Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Destigmatisering 2018

Realistische documentaire heeft positieve invloed op stigmatiserende houding bij scholieren
Adolescenten zijn een belangrijke doelgroep voor anti-stigma interventies, omdat in die levensfase vaak de oordelen over psychische stoornissen meer vaste vormen aannemen. Als men in die fase objectieve, normaliserende informatie over de psychotische ervaring krijgt, kan dat bijdragen aan meer begrip voor mensen met psychische problemen. In deze Nederlandse studie (n=89) kregen leerlingen van vijf klassen van een middelbare school (gemiddelde leeftijd 16,3 jaar) óf een informatieve documentaire over een adolescent met schizofrenie (‘Ben jij gek?!’) óf een scène uit een dierenfilm (controlegroep) te zien om te kijken of dat invloed heeft op de stigmatiserende houding. Op baseline werd gemeten in hoeverre de leerlingen vertrouwd waren met schizofrenie middels de aangepaste Level of Contact Report en op baseline en na de interventie werd stigma gemeten met de Mental Illness Stigma Scale. Het bleek dat bij de groep die de documentaire had gezien de stigmatiserende houding significant meer was afgenomen dan bij de controle groep. Het effect van het kijken naar de informatieve documentaire ten opzichte van de controlegroep was Cohen’s d=1.25. De meerderheid van de leerlingen had nooit contact gehad met mensen met schizofrenie. Zo’n 80% kende schizofrenie alleen van de televisie, 12% had wel eens contact gehad met een persoon met schizofrenie en 8% had iemand met schizofrenie in het eigen sociale netwerk. Het vertonen van films en programma’s (op de televisie of op school) waarin een correct beeld van schizofrenie wordt gegeven kan bijdragen aan de afname van publiek stigma.
Bruins J, Bartels-Velthuis AA, van Weeghel J, Helmus K, Pijnenborg GHM. (2018). Letter to the editors: Reducing stigmatizing attitudes in high school adolescents – a cluster RCT on the effectiveness of a schizophrenia documentary. Schizophr Res. Dec;202:408-409.
Trefwoord: Destigmatisering

Verschillende groepen hebben een impliciete stigmatiserende houding ten opzichte van psychische stoornissen
De Impliciete-AssociatieTest (IAT) is een cognitieve reactietaak uitgevoerd op een computer om de sterkte van associaties tussen begrippen te onderzoeken. De test wordt toegepast om onbewuste vooroordelen, of impliciete voorkeur ten aanzien van groeperingen in de maatschappij te meten. Het IAT-effect is het verschil in reactietijd tussen de series B en A. In deze Spaanse studie (n=102; studenten én mensen uit algemene bevolking) werd de IAT ingezet om impliciet stigma ten aanzien van psychische stoornissen te meten en die te vergelijken met expliciete stigma testen. Behalve de IAT, werden afgenomen: de Attribution Questionnaire-9 (AQ-9) (meet sociaal stigma) en de Social Distance Scale (SDS). Over het algemeen werden er geen verbanden gevonden tussen de expliciete tests en de IAT. Het bleek dat beide groepen duidelijk impliciete stigmatiserende houdingen ten opzichte van psychische stoornissen hadden. De studenten hadden lagere AQ-9 scores dan de algemene bevolking. Er werden duidelijke verbanden gevonden tussen het verlangen om mensen met psychische problemen op afstand te houden enerzijds en oudere leeftijd, tot de algemene bevolking horen en geen familielid hebben die een psychiatrische diagnose heeft anderzijds. Opmerkelijk was dat er een relatief groot impliciet stigma werd gevonden bij de mensen die een familielid met een psychische stoornis hadden. Deze groep scoorde wel laag op de SDS-schaal. Impliciete houdingen zijn moeilijker te veranderen dan expliciete. De IAT voegt echt wel wat toe aan het stigma onderzoek.
González-Sanguino C, Muñoz M, Castellanos MA, Pérez-Santos E, Orihuela-Villameriel T. (2018). Study of the relationship between implicit and explicit stigmas associated with mental illness. Psychiatry Res. Dec 31;272:663-668.
Trefwoord: Destigmatisering

Het Mental Illness Stigma Framework (MISF) brengt structuur in het stigma onderzoek
Dit Amerikaanse onderzoek brengt conceptuele helderheid in het psychologische onderzoek naar stigma bij psychische problemen en geeft een overzicht van de meetinstrumenten die allerlei aspecten van stigma trachten te meten. De auteurs wijzen erop dat het concept stigma zowel gebruikt wordt om stigmatiserende opvattingen zelf als om de effecten van die stigmatiserende processen te beschrijven. In het Mental Illness Stigma Framework (MISF) wordt onderscheid gemaakt tussen het perspectief van degene die stigmatiseert -3 mechanismen: stereotypen (cognitief), vooroordelen (affectief) en discriminatie (gedrag)- en het perspectief van de gestigmatiseerde – 3 mechanismen: ervaren stigma, geanticipeerd stigma en geïnternaliseerd stigma. Daarnaast bestaat volgens het MISF nog het Perceived Stigma mechanisme, dat door beide groepen wordt gedeeld: percepties van maatschappelijke opvattingen (stereotypen), gevoelens (vooroordeel) en gedrag (discriminatie) ten aanzien van mensen met psychische problemen. Perceived Stigma is te onderscheiden van wat een persoon zelf gelooft, voelt of doet. Met behulp van de MISF werd een systematische review uitgevoerd naar stigma-meetinstrumenten. Er werden 140 instrumenten gevonden die óf behalve in de studie waarvoor deze ontwikkeld was ook nog in een andere studie was gebruikt óf waarvan de psychometrische kwaliteiten waren gepubliceerd. Voor elke mechanisme uit de MISF werd ten minste één goed gevalideerd meetinstrument gevonden. Sommige meetinstrumenten meten meerdere mechanismen, zoals de Internalized Stigma of Mental Illness scale (ISMI) (meet stereotypen, ervaren stigma en geïnternaliseerd stigma) en de Attribution Questionnaire (AQ-27) (meet stereotypen, vooroordelen en discriminatie). Eén derde van de gevonden meetinstrumenten was ontwikkeld vanuit het perspectief van de gestigmatiseerde en twee derde vanuit het perspectief van degene die stigmatiseert.
Fox AB, Earnshaw VA, Taverna EC, Vogt D. (2018). Conceptualizing and Measuring Mental Illness Stigma: The Mental Illness Stigma Framework and Critical Review of Measures. Stigma Health. 2018 Nov;3(4):348-376.
Trefwoord: Destigmatisering

Discriminatie en stigma ten aanzien van schizofrenie is ideologisch te verklaren met behulp van het construct Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO)
Uit stigma onderzoek is gebleken dat het medicaliseren van de oorzaken van schizofrenie (biogenetische oorzaken en psychiatrische labels toekennen) verbonden is met het geloof dat mensen met schizofrenie gevaarlijk zijn en met intenties om hen te discrimineren. In dit Franse onderzoek wordt eerst ingegaan op waarom mensen stigmatiseren en hoe dat gerechtvaardigd wordt en wordt vervolgens getoetst (n=238 studenten) in hoeverre er verbanden zijn tussen de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) en legitimerende hiërarchische mythen ten aanzien van ongelijkheid en mensen buiten de eigen groep plaatsen. SDO is een sociaal construct dat aangeeft in hoeverre een persoon de voorkeur geeft aan de dominantie van de eigen groep. Stigmatiseren heeft een sociale functie waarmee drie doelen worden bereikt: mensen eronder houden (exploitatie), sociale normen opleggen en zieke mensen buiten de groep houden. De 238 studenten kregen een vignet te lezen over een persoon die alle kenmerken van iemand met schizofrenie heeft, maar er werden geen labels of verklaringen gebruikt. Vervolgens werden gemeten: de SDO; opvattingen over de oorzaken van de ziekte van de beschreven persoon in het vignet; discriminerende intenties ten aanzien van de beschreven persoon. De analyses werden met behulp van Structural Equation Modelling (SEM) uitgevoerd. Er werd een significant verband gevonden tussen de hoogte van iemands SDO en de opvatting dat de beschreven persoon gevaarlijk is. Er werd ook een verband gevonden tussen het medicaliseren van de oorzaken van schizofrenie en een persoon met schizofrenie gevaarlijk vinden en zo iemand willen discrimineren. Bij antistigma campagnes moet er rekening worden gehouden met het fenomeen van de intergroepsdominantie en sociale macht. Het gaat bij antistigma ook over de relatie tussen ‘wij’ en ‘zij’.
Lampropoulos D, Apostolidis T. (2018). Social Dominance Orientation and Discrimination against People with Schizophrenia: Evidence of Medicalization and Dangerousness Beliefs as Legitimizing Myths. Span J Psychol. Oct 25;21:E37.
Trefwoord: 11-31.
Trefwoord: Destigmatisering

Personen die zich identificeren met de gestigmatiseerde groep met een ernstig psychisch probleem gaan eerder hulp zoeken 
Uit veel onderzoek komt naar voren dat stigma het op zoek gaan naar hulp in de weg staat. In dit Australische onderzoek (2 deelstudies) wordt bekeken of bepaalde factoren die samenhangen met stigma een positieve invloed kunnen hebben op het hulpzoekgedrag. Als basis dient de Sociale Identiteit Perspectief (SIP)-theorie, die ervan uitgaat dat een deel van het persoonlijke zelf gebaseerd is op het zich verbonden voelen met een specifieke groep. Het zich verbonden voelen met een gestigmatiseerde groep kan ertoe leiden het stigma aan te pakken. In deelstudie 1 (n=90) werd gekeken naar het verband tussen stigma, sociale identificatie en percepties over de groep enerzijds en het overwegen hulp te gaan zoeken anderzijds. Deelnemers werden gerekruteerd uit Amazon’s Mechanical Turk, een online pool waarin iedereen tegen betaling van een kleine vergoeding diensten kan aanbieden. Alleen deelnemers die naar eigen zeggen een psychiatrische diagnose hadden (maar nog geen hulp hadden gezocht), vulden de Life Experience Related to Mental Health survey in. Gemeten werden: hulpzoekgedrag, ervaren discriminatie, sociale identificatie, percepties over de eigen groep en ernst van de symptomen. Er werd een significante associatie gevonden tussen sociale identificatie en de overweging om hulp te gaan zoeken voor het eigen psychische probleem. Bij degenen die een negatieve perceptie hebben van de (eigen) groep met psychische problemen is die associatie het sterkst. Ter controle van deelstudie 1 werden in deelstudie 2 via Facebook 131 deelnemers met een psychiatrische diagnose geworven die dezelfde survey invulden. Hieruit bleek dat sociale identificatie daadwerkelijk hulp gaan zoeken voorspelde. Sociale identificatie met een psychische stoornis en het ervaren van stigma kunnen van belang zijn voor het gaan zoeken van hulp om van die problemen af te komen. Deze processen zijn evenwel zeer complex.
Klik KA, Williams SL, Reynolds KJ. (2018). Toward understanding mental illness stigma and help-seeking: A social identity perspective. Soc Sci Med. Dec 6;222:35-43.
Trefwoord: Destigmatisering

Verzwijgen wordt als copingstrategie tegen stigma het vaakst gebruikt door mensen met psychische problemen
Mensen met psychische problemen ervaren vaak discriminatie. Om met stigma en discriminatie om te gaan worden er in de literatuur drie copingstrategieën beschreven: 1. Verzwijgen van de psychische stoornis; 2. Anderen voorlichten over psychische stoornissen; 3. Anderen uitdagen en confronteren met hun stigmatiserende houding en gedrag. Er is nog weinig evidentie over de positieve en negatieve verbanden die met de verschillende copingstrategieën samenhangen, hoewel er een verband lijkt te zijn tussen verzwijgen enerzijds en mindere gevoelens van eigenwaarde en meer zelfstigma anderzijds. In deze Britse studie (n=3005) werden data uit de Viewpoint surveys (2011-2013) naar ervaringen met discriminatie door cliënten van ggz-instellingen geanalyseerd om inzicht te krijgen hoe vaak de verschillende copingstratiegieën gebruikt worden. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: Discrimination and Stigma Scale (DISC), de Resource Generator-UK (meet sociaal kapitaal van deelnemers), Stigma Coping Scale (SCS). De data werden geanalyseerd met behulp van regressie analyses. Het bleek dat verzwijgen door 73% van de deelnemers werd gebruikt. Deze strategie had een sterke associatie met geanticipeerde discriminatie en met weinig vertrouwen hebben dat stigma kan worden aangepakt. 25% gaf aan verzwijgen nooit als strategie te gebruiken. Ook kwam naar voren dat 81% van de deelnemers meer dan één strategie gebruikt. Van de deelnemers confronteerde 51% anderen wel eens met hun discriminerende gedrag. Dit laatste had een sterk verband met ervaren discriminatie en met de overtuiging dat stigma bestreden moest worden. In tegenstelling tot de verzwijgen-strategie lijken actieve copingstrategieën positievere effecten te hebben, tot meer vertrouwen dat stigma bestreden kan worden.
Isaksson A, Corker E, Cotney J, Hamilton S, Pinfold V, Rose D, Rüsch N, Henderson C, Thornicroft G, Evans-Lacko S. (2018). Coping with stigma and discrimination: evidence from mental health service users in England. Epidemiol Psychiatr Sci. Dec;27(6):577-588.
Trefwoord: Destigmatisering

Als een persoon met schizofrenie psychologisch gezien te dichtbij komt gaat men zich ongemakkelijk voelen
Bij de continuümbenadering van psychische problemen vervagen de grenzen tussen ‘normale’ individuen en mensen met een psychiatrische stoornis enigszins. Uit veel onderzoek komt naar voren dat mensen die de continuümbenadering onderschrijven over het algemeen minder stigma hebben. Bij mensen die in de categoriale benadering geloven, waarbij de persoon met een psychische stoornis als ‘anders’ wordt gezien, neemt het stigma meestal toe. De auteurs van dit Amerikaans onderzoek staan op het standpunt dat de interventies die tot nu toe de invloed van beide genoemde benaderingen op stigma hebben gemeten een aanzienlijke psychologische afstand ten opzichte van de persoon met de psychische stoornis in stand houden. In deze studie (n=135) namen drie groepen studenten deel aan óf een continuüminterventie óf een categoriale interventie óf een controle interventie. Alle drie de groepen kregen een gescript audio-interview plus een aangepast zogenaamd wetenschappelijk artikel te lezen helemaal in de trant van één van de benaderingen (of neutraal voor de controlegroep): ‘Ik verschil niet zoveel van jou’ versus ‘Ik ben totaal anders dan jij’. Voor en na de interventie werd stigma gemeten met de Social Distance Scale (SDS) en een tool om stereotype houdingen te meten. De affecten werden gemeten met een lexicale besluiten taak waarbij constructen die bedreiging suggereren worden gemeten, de Positive and Negative Affect Schedule (PANAS) en een instrument om emotionele reacties te meten. Uit de correlatie analyses bleek dat, volgens verwachting, degenen die de continuümbenadering onderschreven minder stigma hadden dan degenen die de categoriale benadering onderschreven. Wel bleek dat de manipulatieve interventie invloed had op de continuüm-groep: bij hen namen de gevoelens van bedreiging en angst ten opzichte van de persoon met schizofrenie toe. Als het té dichtbij komt wil men toch enige afstand houden.
Thibodeau R, Peterson KM. (2018). On continuum beliefs and psychiatric stigma: Similarity to a person with schizophrenia can feel too close for comfort. Psychiatry Res. Dec;270:731-737.
Trefwoord: Destigmatisering

Geloof dat psychische stoornissen een biogenetische oorzaak hebben vergroot stigma bij mensen met psychische problemen én hun hulpverleners
Er is al veel onderzoek gedaan onder het algemene publiek naar de relatie tussen de opvatting dat psychische stoornissen tot biogenetische oorzaken zijn terug te voeren enerzijds en stigma anderzijds. Tegen de verwachting in wordt deze causaliteit geassocieerd met een toename van stigma. In deze Australische systematische review (k=11) werd dit verband onderzocht bij personen met een psychische stoornis zelf en bij ggz-hulpverleners. Aan de studies die geanalyseerd waren 3708 deelnemers betrokken, waarvan 2838 mensen met een psychische stoornis. Een algemene conclusie uit deze systematische review is dat het onderschrijven van biogenetische oorzaken van psychische stoornissen niet leidt tot een vermindering van het stigma bij deze twee groepen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat dit tot een toename van stigma en een negatieve houding ten aanzien van psychische stoornissen leidt. Biogenetische oorzaken worden geassocieerd met een toename van de prognostische pessimisme, angst voor mensen met psychische problemen, zelf verwijt, persoonlijk leed en een vermindering van de empathie ten opzichte van mensen met een psychische stoornis. Een positief punt van deze benadering is dat mensen met psychische stoornissen minder de schuld krijgen van hun ziekte. De auteurs schrijven dat men bij het opzetten van antistigma programma’s en campagnes zeer voorzichtig moet zijn met het promoten van biogenetische oorzaken. De relatie tussen het geloof in causale opvattingen en stigma is complex. Ggz-hulpverleners moeten goed blijven nadenken over hoe hun eigen causale opvattingen en die van hun cliënten het behandelproces kunnen beïnvloeden.
Larkings JS, Brown PM. (2018). Do biogenetic causal beliefs reduce mental illness stigma in people with mental illness and in mental health professionals? A systematic review. Int J Ment Health Nurs. 2018 Jun;27(3):928-941.
Trefwoord: Destigmatisering

Jongeren die van school gestuurd worden hebben vaker psychische problemen én bij van school gestuurde leerlingen nemen de psychische problemen toe
Kinderen met psychische problemen hebben het vaak moeilijk op school. De relatie tussen het hebben van een psychiatrische stoornis in de kinderjaren en van school gestuurd worden is nog niet vaak onderzocht. Als iemand in Engeland van school wordt gestuurd, is dat meestal tijdelijk (slechts 0,07% van de scholieren wordt nooit meer toegelaten). Als meest voorkomende reden voor het van school sturen wordt genoemd: voortdurend verstorend gedrag. In deze Britse studie werd een secundaire analyse uitgevoerd op data van de British Child and Adolescent Mental Health Surveys van 2004 en 2007 (n bij follow-up=5326; jongeren van 5-16 jaar) om het verband tussen psychopathologie en van school gestuurd worden op te sporen. Psychopathologie werd vastgesteld met de Strenghts and Difficulties Questionnaire (SDQ) die door jongeren, hun ouders en enkele van hun leraren werd ingevuld. Psychiatrische stoornissen werden vastgesteld met de Development and Well-Being Assessment (DAWBA). Informatie over het al dan niet van school gestuurd zijn en socio-demografische gegevens werden via de ouders verzameld. Verbanden werden met behulp van multi-variabele regressie analyses berekend. In 2004 was 3,9% van de ondervraagden van school gestuurd; 75% van hen was een jongen in de leeftijd van 11-16 jaar. De meeste van hen woonden in sociaal gedepriveerde buurten. Bij de follow-up in 2007 was 4,5% van school gestuurd, waarvan 70% ‘nieuw’ was. Bij alle van school gestuurde leerlingen werd een hogere mate van psychologische problemen vastgesteld in vergelijking met de niet van school gestuurden (OR=1,11; 95%BI: 1.08-1.14). Er werd ook een verband gevonden tussen van school gestuurd zijn en slechte algemene gezondheid en leerproblemen. Verder werd vastgesteld dat bij degenen die van school gestuurd waren de psychopathologie toe nam. Er is dus een tweezijdig verband tussen psychologische problemen en van school gestuurd zijn.
Ford T, Parker C, Salim J, Goodman R, Logan S, Henley W. (2018). The relationship between exclusion from school and mental health: a secondary analysis of the British Child and Adolescent Mental Health Surveys 2004 and 2007. Psychol Med. 2018 Mar;48(4):629-641
Trefwoord: Destigmatisering

Geen verband tussen vermijdende hechtingsstijl en zelfstigma, wel bij angstige hechtingsstijl
Ten aanzien van mensen met psychische problemen kan er onderscheid worden gemaakt tussen publiek stigma (stigmatisering vanuit de samenleving), zelfstigma (geïnternaliseerd stigma) en structureel stigma (stigma verankerd in de cultuur). Publiek en waargenomen stigma is een voorwaarde voor zelfstigma, maar niet iedereen met psychische problemen ontwikkelt zelfstigma. Dat kan met de copingstijl verband houden. In deze Engelse studie (n=122) werd onderzocht of er een verband is tussen de wijze waarop iemand als kind gehecht is (veilig of onveilig) en de ontwikkeling van zelfstigma. Er worden twee onveilige hechtingstypen onderscheiden: angstige en vermijdende hechtingsstijl. De deelnemers werden via advertenties en sociale media geworven. Ze moesten in de afgelopen 2 jaar persoonlijk ervaring met de ggz gehad hebben. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de Internalized Stigma of Mental Illness scale-Brief version (ISMI-B), de Stig-9 (meet perceptie van publiek stigma), de Psychosis Attachment Measure (PAM), de Rosenberg Self-esteem Scale (RSES), de Internal State Scale (ISS), de Work and Social Adjustment Scale (WSAS). O.a. met behulp van multiple regressie en moderatie analyses werden associaties berekend. Het bleek dat 43% van de deelnemers hoog scoorde voor zelfstigma. Meer dan gemiddeld onder de bevolking hadden de deelnemers een angstige of vermijdende hechtingsstijl. Er werd een verband gevonden tussen zelfstigma en waargenomen publiek stigma. Echter: er werden geen significante associaties gevonden tussen een vermijdende hechtingsstijl en zelfstigma. Wel was er een sterk verband tussen angstige hechtingsstijl en zelfstigma. Er werd geen modererend effect van een onveilige hechtingsstijl op de relatie tussen waargenomen publiek stigma en zelfstigma gevonden.
Bradstreet S, Dodd A, Jones S. (2018). Internalised stigma in mental health: An investigation of the role of attachment style. Psychiatry Res. 2018 Mar 21. pii: S0165-1781(17)31567-6.
Trefwoord: Destigmatisering

Niet-behandelde personen met psychische problemen worden belemmerd in hulpzoekgedrag door gebrek aan kennis, vooroordelen en stigma
Uit epidemiologische studies komt naar voren dat een groot deel van de mensen met psychische problemen geen hulp zoekt of dat heel lang uitstelt. In deze prospectieve Duitse studie werden 188 onbehandelde personen (geworven via advertenties) met depressieve symptomen, volgens de PHQ-9, zes maanden gevolgd om te onderzoeken in hoeverre gebrek aan kennis, vooroordelen en discriminatie invloed hebben op: de zelfidentificatie m.b.t. hebben van een psychisch probleem, bewustwording hulp nodig te hebben, de intentie om hulp te gaan zoeken en daadwerkelijk hulp gaan zoeken. Op baseline, na 3 en 6 maanden werden afgenomen: de Mini International Neuropsychiatric Interview (M.I.N.I.), de Self-Identification as Having Mental Illness-schaal (SELFI), vragen naar of men dacht hulp nodig te hebben, of ze plan waren hulp te zoeken, of ze een afspraak met een huisarts of een ggz-hulpverlener hadden gemaakt; hoe men over mensen met psychische problemen dacht; de Depression Literacy Scale (D-Lit), de Social Distance Scale en de Patient Health Questionnaire (PHQ). Er werden o.a. regressie- en pad-analyses op de data uitgevoerd. Het bleek dat 67% van de deelnemers binnen 6 maanden professionele hulp had gezocht. Zelfidentificatie (d.i. aan zichzelf toegeven dat men een probleem heeft) bleek bewustwording van behoefte aan hulp te voorspellen (beta 0.32; p<0.001) en bewustzijn van behoefte aan hulp bleek de intentie om hulp te gaan zoeken te voorspellen (huisarts: beta 0.45 p<0.001; ggz-hulpverleners: beta 0.38, p<0.001). Intentie voorspelde concreet gebruik maken van ggz-hulpverlening na 6 maanden. Stigma en ondersteunen van discriminatie werden geassocieerd met geringe mate van zelfidentificatie. Het hulp gaan zoeken voor psychische problemen wordt belemmerd door gebrek aan kennis, vooroordelen en stigma.
Schomerus G, Stolzenburg S, Freitag S, Speerforck S, Janowitz D, Evans-Lacko S, Muehlan H, Schmidt S. (2018). Stigma as a barrier to recognizing personal mental illness and seeking help: a prospective study among untreated persons with mental illness. Eur Arch Psychiatry Clin Neurosci. 2018 Apr 20.
Trefwood: Destigmatisering

Mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) leren in een sociale onderneming competenties waardoor ervaren stigma verminderd
Een sociale onderneming is een onderneming waarvan de primaire doelstelling is om maatschappelijke impact te bereiken in plaats van het genereren van winst voor eigenaren en aandeelhouders. In Italië, Frankrijk en het VK zijn de sociale ondernemingen in een aparte wettelijke rechtsvorm geregeld. In Nederland (nog) niet. Het is algemeen bekend dat mensen met EPA moeilijk werk kunnen vinden o.a. door publiek en ervaren stigma. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat sociale ondernemingen een positieve rol zouden kunnen spelen bij de integratie op de arbeidsmarkt van mensen met handicaps. In deze Italiaanse studie (n=139) werd onderzocht of mensen met EPA werkzaam bij een sociale onderneming na verloop van tijd minder stigma ervaren. Op baseline en na 12 maanden werden afgenomen: de Brief Symptom Inventory (BSI), de Occupational Self-Efficacy schaal, de Organizational Constraints Scale, de Job Content Questionnaire, de Motivation to Keep a Job schaal, een schaal om sociale- en werkvaardigheden mee te meten, de Endicott Productivity Scale en de Stigma Scale. De analyses van de data werden o.a. met behulp van pad-analyses uitgevoerd. Het bleek dat na 1 jaar werken in een sociale onderneming de sociale werkvaardigheden van de deelnemers waren toegenomen. Hierdoor nam de perceptie van een hogere productiviteit toe en als gevolg daarvan nam de ervaren discriminatie en het ervaren stigma af. Werken bij een sociale onderneming kan bijdragen aan een verbetering van de sociale inclusie van mensen met EPA.
Villotti P, Zaniboni S, Corbière M, Guay S, Fraccaroli F. (2018). Reducing perceived stigma: Work integration of people with severe mental disorders in Italian social enterprise. Psychiatr Rehabil J. Jun;41(2):125-134.
Trefwood: Destigmatisering

Identificatie met sociale groep(en) leidt tot meer sociale steun en vermindert percepties van stigma van psychische problemen
Uit de sociale identiteitstheorie komt naar voren dat mensen die tot dezelfde sociale groep behoren minder barrières ervaren als ze door een lid van dezelfde groep geholpen worden. Mensen met psychische problemen ervaren vaak stigma en mijden mede daardoor het zoeken van hulp. In deze Ierse studie (n=626) werd met behulp van de sociale identiteitstheorie onderzocht in hoeverre het gevoel om bij een bepaalde sociale groep te horen invloed heeft op de perceived stigma (± waargenomen stigma). Perceived public stigma wordt hier opgevat als hoe wij denken dat andere mensen tegen psychische problemen én mensen met psychische problemen aankijken. Deelnemers kwamen uit twee Ierse steden en vulden een survey in waarin werd gevraagd naar stigma (Perceived Devaluation Discrimination Scale (PDDS), waargenomen sociale steun (Medical Outcomes Study Social Support Survey Instrument) en of, en zo ja, met welke van de volgende groepen men zich identificeert: de eigen gemeenschap (buurt) en de eigen religieuze groep. Met behulp van mediatie analyse werd aangetoond dat de subjectieve identificatie met de eigen religieuze- en/of gemeenschapsgroep tot grotere sociale steun leidde en dat leidde weer tot lager perceived stigma van psychische problemen. Een probleem was wel dat degene van de deelnemers die psychische problemen hadden zichzelf vaak niet als onderdeel van de groep ervoeren. Personen die zich met meerdere groepen identificeren hebben het minste stigma ten opzichte van mensen met psychische problemen.
Kearns M, Muldoon OT, Msetfi RM, Surgenor PWG. (2018). Identification Reduces Stigma of Mental Ill-Health: A Community-Based Study. Am J Community Psychol. Mar;61(1-2):229-239.
Trefwoord: Destigmatisering