Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ernstige psychische aandoeningen 2017

Geïntegreerde gezondheidsvoorlichtingsinterventie heeft weinig effect op cardiovasculaire risicofactoren bij mensen met een psychose
Mensen met ernstige psychische problemen leven veel korter dan de gemiddelde bevolking en dat komt voor een groot deel omdat ze vaak diabetes, het metabool syndroom of cardiovasculaire ziektes ontwikkelen. Voor een groot deel wordt dat veroorzaakt door leefstijlfactoren zoals weinig bewegen, roken, overmatig alcohol gebruik en slechte voeding. Er wordt gezocht naar (kosten)-effectieve manieren om het cardiovasculaire risico bij cliënten in de ambulante geestelijke gezondheidszorg te verminderen. In dit Engelse onderzoek wordt verslag gedaan van de ontwikkeling van een specifieke gezondheidsvoorlichtingsinterventie (de IMPaCT-therapie) die tot doel heeft de fysieke gezondheid en middelenmisbruik bij mensen met een psychose te beïnvloeden én van een RCT waarin de effecten van de IMPaCT-therapie werden getest. In totaal waren er 104 zorgcoördinatoren en 406 patiënten bij de RCT betrokken. Het was een tweearmig, multicenter onderzoek dat werd uitgevoerd in 5 NHS GGz-instellingen: de IMPACT-groep en de Treatment as Usual (TAU)-groep. Er werd gemeten op baseline, na 12 en na 15 maanden. In de IMPaCT-therapie worden technieken uit de motiverende gespreksvoering en de cognitieve gedragstherapie gebruikt om met de patiënten thema’s als meer bewegen, eetpatroon, roken, alcohol en cannabis gebruik te bespreken. De primaire uitkomstmaat was de fysieke (waarbij o.a. HDL, LDL, HBA1c en CRP werden vastgesteld) en geestelijke gezondheid sub-schalen van de Short-form-36 (SF-36) vragenlijst. In vergelijking met de TAU-groep, bleek de IMPaCT therapie geen significant effect te hebben op de totale SF-36 scores na 12 of 15 maanden. Wel waren de HDL cholesterol scores in de IMPacT-groep meer verbeterd dan in de TAU-groep. De 22% van de patiënten die meer dan 180 minuten IMPaCT-therapie had gekregen, had een significant grotere afname van de buikomvang dan de TAU-groep.
Gaughran F, Stahl D, Ismail K, Greenwood K, Atakan Z, Gardner-Sood P, Stubbs B, Hopkins D, Patel A, Lally J, Lowe P, Arbuthnot M, Orr D, Corlett S, Eberhard J, David AS, Murray R, Smith S; IMPaCT Team. (2017). Randomised control trial of the effectiveness of an integrated psychosocial health promotion intervention aimed at improving health and reducing substance use in established psychosis (IMPaCT). BMC Psychiatry. Dec 28;17(1):413.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Conceptueel model beschrijft de vijf dimensies van sociaal isolement bij personen met psychische problemen
Sociale relaties zijn belangrijk voor de geestelijke gezondheid. Over het algemeen ervaren personen die met de GGz in aanraking komen meer eenzaamheid en hebben ze kleinere sociale netwerken dan de algemene bevolking. Bij personen met een ernstige psychische aandoening (EPA) zijn er verbanden tussen sociaal isolement enerzijds en ernstigere wanen en gebrek aan ziekte-inzicht anderzijds. In deze Engelse conceptuele en methodologische review werd met behulp van literatuuronderzoek en het consulteren van experts een algeheel kader van sociaal isolement en gerelateerde concepten op het terrein van de geestelijke gezondheid in kaart gebracht. De volgende concepten worden in verband gebracht met sociaal isolement: sociaal isolement, eenzaamheid, sociale steun, sociaal netwerk, sociaal kapitaal, vertrouwde relaties en vervreemding. Uit het onderzoek komen vijf domeinen naar voren waarmee het hele concept van sociaal isolement wordt gedekt: 1. Sociaal netwerk (kwantiteit): verwijst naar de hoeveelheid personen die iemand kent; 2. Sociaal netwerk (structuur): verwijst naar de kenmerken van de sociale contacten; 3. Sociaal netwerk (kwaliteit): verwijst naar hoe de kwaliteit van de relaties ervaren wordt; 4. Beoordeling van de sociale relaties (emotioneel): verwijst naar het oordeel over de invloed van de relaties; 5. Beoordeling van de sociale relaties (hulpbronnen): verwijst naar het oordeel over de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van sociale relaties. Er werden ook meetinstrumenten opgespoord waarmee deze vijf concepten gemeten kunnen worden: Social Network Schedule (SNS), Network Analysis Profile (NAP), University of California at Los Angeles (UCLA) Loneliness Scale (ULS) en de Resource Generator-UK (RG-UK).
Wang J, Lloyd-Evans B, Giacco D, Forsyth R, Nebo C, Mann F, Johnson S. (2017). Social isolation in mental health: a conceptual and methodological review. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Dec;52(12):1451-1461.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Nieuwe FACT-teams in VK gunstig voor cliënten die eerst onder een team van de ambulante GGZ vielen
Sinds 2014 worden in het Verenigd Koninkrijk (VK) de aparte Assertive Communtiy Treatment (ACT)-teams afgebouwd en opgenomen in de algemene teams van de ambulante GGz (Community Mental Health Teams-CMHT-teams). Op sommige plaatsen zijn nieuwe (goedkopere) flexibele ACT-teams (FACT-teams) opgericht, waarvan cliënten intensieve ambulante hulp kunnen krijgen op een wijze die gedeeltelijk op de ACT-principes gebaseerd is (wel minder persoonlijk contact). Uit een observationele studie kwam naar voren dat de FACT-teams niet negatief uitpakten voor cliënten die daarvóór werden ondersteund door een ACT-team of Crisis Resolution Home Treatment Team (CRHT). In deze Britse evaluatiestudie werd onderzocht of personen die eerst door een CMHT-team werden ondersteund en nu door een FACT-team daar voordelen van ondervonden in het district South Warwickshire. Er werden 380 personen die vóór de transitie door 3 CMHT-teams en 95 personen (allen met een geschiedenis met een psychose) die vóór de transitie door een ACT-team geholpen werden en na de transitie door 3 FACT-teams werden ondersteund gevolgd. De data van het jaar vóór de transitie en een jaar na de transitie werden met elkaar vergeleken. Het bleek dat personen die voor de transitie door een CMHT-team werden geholpen, na de introductie van het FACT-model minder intramurale opnames hadden. In mindere mate gold dat ook voor degenen die eerst door het ACT-team werden geholpen. Beide groepen hadden minder vaak crisisinterventie door het CRHT nodig. De auteurs merken wel op dat degenen die door de FACT-teams werden behandeld, al jaren daarvoor door ACT-teams waren behandeld. Het lijkt erop dat het FACT-model beter is voor de behandeling van personen met een psychotische stoornis, die daarvoor door een CMHT-team werden behandeld, omdat ze door de FACT-aanpak minder een beroep op acute hulpverleningsdiensten hoeven te doen.
Sood L, Owen A, Onyon R, Sharma A, Nigriello J, Markham D, Seabrook H. (2017). Flexible assertive community treatment (FACT) model in specialist psychosis teams: an evaluation. BJPsych Bull. Aug;41(4):192-196.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Scoping review: gemene deler achter de ambulante interventies voor personen met een ernstige psychische aandoening (EPA) is de therapeutische alliantie
Uit de literatuur komt naar voren dat niet-specifieke, gemeenschappelijk factoren vaak meer invloed hebben op het effect van behandelingen dan de technische en protocollaire aspecten van een behandeling. In deze Australische scoping review werd nagegaan wat de bewijzen zijn van de invloed van gemeenschappelijke factoren op interventies die in de ambulante zorg voor EPA-cliënten zijn ontwikkeld. In een scoping review wordt gepoogd de onderliggende concepten van een onderzoeksgebied in beeld te krijgen, zonder een kwaliteitstoets van de gevonden onderzoeken. Bij de ambulante interventies  gaat het om interventies zoals assertive community treatment (ACT), begeleid wonen en begeleid werken. Er werden 60 relevante studies gevonden, waarvan het grootste deel in de Angelsaksische landen is uitgevoerd. In methodologisch opzicht verschillen de studies erg van elkaar. Het bleek dat de grootste gemene deler die uit de studies naar voren kwam gericht is op de relatie tussen de cliënt en de hulpverlener. Het gaat om 47 kwantitatieve en 13 kwalitatieve studies. De meeste studies zijn gericht op de therapeutische alliantie als voorspeller van klinische uitkomsten. Er worden verschillende meetinstrumenten gebruikt om die relatie te meten: de Working Alliance Inventory, de Helping Alliance Scale en de Therapeutic Alliance Scale. In bijna alle onderzoeken werd een vorm van case-management of een andere vorm van psychosociale rehabilitatie aangeboden. Een algehele tendens die uit de studies naar voren komt is dat de ontwikkeling van een positieve therapeutische alliantie is gerelateerd aan betere uitkomsten. De kwaliteit van de therapeutische relatie is van groot belang voor de effecten van de ambulante interventies voor EPA.
Kidd SA, Davidson L, McKenzie K. (2017). Common Factors in Community Mental Health Intervention: A Scoping Review. Community Ment Health J. Feb 13.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Training van neurocognitie en Theory of Mind (ToM) verbetert functioneren in een werkomgeving bij personen met schizofrenie
Uit de literatuur komt naar voren dat bij mensen met schizofrenie er verbanden zijn tussen neurocognitieve beperkingen en beperking van de Theory of Mind (ToM) enerzijds en het functioneren in een werkomgeving anderzijds. Theory of Mind (ToM) is het vermogen om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander. In deze Italiaanse exploratieve pilotsstudie werd onderzocht wat de effecten zijn op het functioneren op het werk tussen twee groepen met schizofrenie: groep 1 kreeg een arbeidsrehabilitatieprogramma met cognitieve gedragstherapie plus Computer-assisted Cognitive Remediation (CACR) (n=19); groep 2 kreeg ook dat arbeidsrehabilitatieprogramma met cognitieve gedragstherapie aangeboden, maar in plaats van de CARC kreeg deze groep een Theory of Mind Intervention (TOMI (n=18). De TOMI-training werd door bevoegde psychotherapeuten gegeven en bestond uit 18 groepssessies, waarbij met behulp van stripverhalen menselijke sociale situaties werden uitgebeeld en geanalyseerd. Voor en na de interventies werden de volgende meetinstrumenten afgenomen: de Positive and Negative Syndrome Scale for Schizophrenia (PANSS), de Wechsler Adult Intelligence Scale – Revised (WAIS-R), de Brief Assessment of Cognition in Schizophrenia A-B versions (BACS), de Theory of Mind Picture Sequencing Task (PST) en de Work Performance Scale (WPS). De analyses werden met regressie modellen gedaan. Functioneren op het werk werd significant voorspeld door de leeftijd waarop de stoornis zich voor het eerst voordeed, door de neurocognitieve beperkingen en de mate waarin de ToM verbeterde na de TOMI. Verbetering van de ToM kon 61% van de variantie verklaren in groep 2 en 55% in beide groepen samen. Het arbeidsrehabilitatieproces is gebaat bij een integratie van neurocognitieve en ToM-trainingen.
Bechi M, Spangaro M, Pigoni A, Ripamonti E, Buonocore M, Cocchi F, Bianchi L, Guglielmino C, Mastromatteo AR, Cavallaro R, Bosia M. (2017). Exploring predictors of work competence in schizophrenia: The role of theory of mind. Neuropsychol Rehabil. 2017 Apr 19:1-13.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Cognitieve Remediatie Training (CRT) heeft na 5 jaar nog steeds positief effect  op cognitieve vermogens bij mensen met schizofrenie
Eén van de kenmerken van schizofrenie is het hebben van cognitieve beperkingen. De afgelopen jaren zijn cognitieve remediatie trainingen (CRT) steeds meer als integraal onderdeel van de behandeling opgenomen. Er is echter weinig onderzoek naar de lange termijn effecten van CRT. In deze Italiaanse studie (n=60) werd gekeken wat de effecten waren van een combinatiebehandeling met een CRT-training van 3 maanden plus een standaard psychiatrische rehabilitatiebehandeling (SPR-groep) van 6 maanden. De SPR bestond o.a. uit geïntegreerde psychologische therapie, sociale vaardigheidstraining en psycho-educatie. In de loop van de 5 jaar kreeg meer dan de helft nog een extra jaar SPR (SPR+-groep). Op baseline, na 6 maanden en na 5 jaar werden afgenomen: de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), Wechsler Adult Intelligence Scale–Revised, de Italian Version of the Brief Assessment of Cognition in Schizophrenia (BACS) en de Quality of Life Scale (QLS). Er werd op twee domeinen naar uitkomsten gezocht: neurocognitief presteren en dagelijks functioneren. De analyses werden voornamelijk met ANOVA’s uitgevoerd. Na de CRT-training was er een algemene verbetering op alle neuropsychologische maten (verbaal- en werkgeheugen, psychomotorische coördinatie, taalbeheersing, processnelheid en executieve functies). Deze verbeteringen waren na 5 jaar stabiel op dat niveau gebleven, behalve bij de psychomotorische coördinatie en processnelheid die iets waren teruggelopen. Dit gold voor beide groepen. Bij het dagelijkse functioneren (gemeten met de QLS) was er een significante afname na 5 jaar bij de SPR-groep, maar niet bij de SPR+-groep. Om stabiele functionele verbeteringen te krijgen zal een CRT-training gecombineerd moeten worden met een uitgebreide psychiatrische rehabilitatiebehandeling.
Buonocore M, Spangaro M, Bechi M, Baraldi MA, Cocchi F, Guglielmino C, Bianchi L, Mastromatteo A, Bosia M, Cavallaro R. (2017). Integrated cognitive remediation and standard rehabilitation therapy in patients of schizophrenia: persistence after 5 years. Schizophr Res. 2017 May 22.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Als personen met EPA in een eigen woning begeleid worden hebben ze het zeker niet slechter dan in de traditionele residentiële omgeving
De deïnstitutionalisering van de ggz verloopt in Noord-Amerika anders dan in West-Europa. In Noord-Amerika is de uitdaging om dakloosheid onder personen met een ernstige psychische aandoening (EPA) te voorkomen, terwijl het er in West-Europa meer om gaat de doelgroep op een effectieve wijze te huisvesten waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur van de cliënt. De term Independent Housing and Support wordt in deze Zwitserse systematische review gebruikt om alle vormen van onafhankelijke door de cliënt persoonlijk gehuurde huisvesting (dus geen huisvesting verbonden met een zorginstelling) aan te duiden waarin personen met EPA kunnen wonen terwijl ze nog wel zorg in de thuissituatie ontvangen. Deze studie (n=32 publicaties) onderzocht de uitkomsten van studies waarin Independent Housing and Support-settings werden vergeleken met residentiële settings. De gevonden studies werden beoordeeld met de Cochrane Risk of Bias Assessment Tool for Non-Randomised Studies of Interventions (ACROBAT-NRSI). Resultaten van studies naar daklozen en niet-daklozen worden apart gepresenteerd, vanwege de grote klinische verschillen en omdat de uitdaging om huisvesting voor dakloze personen met EPA te vinden erg verschilt van die van niet-dakloze personen met EPA. Bij de studies naar daklozen werd er nog onderscheid gemaakt tussen resultaten van RCT’s en die van observationele studies. Alle studies naar daklozen zijn gedaan in de VS en Canada. De heterogene uitkomstdomeinen werden in vijf thema’s onderverdeeld: huisvesting, sociale integratie, gezondheidsstatus, kwaliteit van leven en kosten. Uit alle studies komt naar voren dat Independent Housing and Support bij dakloze populaties met betere huisvestingsuitkomsten geassocieerd worden (b.v. Housing First projecten). Voor de niet-daklozen werden geen duidelijke trends gevonden. Het is wel duidelijk dat Independent Housing and Support-settings zeker geen slechtere resultaten geven dan huisvesting in instellingen.
Richter D, Hoffmann H. (2017). Independent housing and support for people with severe mental illness: systematic review. Acta Psychiatr Scand. 2017 Sep;136(3):269-279.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Cognitieve Remediatie toegevoegd aan arbeidsrehabilitatie interventie voor personen met schizofrenie heeft positief effect op werkuitkomsten 
Mensen met schizofrenie hebben vaak neurocognitieve beperkingen en die zijn een significante voorspeller van slechte werkuitkomsten. In deze Noorse studie (n=131 totaal) werden de effecten van twee verschillende arbeidsrehabilitatie programma’s (AR) die gebaseerd zijn op het IPS-model onderzocht: 1. Eén groep (n=63) kreeg AR + een uitgebreide en specifiek op werk gerichte Cognitieve Remediatie interventie (CR-groep); 2. De andere groep (n=68) kreeg AR + een training gebaseerd op Cognitieve Gedragstherapeutische principes (CGT). De AR-interventie was gericht op het vinden van regulier betaald werk, maar in de Noorse welvaartsstaat worden aan deze doelgroep ook beschermde werkplekken en gesubsidieerde werkplekken in reguliere bedrijven aangeboden. Bij de werkuitkomsten werden alle drie de soorten banen meegeteld. De CR-training en de CGT-training waren elk 40 uur. Op baseline, na 10 maanden en na 2 jaar werden gemeten: de M.I.N.I. PLUS, de Structural Clinical Interview of the Positive and Negative Syndrome Scale (SCI-PANSS), de Wechsler Abbreviated Scale of Intelligence (WASI) en de MATRICS Consensus Cognitive Battery (MCCB), met zes domeinen: proces snelheid, aandacht, werkgeheugen, verbaal leren, visueel leren en probleemoplossing. Ook werden werkstatus en aantal gewerkte uren verzameld. Beide groepen gingen vooruit op een aantal neurocognitieve domeinen, waarbij de CR-groep significant vooruit ging op werkgeheugen en totaal score, en veel vooruit ging op verbaal leren. Beide groepen gingen significant meer werken (regulier betaald, gesubsidieerd en beschermd opgeteld): de CBT-groep van 10% naar 22% en de CR-groep van 5% naar 16%. Ook het aantal gewerkte uren bleef bij beide groepen continu stijgen. Zowel CR als CBT toegevoegd aan een AR-interventie zijn effectief voor de werkuitkomsten. De voorspellende waarde van neurocognitieve veranderingen op het functioneren in de werkomgeving was in deze studie gering.
Lystad JU, Falkum E, Haaland VØ, Bull H, Evensen S, McGurk SR, Ueland T. (2017). Cognitive remediation and occupational outcome in schizophrenia spectrum disorders: A 2 year follow-up study. Schizophr Res. 2017 Jul;185:122-129.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Expert review: Cognitieve Remediatie Training zou standaard als best practice in de behandeling van schizofrenie moeten worden opgenomen
Mensen met een psychotische stoornis hebben vaak ernstige beperkingen in het neurocognitieve domein. Deze beperkingen hebben veel invloed op het onafhankelijk functioneren in de samenleving. Cognitieve Remediatie Training of Therapie (CRT) is in de afgelopen 15 jaar ontwikkeld om de neurocognitieve vaardigheden en vermogens te verbeteren met als ultiem doel het algehele functioneren te verbeteren. In deze expert review worden meta-analyses en andere studies besproken over de verschillende benaderingen van CRT en de effectiviteit daarvan. Uit onderzoek komt naar voren dat neurocognitieve variabelen een sterkere voorspeller zijn voor het algemene functioneren bij mensen met een psychotische stoornis dan positieve en negatieve symptomen. CRT omvat een breed scala van behandelingen, maar is gebaseerd op drie principes: training, monitoren van de strategie, generaliseren c.q. toepassen in het dagelijks leven. Uit verschillende meta-analyses bleek het effect van CRT op de algemene neurocognitie d=0.41, met de grootste effecten op het verbale werkgeheugen en de sociale cognitie. Bij de CRT-technieken kan onderscheid gemaakt worden tussen therapeutisch doel en behandelmodaliteit. De therapeutische doelen kunnen zijn: perceptuele vaardigheden, executieve vaardigheden, niet-specifieke CRT en gepersonaliseerde CRT. Bij de behandelmodaliteiten kan gedacht worden aan CRT aangeboden als aparte computertraining of als onderdeel van een psychotherapeutisch traject, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van motivationele- en instructietechnieken gebaseerd op de leertheorie. De sterkste effecten op het dagelijkse functioneren worden gemeten in programma’s waarbij CRT gecombineerd wordt met intensieve therapeutische betrokkenheid of andere vormen van psychiatrische rehabilitatie (effecten kunnen oplopen tot d=0.80). CRT is werkzaam en effectief en zou als een best practice zoveel mogelijk moeten worden ingezet in de behandeling van mensen met schizofrenie.
Best MW, Bowie CR. (2017). A review of cognitive remediation approaches for schizophrenia: from top-down to bottom-up, brain training to psychotherapy. Expert Rev Neurother. 2017 Jul;17(7):713-723.
Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen