Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Zorgstandaard Psychose: wat is er nieuw?

Op 26 oktober is de zorgstandaard Psychose gepubliceerd door het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Het is een van de vele zorgstandaarden en generieke modules die in de periode 2014-2017 gemaakt zijn of nog in de maak zijn. De zorgstandaard bevat een update van de Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie (2012) en de EBRO-module Vroege Psychose.

Bij alle zorgstandaarden en generieke modules is de insteek gepersonaliseerde diagnostiek, behandeling en zorg. Zowel voor symptomatisch herstel, als persoonlijk en maatschappelijk herstel worden aanbevelingen gedaan. Daarbij staat eigen regie van de cliënt voorop evenals het betrekken van familieleden en andere betrokkenen.
We vroegen Wim Veling, voorzitter van de werkgroep zorgstandaard Psychose, iets over de zorgstandaard te vertellen.

Waarom hebben jullie een aparte EBRO-module Vroege psychose gemaakt?

Wim Veling: “Onder vroege psychose vallen de ‘ultra high risk’ (UHR) en de eerste psychose en de eerste jaren daarna. Er was nog geen richtlijn voor vroege psychose. De diagnostiek en behandeling daarvan was nog niet beschreven in de Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. We zijn daarom eerst begonnen met het schrijven van deze module en met de update van de richtlijn schizofrenie. De EBRO-module is gemaakt in het format van de richtlijnmethodiek. Dat wil zeggen dat we de evidentie in de wetenschappelijke literatuur over diagnostiek en behandeling hebben gewogen.”

Is in de EBRO-module vroege psychose ook uitgegaan van gepersonaliseerde zorg en diagnostiek?

“Jazeker. Als je bijvoorbeeld naar de diagnostiek kijkt, zoek je uit of de klachten die iemand heeft passen bij een DSM-classificatie. Maar dan ben je er nog niet. Je moet ook meten hoeveel last iemand heeft van welke symptomen. En je moet ook per individu kijken wat er nog meer meespeelt. Bijvoorbeeld of iemand trauma’s heeft, of veel cannabis gebruikt heeft. Dat moet je in je diagnostiek meewegen.”

Wat is bijzonder aan de zorgstandaard Psychose?

Wim Veling: “De multidisciplinaire richtlijnen die we hadden waren vooral gericht op wetenschappelijke evidentie van behandeling. We hebben geprobeerd om de zorgstandaard op een andere manier te beschrijven, meer vanuit patiëntperspectief, minder technisch, minder wetenschappelijk, dichter bij de praktijk.
Ook hebben we gekeken naar het stadium waarin iemand zit. Je kunt 4 stadia onderscheiden: 1. UHR ‘ultra high risk’: hoogrisico op psychose; 2. eerste psychose; 3. episodisch verloop: onvolledige remissie, relaps of recidief en 4. aanhoudende ernstige problematiek: chronische symptomen en beperkingen. Voor ieder stadium gelden natuurlijk andere behandelopties.
We hebben gekeken naar welk type klachten iemand kan hebben en bij verschillende symptomen, zorgbehoeften of hersteldoelen behandelopties gegeven. Zo is het voor behandelaren en cliënten gemakkelijker om de aanbevolen behandeling te vinden.
De zorgstandaard bevat ook een apart hoofdstuk over herstel, participatie en re-integratie.”

De zorgstandaard Psychose is te raadplegen via http://www.kwaliteitsontwikkelingggz.nl/wp-content/uploads/2015/03/ZS-Psychose.pdf