Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ernstige psychische aandoeningen 2020

Routine Outcome Monitoring (ROM) wordt wereldwijd in de ggz gebruikt om inzicht in de voortgang van de behandeling te krijgen
Routine Outcome Monitoring (ROM) is de methodiek waarbij regelmatig metingen gedaan worden van de toestand van ggz-patiënten met het oog op de evaluatie en eventueel bijsturing van de behandeling. ROM wordt de laatste jaren veel toegepast, ook in Nederland. De vragenlijsten kunnen worden ingevuld door de patiënten zelf (PROMs: patient-reported outcome measures) of door de behandelaars (ROMs: routine outcome measures). In deze Israelische systematische review (n = 103 artikelen) werden publicaties met patiënt-uitkomsten van het inzetten van ROM in bibliografische databases opgespoord en de doelen, de implementatie, de setting, de kenmerken van de vragenlijsten en de barrières voor de invoering van ROM besproken. Deze review werd volgens de PRISMA-richtlijnen uitgevoerd. Uit de review komt naar voren dat ROM meestal gericht is op de behoeftes van de patiënt en de voortgang van de behandeling om zo de kwaliteit van de behandeling te verbeteren. Tweederde van de PROMs/ROMs werd uitgevoerd in een ambulante setting en een kwart in een gecombineerde ambulant/intramurale setting. Over het algemeen wordt te weinig gerapporteerd over de details van de behandeling. De ROMs zijn meestal gericht op de geestelijke gezondheid en het psychosociaal functioneren (meest gebruikte meetinstrument: Health of the Nation Outcomes Scale -HoNOS), functionele beperkingen (veel gebruikt instrument: Global assessment of function) en symptomen (de Brief Psychiatric Rating Scale wordt vaak gebruikt). De PROMs zijn ook vaak gericht op de geestelijke gezondheid en het psychosociaal functioneren (meest gebruikt: Clinical Outcomes in Routine Evaluation-Outcome Measures – CORE-OM) en symptomen (veel verschillende instrumenten gebruikt), maar daarnaast ook op kwaliteit van leven (o.a. Short Form-36 Health Survey). Redenen om een bepaald meetinstrumenten te gebruiken zijn o.a.: de psychometrische eigenschappen, het instrument meet gezochte uitkomsten of het is een veelgebruikt meetinstrument. De frequentie van de ROM-metingen blijkt erg te variëren. ROM-projecten hebben meer kans van slagen als ze deel uitmaken van algemeen beleid en alle hulpverleners actief worden voorgelicht en gemotiveerd en begrip krijgen voor de positieve invloed die periodiek toegepaste ROM kan hebben voor de kwaliteit van de ggz.
Gelkopf M, Mazor Y, Roe D. (2020) A systematic review of patient-reported outcome measurement (PROM) and provider assessment in mental health: goals, implementation, setting, measurement characteristics and barriers. Int J Qual Health Care. 2020 Mar 11:mzz133.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

In de VS is de implementatie van het Integrated Dual Diagnosis Treatment-model de afgelopen tien jaar afgenomen
Comorbiditeit van middelenmisbruik en psychische stoornissen komt vaak voor. Beide problemen kunnen het beste in samenhang behandeld worden. Zowel de Mental Health and Addiction Equity Act (2008) als de Patient Protection and Affordable Care Act (2010) hadden in de Verenigde Staten (VS) tot doel om ggz- en verslavingszorg-instellingen te integreren. De methode met de meeste evidentie hiervoor is het Integrated Dual Diagnosis Treatment-model (IDDT). Hierbij worden de psychische problemen en de problemen met middelengebruik door hetzelfde behandelteam behandeld. In dit Amerikaanse onderzoek wordt uitgezocht in hoeverre in de VS tussen 2010 en 2018 bij ggz-behandelingen ook verslavingszorg werd aangeboden en of de implementatie van het IDDT-model verder is toegenomen. De data van de National Mental Health Services Survey (N-MHSS) van 2010, 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018, die wordt uitgevoerd door de Substance Abuse and Mental Health Services Administration (SAMSHA), werden daarvoor geanalyseerd. In de VS kunnen ggz- en verslavingszorg-voorzieningen in handen zijn van de overheid, commerciële (privé) organisaties of non-profit-organisaties (ook privé). Het bleek dat het aantal ggz-voorzieningen die ook verslavingszorg bieden in de hele VS tussen 2010 en 2018 significant is toegenomen van 50,1% tot 57,1% (n=6623 voorzieningen). Deze voorzieningen boden in 2018 (74,8%; n= 4954 voorzieningen) echter significant minder IDDT aan dan in 2010 (79,6%). Dit betekent dat 4 op de 10 ggz-voorzieningen geen verslavingszorg bieden. Het grootste deel van de ggz- en verslavingszorg wordt door non-profit-organisaties aangeboden (63%). IDDT wordt het minst aangeboden in die non-profit-organisaties (OR=0.76). IDDT is het meest geïmplementeerd in voorzieningen die door overheden gefinancierd worden. Dus hoewel bij ggz-voorzieningen meer verslavingszorg wordt aangeboden is van een echte integratie van die behandelingen (IDDT) nog geen sprake.
Spivak S, Strain EC, Spivak A, Cullen B, Ruble AE, Parekh V, Green C, Mojtabai R. (2020). Integrated dual diagnosis treatment among United States mental health treatment facilities: 2010 to 2018. Drug Alcohol Depend. 2020 May 27;213:108074.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Cognitieve Adaptatie Training uitgevoerd door verpleegkundigen verbetert het dagelijkse functioneren bij personen met zeer ernstige psychische aandoeningen
Een relatief kleine groep (17%) van de mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) kan zeer moeilijk zelfstandig wonen omdat ze last heeft van cognitieve problemen, negatieve symptomen en/of gedragsproblemen (meestal een diagnose in het schizofrenie spectrum). Deze patiënten verblijven in Nederland o.a. voor langere tijd op afdelingen van psychiatrische ziekenhuizen. De in de VS ontwikkelde Cognitieve Adaptatie Training (CAT) is een haalbare en effectieve psychosociale interventie om mensen met EPA en cognitieve problemen zelfstandiger te laten zijn in het dagelijks leven. Met behulp van omgevingshulpmiddelen en compensatiestrategieën worden cognitieve uitdagingen die mensen in de weg staan tijdens het bereiken van hun doelen en wensen gecompenseerd of omzeild. In deze Nederlandse multicenter-RCT (N totaal=89) werd de effectiviteit van een speciaal voor verpleegkundigen ontwikkelde versie van CAT onderzocht. Betrokken waren 12 verpleegkundige teams bij Lentis, Parnassia en GGZ Drenthe, die allemaal een training in de CAT-methodiek kregen, en at random aangewezen, de interventie al dan niet gingen in zetten. De primaire uitkomstmaat was het dagelijke functioneren zoals gemeten met de Multnomah Community Ability Scale (MCAS), de Social and Occupational Functioning Assessment Scale (SOFAS), de Social Functioning Scale (SFS) en de Life Skills Profile (LSP). Secundaire uitkomstmaten waren kwaliteit van leven, empowerment, negatieve sypmtomen en cognitie. De metingen werden gedaan op baseline en na 3, 6, 9 en 12 maanden en voor de CAT-groep ook nog na 15, 18, 21 en 24 maanden. Voor de analyse van de data werd o.a. multilevel modeling gebruikt. In vergelijking met de controlegroep, waren het dagelijks functioneren, de executieve functies en de visuele aandacht van de CAT-groep na 1 jaar significant verbeterd, zoals gemeten met de LSP en de SOFAS. Deze verbeteringen werden ook na 24 maanden nog gemeten. Er werd een verband gevonden tussen verbeteringen in de executieve functies en verbeterd dagelijk fucntioneren. Op de kwalititeit van leven, empowerment en negatieve symptomen had de CAT-interventie geen significante effecten.
Stiekema APM, van Dam MT, Bruggeman R, Redmeijer JE, Swart M, Dethmers M, Rietberg K, Wekking EM, Velligan DI, Timmerman ME, Aleman A, Castelein S, van Weeghel J, Pijnenborg GMH, van der Meer L. (2020). Facilitating Recovery of Daily Functioning in People With a Severe Mental Illness Who Need Longer-Term Intensive Psychiatric Services: Results From a Cluster Randomized Controlled Trial on Cognitive Adaptation Training Delivered by Nurses.
Schizophr Bull. 2020 Mar 7;46(5):1259-68.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Nederlandse hulpverleners ambivalent over nieuwe mogelijkheid om dwangmaatregelen in de thuissituatie van de patiënt te kunnen inzetten
Sinds 1 januari 2020 is in Nederland de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van kracht. Deze nieuwe wet vervangt de BOPZ en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg vanwege een psychische aandoening. Nieuw is dat de dwangbehandeling voortaan óók in de woning van de patiënt kan plaatsvinden. Tot die tijd was voor dwangbehandeling bijna altijd een dwangopname nodig. Volgens de Wvggz is nog steeds een zorgmachtiging via de rechter of een crisismaatregel via de burgemeester nodig. In dit Nederlandse onderzoek, dat vóór de invoering van de nieuwe wet werd gehouden, werd aan 40 ggz-hulpverleners die ambulante patiënten behandelen (psychiaters en psychiatrisch verpleegkundigen) gevraagd wat men van dwangbehandeling in de ambulante setting (in Nederland was dat onder de BOPZ onder de noemer ‘voorwaardelijk ontslag’ beperkt mogelijk) in het algemeen vindt én specifiek wat men van de mogelijkheid vindt om zorgdwang in thuissituatie te kunnen gaan uitvoeren. Met behulp van ggz-hulpverleners werd een vragenlijst (met 9 vragen) samengesteld met mogelijke voor- en nadelen van en problemen met betrekking tot ambulante dwangbehandeling in de thuissituatie. Als voordeel van ambulante dwangbehandeling werd vaak genoemd dat daarmee dwangopnames in psychiatrische ziekenhuizen (die heel belastend kunnen zijn) voorkomen kunnen worden. Als nadelen werden vaak genoemd: het beperkt de autonomie van de patiënt; het zet de therapeutische relatie onder druk en het kan belastend zijn voor het sociale netwerk. Men verwacht de meeste problemen met het toedienen van dwangmedicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. Ten aanzien van de toepassing van dwangmaatregelen in de thuissituatie voelen de hulpverleners zich onzeker met betrekking tot veiligheidskwesties en potentiële praktische problemen.
De Waardt DA, Van der Heijden FMMA, Rugkåsa J, Mulder CL. (2020). Compulsory treatment in patients’ homes in the Netherlands: what do mental health professionals think of this? BMC Psychiatry. 2020 Feb 24;20(1):80.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen


Confidental Infomation