Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ernstige psychische aandoeningen 2019

De STEPWISE life style interventie voor mensen met een psychotische stoornis heeft op lange termijn geen effect
De vroegtijdige dood van mensen met schizofrenie wordt voor driekwart veroorzaakt door lichamelijke ziekten, die voor een deel in verband staan met overgewicht en obesitas. In de UK is op instigatie van de NHS een groepsgewijze lifestyle interventie ontwikkeld die gebaseerd is op de laatste inzichten: STEPWISE. In dit Engelse onderzoek wordt verslag gedaan van een RCT waarin de STEPWISE-interventie (n=208) werd vergeleken met Treatment As Usual (TAU). De deelnemers werden geworven in 10 Engelse instellingen en hadden als diagnose: schizofrenie, schizo-affectieve stoornis of eerste psychotische episode. De STEPWISE-interventie duurde 12 maanden. Tijdens de eerste vier weken waren er wekelijks groepssessies van 2,5 uur. Daarna was er elke 2 weken individueel telefonisch contact met alle deelnemers. Er waren booster groepssessies na 4, 7 en 10 maanden. De primaire uitkomstmaat was gewichtsverandering na 12 maanden. Secundaire uitkomstmaten: verandering in dieet, lichamelijke activiteit en biomedische maten. Ook werd een kosten-effectiviteitsanalyse uitgevoerd. Na 12 maanden was tussen de groepen geen verschil in gewichtsafname (mean difference: 0.0 kg, 95% BI -1.6 tot +1.7, P=0.963). De lichamelijk activiteiten, het dieet en de biomedische maten waren niet veranderd. De STEPWISE-interventie werd door de cliënten en hulpverleners wel positief ontvangen. Enkele soortgelijke trials in de VS bleken wel effectief (ACIEVE; STRIDE). In hun nadere analyse van de verschillen tussen STEPWISE en de effectieve Amerikaanse trials wijzen de auteurs er op dat in de Amerikaanse interventies de begeleiding intensiever was en dat de deelnemers in meerderheid andere stoornissen hadden dan (ernstige) psychotische stoornissen.
Holt RIG, Gossage-Worrall R, Hind D, Bradburn MJ, McCrone P, Morris T, Edwardson C, Barnard K, Carey ME, Davies MJ, Dickens CM, Doherty Y, Etherington A, French P, Gaughran F, Greenwood KE, Kalidindi S, Khunti K, Laugharne R, Pendlebury J, Rathod S, Saxon D, Shiers D, Siddiqi N, Swaby EA, Waller G, Wright S. (2019). Structured lifestyle education for people with schizophrenia, schizoaffective disorder and first-episode psychosis (STEPWISE): randomised controlled trial. Br J Psychiatry.  Feb;214(2):63-73.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Persoonsgerichte vroege psychose interventie programma’s gericht op jongeren en jongvolwassenen, zonder leeftijdsdrempels, zijn zeer veelbelovend
In veel landen is het zo geregeld dat als een jongere voor de wet volwassen wordt (in Nederland 18 jaar) hij of zij dan organisatorisch onder andere wettelijke regelingen en hulpverleningsinstellingen valt. De meeste psychische problemen manifesteren zich tussen de 15 en 24 jaar. Voor de continuïteit van zorg zou het beter zijn als de cliënt zo weinig mogelijk merkt als hij/zij meerderjarig wordt. In deze Canadese Health Technology Assessment (HTA) werd geëvalueerd hoe werkzaam programma’s in de ggz zijn waarbij de toegang niet afhankelijk is van of iemand juridische minder- of meerderjarig is, maar waarin adolescenten en jongvolwassenen beide worden opgenomen en behandeld. Daartoe werd een systematische review van systematische reviews uitgevoerd naar de werkzaamheid van programma’s en diensten in de ggz waarbij adolescenten én jongvolwassenen behandeld worden. Er werden vijf relevante systematisch reviews gevonden, waarvan er drie gericht waren op vroege interventie programma’s voor psychoses en twee op algemene voorwaarden voor een persoonsgerichte ggz waarbij de verschillende sectoren nauw samen werken. De vroege interventie psychose (VIP)-programma’s zijn zeer veelbelovend. Jonge mensen die door VIP-teams worden begeleid kennen minder opnames in psychiatrische ziekenhuizen en herstellen sneller. De Duur van de Onbehandelde Psychose (DOP) wordt alleen korter als een VIP-interventie gepaard gaat met publiekscampagnes waarbij jongeren met psychische problemen worden aangemoedigd hulp te gaan zoeken. Organisatorische componenten van de VIP-aanpak kunnen gebruikt worden voor het opzetten van soortgelijke programma’s voor andere psychische problemen waarbij de nadruk ligt op continuïteit van behandeling.
Ly A, Tremblay GA, Beauchamp S. (2019). “What is the efficacy of specialised early intervention in mental health targeting simultaneously adolescents and young adults?” An HTA. Int J Technol Assess Health Care. Jan;35(2): 134-140.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Op basis van ROM-uitkomsten zijn er zes homogene subgroepen van patiënten met een ernstige psychische aandoening (EPE) te onderscheiden
Routine Outcome Monitoring (ROM) wordt overal (ook in Nederland) gebruikt om de effectiviteit van de ggz hulpverlening te bepalen. In deze Nederlandse studie (n=2660) werden de data gebruikt van patiënten die tussen 2011 en 2016 door 29 Flexible Assertive Community Treatment (FACT)-teams werden behandeld en waarvan voor een tweejaarlijkse periode de ROM-gegevens compleet waren: de 2660 patiënten vormden 39% van het totaal aantal door de 29 FACT-teams behandelde patiënten. De patiënten hadden een psychotische stoornis (65%), stemmingsstoornis (23%), persoonlijkheidsstoornis (16%) en/of een co-morbide middelenstoornis (24%). In Nederland bestaat de ROM uit: 1. Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS): door hulpverleners ingevuld; stelt psychosociale problemen vast; 2. Camberwell Assessment of Needs Short Appraisal Schedule: meet sociale en medische behoeftes; 3. Cumulative Needs for Care Monitor (CNMC): meet kwaliteit van leven; 4. Sociaal-demografische en klinische kenmerken. Over de data werd een Latent Class Growth Analysis (LCGA) uitgevoerd. Uit de klasse-analyse kwamen zes subgroepen naar voren die eenzelfde verloop van de HoNOS-scores hadden: 1. Stabiel met weinig problemen (27%); 2. Stabiel met weinig tot matige problemen (45%); 3. Stabiel met matige tot veel problemen (20%); 4. Stabiel met constant veel problemen (4 %); 5. Snelle afname van problemen (2%); 6. Snelle toename van problemen (2%). De groep met constant veel problemen én de groep die snel verslechterde hadden relatief weinig personen met een psychotische stoornis en relatief veel personen met een verslavingsprobleem of een persoonlijkheidsstoornis. Het grootste deel van de patiënten bleef in de twee waarnemingsjaren tamelijk stabiel en hun onvervulde behoeftes namen af. De groep met co-morbide verslavingsproblemen, angststoornissen en/of persoonlijkheidsstoornissen wordt het slechts bediend door de FACT-teams.
Kortrijk H, Schaefer B, Van Weeghel J, Mulder CL, Kamperman A. (2019). Trajectories of patients with severe mental illness in two-year contact with Flexible Assertive Community Treatment teams using Routine Outcome Monitoring data: An observational study. PLoS One. Jan 9;14(1): e0207680.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Mensen met EPA én een verstandelijke beperking hebben bijna altijd een traumatische gebeurtenis meegemaakt
Mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) zijn veel vaker slachtoffer van mishandeling (47%) of seksueel misbruik (37%) en lijden veel vaker aan een post-traumatische stressstoornis (PTSS) (30%) dan de algemene bevolking (resp. 21%, 23% en 7%). Er zijn aanwijzingen dat onder de mensen met EPA meer dan 40% een Lichte Verstandelijke Beperking (LVB) (IQ 50-70) hebben óf Zwakbegaafd (ZB) (IQ 70-85) zijn. In dit Nederlandse onderzoek (n=570) werd gezocht hoe vaak mensen met EPA trauma’s hadden meegemaakt of aan PTSS lijden én of er verschil in deze prevalenties is tussen de LVB/ZB-groep en de groep zonder verstandelijke beperking. Alle patiënten die door 4 Flexible Assertive Community Treatment (FACT)-teams in drie regio’s werden behandeld in de periode 2015-2017 werden voor dit onderzoek gescreend. Van deze instroom werd 69% geïncludeerd. Trauma’s en PTSS werden gescreend met de Trauma Screening Questionnaire (TSQ) en LVB/ZB met de Screener voor Intelligentie en Licht verstandelijke beperking (SCIL). Beide instrumenten hebben een goede betrouwbaarheid. Bij 85% van de deelnemers werden één of meer trauma’s gevonden en 42% had waarschijnlijk een PTSS (uitkomsten van screeners gebruikt, geen diagnostisch instrument). Volgens de SCIL had 40% van de patiënten een verstandelijke beperking (=LVB + ZB) en 20% was Licht Verstandelijk Beperkt (LVB). De LVB/ZB-groep had meer traumatische ervaringen dan de groep zonder verstandelijke beperking: 1.89 bij ZB, 1.75 bij LVB en 1.41 bij de rest. Vrouwen (61%) in de LVB/ZB-groep waren significant vaker het slachtoffer van seksueel misbruik dan de mannen (23%) in deze groep. In de LVB/ZB-groep werd bij 47,8% een PTSS vermoed (volgens de TSQ) tegenover 37,6% in de niet-LVB/ZB-groep. Gezien deze prevalenties adviseren de auteurs om in de ggz standaard te gaan screenen op trauma’s, PTSS en verstandelijke beperkingen.
Nieuwenhuis JG, Smits HJH, Noorthoorn EO, Mulder CL, Maria Penterman EJ, Inge Nijman HL. (2019). Not recognized enough: The effects and associations of trauma and intellectual disability in severely mentally ill outpatients. Eur Psychiatry. May;58: 63-69.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen