Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Ernstige psychische aandoeningen 2016

VK: van de drie vormen waarin zorg na ontslag uit het psychiatrische ziekenhuis wordt aangeboden, is begeleid wonen waarschijnlijk kosteneffectief
In het Verenigd Koninkrijk (VK) wordt aan personen met een ernstige psychische aandoening die uit het psychiatrisch ziekenhuis ontslagen worden op drie verschillende manieren ondersteuning in de “thuissituatie” geboden: 1. Residentiële zorg: een woonvoorziening met volledige verzorging; 2. Begeleid wonen: de cliënten wonen meestal met meerdere lotgenoten in appartementswoningen waarbij het personeel 24 uur per dag kan worden ingeroepen; de focus is hier op herstel gericht 3. Wisselende outreachende hulpverlening: cliënten wonen zelfstandig in een eigen woning en worden regelmatig door hulpverleners bezocht. Dit Britse onderzoek doet verslag van een survey onder zorggebruikers en hulpverleners (resp. n=159; n=251; n=209) van de drie genoemde voorzieningen verspreid over het hele land om zicht te krijgen op: kwaliteit van de zorg, mate van autonomie, kwaliteit van leven en tevredenheid over de zorg alsmede een indicatie te krijgen van de kosteneffectiviteit van de verschillende voorzieningen. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: Quality Indicator for Rehabilitative Care–Supported Accommodation (QuIRC-SA), Special Problems Rating Scale, Camberwell Assessment of Needs Short Assessment Scale, Clinician Alcohol and Drug Scale, Life Skills Profile questionnaire. De zorggebruikers van de Residentiële zorg hadden een zwaardere problematiek en een grotere zorgvraag dan de zorggebruikers van Begeleid wonen en van de Wisselende outreachende hulpverlening. De Residentiële zorg was het duurst. De kwaliteit van zorg was het beste bij Begeleid wonen. De bewoners van Begeleid wonen en degenen die Wisselende outreachende hulpverlening kregen waren meer sociaal geïntegreerd, maar waren wel vaker slachtoffer van criminaliteit. De kwaliteit van leven werd het laagst gescoord door degenen die zelfstandig woonden. Begeleid wonen lijkt het meest kosteneffectief van de drie voorzieningen.
Killaspy H, Priebe S, Bremner S, McCrone P, Dowling S, Harrison I, Krotofil J, McPherson P, Sandhu S, Arbuthnott M, Curtis S, Leavey G, Shepherd G, Eldridge S, King M. (2016). Quality of life, autonomy, satisfaction, and costs associated with mental health supported accommodation services in England: a national survey. Lancet Psychiatry. 3(12), 1129-1137. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Belangrijkste voorspeller voor invullen en gebruik van het Crisisplan is een positieve werkrelatie tussen de patiënt en de behandelaar
In deze Nederlandse studie stond de vraag centraal welke factoren van invloed zijn op het volledig invullen van het Crisisplan en hoe vaak en in welke omstandigheden het Crisisplan daadwerkelijk gevolgd wordt. Een Crisisplan is een meerzijdige overeenkomst tussen de kaarthouder (een patiënt met een psychotische of bipolaire stoornis) en de voor haar/hem belangrijke personen die een rol spelen in de gemaakte afspraken (behandelaar, wettelijk vertegenwoordiger, partner, vriend etc.). Partijen verbinden zich aan de afspraken. Een Crisisplan is een schriftelijke wilsverklaring. In deze studie werden 139 ambulante patiënten 18 maanden gevolgd of er een crisis optrad en hoe die werd afgehandeld. De helft (N=70) had een Crisisplan samen met de behandelaar opgesteld (CCP), bij de andere helft (N=69) was het Crisisplan door bemiddeling van een vertrouwenspersoon in gang gezet. Bij de patiënten zijn de volgende meetinstrumenten afgenomen: Health of the Nation Outcome Scale (HoNOS), de Insight Sale, de Service Engagement scale en de Work Alliance Inventory. De uitkomstmaat voor het compleet maken van het Crisisplan was het overhandigen van de Crisiskaart aan de patiënt. Dat bleek bij 89 (=64%) van de deelnemers gebeurd te zijn. Van die 89 patiënten kregen er 38 (43%) een crisis binnen 18 maanden. Het Crisisplan werd in 13 (34%) gevallen door één van de partijen geraadpleegd. De belangrijkste determinanten voor het compleet maken van het Crisisplan zijn: vrouw zijn, werkloos zijn, een psychotische stoornis hebben, een lage opleiding hebben, een positieve werkrelatie tussen patiënt en behandelaar en een positieve verwachting over het Crisisplan van de behandelaar. Bij vrijwillige opnames werd het Crisisplan vaker geraadpleegd dan bij gedwongen opnames.
Ruchlewska A, Kamperman AM, Wierdsma AI, van der Gaag M, Mulder CL. (2016). Determinants of Completion and Use of Psychiatric Advance Statements in Mental Health Care in the Netherlands. Psychiatr Serv. 67(8), 858-63. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Systematische review: inzetten van Virtual Reality bij psychologische behandelingen is veelbelovend
Deze Engelse systematische review is een update van een review uit 2012 naar de effectiviteit van Virtual Reality bij de psychologische behandeling (VRT) van psychische problemen. Er werden alleen studies opgenomen waarbij meeslepende en/of interactieve Virtual Reality (VR) werd vergeleken met een controlegroep. Onder meeslepende VR wordt verstaan: een 3D VR omgeving in kleur waarbij beelden via een hoofdset worden beleefd en waarbij de gebruiker het gevoel heeft een echte wereld te ervaren. Er werden 24 studies geïncludeerd. VRT blijkt in effectiviteit vergelijkbaar met behandelingen met Cognitieve Gedragstherapie of behandelingen met in vivo blootstelling. De evidentie varieerde afhankelijk van de psychische stoornis die bekeken werd. VRT kan waardevol zijn bij de behandeling van agorafobie, vliegangst, sociale angst en angst voor spinnen. De inzet van VRT is veelbelovend bij de behandeling van Post-Traumatische Stressstoornis en bij het leren omgaan met psychologische stress. Bij de behandeling van schizofrenie is VR bijna alleen nog ingezet bij arbeids- of sociale trainingen, maar nog niet om de stress die samenhangt met hallucinaties of wanen te verminderen. De meeste studies hadden kleine aantallen deelnemers en er was een hoog drop out percentage. Vandaar dat de resultaten van de onderzoeken als veelbelovend benoemd kunnen worden. Door de ontwikkeling van de digitale technologie zullen er in de toekomst meer geschikte vormen van VR toegankelijk worden.
Valmaggia LR, Latif L, Kempton MJ, Rus-Calafell M. (2016). Virtual reality in the psychological treatment for mental health problems: An systematic review of recent evidence. Psychiatry Res. 236, 189-95. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Personen met ernstige psychiatrische aandoeningen hebben in hun kindertijd vaak trauma’s meegemaakt en ervaren in het dagelijks leven veel stress
In deze Amerikaanse studie werd gepoogd om alle mogelijke stressvolle gebeurtenissen die personen met een ernstige psychische stoornis die in de maatschappij leven in beeld te krijgen, te kijken of er verschillende groepen te onderscheiden zijn en in welke mate jeugdtrauma’s, negatieve gebeurtenissen, chronische stressoren, ervaren discriminatie en kleine irritaties (daily hassles) invloed hebben op de kwaliteit van leven. Er werden interviews en enkele meetinstrumenten afgenomen bij 214 cliënten van een Community Mental Health Clinic (CMHC). Depressie werd gemeten met de Depression Scale, subjectieve kwaliteit van leven werd uitgevraagd, er werd gevraagd of men traumatische en/of negatieve gebeurtenissen had meegemaakt of men problemen in de buurt ervoer, of men vaak gediscrimineerd werd, of men chronische spanning ervoer en hoe erg de dagelijkse irritaties werden ervaren. Met behulp van regressie analyses werden verbanden berekend. Het bleek dat 95% van de respondenten een jeugdtrauma had ervaren. Het vaakst werd genoemd: vanwege een ernstige ziekte minimaal één week in het ziekenhuis opgenomen geweest zijn (52%). Fysieke mishandeling werd door 26% genoemd. Seksueel misbruik werd niet apart uitgevraagd. 86% van de respondenten had last van chronische spanning (zoals geen baan of geen geld hebben), 45% meldde problemen met de buurt en 65% had redelijk veel last van kleine irritaties. De volgende subgroepen rapporteerden relatief de minste stress: ouderen, blanken, ongehuwden en de respondenten met schizofrenie. Er werd een verband gevonden tussen lagere ervaren kwaliteit van leven en de volgende stressoren: dagelijkse discriminatie, chronische spanning en negatieve levensgebeurtenissen.
Adams RE, Ritter C, Bonfine N.(2015). Epidemiology of trauma: Childhood adversities, neighborhood problems, discrimination, chronic strains, life events, and daily hassles among people with a severe mental illness. Psychiatry Res. Online: 2015 Oct 20. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Patiënten in Britse psychiatrische klinieken waarderen hulpverleners die als een goed team samenwerken en hen in staat stellen hun herstelproces vorm te geven
Deze Britse studie maakt deel uit van de grotere Inpatient Staff Morale studie die erop gericht is de hulpverlening in de psychiatrische afdelingen van de NHS te verbeteren. Vaak ligt de nadruk van de verpleging op die afdelingen op de sociale controle en is het moreel van de hulpverlening laag (veel stress, veel uitval, onderbezetting). In deze kwalitatieve studie (n=12; 7 verschillende klinieken) werden patiënten geïnterviewd over wat zij denken welke factoren van invloed zijn op een goed of slecht moreel bij de hulpverleners van psychiatrische afdelingen en welke invloed het moreel van de hulpverleners heeft op de patiënten. De semi-gestructureerde interviews duurden 30 tot 45 minuten. Als centraal thema kwam naar voren: de patiënten waarderen vooral hulpverleners die hen in staat stellen doelen te bereiken, in plaats van hulpverleners die hun taken volgens de regels uitvoeren. Volgens de patiënten is het moreel van het personeel goed als het personeel de mogelijkheid heeft positief op een persoonlijk niveau met de patiënten om te gaan en als de werkomgeving dit ondersteunt. De patiënten observeren de hulpverleners nauwgezet en voelen zich vaak met hen verbonden. Het moreel van de hulpverleners beïnvloedt het welzijn van de patiënten en andersom. Uit de analyse kwamen drie subthema’s: 1. de gezamenlijke interpersoonlijke relaties tussen patiënten en personeel zijn belangrijk; 2. het ondersteunende teamwerk is van groot belang; 3. barrières van positieve interpersoonlijke relaties kunnen zijn: de vele administratieve taken van de hulpverleners; onverschillige houding bij de hulpverleners; patiënten zien dat agressief en gewelddadig gedrag van patiënten negatief op het moreel van de hulpverlening kan werken.
Mistry H, Levack WM, Johnson S (2015). Enabling people, not completing tasks: patient perspectives on relationships and staff morale in mental health wards in England. BMC Psychiatry. 15(1), 307. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen

Nederlandse RCT naar effecten van Routine Outcome Monitoring (ROM) geïntegreerd in Shared Decision Making
In dit artikel wordt de opzet van een Nederlandse multicenter tweearmige RCT beschreven naar de effecten van de toepassing van een model waarbij Routine Outcome Monitoring (ROM) en Shared Decision Making (SDM) geïntegreerd worden aangeboden in vergelijking met controlegroepen waarin het besluitvormingsproces op de normale wijze verloopt. De studie vindt plaats in gespecialiseerde GGZ-instellingen en zal ten minste in totaal 364 patiënten moeten includeren. Het SDM-ROM-model wordt in de tijd van 1 jaar geïmplementeerd volgens het Quality Improvement Collabarative (QIC) programma. De interventieteams krijgen een uitgebreide training in het toepassen van het SDM-ROM model in de praktijk. Het belangrijkste idee achter dit project is de aanname dat SDM en ROM de patiënt sterker maken in het behandelproces en hem stimuleert effectievere besluiten te nemen over zijn eigen behandeling. Daarom zal de primaire uitkomstmaat de mate waarin de patiënt onzeker is over welke behandeloptie het beste is zijn zoals te meten met de Decisional Conflict Scale (DCS. De secundaire uitkomstmaten zijn de relatie tussen de patiënt en de hulpverlener (gemeten met de Working Alliance Inventory short Form (WAI-S), de therapietrouw van de patiënten, de klinische uitkomsten en de kwaliteit van leven. Effecten van SDM die gebruik maakt van ROM op de behandeling wordt gemeten met de Manchester Short Quality of Live Measurement (MANSA-VN-16) voor patiënten die lang in behandeling zijn en de Outcome Questionnaire (OQ-45) voor patiënten die kort in behandeling zijn. De eerste resultaten worden in december 2016 verwacht. M
etz MJ, Franx GC, Veerbeek MA, de Beurs E, van der Feltz-Cornelis CM, Beekman AT.
(2015). Shared Decision Making in mental health care using Routine Outcome Monitoring as a source of information: a cluster randomised controlled trial. BMC Psychiatry 15(1), 313. Trefwoord: Ernstige psychische aandoeningen