Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ernstige psychische aandoeningen 2019

Psycho-educatie effectief bij behandeling van bipolaire stoornis
In steeds meer behandelrichtlijnen voor een Bipolaire Stoornis (BS) wordt aanbevolen om aan alle patiënten individuele- of groeps-psycho-educatie aan te bieden. In deze Italiaanse trial werd geëvalueerd wat de uitkomsten van psycho-educatie bij patiënten met BS over een periode van 4 jaar zijn en welke factoren een betere response voorspellen. De interventiegroep (N=57) kreeg de gewone behandeling, bestaande uit farmacotherapie + een maandelijks consult bij de psychiater (=TAU), én groeps-psycho-educatie van 21 wekelijkse sessies van 90 minuten waarin aandacht was voor bewustzijn van de ziekte, behandeltrouw, vroege waarneming van symptomen en regelmatige leefstijl. De controlegroep (N=52) kreeg alleen TAU. Alle deelnemers werden beoordeeld met de Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis I (SCID-I), de Young Mania Rating Scale (YMRS) en de Hamilton Rating Scale for Depression (HAM-D-17). De belangrijkste uitkomstmaat was het aantal en de duur van de intramurale opnames over een periode van 4 jaar. Daarnaast werd gekeken of de psycho-educatieve interventie invloed had het uitstellen van de eerste opname. De analyses werden o.a. met behulp van survival analyse en een hazard regressie model gedaan. Uit de survival analyse bleek dat de tijd tot de eerste opname bij de interventiegroep significant langer was dan bij de controlegroep. Dit gold alleen voor het eerste jaar. In de jaren daarna verdween dat verschil. Er werd over de 4-jarige periode geen significant groepsverschil gevonden met betrekking tot het aantal personen dat een keer werd opgenomen. Wel waren de opnames van de interventiegroep korter. De enige factor die een significant verband had met de tijd tot de eerste opname was “psycho-educatie gevolgd” (HR=0.53). Psycho-educatie was effectief voor alle patiënten met BS, ongeacht specifieke kenmerken.
Buizza C, Candini V, Ferrari C, Ghilardi A, Saviotti FM, Turrina C, Nobili G, Sabaudo M, De Girolamo G. (2019). The Long-Term Effectiveness of Psychoeducation for Bipolar Disorders in Mental Health Services. A 4-Year Follow-Up Study. Front Psychiatry. 2019 Nov 26;10:873.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Gevoelens van eenzaamheid groot bij mensen met psychische problemen
Eenzaamheid kan worden gedefinieerd als een negatieve emotionele toestand die ontstaat als er een subjectieve discrepantie is tussen de gewenste en de daadwerkelijke sociale relaties. Chronische eenzaamheid komt bij ongeveer 10-15% van de algemene bevolking voor. Bij mensen met psychische problemen komt eenzaamheid vaker voor, tot aan wel 40% bij mensen met een depressie. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de factoren die geassocieerd worden met eenzaamheid bij deze doelgroep. In deze Britse studie (n=399 cliënten) werd onderzocht hoe ernstig de eenzaamheid is bij mensen die door een Crisis Resolution Team (CRT) zijn behandeld en welke factoren daar onafhankelijk mee samenhangen. CRT’s zijn ambulante teams die mensen in hun thuissituatie tijdens crises bijstaan. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de UCLA Loneliness Scale (ULS-8), de Lubben Social Network Scale (LSNS-6), de Health and Lifestyles Survey Social Capital Questionnaire, de Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS). De associaties werden berekend met behulp van logistische regressie modellen. De deelnemers hadden de volgende diagnoses: schizofrenie of psychose (27%), bipolaire stoornis (16%), depressieve- en/of angststoornis (35%), persoonlijkheidsstoornis (13%) en andere stoornissen (8%). In deze groep leed 31% aan ernstige eenzaamheid. Een grotere mate van eenzaamheid werd geassocieerd met 1. Hoe langer het geleden was dat het eerste contact met de ggz had plaats gevonden des te groter de eenzaamheid (2-10 jaar: coëfficiënt=1.83, 95%BI 0.49-3.16; meer dan 10 jaar: coëfficiënt=1.91, 95%BI 0.46-3.36) en 2. Ernstigere affectieve symptomen (coëfficiënt=0.32, 95%BI 0.23-040). Minder ernstige eenzaamheid werd geassocieerd met 1. Een groter sociaal netwerk (coëfficiënt=-0.56, 95%BI -0.76 – -0.36) en 2. Groter sociaal kapitaal (coëfficiënt=-0.16, 95%BI 0.31 – -0.003). Hulpverleners zouden zich meer bewust moeten zijn van de gevoelens van eenzaamheid bij hun cliënten.
Wang J, Lloyd-Evans B, Marston L, Ma R, Mann F, Solmi F, Johnson S. (2019). Epidemiology of loneliness in a cohort of UK mental health community crisis service users. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Jun 20.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Cognitieve ontwikkeling door middel van CRT voorspeld door premorbide IQ, cognitie op baseline en progressie in trainingstaak
Een groot deel van de mensen met schizofrenie heeft cognitieve problemen. Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) is ontwikkeld om cognitieve gebreken te verlichten met het doel functionele uitkomsten te verbeteren. Uit alle meta-analyses naar de werkzaamheid van CRT komen kleine tot matige effecten naar voren zonder dat duidelijk is welke factoren de meeste invloed hebben op de uitkomsten op individueel niveau. In deze Australische systematische review (n= 40 artikelen) werden alle relevante meta-analyses en reviews nauwgezet geanalyseerd en beoordeeld op de cognitieve uitkomsten van alle mogelijk relevante voorspellers op cognitieve vooruitgang. Voor de analyse werd de Preferred Reporting Items for Systematic Reviews and Meta-Analysis (PRISMA) gebruikt. De synthese richtte zich op 20 voorspellers die minimaal in drie verschillende studies als mogelijk relevant genoemd werden. De voorspellers, ingedeeld bij vijf hoofdcategorieën, waren: I. Demografische factoren: etniciteit, premorbide IQ, huidige IQ, geslacht, aantal jaren onderwijs, leeftijd(sgroep). II. Klinische factoren: diagnose, totale PANSS score, PANSS positieve symptomen, PANSS negatieve symptomen, dosis antipsychotica, type antipsychotica, aantal opnames, duur van de stoornis. III. Cognitie op baseline: werkgeheugen, verbaal geheugen, redeneren & probleemoplossend vermogen. IV. CRT-interventie: verbetering op CRT-taken als gevolg van CRT, dosis (=aantal uren CRT-training). V. Genetische factoren. Er werd een sterke associatie gevonden tussen een hogere premorbide IQ en de cognitie gemeten op baseline enerzijds en vooruitgang op de cognitieve domeinen werkgeheugen en redeneren & probleemoplossend vermogen tijdens de CRT-interventie anderzijds. Tevens werd een associatie gevonden tussen verbeteringen in de CRT-trainingstaken en een algemene verbetering van de cognitieve vermogens. Voor alle andere factoren werden geen sterke verbanden gevonden.
Reser MP, Slikboer R, Rossell SL. (2019). A systematic review of factors that influence the efficacy of cognitive remediation therapy in schizophrenia. Aust N Z J Psychiatry. Jul;53(7):624-641.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Tegen de verwachting in blijken na de behandeling de gemeten HoNOS-symptomen meer met elkaar verbonden dan ervoor
Uitkomsten van behandelingen worden in de ggz meestal vastgesteld aan de hand van veranderingen in individuele scores van meetinstrumenten. Hierbij blijft de interactie tussen de (gemeten) symptomen buiten beschouwing. Het is aangetoond dat symptomen van psychische stoornissen elkaar beïnvloeden. Volgens het netwerkperspectief wordt een stoornis verergerd als de verbondenheid tussen de symptomen toeneemt. In deze Nieuw-Zeelandse/Nederlandse studie werden de uitkomsten van individuele scores vergeleken met een symptoom netwerkanalyse na een jaar behandeling in de ambulante ggz (n=137). Op beide meetmomenten werd de Health of the Nations Outcomes Scales (HoNOS) afgenomen. De HoNOS bestaat uit 12 schalen waarmee de psychiatrische symptomen, de fysieke gezondheid, het sociale functioneren en de leefomstandigheden worden gemeten. In de symptoom netwerkanalyse werden de HoNOS-items als individuele items én als associaties van items verwerkt. Het bleek dat de HoNOS score na één jaar significant lager was dan op baseline. Dat betekent dat de behandeling positieve effecten had gehad, hoewel 40% van de patiënten niet echt vooruit was gegaan. Uit de netwerkanalyse bleek dat de verbondenheid tussen de verschillende symptomen zeer sterk was toegenomen. Dit was niet verwacht op grond van de individuele scores. Er werden significante toenames gevonden in de verbindingen van de psychische symptomen (overactief gedrag & middelenmisbruik) tussen mentale en sociale symptomen (overactief gedrag & problemen met relaties) en tussen de sociale symptomen onderling. Het lijkt erop dat uit de netwerkanalyse naar voren komt dat de complexiteit van de stoornis na één jaar is toegenomen en er een grotere kans op terugval is.
Barbalat G, van den Bergh D, Kossakowski JJ. (2019). Outcome measurement in mental health services: insights from symptom networks. BMC Psychiatry. Jun 28;19(1):202.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

De STEPWISE life style interventie voor mensen met een psychotische stoornis heeft op lange termijn geen effect
De vroegtijdige dood van mensen met schizofrenie wordt voor driekwart veroorzaakt door lichamelijke ziekten, die voor een deel in verband staan met overgewicht en obesitas. In de UK is op instigatie van de NHS een groepsgewijze lifestyle interventie ontwikkeld die gebaseerd is op de laatste inzichten: STEPWISE. In dit Engelse onderzoek wordt verslag gedaan van een RCT waarin de STEPWISE-interventie (n=208) werd vergeleken met Treatment As Usual (TAU). De deelnemers werden geworven in 10 Engelse instellingen en hadden als diagnose: schizofrenie, schizo-affectieve stoornis of eerste psychotische episode. De STEPWISE-interventie duurde 12 maanden. Tijdens de eerste vier weken waren er wekelijks groepssessies van 2,5 uur. Daarna was er elke 2 weken individueel telefonisch contact met alle deelnemers. Er waren booster groepssessies na 4, 7 en 10 maanden. De primaire uitkomstmaat was gewichtsverandering na 12 maanden. Secundaire uitkomstmaten: verandering in dieet, lichamelijke activiteit en biomedische maten. Ook werd een kosten-effectiviteitsanalyse uitgevoerd. Na 12 maanden was tussen de groepen geen verschil in gewichtsafname (mean difference: 0.0 kg, 95% BI -1.6 tot +1.7, P=0.963). De lichamelijk activiteiten, het dieet en de biomedische maten waren niet veranderd. De STEPWISE-interventie werd door de cliënten en hulpverleners wel positief ontvangen. Enkele soortgelijke trials in de VS bleken wel effectief (ACIEVE; STRIDE). In hun nadere analyse van de verschillen tussen STEPWISE en de effectieve Amerikaanse trials wijzen de auteurs er op dat in de Amerikaanse interventies de begeleiding intensiever was en dat de deelnemers in meerderheid andere stoornissen hadden dan (ernstige) psychotische stoornissen.
Holt RIG, Gossage-Worrall R, Hind D, Bradburn MJ, McCrone P, Morris T, Edwardson C, Barnard K, Carey ME, Davies MJ, Dickens CM, Doherty Y, Etherington A, French P, Gaughran F, Greenwood KE, Kalidindi S, Khunti K, Laugharne R, Pendlebury J, Rathod S, Saxon D, Shiers D, Siddiqi N, Swaby EA, Waller G, Wright S. (2019). Structured lifestyle education for people with schizophrenia, schizoaffective disorder and first-episode psychosis (STEPWISE): randomised controlled trial. Br J Psychiatry.  Feb;214(2):63-73.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Persoonsgerichte vroege psychose interventie programma’s gericht op jongeren en jongvolwassenen, zonder leeftijdsdrempels, zijn zeer veelbelovend
In veel landen is het zo geregeld dat als een jongere voor de wet volwassen wordt (in Nederland 18 jaar) hij of zij dan organisatorisch onder andere wettelijke regelingen en hulpverleningsinstellingen valt. De meeste psychische problemen manifesteren zich tussen de 15 en 24 jaar. Voor de continuïteit van zorg zou het beter zijn als de cliënt zo weinig mogelijk merkt als hij/zij meerderjarig wordt. In deze Canadese Health Technology Assessment (HTA) werd geëvalueerd hoe werkzaam programma’s in de ggz zijn waarbij de toegang niet afhankelijk is van of iemand juridische minder- of meerderjarig is, maar waarin adolescenten en jongvolwassenen beide worden opgenomen en behandeld. Daartoe werd een systematische review van systematische reviews uitgevoerd naar de werkzaamheid van programma’s en diensten in de ggz waarbij adolescenten én jongvolwassenen behandeld worden. Er werden vijf relevante systematisch reviews gevonden, waarvan er drie gericht waren op vroege interventie programma’s voor psychoses en twee op algemene voorwaarden voor een persoonsgerichte ggz waarbij de verschillende sectoren nauw samen werken. De vroege interventie psychose (VIP)-programma’s zijn zeer veelbelovend. Jonge mensen die door VIP-teams worden begeleid kennen minder opnames in psychiatrische ziekenhuizen en herstellen sneller. De Duur van de Onbehandelde Psychose (DOP) wordt alleen korter als een VIP-interventie gepaard gaat met publiekscampagnes waarbij jongeren met psychische problemen worden aangemoedigd hulp te gaan zoeken. Organisatorische componenten van de VIP-aanpak kunnen gebruikt worden voor het opzetten van soortgelijke programma’s voor andere psychische problemen waarbij de nadruk ligt op continuïteit van behandeling.
Ly A, Tremblay GA, Beauchamp S. (2019). “What is the efficacy of specialised early intervention in mental health targeting simultaneously adolescents and young adults?” An HTA. Int J Technol Assess Health Care. Jan;35(2): 134-140.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Op basis van ROM-uitkomsten zijn er zes homogene subgroepen van patiënten met een ernstige psychische aandoening (EPE) te onderscheiden
Routine Outcome Monitoring (ROM) wordt overal (ook in Nederland) gebruikt om de effectiviteit van de ggz hulpverlening te bepalen. In deze Nederlandse studie (n=2660) werden de data gebruikt van patiënten die tussen 2011 en 2016 door 29 Flexible Assertive Community Treatment (FACT)-teams werden behandeld en waarvan voor een tweejaarlijkse periode de ROM-gegevens compleet waren: de 2660 patiënten vormden 39% van het totaal aantal door de 29 FACT-teams behandelde patiënten. De patiënten hadden een psychotische stoornis (65%), stemmingsstoornis (23%), persoonlijkheidsstoornis (16%) en/of een co-morbide middelenstoornis (24%). In Nederland bestaat de ROM uit: 1. Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS): door hulpverleners ingevuld; stelt psychosociale problemen vast; 2. Camberwell Assessment of Needs Short Appraisal Schedule: meet sociale en medische behoeftes; 3. Cumulative Needs for Care Monitor (CNMC): meet kwaliteit van leven; 4. Sociaal-demografische en klinische kenmerken. Over de data werd een Latent Class Growth Analysis (LCGA) uitgevoerd. Uit de klasse-analyse kwamen zes subgroepen naar voren die eenzelfde verloop van de HoNOS-scores hadden: 1. Stabiel met weinig problemen (27%); 2. Stabiel met weinig tot matige problemen (45%); 3. Stabiel met matige tot veel problemen (20%); 4. Stabiel met constant veel problemen (4 %); 5. Snelle afname van problemen (2%); 6. Snelle toename van problemen (2%). De groep met constant veel problemen én de groep die snel verslechterde hadden relatief weinig personen met een psychotische stoornis en relatief veel personen met een verslavingsprobleem of een persoonlijkheidsstoornis. Het grootste deel van de patiënten bleef in de twee waarnemingsjaren tamelijk stabiel en hun onvervulde behoeftes namen af. De groep met co-morbide verslavingsproblemen, angststoornissen en/of persoonlijkheidsstoornissen wordt het slechts bediend door de FACT-teams.
Kortrijk H, Schaefer B, Van Weeghel J, Mulder CL, Kamperman A. (2019). Trajectories of patients with severe mental illness in two-year contact with Flexible Assertive Community Treatment teams using Routine Outcome Monitoring data: An observational study. PLoS One. Jan 9;14(1): e0207680.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Mensen met EPA én een verstandelijke beperking hebben bijna altijd een traumatische gebeurtenis meegemaakt
Mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) zijn veel vaker slachtoffer van mishandeling (47%) of seksueel misbruik (37%) en lijden veel vaker aan een post-traumatische stressstoornis (PTSS) (30%) dan de algemene bevolking (resp. 21%, 23% en 7%). Er zijn aanwijzingen dat onder de mensen met EPA meer dan 40% een Lichte Verstandelijke Beperking (LVB) (IQ 50-70) hebben óf Zwakbegaafd (ZB) (IQ 70-85) zijn. In dit Nederlandse onderzoek (n=570) werd gezocht hoe vaak mensen met EPA trauma’s hadden meegemaakt of aan PTSS lijden én of er verschil in deze prevalenties is tussen de LVB/ZB-groep en de groep zonder verstandelijke beperking. Alle patiënten die door 4 Flexible Assertive Community Treatment (FACT)-teams in drie regio’s werden behandeld in de periode 2015-2017 werden voor dit onderzoek gescreend. Van deze instroom werd 69% geïncludeerd. Trauma’s en PTSS werden gescreend met de Trauma Screening Questionnaire (TSQ) en LVB/ZB met de Screener voor Intelligentie en Licht verstandelijke beperking (SCIL). Beide instrumenten hebben een goede betrouwbaarheid. Bij 85% van de deelnemers werden één of meer trauma’s gevonden en 42% had waarschijnlijk een PTSS (uitkomsten van screeners gebruikt, geen diagnostisch instrument). Volgens de SCIL had 40% van de patiënten een verstandelijke beperking (=LVB + ZB) en 20% was Licht Verstandelijk Beperkt (LVB). De LVB/ZB-groep had meer traumatische ervaringen dan de groep zonder verstandelijke beperking: 1.89 bij ZB, 1.75 bij LVB en 1.41 bij de rest. Vrouwen (61%) in de LVB/ZB-groep waren significant vaker het slachtoffer van seksueel misbruik dan de mannen (23%) in deze groep. In de LVB/ZB-groep werd bij 47,8% een PTSS vermoed (volgens de TSQ) tegenover 37,6% in de niet-LVB/ZB-groep. Gezien deze prevalenties adviseren de auteurs om in de ggz standaard te gaan screenen op trauma’s, PTSS en verstandelijke beperkingen.
Nieuwenhuis JG, Smits HJH, Noorthoorn EO, Mulder CL, Maria Penterman EJ, Inge Nijman HL. (2019). Not recognized enough: The effects and associations of trauma and intellectual disability in severely mentally ill outpatients. Eur Psychiatry. May;58: 63-69.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen