod van behandeling in een Community Mental Health Agency (CMHA) met doorverwijzing naar een COPS inloopcentrum (COSP-CMHA) (N=86) effectiever is op vier recovery uitkomstmaten dan alleen behandeling door het CMHA (N=53). De volgende lijsten werden op base line en na 8 maanden afgenomen: Personal Empowerment Scale, deSelf-Efficacy Scale, de Independent Social Integration Scale (ISIS), de Brief Psychiatric Rating Scale Scale (BPRS) en de Hopelessness Scale. Tegen de verwachting in bleken de cliënten van de CMHA-alleen behandeling significant beter te scoren op sociale integratie, persoonlijke empowerment, en self-efficacy. De positieve verandering van deze groep was ongeveer drie keer groter ten opzichte van de COSP-CMHA-groep. Qua symptomen of gemeten hoop was er bij beide groepen weinig verandering.
Segal SP, Silverman CJ & Temkin TL (2011). Outcomes From Consumer-Operated and Community Mental Health Services: A Randomized Controlled Trial. Psychiatric Services 62 (8), 915-921. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Moeders met ernstige psychiatrische problemen hebben recht op opvoedingsondersteuning
Vrouwen met psychiatrische problemen worden even vaak moeder als gewone vrouwen. Tot nu toe zijn er -in ieder geval in de VS- erg weinig programma´s om deze vrouwen in hun moederrol te steunen. De auteur doet in dit artikel een oproep om speciale opvoedingsondersteuningsprogramma´s (Supported Parenting) te ontwikkelen die aansluiten bij de behoeftes van deze speciale groep moeders. Eerst worden de sociale- en systeembarrières beschreven (in de jaren 1920 werden vrouwen met psychiatrische problemen nog gesteriliseerd; velen denken nog steeds dat dit soort vrouwen geen kinderen kunnen opvoeden). Vervolgens wordt in kaart gebracht waaraan deze moeders behoefte hebben. Voor velen van hen geven kinderen zin aan het bestaan, hoewel ze soms niet in staat zijn goed voor ze te zorgen. Daarna wordt geschetst waaruit de ondersteuning zou kunnen bestaan. Veel van deze moeders zijn bang de voogdij over hun kinderen te verliezen. Daarom hebben ze veel moeite met het ter sprake brengen van opvoedingsproblemen. Daar moeten hulpverleners alert op zijn. De opvoedingsondersteuningsprogramma´s moeten rekening houden met iedereen die bij de opvoeding van de kinderen van deze moeders betrokken is.
David DH, Styron T & Davidson L (2011). Supported Parenting to Meet the Needs and Concerns of Mothers with Severe Mental Illness. American Journal of Psychiatric Rehabilitation, 14 (2), 137-153. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Deïnstitutionaliseringsproject bewijst dat personen met ernstige psychiatrische problemen goed buiten het psychiatrisch ziekenhuis kunnen leven
In deze Australische studie werden 181 personen, die gemiddeld 15 jaar in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen geweest waren, over een periode van 7 jaar gevolgd binnen een intensief begeleid wonen project (supported accomodation), dat als alternatief voor permanente opname in Queensland is opgezet. De metingen werden verricht 6 weken vóór ontslag, en 6, 18, 36 en 84 maanden na plaatsing in het project. Na 7 jaar bleek dat 40% van de cliënten geen enkele keer een beroep op crisisopvang had hoeven doen. De behoefte aan professionele ondersteuning nam af van gemiddeld 26 uur tot 22 uur per persoon per week na 7 jaar. Het klinische beeld, zoals gemeten met Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS) en de Life Skills Profile, veranderde niet significant. De ervaren kwaliteit van leven nam iets toe. De cliënten waren het minst tevreden over de intimiteit en het meest met de niet-klinische hulpverleners. Slechts 3% van de cliënten kwam in die 7 jaar in aanraking met justitie. De kosten van dit intensief begeleid wonen-project bedragen per persoon ongeveer de helft van die van permanente opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Hoewel 60% van de cliënten een gestructureerde sociale activiteit (werk, vrijwilligerswerk,studie, hobby) heeft, heeft slechts 4% regulier betaald werk.
Meehan T, Stedman T, Robertson S, Drake S & King R (2011). Does supported accommodation improve the clinical and social outcomes for people with severe psychiatric disability? The Project 300 experience. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 45 (7), 586–592. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Deelnemers aan Illness Management and Recovery programma leren significant beter met symptomen van schizofrenie om te gaan
In deze Zweedse RCT werden de effecten van het Illness Management and Recovery (IMR) programma op de symptomen van schizofrenie en het psychosociale functioneren gemeten (totale N=41). Het IMR-curriculum werd in kleine groepen over een periode van 9 maanden aangeboden (N=21). Er was een voormeting en een meting na 21 maanden. Omgaan met de stoornis werd gemeten met de Illness Management and Recovery Scale (IMRS), zowel de versie voor cliënten als voor clinici; psychiatrische symptomen met de Psychosis Evaluation Tool for Common Use by Caregivers (PECC); psychosociaal functioneren met de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA) en de Ways of Coping Questionnaire (WCQ); herstel met de Recovery Assessment Scale (RAS). De deelnemers aan het IMR-programma bleken beter om te gaan met de symptomen van schizofrenie, minder psychotische symptomen en negatieve symptomen te hebben, minder aan suïcide te denken en minder opnames te hebben gehad. Met name de coping-vaardigheden om steun te zoeken als er problemen zijn waren bij de IMR-groep sterk verbeterd. Het aanleren van een proactieve houding is een van de kerndoelen van IMR.
Färdig R, Lewander T, Melin L, Folke F & Fredriksson A (2011). A Randomized Controlled Trial of the Illness Management and Recovery Program for Persons With Schizophrenia. Psychiatric Services 62 (6), 606-612. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

De Critical Time Intervention vermindert risico op dakloosheid in grote mate bij net ontslagen psychiatrische patiënten met een verleden van dakloosheid
De overgangsperiode na ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis vormt een groot risico op dakloosheid voor personen met ernstige psychiatrische problemen die een verleden van dakloosheid hebben. In deze Amerikaanse RCT (totale N=150; experimentele groep N=77) wordt de effectiviteit van de Critical Time Invention (CTI) op het voorkómen van dakloosheid getest. CRI is een kortdurende case-management-achtige interventie die vooral in de periode kort voor en kort na ontslag (maximaal 9 maanden) uit het psychiatrisch ziekenhuis hulp biedt bij het ontwikkelen het eigen steun-systeem van de cliënt (er zijn gemiddeld 15 face-to-face contacten tussen de begeleider en de cliënt). De deelnemers werden over een periode van 18 maanden elke 6 weken geïnterviewd over hun woonsituatie. Na 9 maanden blijkt de CTI-groep vijf keer zo weinig kans (=20%) te hebben om dakloos te zijn dan de controlegroep. Bij degenen van de CTI-groep die meer dan 3 contacten met de begeleider hadden gehad was de kans op dakloosheid zelfs maar 10% ten opzichte van de controlegroep. De kans op succes van CRI lijkt toe te nemen als het contact tussen de begeleider en de cliënt ruim vóór het ontslag tot stand is gekomen.
Herman DB, Conover S, Gorroochurn P, Hinterland K, Hoepner L & Susser ES (2011). Randomized Trial of Critical Time Intervention to Prevent Homelessness After Hospital Discharge. Psychiatric Services 62 (7), 713-719. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Zelfmanagement interventie heeft alleen effect bij hoger opgeleiden
Zelfmanagement interventies zijn erop gericht om patiënten meer controle en verantwoordelijkheid over hun leven en ziekte te geven In deze Nederlandse studie werden data gebruikt uit de Depression in Elderly With Long-Term Afflictions (DELTA) gebruikt. In deze RCT (totale N=361) werden alleen patiënten bekeken die een lichte tot matige depressie hadden, naast diabetes of COPD. De interventiegroep (N=183) kreeg een kortdurende (gemiddeld vier contacten) zelfmanagement interventie aangeboden door getrainde verpleegkundigen. Er werd met name met reattributie- en probleemoplossende technieken gewerkt. Van iedere deelnemer werd het opleidingsniveau vastgesteld. De primaire uitkomstmaat was depressieve symptomen, die met de Beck Depression Inventory gemeten werden bij aanvang en na 3 en 9 maanden. Het bleek dat de interventie alleen bij de groep met een hoge opleiding tot een significante afname van depressieve symptomen had geleid. Het kan zijn dat mensen met een lagere opleiding meer het idee hebben dat hun omstandigheden toch niet veranderd kunnen worden. Daarmee moet men rekening houden bij het aanbieden van zelfmanagement interventies.
Bosma H, Lamers F, Jonkers CMC & Van Eijk JT (2011). Disparities by Education Level in Outcomes of a Self-Management Intervention: The DELTA Trial in the Netherlands. Psychiatric Services 62 (7), 793-795. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Personen die naast ACT ook een Illness Management and Recovery (IMR) programma volgen worden significant minder vaak opgenomen
In deze Amerikaanse retrospectieve cohort studie werd bekeken of het volgen van het IMR-programma door psychiatrische patiënten (N=498) die door Assertive Community Treatment (ACT) teams worden behandeld, invloed heeft op hun gebruik van GGZ-voorzieningen. Bij IMR krijgen de cliënten evidence-based technieken aangeleerd ter verbetering van zelfmanagement en het behalen van eigen hersteldoelen. Het IMR-curriculum bestaat uit één sessie per week over een periode van tien maanden. Van de 498 ACT-cliënten volgden er 144 IMR (=29%). Hiervan doorliep 47% het hele curriculum. Na twee jaar bleek dat de groep die IMR had gevolgd 50% minder opnamedagen had dan de groep die geen IMR had gevolgd. Tussen beide groepen was er echter geen verschil in bezoeken aan crisisopvang voorzieningen. Het lijkt erop dat IMR leert de cliënten effectiever met hun ziekte om te gaan. Er zijn aanwijzingen dat IMR minder aanslaat bij ethnische minderheden, jongeren en lager geschoolden.
Salyers MP, Rollins AL, Clendenning D, McGuire AB & Kim E (2011). Impact of Illness Management and Recovery Programs on Hospital and Emergency Room Use by Medicaid Enrollees. Psychiatric Services 62 (5), 509-515. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Het sociale isolement neemt duidelijk af bij chronisch psychiatrische patiënten die deelnemen aan het Europese EMILIA project
In het kader van het EU-project Empowerment of Mental Illness Service Users: Lifelong Learning and Action (EMILIA) wordt voor een periode van 35 maanden (startjaar 2005) trainingen en bijscholing aan psychiatrische patiënten aangeboden met als doel hun sociale integratie te bevorderen. In dit artikel wordt verslag gedaan van de wijze waarop het EMILIA-project het leven van de deelnemers (N=206) heeft veranderd door de analyse van kwalitatieve data (interviews en zelfrapportages) bij het begin en na 10 maanden verzameld bij de 8 demonstratie plaatsen: Athene, Barcelona, Bodo (Noorwegen), Londen, Parijs, Tusla (Bosnië), Warschau en Zealand (Denemarken). De meeste deelnemers rapporteren positieve veranderingen op het gebied van training, sociale netwerken en stappen in de richting van vrijwillgers of regulier betaald werk. Velen worden ingezet als ervaringsdeskundige in de GGZ. Er worden weinig verschillen gevonden in de ontwikkelingen van de deelnemers in de verschillende landen.
Ramon S, Griffiths CA, Nieminen I, Pedersen M & Dawson I (2011). Towards Social Inclusion Through Lifelong Learning in Mental Health: Analysis of Change in the Lives of the Emilia Project Service Users. International Journal of Social Psychiatry 57 (3), 211-223. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Het Wellness Self-Management (WSM) programma ondersteunt personnel met ernstige psychische stoornissen om hun individuele recovery-doelen te realiseren
In de VS is in het afgelopen decennium in het kader van het Evidence-Based Practices Project o.a. het Illness Management and Recovery Program (IMR) ontwikkeld. Tijdens de implementatie van IMR in de staat New York werd het programma zodanig aangepast dat voor een nieuwe naam werd gekozen: Wellness Self-Management (WMS). Beide programma’s hanteren gestructureerde curricula gebaseerd op recovery principes. Het doel is de deelnemers te leren met de psychiatrische symptomen om te gaan en herstel doelen na te streven. WMS verschilt op enkele punten van IMR: 1. Bij het WSM-curriculum is het werkboek van de deelnemer; 2. Er wordt met persoonlijke actieplannen gewerkt; 3. Er wordt zoveel mogelijk in groepsverband gewerkt; 4. Er wordt met kerncompetenties gewerkt. In dit artikel wordt verslag gedaan van een eerste evaluatie van de effecten van WMS waarbij de ontwikkeling van 409 deelnemers in kaart is gebracht. Het blijkt dat 75% van de deelnemers na twee jaar significante vooruitgang had geboekt bij het behalen van de zelf geformuleerde persoonlijke doelen.
Salerno A, Margolies P, Cleek A, Pollock M, Gopalan G & Jackson C (2011). Wellness Self-Management: An Adaptation of the Illness Management and Recovery Program in New York State. Psychiatric Services 62 (5), 456-458. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Er is een duidelijk verband tussen coping stijl en remissie van symptomen na één jaar bij personen met schizofrenie
Bij personen met psychotische ervaringen (en schizofrenie) kunnen twee tegengestelde coping strategieën onderscheiden worden: 1. Integrerende stijl waarbij de patiënt de ziekte als een deel van zijn eigen leven beschouwt; 2. Afsluitende stijl waarbij de patiënt afstand neemt van de symptomen en ze los van zichzelf beschouwt; deze stijl wordt geassocieerd met negatieve ervaringen in de kindertijd. In deze Nederlandse studie (N=103) wordt bekeken of er een verband is tussen een integrerende recovery stijl en remissie van schizofrenie één jaar na de 0-meting. De effecten van derecovery stijl (gemeten met de Recovery Style Questionnaire –RSQ) worden ook vergeleken met die van de therapeutische relatie (gemeten met de Working Alliance Inventory -WAI) en die van het ziekte-inzicht (gemeten met Insight Scale-IS). Het blijkt dat er een significant verband is tussen de mate waarin iemand een integrerende recovery stijl hanteert en de mate waarin de symptomen na één jaar zijn afgenomen. Dat verband wordt niet gevonden bij de sterkte van de symptomen bij 0-meting, de therapeutische relatie en het ziekte-inzicht.
Staring ABP, Van der Gaag M & Mulder CL (2011). Recovery Style Predicts Remission at One-Year Follow-Up in Outpatients With Schizophrenia Spectrum Disorders. Journal of Nervous & Mental Disease. 199(5), 295-300. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Enkele veelbelovende meetinstrumenten om de mate van herstel bij personen of de gerichtheid op herstel van instellingen te meten
In het Australische Fourth National Mental Health Plan (2009) wordt prioriteit gegeven aan herstel(recovery) en sociale integratie van personen met psychische problemen. Om te kunnen meten of er sprake is van (persoonlijk) herstel en of de GGz-instellingen het herstel van hun patiënten bevorderen zijn er valide meetinstrumenten nodig. In deze Australische studie werden meetinstrumenten opgespoord en beoordeeld volgens een aantal criteria. Instrumenten die persoonlijk herstel meten werden volgens acht hiërarchisch geordende criteria beoordeeld. O.a.: 1. Er moeten expliciet domeinen van persoonlijk herstel gemeten worden; 2. Minder dan 50 items; 3. Ze moeten wetenschappelijk onderzocht zijn en deugdelijke psychometrische eigenschappen hebben. Vier instrumenten voldoen aan alle criteria: Recovery Assessment Scale, Illness Management and Recovery Scales, Stages of Recovery Instrument en Recovery Process Inventory. Er werden zes criteria gehanteerd om de geschiktheid vast te stellen van instrumenten om de herstelgerichtheid van instellingen te meten. Veelbelovende kandidaten zijn: Recovery Oriented Systems Indicators Measure; Recovery Self Assessment; Recovery Oriented Practices Index en de Recovery Promotion Fidelity Scale.
Burgess P, Pirkis J, Coombs T & Rosen A. (2011). Assessing the value of existing recovery measures for routine use in Australian mental health services. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 45 (4), 267–280. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Respect opbrengen voor de cliënt in herstel wordt als de belangrijkste competentie gezien waarover een GGZ-hulpverlener moet beschikken
GGZ-hulpverleners hebben invloed op het herstelproces van hun cliënten: ze kunnen hoop en empowerment stimuleren óf afhankelijkheid en hopeloosheid bevorderen. In deze Amerikaanse studie worden eerst 37 competenties voor GGZ-hulpverleners geformuleerd waarvan gedacht wordt dat ze hoop en empowerment stimuleren. Via een internet survey werden drie groepen benaderd om de relevantie van die 37 competenties voor het herstel proces te scoren: GGZ-cliënten (n=603), ervaringsdeskundige GGZ-hulpverleners (n=153) en reguliere GGZ-hulpverleners (n=239). Opmerkelijk is dat de respondenten van de drie groepen het erover eens zijn dat bepaalde competenties belangrijker zijn dan andere. Dit geldt voor de competenties: echt respect hebben voor de cliënt; bij de cliënten de ontwikkeling van coping strategieën stimuleren; de cliënt als een persoon kunnen zien, los van zijn diagnose. Het opbouwen van een positieve band met de persoon van de cliënt is belangrijk voor een gunstig herstelproces.
Russinova Z, Rogers ES, Langer Ellison M & Lyass A (2011). Recovery-Promoting Professional Competencies: Perspectives of Mental Health Consumers, Consumer-Providers and Providers. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 177-185. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Hulpverleners die een training over recovery (herstel) hebben gevolgd geloven meer in herstelvermogen van cliënten
In dit Amerikaanse cross-sectionele onderzoek werd gekeken of er een verband is tussen het gevolgd hebben van een training door hulpverleners (n=318) over recovery (herstel) van cliënten, zoals IMR, WRAP, IDDT of ACT, en de houding ten opzichte van en opvatting over herstel van diezelfde hulpverleners. Bij de hulpverleners van vier Community Mental Health Centers werden vragenlijsten afgenomen over hoe ze over zichzelf denken (m.b.v. de Life Orientation Test-Revised), hoe ze over hun cliënten denken (m.b.v. de Consumer Optimism Scale) en hoe ze denken over de herstelgerichtheid van hun instelling (m.b.v. de Recovery Self-Assessment). Ook werd geïnventariseerd wat voorrecovery trainingen er gevolgd waren. Het lijkt erop dat de hulpverleners die hersteltrainingen hebben gevolgd veel positiever denken over de herstelmogelijkheden van hun cliënten en ook binnen hun instelling een gerichtheid op het realiseren van levensdoelen bij de cliënten waarnemen. Bijscholing van hulpverleners in de principes van herstel lijkt zinvol. Omdat hulpverleners invloed hebben op het herstelproces van hun cliënten is dit van belang.
Tsai J, Salyers MP & McGuire AB (2011). A Cross-Sectional Study of Recovery Training and Staff Attitudes in Four Community Mental Health Centers. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 186-193. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Aanwijzing dat op herstel gerichte hulpverlening tot betere uitkomsten bij cliënten leidt
Om de recovery-principes breder geaccepteerd te krijgen is het van belang om aan te tonen dat als deze in de hulpverlening worden toegepast ze ook effect sorteren. In deze cross-sectionele, grootschalige Canadese studie wordt empirisch onderzocht of er een verband is tussen de mate waarin 79 ACT-teams hun hulpverlening baseren op herstel-principes en de uitkomsten op cliëntniveau. De mate van hersteloriëntatie werd vastgesteld met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal door cliënten (n=1400), familieleden (n=241), teammanagers (n=66), hulpverleners (n=518). De uitkomsten werden verzameld met behulp van de Toolkit for Measuring Psychosocial Rehabilitation Outcomes (PSR). Het blijkt dat de correlaties tussen RSA-scores en PSR-uitkomsten per groep verschilt. De enige significante correlatie bij de cliënten was die tussen meer respect geven aan cliënt (= een recovery-principe) en goede uitkomsten op werkniveau. Bij de hulpverleners waren er meer significante correlaties: tussen het meer betrekken van de cliënt bij de hulpverlening (= een recovery-principe) en minder opnamedagen en grotere deelname aan begeleid leren. Er zijn dus aanwijzingen dat het toepassen van herstel-principes door ACT-teams tot gunstige uitkomsten kan leiden.
Kidd SA, George L, O’Connell M, Sylvestre J, Kirkpatrick H, Browne G, Odueyungbo AO & Davidson L (2011). Recovery-Oriented Service Provision and Clinical Outcomes in Assertive Community Treatment. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 194-201. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Deelname aan de zelf-management interventie WRAP heeft positief effect op psychiatrische symptomen en gevoelens van hoop
Het Wellness Recovery Action Plan (WRAP) is een Amerikaans zelf-management programma op basis van een handboek, speciaal ontwikkeld om personen met een psychiatrische stoornis in hun herstel-proces bij te staan. Men leert er interne en externe bronnen te identificeren om herstel beter mogelijk te maken, om vervolgens deze bronnen voor de ontwikkeling van een individueel zelf-management plan te gebruiken. WRAP–groepen bestaan uit 4 tot 12 deelnemers en komen 8 tot 12 keer wekelijks zo’n twee uur bij elkaar. Er is ondersteuning van een ervaringsdeskundige en een hulpverlener. In dit artikel wordt verslag gedaan van een quasi-experimenteel onderzoek om de effecten van WRAP te meten. Bij de experimentele groep (n=58) en de controlegroep (n=56) werden voor en na WRAP, en na 6 maanden de volgende lijsten afgenomen: Modified Colorado Symptom Index, de State Hope Scale en de Recovery Markers Questionnaire (RMQ). Het blijkt dat bij de experimentele groep na 6 maanden de psychiatrische symptomen significant zijn afgenomen en de hoop significant is toegenomen. Bij de controlegroep waren er geen veranderingen. WRAP is een veelbelovende interventie.
Fukui S, Starnino VR, Susana M, Davidson LJ, Cook K, Rapp CA & Gowdy EA (2011).Effect of Wellness Recovery Action Plan (WRAP) Participation on Psychiatric Symptoms, Sense of Hope, and Recovery. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 214-222. Trefwoord: Herstel en ondersteuning

Voor psychiatrische patiënten is het verstandig leren omgaan met geld een voorwaarde om zelfstandig in de samenleving te kunnen functioneren
In de VS krijgen 2,7 miljoen psychiatrische patiënten een sociale uitkering (SSA benefit); 1 miljoen van hen krijgt dat geld via een vertegenwoordigende begunstigde (payee). De redenen waarom de GGZ-patiënten het geld niet zelf krijgen kunnen zijn: dan kunnen ze geen alcohol of drugs kopen; ze kunnen niet met geld omgaan wegens cognitieve stoornis; ze hebben nog weinig op zichzelf gewoond; ze geven zeer veel geld uit als ze psychotisch of depressief worden. In deze Amerikaanse beschouwing wordt eerst duidelijk gemaakt hoe belangrijk geld en het beheren van geld is voor psychiatrische patiënten, om vervolgens met op herstel-principes gebaseerde voorstellen te komen om de psychiatrische patiënten beter met geld te leren omgaan. Er zijn nog geen studies over interventies om psychiatrische patiënten te leren omgaan met geld. De auteurs geven aan hoe hulpverleners vanuit de herstelprincipes hun cliënten kunnen leren beter met geld om te gaan. Het gaat dan om 1. Meer kennis bijbrengen over hoe sociale uitkeringen werken; 2. Basisvaardigheden over simpele budgeteringsmethoden trainen; 3. Trainen en begeleiden hoe ze familie en/of vrienden die financieel misbruik van hen maken beter van zich af kunnen houden.
Elbogen EB, Tiegreen J, Vaughan C, Daniel W. Bradford (2011). Money Management, Mental Health, and Psychiatric Disability: A Recovery-Oriented Model for Improving Financial Skills. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 223-231. Trefwoord: Herstel en ondersteuning