Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Destigmatisering 2014

De associatie tussen opleidingsniveau en de wens om sociale afstand te houden (stigma) is bij depressie en schizofrenie verschillend
De auteurs gaan ervan uit dat stigma ten aanzien van mensen met psychische stoornissen cognitieve, emotionele en conatieve componenten heeft. Uit verschillende onderzoeken naar het verband tussen opleidingsniveau en de behoefte aan sociale afstand ten opzichte van mensen met depressie en schizofrenie komen tegenstrijdige resultaten. In deze Duitse survey (N=2014) werd onderzocht of er een associatie is tussen sociaal-economische status (SES) en stigma en of dat verband verklaard kan worden uit overtuigingen over de oorzaken van en emotionele reacties op mensen met psychische stoornissen (één vignet over depressie; één vignet over schizofrenie). Het blijkt dat mensen met lage SES (laag opleidingsniveau) significant vaker de neiging hebben sociale afstand te houden in het geval van depressie, maar niet bij schizofrenie. Dit lijkt te maken te hebben met dat mensen met een lage opleiding andere opvattingen over de oorzaken van depressie hebben dan mensen met een hoger opleidingsniveau. De drie gemeten emotionele reacties (angst, boosheid, empathie) hebben weinig invloed op de sociale afstand. Bij schizofrenie ligt dat anders. Bij schizofrenie hebben vooral de emotionele reacties -en dus veel minder de opvattingen over de oorzaak van de stoornis- bij mensen met lage SES grotere sociale afstand tot gevolg. Bij anti-stigma campagnes moet er dus rekening mee worden gehouden dat de behoefte aan sociale afstand ten opzichte van depressie en schizofrenie verschillend is en dat de reacties ook kunnen verschillen per sociale laag. Von dem Knesebeck O, Angermeyer MC, Kofahl C, Makowski AC & Mnich E (2014). Education and the public’s desire for social distance from people with depression and schizophrenia: The contribution of emotional reactions and causal attributions. International Journal of Social Psychiatry 60 (5), 468-473. Trefwoord: Stigmabestrijding

In Brazilië zijn vier stigmaprofielen ten aanzien van mensen met schizofrenie gevonden
Dit is de eerste Braziliaanse survey (n=1050) waarin bij een representatieve steekproef van de bevolking onderzocht werd hoe groot het stigma is ten aanzien van schizofrenie. De data werden middels telefonische interviews verzameld: er werd een vignet voorgelezen die iemand beschrijft die schizofrenie heeft. Vervolgens werden vier stigma aspecten van deze hypothetische persoon beoordeeld: stereotypen (positieve en negatieve), beperkingen (al dan niet: gedwongen opname; rijbewijs; stemrecht), waargenomen vooroordeel en sociale afstand. Met behulp van latente klasse analyse konden vier stigma profielen worden onderscheiden: 1. personen die geen stigma hadden (N=251) en meestal een positief oordeel hadden over de beschreven persoon; 2. ‘labellers’ (N=222) scoorden hoog op sociale afstand; zij labelden de stoornis die in het vignet beschreven is meestal als schizofrenie en zij hadden meestal iemand in de familie met schizofrenie; 3. ‘discriminerenden’ (N=302) scoorden hoog op alle dimensies van stigma; ze waren het meest voor onvrijwillige opname van mensen met psychische problemen en ze hadden de hoogste score voor sociale afstand; 4. de ‘bescheiden stigma groep’ (N=240) had geen negatieve of positieve stereotypen en scoorden meestal op de 3-punt Likert schalen in het midden; zij zijn onzeker of weinig betrokken. Het meest opvallende resultaat van deze survey is dat in Brazilië in tegenstelling tot in de West-Europese of Angelsaksische landen familiecontact met personen met schizofrenie het stigma doet toenemen. Loch AA, Wang YP, Guarniero FB, Lawson FL, Hengartner MP, Rössler W & Gattaz WF (2014). Patterns of stigma toward schizophrenia among the general population: A latent profile analysis. International Journal of Social Psychiatry 60 (6), 595-605. Trefwoord: Stigmabestrijding

In Italië ervaren personen die een eerste psychose meemaken veel discriminatie in hun directe omgeving
In deze Italiaanse cross-sectionele studie werden 97 personen die een eerste psychose hadden meegemaakt ondervraagd over de door hen ervaren en de door hen geanticipeerde discriminatie en over in hoeverre het gediscrimineerd worden of voelen hun leven beïnvloedt. Discriminatie werd gemeten met de Discrimination and Stigma Scale (DISC-10). Symptomen werden gemeten met de Positive en Negative Syndrome Scale (PANNS), ziekte-inzicht met de Schedule for Assessment of Insight (SAI-E), sociaal functioneren met de Disability Assessment Schedule (DAS), de Camberwell Assessment of Need (CAN), de Manchester Short Assessment scale (MANSA), en de Verona Service Satisfaction Scale (VSSS). Ervaren discriminatie kwam veel voor in relaties met familieleden (43%), vrienden (32%), buren (25%), het behouden van een baan (25%), het vinden van een baan (24%) en in intieme relaties (23%). Als gevolg van geanticipeerde discriminatie heeft 37% het opgegeven om een intieme relatie te zoeken, is 34% gestopt met het zoeken naar werk, voelde 58% de behoefte om hun diagnose niet bekend te maken en rapporteerde 37% dat andere mensen hen vermeden. Met behulp van regressie analyse bleek dat een hoger niveau van ervaren discriminatie en een grotere mate van ziekte-inzicht worden geassocieerd met meer geanticipeerde discriminatie. Discriminatie kan als ‘een tweede ziekte’ worden gezien, omdat het de mogelijkheden van de patiënten verder beperkt. Lasalvia A, Zoppei S, Bonetto C, Tosato S, Zanatta G, Cristofalo D, De Santi K et al (2014). The Role of Experienced and Anticipated Discrimination in the Lives of People With First-Episode Psychosis. Psychiatric Services 65 (8), 1034–1040. Trefwoord: Stigmabestrijding

Uit Australische survey blijkt dat er een verband is tussen de opvatting dat een psychische stoornis het gevolg is van een zwakke persoonlijkheid en een stigmatiserende houding
Dit artikel is een verslag van een Australische survey (N=6019; 15+) uit 2011 naar stigmatiserende houdingen ten opzichte van personen met depressie, angststoornissen en schizofrenie. Aan de respondenten werd at random één van de volgende zes vignetten voorgelegd waarin een stoornis is beschreven: depressie, depressie met suïcidale gedachten, depressie met alcoholmisbruik, eerste psychose, chronische schizofrenie, sociale fobie of PTSS. Aan de respondenten werd gevraagd wat ze dachten dat de oorzaak was van de psychische stoornis in het vignet, over de stigmatiserende houding die ze zelf hadden (personal stigma), de stigmatiserende houding waarvan ze dachten dat anderen die hadden (perceived stigma) en de behoefte aan sociale afstand ten opzichte van de peroon in het vignet. Via factor analyse konden vier soorten oorzaken voor psychische stoornissen worden vastgesteld: lichamelijke oorzaken, psychosociale oorzaken, biogenetische oorzaken en zwakke of nerveuze persoonlijkheid oorzaken. Het geloof in een zwake of nerveuze persoonlijkheid als de oorzaak voor een psychische stoornis werd het meest consistent geassocieerd met persoonlijk stigma, perceived stigma en de wens sociale afstand te houden van de personen met welke psychische stoornis dan ook. Degenen die dachten dat psychische stoornissen ontstaan door biogenetische oorzaken zagen deze stoornissen meer als een ziekte dan als een zwakte, maar bij hen bleef de associatie met het geloof dat deze mensen gevaarlijk of onvoorspelbaar zijn en de wens om sociale afstand tot hen te bewaren groot. Reavley NJ & Jorm AF (2014). Associations between beliefs about the causes of mental disorders and stigmatising attitudes: Results of a national survey of the Australian public. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 48 (8), 764-771. Trefwoord: Stigmabestrijding

Personen met schizofrenie uit 27 landen ervaren discriminatie van hulpverleners uit de somatische en geestelijke gezondheidszorg
Over het algemeen doen personen met ernstige psychische problemen weinig beroep op de somatische gezondheidszorg. Wellicht is er een verband met hun slechte lichamelijke gezondheid. In dit Europeseonderzoek werden 777 personen met schizofrenie uit 27 landen (uit het INDIGO research netwerk; West-Europese, Oost-Europese en Aziatische landen) geïnterviewd over hun ervaringen met discriminatie als ze gebruik maken van gezondheidszorgvoorzieningen. Ervaren discriminatie en stigma werden gemeten met de Discrimination and Stigma Scale (DISC). Het bleek dat meer dan 17% van de geïnterviewden zich gediscrimineerd voelde als ze behandeld werden voor een lichamelijk probleem. Hulpverleners in de GGz denken vaak dat zij kunnen bijdragen aan een vermindering van het stigma. Dit blijkt niet uit dit onderzoek, omdat meer dan 38% van de deelnemers zich respectloos behandeld voelde door GGz-hulpverleners. Met name in de voormalig communistische landen was het ervaren stigma nog hoger. Patiënten die thuis behandeld werden voelden meer discriminatie met betrekking tot hun persoonlijke veiligheid dan patiënten in andere settings. Slechts 44% van de deelnemers ervoeren geen vermijdingsgedrag bij degenen in hun omgeving die van hun diagnose op de hoogte waren en slechts 27% van de geïnterviewden kwam openlijk voor zijn diagnose uit. Harangozo J, Reneses B, Brohan E, Sebes J, Csukly G, López-Ibor JJ, Sartorius N, Rose D & Thornicroft G (2014). Stigma and discrimination against people with schizophrenia related to medical services. International Journal of Social Psychiatry 60 (4), 359-366. Trefwoord: Stigmabestrijding

Bij personen met psychische problemen zijn de verwachtingen in sociale relaties van invloed op het al dan ervaren stigma
Om anti-stigma campagnes succesvoller te maken is het van belang om meer inzicht te krijgen op hoe en wanneer personen met psychische problemen zich gediscrimineerd voelen. In dit Engelse onderzoek werden 537 personen met psychische problemen telefonisch geïnterviewd over hun ervaringen met discriminatie in verschillende levensgebieden. Er werd gebruik gemaakt van de Discrimination and Stigma Scale (DISC-11), waarmee zowel negatieve als positieve discriminatie gemeten wordt. De auteurs konden uit de data zeven verschillende typen van discriminatie distilleren, brede categorieën die door de geïnterviewden op een andere manier verwoord zijn: organisatorische beslissing; mishandeling; sociale afstand; veroordeeld worden; gebrek aan begrip; minachting; over-bescherming. De sociale verbanden waarin het vaakst negatief gedrag ervaren werd zijn: bij familie (50%); bij vrienden (50%); bij werkgevers (24%) en bij buren (25%). Volgens de respondenten houden deze personen vooral sociale afstand ten opzichte van hen. Voor een deel kunnen die hoge percentages ervaren discriminatie van familieleden en vrienden worden toegeschreven aan de grotere verwachtingen aan steun en empathie die de geïnterviewden van deze groepen hebben. Hamilton S, Lewis-Holmes E, Pinfold V, Henderson C, Rose D & Thornicroft G (2014). Discrimination against people with a mental health diagnosis: qualitative analysis of reported experiences. Journal of Mental Health 23 (2), 88–93. Trefwoord: Stigmabestrijding

Het inzetten van humor kan bij specifieke groepen tot een vermindering van stigma leiden
Humor gebruiken in de context van het openbaar maken dat men een psychische stoornis heeft, kan potentieel tot een afname van een stigmatiserende houding leiden. David Granirer, die Stand Up For Mental Health (http://standupformentalhealth.com/about-david) oprichtte, is een voorbeeld van iemand met een psychische stoornis die als stand up comedian optreedt. In deze Amerikaanse studie (N=342), waarbij mensen online werden geworven, werd bekeken of een komische sketch waarin iemand uitkomt voor zijn psychische stoornis meer invloed heeft op afname van stigma (N=117) dan eenzelfde sketch waarin de psychische stoornis verzwegen werd (N=108). Ter controle keek een groep naar een neutrale sketch. Om stigma te meten werd voor en na het kijken naar de sketch de Attribution Questionnaire (AQ) afgenomen. Om de humorstijl van de respondenten vast te stellen werd de Humor Style Questionnaire (HSQ) afgenomen. De HSQ onderscheidt een agressieve en een ‘verbindende’ (d.w.z. zij genieten ervan om anderen aan het lachen te maken) humorstijl. Na het zien van de sketch vulden de respondenten hier ook nog een aantal vragen over in. Het bleek dat mensen die van een verbindende humorstijl hielden na het zien van de sketch waarin voor de stoornis werd uitgekomen significant minder stigma scoorden dan ervoor. Bij de andere groepen waren geen verschillen. Corrigan P, Powell KJ, Fokuo K & Kosyluk KA (2014). Does Humor Influence the Stigma of Mental Illnesses? Journal of Nervous & Mental Disease 202 (5), 397-401. Trefwoord: Stigmabestrijding

Mensen met psychische problemen zijn gewelddadiger dan de algemene bevolking, maar dat komt meestal niet door de psychische stoornis
In deze Nederlandse studie werden data gebruikt uit de grote bevolkingsstudie NEMESIS-2 (n=6646) naar het voorkomen van psychische problemen onder de algemene bevolking. Met behulp van statistische berekeningen werden de associaties tussen psychische stoornissen en het gebruik van geweld in kaart gebracht. Echter, schizofrenie en de meeste persoonlijkheidsstoornissen komen niet in de dataset voor. Binnen NEMESIS werd gevraagd of de respondenten ooit fysiek of psychologische geweld hadden gebruikt en ten opzichte van welke personen. Ook is gevraagd of men ooit slachtoffer van geweld is geweest, of men in het laatste jaar een negatief life event heeft meegemaakt en hoe groot zijn sociale steun is. In de algemene bevolking heeft 5,9% wel eens fysiek geweld tegen de partner gebruikt, en 24,3% heeft wel eens psychologisch geweld tegen de partner gebruikt. De cijfers voor geweld gebruikt tegen de eigen kinderen zijn respectievelijk 2,6% en 15%, en voor geweld tegen andere personen respectievelijk 2,4% en 9,2%. Respondenten met een psychische stoornis (behalve ADHD, dysthymie en drugsmisbruik) hadden significant vaker geweld gebruikt dan de algemene bevolking. Dit geldt voor alle vormen van geweld. De sterkste associaties werden gevonden voor externaliserende stoornissen (middelenverslaving, impuls controle en anti-sociale persoonlijkheid). Maar als gecorrigeerd werd op victimisatie (zelf ooit slachtoffer geweest van geweld), negatieve levensgebeurtenissen en sociale steun verdween bijna alle significantie uit de associaties, behalve voor alcoholmisbruik. Dit betekent dat het gebruik van geweld door personen met psychische stoornissen- behalve alcoholmisbruik- niet veroorzaakt is door de stoornis, maar door andere factoren. Ten Have M, De Graaf R, Van Weeghel J & Van Dorsselaer S (2014). The association between common mental disorders and violence: to what extent is it influenced by prior victimization, negative life events and low levels of social support? Psychological Medicine 44 (7), 1485-1498. Trefwoord: Stigmabestrijding

Kortdurend anti-stigma project heeft positieve invloed op zowel personen met psychische problemen als hulpverleners
De Anti-Stigma Project workshop (ASP) is een contact- en voorlichtingsinterventie van ongeveer drie uur die is ontwikkeld door On Our Own in Maryland, VS. ASP is ontwikkeld om in een kleine groep de deelnemers voor te lichten over de invloed van stigma op de levens van personen met psychische problemen en anderen. De begeleiding is vaak in handen van ervaringsdeskundigen. Er wordt o.a. gebruik gemaakt van interactieve groepsdiscussie over de eigen ervaring met stigma en het bespreken van een speciaal geproduceerde film over stigma. In deze Amerikaanse studie werd aan de hand van twee aparte RCT’s de effectiviteit van ASP geëvalueerd bij groepen personen met psychische problemen in vergelijking met een controlegroep (N=127) én bij groepen GGZ-hulpverleners in vergelijking met een controlegroep (N=131). Voor en na de interventie werd bij alle deelnemers de Attribution Questionnaire (AQ) afgenomen. Post-test werd bij allen afgenomen: de Awareness Questionnaire (AwQ) en de Error Choice test (EC). Bij personen met psychische problemen werd voor en na de interventie de Recovery Assessment Scale (RAS) afgenomen, de GGz-hulpverleners vulden de Recovery Scale (RS) en de Self-Determination Scale (SDS) in. Het bleek dat de personen met psychische problemen die aan de ASP-interventie hadden deelgenomen significant meer bewust waren van stigma (F=16,4), minder vooroordelen hadden (F=6,8) en meer in herstel geloofden  (F=8,2) dan de personen uit de controlegroep. De GGz-hulpverleners waren na de interventie significant meer bewust van stigma (F=56,1) en hadden minder negatieve opvattingen over de mogelijkheid van herstel bij hun cliënten (F=7,5) dan de personen uit de controlegroep. Michaels PJ, Corrigan PW, Buchholz B, Brown J, Arthur T, Netter C & MacDonald-Wilson KL (2014). Changing Stigma Through a Consumer-Based Stigma Reduction Program. Community Mental Health Journal, 50 (4), 395-401. Trefwoord: Stigmabestrijding