Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Destigmatisering 2019

Versterken van veerkracht heeft positieve invloed op weerstand tegen zelfstigma
Zelfstigma wordt vaak als een barrière in het herstelproces bij mensen met schizofrenie gezien. Stigma is een complex construct dat te maken heeft met gevoelens, houdingen en gedrag. Niet iedereen die te maken krijgt met openbaar stigma ontwikkelt zelfstigma. In deze Oostenrijkse studie (n=54) werd onderzocht wat het verband is tussen veerkracht, pre-morbide aanpassing en psychpathologie enerzijds en zelf-stigma en/of weerstand tegen stigma anderzijds. Weerstand tegen stigma is een proces gericht op het voorkomen van het internaliseren van stigma. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de Mini International Neuropsychiatric Interview (MINI), Internalized Stigma of Mental Illness (ISMI), met Stigma Resistance subschaal, de Resilience Scale (RS-25), Premorbid Adjustment Scale (PAS), de Structured Clinical Interview fort the Positive and Negative Syndrome Scale (SCI-PANNS). De associaties werden met behulp van multi-lineaire regressie analyses berekend. Opmerkelijk was dat 81,5% van de deelnemers hoog op de Stigma Resistance subschaal van de ISDMI scoorden. Het bleek dat veerkracht een negatieve correlatie had met zelfstigma en een positieve correlatie met weerstand tegen stigma. Hogere scores voor weerstand tegen stigma waren significant gerelateerd met hogere veerkracht scores. Er werd een negatieve correlatie gevonden tussen zelfstigma enerzijds en slechtere schoolprestaties en sociaal functioneren in de latere adolescentie (16-18 jaar) anderzijds. Er werd een associatie gevonden tussen slecht sociaal functioneren in de pre-morbide fase en zelfstigma. Daarnaast werd er een verband gevonden tussen depressieve symptomen en weinig weerstand tegen stigma hebben. Interventies om zelfstigma tegen te gaan zouden zich moeten richten op het versterken van veerkracht en het verminderen van depressieve symptomen.
Hofer A, Post F, Pardeller S, Frajo-Apor B, Hoertnagl CM, Kemmler G, Fleischhacker WW. (2019). Self-stigma versus stigma resistance in schizophrenia: Associations with resilience, premorbid adjustment, and clinical symptoms. Psychiatry Res. 2018 Dec 6;271:396-401.
Trefwoord: Destigmatisering

Positieve nieuwberichten en posts op sociale media verminderen stigmatiserende houding en vice versa
Een groot deel van de personen met een ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) is slachtoffer van stigma of discriminatie. In de media wordt veel vaker negatief (EPA zouden gevaarlijk zijn en geweld gebruiken) dan positief (herstel is mogelijk) over deze doelgroep bericht. In veel landen zijn er afspraken met de pers over hoe er over suïcides wordt bericht. Dat soort afspraken zijn er niet met betrekking tot EPA. In deze Australische systematische review (N=12 studies) werd onderzocht wat de impact is van traditionele massamedia (TV en kranten) en sociale media op stigmatiserende houdingen ten opzichte van EPA. Geïncludeerd werden alleen studies die voor en na de interventie stigma ten opzichte van psychische problemen hebben gemeten en een minimale kwaliteit hadden. Alle uitkomsten werden omgezet in OR’s of Cohen’s d. Zeven studies keken naar de impact van het nieuws, twee exploreerden de impact van sociale media en drie studies evalueerden interventies (gericht op journalisten) die erop gericht waren die impact te verminderen. In de meeste studies werden aan de deelnemers stukken tekst ter lezing gegeven en werd er een voor- en nameting gedaan. De meeste studies hadden studenten of een groep uit de algemene bevolking als deelnemers. Soms werd de impact van een recent event gemeten. Het bleek dat positieve berichtgeving over EPA vaak tot een vermindering van stigmatiserende houdingen leidde, maar dat negatieve berichten bijna altijd een toename van stigma tot gevolg had. De studies die de houding van journalisten poogden te veranderen hadden geen effect. Op korte termijn heeft berichtgeving in nieuwsmedia en sociale media over EPA invloed op stigma.
Ross AM, Morgan AJ, Jorm AF, Reavley NJ. (2019). A systematic review of the impact of media reports of severe mental illness on stigma and discrimination, and interventions that aim to mitigate any adverse impact. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Jan;54(1):11-31.
Trefwoord: Destigmatisering

NECT-interventie effectief in verminderen zelfstigma bij personen met een schizofreniespectrum stoornis
Een groot deel van de mensen met een schizofreniespectrum stoornis heeft zelfstigma. Zelfstigma wordt geassocieerd met slechtere behandeluitkomsten en als een barrière voor herstel. Zelfstigma kan invloed hebben op het geloof dat herstel van ernstige psychische stoornissen niet mogelijk is. Om zelfstigma tegen te gaan is de Narrative Enhancement and Cognitive Therapy (NECT) ontwikkeld: een gestructureerde groepsbenadering met psycho-educatie, aanleren van cognitieve herstructurering en elementen van de narratieve psychotherapie gericht op het betekenis geven aan het eigen levensverhaal. In deze Amerikaanse RCT (n=170 patiënten; groot deel Afro-Amerikaans) werd het effect van NECT vergeleken met die van Supportive Group Therapy (SGT) bij 2 groepen ambulante patiënten en 2 groepen in dagbehandeling. Beide interventies werden over een periode van 20 weken gegeven. Er werd gemeten op baseline, na de interventie, en 3 en 6 maanden daarna. De primaire uitkomstmaat was zelfstigma zoals gemeten met de Internalized Stigma of Mental Illness schaal (ISMI) met vier sub-schalen: vervreemding; stereotype onderschrijven; ervaring met discriminatie; sociaal terugtrekgedrag. Secundaire uitkomstmaten werden gemeten met de Rosenberg Self-Esteem Scale (RSES), de Beck Hopelessness Scale (BHS), de Quality of Life Scale (QLS), de Multidimensional Scale of Independent Functioning (MSIF), de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), de Coping with Symptoms Checklist (CSC) en de Scale to Assess Narrative Development. De analyses werden o.a. gedaan met mixed effects modellen. Het bleek dat NECT een significant positief effect op zelfstigma heeft, het meeste in het domein sociaal terugtrekgedrag. De NECT-patiënten in de ambulante groep gingen er in vergelijking met de andere groepen significant het meeste op vooruit. Er werden geen effecten van NECT op het sociale functioneren of psychiatrische symptomen gevonden.
Yanos PT, Lysaker PH, Silverstein SM, Vayshenker B, Gonzales L, West ML, Roe D. (2019). A randomized-controlled trial of treatment for self-stigma among persons diagnosed with schizophrenia-spectrum disorders. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Apr 1.
Trefwoord: Destigmatisering

Bekenden van mensen met psychische problemen denken dat het grootste deel van hen door de omgeving goed behandeld worden
In onderzoek naar de effecten van anti-stigmacampagnes wordt bij de respondenten altijd gevraagd naar veranderingen in kennis, eigen houding en eigen (voorgenomen) gedrag. Omdat het echte gedrag niet gemeten wordt, blijven de daadwerkelijke effecten van antistigma interventies ongewis. In Engeland werd de landelijke antistigma campagne Time To Change (TTC) van 2007-2009 gehouden met als doel een afname van stigma en discriminatie met 5%. Sinds 2008 wordt jaarlijks in het kader van een grotere survey de Attitudes to Mental Illness survey bij het algemene publiek afgenomen. Bij mensen met een psychiatrische stoornis wordt de Viewpoint survey afgenomen om de mate van ervaren discriminatie te meten. In navolging van een survey in Australië waarbij aan mensen die iemand met een psychisch probleem zeiden te kennen werd gevraagd hoe zij met die perso(o)n(en) omgaan, werd in de Engelse Attitudes to Mental Illness 2017 expliciet op deze subgroep ingezoomd. In het kader van de survey werden o.a. afgenomen: Mental Health Knowledge Schedule (MAKS), Community Attitudes Towards the Mentally Ill scale (CAMI), Reported and Intended Behaviour scale (RIBS). Van de in totaal 1720 respondenten, rapporteerden 517 (30,1%) dat ze iemand ouder dan 16 jaar kenden met een psychisch probleem. Er werd o.a. gevraagd wat voor psychisch probleem die bekende had, hoe ze dat wisten, en hoe er volgens hen door de sociale omgeving en henzelf met die persoon werd omgegaan. De meeste respondenten geloofden dat de bekende (vriend, geliefde, familielid, collega, buurtbewoner e.d.) op de verschillende levensdomeinen (familie, vrienden, hulpverleners, werk) goed behandeld werden. Slechts 5,1% van de respondenten gaf aan de persoon vermeden te hebben. De meerderheid (58,1%) vermeldde dat de persoon met een psychisch probleem zelfs extra positief werd behandeld. Dit staat haaks op de bevindingen uit de Veiwpoint survey.
Rossetto A, Robinson EJ, Reavley NJ, Henderson C. (2019). Perceptions of positive treatment and discrimination towards people with mental health problems: Findings from the 2017 Attitudes to Mental Illness survey. Psychiatry Res. Jan 9;273: 141-148.
Trefwoord: Destigmatisering

Familieleden en hulpverleners van mensen met psychische problemen hebben vaak groot publiek stigma
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen publiek stigma en zelfstigma. Publiek stigma is het onderschrijven van stereotypen, vooroordelen en discriminatie ten aanzien van mensen met (ernstige) psychische problemen. In deze Amerikaanse review wordt onderzocht wat bekend is over het verband tussen vertrouwdheid met personen met psychische problemen en publiek stigma. Uit een overzicht van studies (n=26) hiernaar werd een U-vormig verband gevonden tussen vertrouwdheid en stigma. Dat betekent dat publiek stigma groot is bij mensen die geen ervaring hebben met personen met psychische problemen, dat het stigma afneemt bij kennissen, vrienden en verre familieleden, maar dat het stigma flink toeneemt (kan toenemen!) bij hulpverleners en directe familieleden (gezin) van personen met psychische problemen. Er wordt gepoogd verklaringen in de literatuur te vinden voor het verband tussen vertrouwdheid en toenemend publiek stigma. Bij gezinnen die het familielid met een psychische probleem als een last ervaren kan het publiek stigma toenemen. Ook stigma door associatie wordt vaker genoemd: gezinsleden ervaren stigma omdat hun mede-gezinslid een psychisch probleem heeft. Ook plaatsvervangend stigma (ouder lijdt eronder dat eigen kind zichtbaar gediscrimineerd wordt) of zelfstigma door ouders kan de ziektelast vergroten. Ook hulpverleners kunnen negatief zijn over de herstelmogelijkheden van hun cliënten, kunnen hun werk met de doelgroep als een zware last ervaren en het slechte imago van de psychiatrie kan associatief stigma bij hulpverleners vergroten. Antistigma campagnes moeten rekening gaan houden met de mogelijkheid van de aanwezigheid van publiek stigma bij de personen die het dichtst bij de persoon met psychische problemen staan.
Corrigan PW, Nieweglowski K. (2019). How does familiarity impact the stigma of mental illness? Clin Psychol Rev. Jun;70: 40-50.
Trefwoord: Destigmatisering