Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Destigmatisering 2017

Zelf-stigma neemt af bij jongeren met psychische problemen na deelname aan gemengde workshops met ‘gezonde’ jongeren
Sociaal contact is een van de strategieën die kunnen worden ingezet in de anti-stigma programma’s. Volgens het WHO algemene actieplan voor de geestelijke gezondheid is stigma een van de belangrijkste sociale barrières voor het zoeken van hulp voor psychische problemen. In dit Spaanse onderzoek worden de ontwikkeling en de evaluatie van een speciaal anti-stigma programma (SoycomoTu workshops) voor adolescenten en jong volwassenen (15-35 jaar) beschreven (25 deelnemers met – o.a. psychotische stoornis, angststoornis, depressie, autisme- en 22 deelnemers zonder psychische problemen). Het programma bestaat uit vijf workshops (fotografie; koken; theater; radio en video; kunst en schilderen) die door speciaal getrainde, maar per se niet uit de ggz hulpverlening afkomstige, begeleiders werden georganiseerd en waaraan per workshop naast 5 mensen met psychische problemen at random 4 of 5 mensen zonder psychische problemen (‘gezonde’ mensen) worden toegevoegd. De workshops bestonden uit 20 wekelijkse sessies van 2 uur en daar kwamen opdrachten uit voort waarin moest worden samen gewerkt. Voor en na de workshops werden bij alle deelnemers de meeste van de volgende vragenlijsten afgenomen: de Internalized Stigma of Mental Illness (ISMI), de Public Stigma Assessment Scale 3E (Martinez-Hidalgo, 2015), de Attribution Questionnaire AQ-27, de Rosenberg Self-Esteem Questionnaire en een semigestructureerd interview. Voor de deelnemers met een psychische stoornis werd na de workshops een significante daling van het zelf-stigma gemeten (t(22)=3.547; p=0.002; Cohen’s d=0.74). Twee factoren uit de ISMI, n.l. onderschrijven van stereotypen en stigma weerstand, scoorden significant positiever, d.w.z. minder beamen van stereotypen en meer weerstand tegen stigma. Voor alle deelnemers gold dat het zelfvertrouwen was toegenomen.
Martínez-Hidalgo MN, Lorenzo-Sánchez E, López García JJ, Regadera JJ. (2017). Social contact as a strategy for self-stigma reduction in young adults and adolescents with mental health problems. Psychiatry Res. Dec 13;260:443-450.
Trefwoord: Destigmatisering

De nieuwe Stigma Resistance Scale is beter in staat weerstand tegen stigma te meten dan de bestaande meetinstrumenten
Weerstand tegen stigma is een proces gericht op het voorkomen van het internaliseren van stigma. Het is een actief en voortdurend proces waarbij iemand zijn vaardigheden, kennis en ervaringen gebruikt om stigma te bestrijden op persoonlijk en sociaal niveau. De meest gebruikte schaal om stigma-weerstand te meten is de sub-schaal (5 items) Stigma Resistance van de Internalized Stigma of Mental Illness Scale (ISMIS). Op een aantal belangrijke psychometrische kenmerken scoort deze sub-schaal niet goed, waardoor deze vaak niet wordt gebruikt in onderzoek. In deze Amerikaanse studie wordt verslag gedaan van de ontwikkeling en validering van een nieuw, betrouwbaar en valide meetinstrument om stigma-weerstand te meten: de Stigma Resistance Scale (SRS). De SRS is gebaseerd op het theoretische begrip van stigma vanuit het perspectief van mensen die met een psychiatrische stoornis leven. De eerste online pilot test was bij 489 mensen met een psychiatrische diagnose. De SRS heeft een vijf-factoren structuur, wat een weergave is van de verschillende domeinen waar weerstand tegen stigma geboden wordt: 1. onderscheid tussen jezelf en de ander; 2. persoonlijke identiteit; 3. persoonlijke cognities; 4. stigma-weerstand met betrekking tot peers; 5. publiek stigma-weerstand. Na eerste metingen heeft de SRS een matige tot sterke construct validiteit (dit betekent: positieve associaties met kwaliteit van leven, herstel en zelf-effectiviteit én negatieve associaties met symptomen, defaitistische opvattingen en zelf-stigma), een uitstekende interne consistentie (.93) en een adequate test-hertest betrouwbaarheid na 3 weken.
Firmin RL, Lysaker PH, McGrew JH, Minor KS, Luther L, Salyers MP. (2017). The Stigma Resistance Scale: A multi-sample validation of a new instrument to assess mental illness stigma resistance. Psychiatry Res. Dec;258:37-43.
Trefwoord: Destigmatisering

Algemeen toepasbare Toegevoegde Realiteits-tool veelbelovend voor verminderen van stigma ten opzichte van schizofrenie
Stigma ten opzichte van schizofrenie leidt er vaak toe dat mensen vaak laat hulp zoeken. Schizofrenie wordt gekenmerkt door positieve symptomen (hallucinaties), negatieve symptomen en cognitieve beperkingen. Al enige tijd worden Virtual Reality-toepassingen ingezet voor de behandeling van psychoses. In dit Braziliaanse onderzoek wordt de ontwikkeling en een eerste evaluatie van een speciale Augmented Reality-tool gericht op het verminderen van stigma beschreven. Augmented Reality (Toegevoegde Realiteit) is een live, direct of indirect, beeld van de werkelijkheid waaraan elementen worden toegevoegd door een computer; de toegevoegde elementen bevatten veelal sensordata of extra informatie over de omgeving. Met behulp van de Panasonic headset RP-BTGS10 en de interactie met door een persoon bediende PC is de ontwikkelde tool in staat om psychotische symptomen en zintuigelijke veranderingen bij de proefpersoon te simuleren zodanig dat de proefpersoon een intensieve, psychotische ervaring opdoet die ook door een persoon met schizofrenie wordt ervaren. De integratie met de omgeving gaat met behulp van speciale digitale brillen (Sony HMZ-T2) en embedded camera’s. De auditieve en visuele effecten vinden in real time plaats. Om de ontwikkelde virtuele omgeving te valideren werden proefpersonen onder medische studenten geworven, zij werden aan de virtuele psychotische ervaring blootgesteld en aan hen werd de mate van stigma vóór en na de simulatie uitgevraagd (met een door de auteurs zelf ontwikkelde vragenlijst met negen vragen), en hen werd gevraagd naar de efficiëntie en effectiviteit van de Toegevoegde Realiteits-tool. De tool blijkt robuust en realistisch en de stigma-scores waren na de simulatie significant afgenomen. Deze veelbelovende tool is in te zetten voor allerlei doelgroepen (leraren, politie, familie).
Silva RDC, Albuquerque SGC, Muniz AV, Filho PPR, Ribeiro S, Pinheiro PR, Albuquerque VHC. (2017). Reducing the Schizophrenia Stigma: A New Approach Based on Augmented Reality. Comput Intell Neurosci. 2017;2017:2721846. doi: 10.1155/2017/2721846. Epub 2017 Nov 29.
Trefwoord: Destigmatisering

Engelse Time-to-Change anti-stigma programma stimuleert mensen met psychische problemen om hulp te zoeken en hun problemen bekend te maken
Er is nog maar weinig evidentie dat algemene anti-stigma voorlichtingscampagnes tot minder discriminatoir gedrag ten opzichte van mensen met psychische problemen leiden, met uitzondering wellicht van de Duitse Nürnberger Bündnis gegen Depression. In Engeland is in drie golven (fasen) de nationale anti-stigma campagne Time-to-Change (TTC) uitgevoerd: 2007-2011; 2011-2016; 2016-2021. De doelen van TTC zijn om de houding van het publiek ten aanzien van mensen met psychische problemen te verbeteren en sinds 2011 óók om mensen aan te moedigen om personen met psychische problemen in hun omgeving te ondersteunen. TTC is vooral gericht op mensen van 25-45 jaar uit de middenklasse en wordt voor een deel via periodieke berichtenclusters via sociale media aangeboden. De resultaten van de campagnes worden elk jaar via een representatieve steekproef van ongeveer 1700 personen uit het algemene publiek middels de Attitudes to Mental Illness survey gemeten. In dit Engelse onderzoek werden analyses uitgevoerd over data die in de fase 2011-2016 zijn verzameld en werd met name gekeken naar verbanden tussen zich bewust zijn van de TTC-campagne enerzijds en zich op zijn gemak voelen om een psychisch probleem te bespreken met familie, vrienden of werkgever én de intentie om met een psychisch probleem professionele hulp te gaan zoeken anderzijds. De analyses werden met behulp van logistische regressie modellen uitgevoerd. Er werden positieve verbanden gevonden tussen zich bewust zijn van de TTC-campagne en de waarschijnlijkheid om bij problemen hulp te gaan zoeken (OR=1.18, 95% BI 1.03-1.36), zich op zijn gemak voelen om psychische problemen met familie en vrienden te bespreken (OR=1.27, 95%BI 1.14-1.43) en zich op zijn gemak voelen om een psychisch probleem met een werkgever te bespreken (OR=1.20, 95%BI 1.06-1.35). TTC lijkt dus wel positieve effecten te hebben.
Henderson C, Robinson E, Evans-Lacko S, Thornicroft G. (2017). Relationships between anti-stigma programme awareness, disclosure comfort and intended help-seeking regarding a mental health problem. Br J Psychiatry. Nov;211(5):316-322.
Trefwoord: Destigmatisering

Redenen voor stigmatiseren van verschillende psychische stoornissen kan worden teruggebracht tot sociale wenselijkheid en beheersbaarheid
Er is veel stigma ten aanzien van psychische stoornissen. Het is echter niet duidelijk of de onderliggende opvattingen die tot stigma leiden voor alle stoornissen (depressie, angst, schizofrenie etc.) dezelfde zijn. Dit is van belang voor het ontwikkelen van anti-stigma interventies. Deze Amerikaanse studie bestaat uit twee delen: in Studie 1 werd onderzocht of waarnemers (studenten aan de Indiana Universiteit) dezelfde of verschillende stigma-gerelateerde opvattingen over veel voorkomende psychische stoornissen hebben; in Studie 2 werd onderzocht of stigma-gerelateerde opvattingen die met specifieke psychische stoornissen geassocieerd worden stigmatisering van die specifieke stoornis voorspellen. In deze studie gaat het alleen over publiek stigma. De volgende stoornissen werden geselecteerd: depressie; posttraumatische stress; suïcidaal gedrag; angststoornis; obsessief-compulsieve stoornis; bipolaire stoornis; paranoia; schizofrenie; psychose. Met behulp van Weighted MultiDimensional Scaling (WMDS) kwamen twee duidelijk te onderscheiden dimensies naar voren waarmee de stoornissen onderscheiden kunnen worden: hun relatieve sociale wenselijkheid en hun relatieve beheersbaarheid of controleerbaarheid. Deze twee dimensies verklaarden in de WMDS-analyse 71,8% van de variantie. Op de dimensie sociale wenselijkheid was er een duidelijk onderscheid tussen het cluster schizofrenie/paranoia/psychose ten opzichte van het cluster bipolair/angst/obsessief compulsief, waarbij het eerste cluster duidelijk sociaal onwenselijker werd gezien dan het tweede cluster. Op de dimensie controleerbaarheid werd het cluster schizofrenie/paranoia/psychose als veel meer oncontroleerbaar gezien dan het cluster depressie/suïcidaal/posttraumatische stress. Psychische stoornissen die als bedreigend worden gezien dragen bij aan hun sociale onwenselijkheid. Uit Studie 2 kwam naar voren dat stigma ten aanzien van personen met een depressie gebaseerd is op de opvatting dat depressie te controleren is. Dit gold ook voor deelnemers die zelf een depressie hadden meegemaakt.
Krendl AC, Freeman JB. (2017). Are mental illnesses stigmatized for the same reasons? Identifying the stigma-related beliefs underlying common mental illnesses. J Ment Health.  Oct 11:1-9.
Trefwoord: Destigmatisering

Persoonlijke verhalen hebben meeste invloed op afname stigma en ondersteuning van beleid voor personen met psychische problemen
In de VS is slechts een minderheid van de bevolking voor het investeren van meer middelen in de behandeling van personen met psychische stoornissen en verslavingsproblemen. Uit recent bevolkingsonderzoek blijkt dat de meerderheid van de Amerikanen niet wil samenwerken met drugsverslaafden en denkt dat ze gewelddadig zijn. In oktober 2015 kwam op initiatief van de auteurs van dit artikel een forum, bestaande uit onderzoekers, hulpverleners, vertegenwoordigers van fondsen en de regering, en cliëntenvertegenwoordigers, bijeen ten einde evidence-based communicatiestrategieën om publieke steun voor beter beleid voor genoemde doelgroepen te generen, te bespreken. Het forum onderkent vijf strategieën waar onderzoek naar gedaan is: 1. Sympathieke verhalen die de ervaringen en de strijd van individuen met psychische stoornissen of verslavingsproblemen humaniseren. Deze verhalen kunnen stigma doen verminderen en de kans op politieke steun voor meer middelen neemt toe. 2. Boodschappen die beide doelgroepen de schuld geven. Dit kan de bereidheid om deze mensen te helpen doen afnemen en politiek steun voor repressieve maatregelen versterken. 3. Boodschappen die wijzen op de structurele barrières voor behandeling (zoals slechte dekking door verzekering) kunnen positieve politieke steun genereren zonder dat stigma toeneemt. 4. Boodschappen die nadruk leggen op gebruik van geweld door mensen met psychische problemen, kunnen leiden tot meer steun voor middelen voor ggz-diensten, maar zijn erg stigmatiserend. 5. Boodschappen die de nadruk leggen op de effectiviteit van behandelingen kunnen stigma doen afnemen, maar de effecten op beleidsvoorkeuren zijn nog onduidelijk. Het forum formuleerde ook prioriteiten met betrekking tot beleidscommunicatie over psychische – en verslavingsproblemen zoals o.a.: 1. Toename steun voor effectieve behandelingen van verslavingsproblemen, inclusief harm reduction maatregelen; 2. Ontrafelen van koppelen van deze problemen aan ras en sociaal-economische status.
McGinty E, Pescosolido B, Kennedy-Hendricks A, Barry CL. (2017). Communication Strategies to Counter Stigma and Improve Mental Illness and Substance Use Disorder Policy. Psychiatr Serv. 2017 Oct 2
Trefwoord: Destigmatisering

Video contact waarbij de mogelijkheid om van schizofrenie te herstellen wordt benadrukt is meest effectief in verminderen van stigma
Hoewel direct contact met een ervaringsdeskundige met schizofrenie (live of via video) veelbelovend is in het verminderen van stigma, is het nog niet duidelijk onder welke omstandigheden het positief uitpakt. In deze Canadese RCT (n=218) zagen deelnemers uit de algemene bevolking óf een video (10 minuten) waarin een 30-jarige ervaringsdeskundige man (Andrew) naar waarheid vertelde hoe hij hersteld was van schizofrenie, óf een video (ook 10 minuten) waarin dezelfde persoon naar waarheid zijn acute symptomen van schizofrenie beschreef, óf geen video (controle groep). Uitkomsten werden meteen na het bekijken én twee weken daarna gemeten: algemene indruk van video (o.a. negatieve stereotypering ten aanzien van schizofrenie), waargenomen gelijkenis van Andrew met zichzelf (met de Inclusion of Others in Self Scale (IOS), mate van sociale afstand ten aanzien van Andrew en ten aanzien van mensen met schizofrenie in het algemeen en sympathie en empathie ten aanzien van Andrew. Aan de metingen na 2 weken werd een speciale meting toegevoegd om te kijken in hoeverre de deelnemers afstand van Andrew wilden houden (State Trait Anxiety Inventory-State Version-STAI). Het bleek dat de herstel-video effectiever was met betrekking tot een positieve indruk van Andrew en de neiging om sociale afstand te houden verkleinde. De symptomen-video genereerde wel meer sympathie voor Andrew dan de andere video, maar resulteerde niet in een positieve indruk of minder sociale afstand. Dus: sympathie voelen leidt niet tot minder stigma. De deelnemers die de herstel-video hadden gezien identificeerden zich meer met Andrew (waargenomen gelijkenis), maar voelden minder sympathie voor hem. Zij voelden ook minder angst om hem eventueel te ontmoeten. Stigma-vermindering maakt de meeste kans als het herstelverhaal verteld wordt in het contact met de algemene bevolking.
Norman RMG, Li Y, Sorrentino R, Hampson E, Ye Y. (2017). The differential effects of a focus on symptoms versus recovery in reducing stigma of schizophrenia. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Nov;52(11):1385-1394.
Trefwoord: Destigmatisering

Ervaren stigma is significant gerelateerd aan externe schaamte, positieve symptomen, depressie, angst en persoonlijk herstel bij personen met psychoses
Ervaren stigma kan worden omschreven als ‘ervaringen van echte discriminatie en/of beperkingen van deelname aan activiteiten door de persoon met een psychose’. Ervaringen van stigma en discriminatie kunnen leiden tot een lagere sociale positie (zichzelf minder goed vinden dan anderen), en tot externe schaamte d.i. als we geloven dat anderen ons als negatief, verwerpelijk en minderwaardig zien. Er is sprake van interne schaamte als we onszelf zo zien. De Social Mentality Theory (SMT) geeft een verklaringsmodel waarom ervaren stigma tot emotionele distress leidt. In dit Engelse onderzoek (n=52; cliënten van VIP-team) werden met behulp van de SMT de verbanden onderzocht tussen ervaren stigma enerzijds en angst, depressie, positieve symptomen en persoonlijk herstel anderzijds, waarbij met name werd gekeken naar de mediërende rol van sociale positie en externe schaamte tussen beiden. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de Stigma Scale (SS), de Other as Shamer (OAS) Scale, de Social Comparison Scale (SCS), de Process of RecoveryQuestionnaire (QPR), de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), de Calgary Depression Scale (CDS) en de Beck Anxiety Inventory (BAI). De verbanden werden met behulp van multiple lineaire regressie analyses berekend. Er werd een significante associatie gevonden tussen ervaren stigma, gemeten met de SS, enerzijds en sociale positie, externe schaamte, positieve symptomen, depressie, angst en persoonlijk herstel anderzijds. Externe schaamte medieerde tussen ervaren stigma en depressie. Sociale positie bleek een significante mediator tussen ervaren stigma en persoonlijk herstel. In de behandeling moet meer aandacht komen voor schaamte als mogelijke oorzaak van stigma-gerelateerde emotionele distress, zoals in compassion focused therapy gebeurd.
Wood L, Irons C. (2017). Experienced stigma and its impacts in psychosis: The role of social rank and external shame. Psychol Psychother. Sep;90(3):419-431.
Trefwoord: Destigmatisering

Geïnternaliseerde schaamte en laag gevoel van eigenwaarde kunnen bijdragen aan stigma waardoor herstelproces geremd kan worden
Ongeveer 87% van de personen die een psychose meemaken ervaren stigma. Dus naast de stress die de psychose zelf oproept, krijgt men meestal ook te maken met stigma en discriminatie door de sociale omgeving. In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen 1. ervaren stigma (discriminatie); 2.‘toegekend’ stigma (perceived stigma), d.i. als iemand van zichzelf vindt tot de gestigmatiseerde groep te behoren; 3. geïnternaliseerd stigma, d.i. de som van de negatieve consequenties van ervaren en toegekend stigma. In dit Britse onderzoek (n=79 met een psychose) werd onderzocht wat het verband is stigma enerzijds en geïnternaliseerde schaamte, gevoelens van eigenwaarde, depressie en persoonlijk herstel anderzijds. De volgende meetinstrumenten werden afgenomen: de Semi-structured Interview Measure of Stigma (SIMS), de Internalised Shame Scale (ISS), de Self-Esteem Rating Scale –Short form (SERS), de Process of Recovery Questionnaire – Short form (QPR), Beck Depression Inventory for Primary Care (BDI-7) en de Beck Hopelessness Scale (BHS). De verbanden werden middels multiple lineaire regressie analyses berekend. Over het algemeen had de onderzochte groep relatief een hoge mate van geïnternaliseerd schaamte en matige gevoelens van eigenwaarde, matige depressiescores en een laag niveau van persoonlijk herstel. Het bleek dat stigma (zowel ervaren als ‘toegekend’ stigma) significant geassocieerd werd met geïnternaliseerde schaamte, geringe gevoelens van eigenwaarde, depressie, gevoelens van hopeloosheid en een gering persoonlijk herstel. Geïnternaliseerde schaamte én gevoelens van eigenwaarde mediëren tussen stigma enerzijds en depressie, hopeloosheid en persoonlijk herstel anderzijds bij personen met psychoses. Interventies zouden zich kunnen richten op het verminderen van schaamte.
Wood L, Byrne R, Burke E, Enache G, Morrison AP. (2017). The impact of stigma on emotional distress and recovery from psychosis: The mediatory role of internalised shame and self-esteem. Psychiatry Res. Sep;255:94-100.
Trefwoord: Destigmatisering

Matig bewijs dat het continuüm-model van psychische problemen effectief is voor verminderen stigma
Een nieuwe ontwikkeling in het aanpakken van publiek stigma van psychische problemen is continuüm-model waarbij benadrukt wordt dat er een de continuïteit bestaat tussen geestelijk gezond zijn en psychische stoornissen. Dit in contrast met de boodschap dat psychische problemen biomedische oorzaken hebben, waardoor het beeld kan ontstaan dat een persoon met een psychische stoornis echt ‘anders’ is. Er zijn tot nu toe vier studies verschenen naar de effecten van het continuüm geloof op stigma. Dat waren allemaal designs met online vrijwilligers op basis van zelfrapportage. De resultaten uit die studies zijn veelbelovend. In deze Amerikaanse studie (n=69 studenten) werden de effecten van een in een laboratorium uitgevoerde continuüm-interventie op gedrag en zelfrapportage stigma-meetinstrumenten onderzocht. Er werden drie groepen gevormd: 1. De categoriale groep (n=22) kreeg een tekst te lezen waarin werd gezegd dat personen met schizofrenie echt anders waren; 2. De continuüm groep (n=24) kreeg een tekst te lezen waarin werd beweerd dat schizofrenie op een continuüm van gezond naar ziek ligt. 3. De controlegroep (n=23) kreeg een neutrale tekst over schizofrenie te lezen. Voor en na de interventie werden ook enkele meetinstrumenten afgenomen: de Social Distance Scale (SDS); een instrument dat emotionele reacties meet en een instrument dat stereotype houdingen meet. Daarna gingen de deelnemers één voor één naar een lege ruimte met stoelen waar ze een gesprek zouden krijgen met een man (Allen) die schizofrenie had en voorlichting zou geven. De jas en tas van Allen waren duidelijk aanwezig. Er werd geobserveerd hoe ver iedereen van Allen’s stoel ging zitten. Het bleek dat de continuüm interventie de zelf gerapporteerde sociale afstand verminderde en dat de categoriale interventie negatieve stereotyperingen versterkte. Er werd een statistisch matig verband gevonden tussen het kiezen van de stoel al dan niet dicht bij Allen en de hoogte van het gemeten stigma.
Thibodeau R, Shanks LN, Smith BP. (2018). Do continuum beliefs reduce schizophrenia stigma? Effects of a laboratory intervention on behavioral and self-reported stigma. J Behav Ther Exp Psychiatry. Mar;58:29-35.
Trefwoord: Destigmatisering

Onderzoek naar stigma van verslavingen staat nog in de kinderschoenen
De Amerikaanse National Academy of Science (NAS) heeft in kaart gebracht wat de stand van de wetenschap is betreffende het onderzoek naar stigma van verslavingen en psychische problemen. Hieruit kwam naar voren dat in vergelijking met onderzoek naar stigma bij personen met psychische problemen, het onderzoek naar stigma bij stoornissen in het gebruik van middelen zeer beperkt is. Er zijn 4 reviews over het onderwerp stigma en verslaving tegenover 49 reviews over stigma en psychische stoornissen. In twee artikelen wordt een samenvatting van het NAS-rapport gegeven. In dit eerste deel worden de constructen en methodes van de geestelijke gezondheids- stigma literatuur gebruikt om de research naar de fenomenen die samenhangen met verslavingsstigma te beschrijven. Centraal in de analyse van het stigma-concept staat het sociaal psychologisch model waarin onderscheid wordt gemaakt tussen stereotypes, vooroordelen en discriminatie. Hoewel de samenleving anders aankijkt tegen middelenverslaving dan tegen psychische stoornissen is dit model te gebruiken bij de analyse van stigma van personen met een verslaving. Uit de literatuur komt naar voren dat de vooroordelen tegenover personen met een verslaving overeenkomt met die tegenover personen met een psychiatrische stoornis: ze worden gezien als gevaarlijk, men is er bang voor en men wil sociale afstand van hen houden. Ook de drie vormen van stigma die uit onderzoek naar personen met een psychische stoornis naar voren komen, komen ook bij verslavingsstigma voor: publiek stigma, zelfstigma en label avoidance (het vermijden van het zoeken van hulp om maar niet het label ‘psychiatrische patiënt’ of ‘verslaafde’ te krijgen). Stigma van verslaafden is gecompliceerder omdat het gebruik van de meeste middelen samenhangt met criminaliteit (verboden middelen).
Corrigan P, Schomerus G, Shuman V, Kraus D, Perlick D, Harnish A, Kulesza M, Kane-Willis K, Qin S, Smelson D. (2017). Developing a research agenda for understanding the stigma of addictions Part I: Lessons from the Mental Health Stigma Literature. Am J Addict. 26(1), 59-66.
Trefwoord: Destigmatisering

Stigma van verslavingen kan verminderen door inzetten strategieën als voorlichting geven en contact leggen tussen ervaringsdeskundigen en publiek
In dit tweede deel van de samenvatting van het NAS-rapport over de stand van zaken in het onderzoek naar stigma bij psychische problemen en verslavingen worden de strategieën beschreven waarmee publiek stigma en zelfstigma van verslavingen zouden kunnen worden teruggedrongen. Hierbij wordt wederom veel ontleend aan de literatuur naar het bestrijden van stigma van psychische stoornissen. Drie agenda’s zouden veranderingen teweeg kunnen brengen: 1. Hulpverleningsagenda: meer informatie over evidence-based hulpverlening voor de behandeling van verslaving; 2. Rechtenagenda: deze agenda wil discriminatie die uit stigma voortkomt bestrijden door mogelijkheden op ontwikkeling te bieden; 3. Eigenwaarde agenda: vaak leidt stigma tot schaamte en verminderd gevoel van eigenwaarde; vanuit ervaringsdeskundigen kan het zelfstigma worden aangepakt. Voor een deel kunnen deze agenda’s elkaar in de weg zitten. De eerste twee agenda’s zijn gericht op het verminderen van het publieke stigma. De meest toegepaste strategieën hiervoor zijn: voorlichting geven en persoonlijk contact tussen ervaringsdeskundigen en het algemene publiek. Uit het sporadische onderzoek op dit thema naar verminderen van verslavingsstigma komt naar voren dat contact maken het meest effectief is in het verminderen van stigmatiserende houdingen. Hetzelfde geldt voor het verminderen van zelfstigma. Op deze thema’s is er veel meer robuust onderzoek nodig. Daarbij moet er speciale aandacht zijn voor het onderscheid tussen legale en illegale middelen en voor het feit dat het gebruik van illegale middelen geassocieerd wordt met criminaliteit.
Corrigan PW, Schomerus G, Shuman V, Kraus D, Perlick D, Harnish A, Kulesza M, Kane-Willis K, Qin S, Smelson D. (2017). Developing a research agenda for reducing the stigma of addictions, part II: Lessons from the mental health stigma literature. Am J Addict. 26(1), 67-74.
Trefwoord: Destigmatisering

Sociale media kunnen goed worden ingezet bij antistigma-campagnes
Sociale media zijn een onderdeel van de massamediale communicatiekanalen. Ze zijn interactief en meer op het individu gericht. De sociale media kunnen worden ingezet in het kader van sociale beïnvloeding. Het grote Engelse antistigma programma Time-To-Change (TTC;2009-2014) ging vergezeld van een sociale marketing campagne (SMC) waarbij de traditionele massamediale kanalen, sociale media en sociale contact gebeurtenissen werden ingezet. In deze Engelse evaluatie wordt verslag gedaan van de impact van de SMC tijdens de TTC (SMC-TTC) op kennis, houding en gedrag ten aanzien van mensen met een psychisch probleem. De SMC was gericht op de groep met middeninkomens tussen de 25 en 45 jaar. De sociale marketingactiviteiten had tussen 2009 en 2014 elf korte intense periodes (‘bursts’) waarin via alle media boodschappen werden verspreid. Per ‘burst’ werden er ongeveer 1000 deelnemers via een online panel geworven bij wie vóór en na de ‘burst’ de volgende meetinstrumenten online werden afgenomen (n totaal=10.526): Mental Health Knowledge Schedule (MAKS), Community Attitudes toward the Mentally Ill Scale (CAMI), Reported and Intended Behaviour Scale (RIBS). Of men op de hoogte van de campagne was, werd middels één vraag vastgesteld. Het bleek dat na elke burst er meer personen zich bewust waren van de TTC en dat het totaal na elke burst toenam. De data werden met multivariate lineaire en logistische regressie modellen geanalyseerd. Bewust zijn van de SMC werd geassocieerd met hogere scores op de MAKS (OR=0.95, BI=0.68-1.21), de subschaal ‘tolerantie en ondersteuning van de CAMI (OR=0.12, BI=0.09-0.16) en de RIBS (OR=0.71, BI=0.51-0.92). Sociale media kunnen op bevolkingsniveau positief worden gebruikt bij antistigma-campagnes.
Sampogna G, Bakolis I, Evans-Lacko S, Robinson E, Thornicroft G, Henderson C. (2017). The impact of social marketing campaigns on reducing mental health stigma: Results from the 2009-2014 Time to Change programme. Eur Psychiatry. 40, 116-122.
Trefwoord: Destigmatisering

Australische survey: personen met een psychisch probleem vertellen daar eerder over aan personen die dicht bij hen staan
Personen met psychische problemen moeten in allerlei sociale situaties de afweging maken of ze hier mee naar buiten komen. Als ze vertellen dat ze een bepaald probleem hebben kan dat stigmatiserend werken, maar het kan ook extra steun opleveren. In deze nationale Australische survey (N=5220; 18+) werd onderzocht of personen met psychische problemen dit voor hun omgeving verzwegen, discriminatie ervoeren of positieve reacties kregen. De survey werd telefonisch afgenomen (CATI). Om vast te stellen of de respondenten een psychisch probleem hadden werd: a. dat direct aan hen gevraagd; b. met behulp van de Kessler 6 mental health screening questionnaire (K6) werd vast gesteld of de respondent hoog scoorde op een heel scala aan psychische stoornissen. Van de respondenten bleek 28,8% (n=1381) een psychische probleem volgens de criteria a. of b. te hebben. Binnen deze groep kwam depressie (55,6%) het meest voor, gevolgd door angststoornissen (incl. PTSS) (45,5%), bipolaire stoornis (4,6%), psychotische stoornis (2,7%) en eetstoornissen (2,3%). Openheid over het psychisch probleem was het grootst ten opzichte van partners (90% van de personen met psychische problemen vertelden het aan hun partner). Veel gemeld werd dat men open over het probleem was ten opzichte van sommige vrienden (64%) en sommige familieleden (49%). Dit kwam meer voor dan het òf tegen iedereen òf tegen niemand iets vertellen. Het verzwijgen kwam meer voor op de werkplek (55%) en ten opzichte van hulpverleners waarvoor men niet voor het probleem behandeld werd (68%). Er was een verband tussen het hebben ontvangen van hulp en steun en het niet-verzwijgen. Vooral in de gezondheidszorg en in het onderwijs werd discriminatie ervaren.
Reavley NJ, Morgan AJ, Jorm AF. (2017). Disclosure of mental health problems: findings from an Australian national survey. Epidemiol Psychiatr Sci. 11, 1-11.
Trefwoord: Destigmatisering

Systematische review: stigma-gerelateerde processen beïnvloeden het hulpzoekgedrag van personen met een vroege psychose of met een risico op een psychose
Het ervaren van stigma kan van invloed zijn op óf en wanneer er hulp wordt gezocht voor psychotische symptomen. Stigma kan gedefinieerd worden in termen van hoe de invloed van het stigma ervaren wordt (waargenomen, ervaren, geanticipeerd stigma) of waar de actie vanuit gaat waardoor stigma ervaren wordt (publiek, structureel, geïnternaliseerd stigma). In deze Britse systematische review werd de relatie tussen stigma en zorgtrajecten, opgevat als processen die geassocieerd worden met hulp zoeken en contacten met de hulpverlening, onderzocht in kwalitatieve, kwantitatieve en mixed method studies (n=40 studies). De doelgroepen zijn personen die een Eerste Psychotische Episode (EPE) hebben ervaren, personen die een risico op een psychose lopen en ondersteunende personen in het leven van beide genoemde doelgroepen. Uit de meta-synthese kwamen zes thema’s naar voren waarbij een verband werd gevonden tussen stigma en zorgtrajecten: 1. De ervaring van ‘het gevoel anders te zijn’ bij de personen die psychotische symptomen ervaren; 2. ‘De verschillen worden negatief benoemd’ waarmee de stereotype opvattingen op de personen met psychotische symptomen worden toegepast; 3. ‘Negatieve reacties’: slaat op geanticipeerde en ervaren reacties op het gevoel anders te zijn en de daarmee gepaard gaande labelling; die reacties kunnen zijn: sociale afstand houden, gevoelens van stigma, schaamte of schuld; 4. Het thema ‘strategieën’ slaat op de pogingen om die negatieve reacties te vermijden, zoals o.a. verzwijgen, ontkennen; 5. Het thema ‘ontbreken van kennis en begrip’ beschrijft hoe stigma-gerelateerde factoren hebben bijgedragen aan een beperkt bewustzijn en begrip van psychische stoornissen; 6. Het thema ‘factoren die samenhangen met de hulpverlening’ beschrijft ontmoedigende ervaringen van stigma binnen de gezondheidszorg. Daar staat tegenover dat er ook voorbeelden worden genoemd dat de hulpverlening heeft bijgedragen aan het verminderen van het stigma.
Gronholm PC, Thornicroft G, Laurens KR, Evans-Lacko S. (2017). Mental health-related stigma and pathways to care for people at risk of psychotic disorders or experiencing first-episode psychosis: a systematic review. Psychol Med. 15, 1-13.
Trefwoord: Destigmatisering

Systematische review: 12 meetinstrumenten die stigma bij personen met psychische problemen meten hebben voldoende psychometrische kwaliteiten
De afgelopen jaren zijn er vele meetinstrumenten ontwikkeld om stigma bij psychische stoornissen vanuit allerlei invalshoeken te meten en te evalueren. Er is echter weinig onderzoek naar de kwaliteit van die meetinstrumenten gedaan. In deze Canadese systematische review werd de methodologische kwaliteit van studies die de psychometrische eigenschappen van meetinstrumenten die stigma meten beoordeeld én wordt een oordeel gegeven over het niveau van bewijskracht (level of evidence) van de kwaliteit van de instrumenten. Voor de kwaliteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de in Nederland ontwikkelde Selection of Health Measurement Instruments (COSMIN)-checklist. Voor het eindoordeel per instrument wordt de laagst gegeven score genomen. Er werd informatie gezocht over de betrouwbaarheid (reliability), geldigheid (validity) en responsiviteit per instrument. De methodologische kwaliteit kreeg een van de volgende kwalificaties: uitstekend, goed, matig of slecht. In totaal werden 117 studies gevonden die de psychometrische eigenschappen van 101 meetinstrumenten evalueerden. De kwaliteit van de studies varieerde van uitstekend (n=5), goed (n=67), redelijk (n=89) tot slecht (n=36). De kwaliteit van de psychometrische eigenschappen varieerde ook: uitstekend (n=3;vooral over inhoudsvaliditeit), redelijk (n=55, vooral over interne consistentie), beperkt (vooral over structurele validiteit, n=55 en constructvaliditeit, n=46), conflicterend (vooral test-hertest betrouwbaarheid, n=9) en onbekend (n=36). Slechts 12 instrumenten voldeden aan een beperkt, matig of uitstekend niveau van bewijskracht voor alle beoordeelde psychometrische eigenschappen: Employer Attitudes towards Mental Illness questionnaire (EAQ), Beliefs toward Mental Illness (BMI), Attitudes to Mental Illness Questionnaire (AMID), Attitudes to Severe Mental Illness (ASMI), Devaluation of consumers family scale (DCFS), Adolescent Attitudes toward Serious Mental Illness (ATSMI = AV), Stigma Scale for Receiving Psychological Help (SSRPH), Psychiatric Skepticism scale (PSS), Community Attitudes towards Mental Illness (CAMI)-CAMI revised, Discrimination and Stigma scale (DISC)-DISC revised, Internalised stigma of mental illness (ISMI)-ISMI revised, Personal stigma scale (PESS).
Wei Y, McGrath P, Hayden J, Kutcher S. (2017). The quality of mental health literacy measurement tools evaluating the stigma of mental illness: a systematic review. Epidemiol Psychiatr Sci. 2:1-30.
Trefwoord: Destigmatisering

Systematische review: in de algemene bevolking is er een direct verband tussen stigma ten aanzien van psychische stoornissen en hulpzoekgedrag
Elk jaar heeft 38% van de bevolking in de EU last van een psychische stoornis en dat kostte in 2010 €453 miljard. Er zijn veel barrières om hulp voor psychische problemen te zoeken, waaronder stigma, opgevat als de negatieve en stigmatiserende houding ten aanzien van psychische stoornissen. In deze Britse systematische review en meta-analyse werden vier typen stigma die hulpzoekgedrag kunnen beïnvloeden onderscheiden: waargenomen publiek stigma (PublicS), persoonlijk stigma (PersonS) – PersonS beschrijft de persoonlijke houding ten aanzien van de leden van de gestigmatiseerde groep-, zelf-stigma (SelfS) en houdingen ten aanzien van hulp zoeken (HelpA). Doel van deze studie is de impact van deze vier typen stigma op het actieve hulpzoekgedrag in de algemene bevolking in te schatten. De odds ratio (OR) van de effecten van stigma op het hulp zoeken was de belangrijkste uitkomstmaat. De OR’s werden gecombineerd in random effect meta-analyses. In totaal werden er 27 studies in de meta-analyses geïncludeerd. De negatieve houding van de deelnemers ten aanzien van het zoeken van hulp voor psychische problemen (HelpA) (OR=0.80, 95%BI 0.73-0.88) en hun stigmatiserende houding ten opzichte van personen met psychische problemen (PersonS)(OR=0.82, 95% BI 0.69-0.98) werden significant geassocieerd met minder actief hulpzoekgedrag. Hogere SelfS (OR=0.88, 95% BI 0.76-1.03) lijkt ook tot minder actief hulp zoeken aan te zetten, maar de associatie was niet significant. PublicS en ongespecificeerd algemeen stigma hadden geen verbanden met actief hulp zoeken. De persoonlijke houding ten aanzien van psychische problemen en/of ten aanzien van hulp zoeken worden geassocieerd met het actief hulp gaan zoeken voor psychische problemen. Anti-stigma campagnes zouden zich meer op die persoonlijke houding moeten richten.
Schnyder N, Panczak R, Groth N, Schultze-Lutter F. (2017). Association between mental health-related stigma and active help-seeking: systematic review and meta-analysis. Br J Psychiatry. 210(4):261-268.
Trefwoord: Destigmatisering

Systematische review: onvoldoende evidentie voor de effectiviteit van interventies ter bestrijding van zelfstigma
Uit recent onderzoek blijkt dat zelfstigma bij 49% van de personen met schizofrenie spectrumstoornissen voorkomt. Stigma kan op drie niveaus plaatsvinden: publiek/sociaal, structureel/institutioneel, zelfstigma. Interventies die zelfstigma willen aanpakken zijn meestal complex. In deze Duitse systematische review werd gezocht naar de effecten van zelfstigma interventies bij personen met een psychische stoornis volgens de DSM of de ICD, zoals gemeten in RCT’s. De review werd volgens de Cochrane methode uitgevoerd. Slechts vijf RCT’s voldeden aan de strenge inclusiecriteria. Vier van deze studies hadden een groot risico op bias (vooringenomenheid). De kwaliteit van het bewijs was erg gering voor elke set van interventies en uitkomsten. Slechts twee studies konden gepoold worden in een meta-analyse, vanwege voldoende homogeniteit, namelijk de RCT’s naar de groepsinterventies Photovoice en de Narrative Enhancement/Cognitive Therapy (NECT). Beide gebruikten de Internalized Stigma of Mental Health Scale (ISMI). De meta-analyse vond geen statistisch significant effect: SMD na 3 maanden=-0.26, BI95% -0.64-0.12; (n=108). Vier van de interventies waren zelfstigma reductieprogramma’s die bestonden uit een serie groepssessies. De andere interventie was een antistigma brochure. Geen enkele studie vond significante effecten op andere uitkomstmaten zoals herstel, hulpzoekgedrag of gevoel van zelfvertrouwen. Ondanks deze resultaten stellen de auteurs dat niet geconcludeerd moet worden dat interventies om zelfstigma te verminderen geheel ineffectief zijn. Voor een deel is het niet vinden van effecten verklaarbaar uit de gebruikte uitkomstmaten, die gemeten zijn met meetinstrumenten die niet ontwikkeld zijn om effecten van interventies te meten.
Büchter RB, Messer M. (2017). Interventions for reducing self-stigma in people with mental illnesses: a systematic review of randomized controlled trials. Ger Med Sci. Apr 24;15:Doc07.
Trefwoord: Destigmatisering

Uit eerste testen blijkt dat meetinstrument om stigmatisering bij GGZ-hulpverleners te meten goede psychometrische eigenschappen heeft
Ggz-hulpverleners onderschrijven vaak dezelfde stereotypen over mensen met psychische stoornissen dan het algemene publiek, vaak zijn ze zelfs nog meer pessimistisch over de mogelijkheden van hun cliënten. Een stigmatiserende houding van de hulpverlener kan invloed hebben op het herstelproces van hun cliënten. De bestaande meetinstrumenten om stigma bij hulpverleners te meten (de Mental Illness Stigma Scale for Mental Health Professionals en de Mental Health Provider Stigma Inventory) zijn geheel vanuit de theorie en niet vanuit de beleefde ervaring van de cliënt opgezet. In dit Amerikaanse artikel worden de ontwikkeling en eerste psychometrische testen beschreven van de Mental Health Provider Self-Assessment of Stigma Scale (MHPSASS) die in eerste instantie is opgezet op basis van een etnografische analyse van de ervaringen van ggz-cliënten en hun familieleden. Om sociale wenselijke antwoorden zoveel mogelijk te voorkomen werd in de itemlijst gebruik gemaakt van ‘omfloerst’ taalgebruik waarbij de respondent zich niet aangevallen hoeft te voelen (forgiving language). In de eerste versie had de vragenlijst vijf thema’s (met in totaal 62 vragen): 1. Schuld en schaamte; 2. Desinteresse en/of irritatie; 3. Degradatie en/of ontmenselijking; 4. Slechte prognose en voeden van afhankelijkheid; 5. Dwang en gebrek aan ‘echte’ keuzes. Deze lijst werd bij 52 hulpverleners afgenomen. Na een factor analyse van die ingevulde vragenlijsten kwamen er vier factoren (thema’s) naar voren: a. Irritatie en ongeduld; b. Keuze en capaciteit; c. Trouw en afhankelijkheid; d. Depreciëren en depersonaliseren. De MHPSASS werd terug gebracht tot 20 items verdeeld over die vier factoren. De betrouwbaarheid van deze MHPSASS had een Cronbach’s alpha van 0.82 (= zeer goed). Ook de interne consistentie was goed.
Charles JL, Bentley KJ. (2017). Measuring Mental Health Provider-Based Stigma: Development and Initial Psychometric Testing of a Self-Assessment Instrument. Community Ment Health J. 2017 Apr 4.
Trefwoord: Destigmatisering