Kennis delen over herstel, behandeling en
participatie bij ernstige psychische aandoeningen

 

Achtergrond 14de Psychosecongres 22 november 2018

‘Participatie is een mensenrecht; participatie is therapie’

Sinds 14 juli 2016 is het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap in Nederland van kracht. Het is een krachtig document dat inspiratie geeft, maar ook vragen opwekt over hoe de psychiatrie zich over de volgende jaren kan ontwikkelen.
Het Psychosecongres 2018 kiest het verdrag als thema. We nodigen jullie uit om het verdrag te leren kennen en met elkaar te verkennen welke uitdagingen en mogelijkheden het VN-verdrag voor het veld biedt.

Psychose is vaak een ernstig verstorende psychische aandoening waarbij het steeds onduidelijk is wat de handicap zelf is, en wat de bijkomende invaliditeit is door marginalisering en stigmatisering.
Mensen die psychotische problemen ontwikkelen, vereenzamen vaak omdat ze het gevoel hebben nergens terecht te kunnen. Hulpverleners horen bij de psychiatrie en het aanvaarden van beschikbare hulp, betekent dat ze ‘gek’ zouden zijn. Vaak worden de problemen door deze en soortgelijke barrières groter.
Optimale hulpverlening is een presente hulpverlening in het dagelijkse leven van mensen dat tot doel heeft om de leefwereld zo weinig mogelijk te verstoren.
De school, het werk, de familie en vrienden, de woning en de wijk moeten de context blijven vormen voor het leven van mensen. Dit is de voorwaarde voor optimale zorg.
Want participatie is therapie. Dit is een van de basisprincipes van het rapport Over de brug. Hierin werd onderstreept dat zorg met het beste perspectief zich richt op drie elkaar aanvullende domeinen:
• het verminderen van lijden door symptomen optimaal te behandelen
• het bevorderen van autonomie en participatie
• en het bevorderen en herwinnen van zingeving en betekenisvolheid (persoonlijk herstel).
Optimale zorg heeft betrekking op al deze domeinen, waarbij er geen prioritering, noch vaste volgorde bestaat.
Voor mensen met een psychische kwetsbaarheid is participatie niet vanzelfsprekend. Maar participatie is een recht. En dat recht is als een mensenrecht vastgelegd in het VN-verdrag. We vinden het vanzelfsprekend dat bij het aanleggen van nieuwe straten de stoepen verlaagd worden om rolstoelgebruikers in staat te stellen om mobiel te zijn. Dat de bus, trein of een openbaar gebouw toegankelijk moet zijn voor blinden, mensen met verstandelijke beperkingen of mensen met een rolstoel. Hetzelfde VN-verdrag legt vast dat een psychische handicap geen reden mag zijn om voorwaarden op te leggen aan basisrechten: het recht op wonen, studeren, werken, mobiliteit of gelijke berechting bij misdaden.
Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat deze rechten gewaarborgd zijn, ook als de handicap dit bemoeilijkt. Psychotisch geweest zijn, betekent op zich niet dat je niet mag autorijden. Wie autistisch of depressief is, moet in staat gesteld worden om te werken, zonder het risico te lopen de uitkering te verliezen. Wonen mag niet enkel mogelijk zijn onder de voorwaarde begeleiding te accepteren. Dwang in de psychiatrie is ontoelaatbaar. Wie een strafbaar feit gepleegd heeft en psychische problemen heeft mag niet voor langere tijd van vrijheid beroofd worden, dan elke andere burger in de maatschappij.
Nederland is een zorgzame samenleving. We willen niet dat mensen verwaarloosd worden. Het VN-verdrag houdt ons een spiegel voor en nodigt ons vooral uit om samen met patiënten en betrokkenen te onderzoeken welke praktijken eigenlijk niet kunnen en hoe het anders kan. Dit betekent echt niet dat we onze verantwoordelijkheid kunnen ontlopen maar dat we creatiever moeten worden om samen de participatie te bevorderen.
Gelijke behandeling en participatie is niet enkel therapie, het is ook en vooral een mensenrecht. Zie verder VN-Verdrag